Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-07-02 10:00:00 cand. P. v.d. Beukel (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
1Pet 1:5 Joh 10: 25-29 1Pet 1:1-12 2006-07-02.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.9Mb)
2006-07-02T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 18.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Onze God doet geen half werk.

Petrus schreef zijn brief aan mensen die tot geloof zijn gekomen en hij looft God daarom. Het zijn pelgrims geworden, onderweg naar een plek in het huis van de Vader. Er kan zo’n toekomst zijn, veilig in de hemel, maar wij zijn nog op aarde – als we Gods roepstem gehoord hebben. Wie zegt dat we geen schipbreuk leiden? Dat zegt God zelf! Mijn schapen horen Mijn stem en ze volgen Mij, en ze zullen niet verloren gaan. Niemand kan ze rukken uit de hand van Mijn Vader... Er is een erfenis. Door het geloof tot de zaligheid. ‘Die’ slaat niet terug op “erfenis”, maar het slaat terug op u, jullie, uit vers 4! Onze God doet geen half werk. Als Hij ons tot geloof brengt, dan maakt Hij Zijn werk af. ...Die nooit laat varen, het werk van Zijn handen. Daarom is die hoop zo levend. Geen misschientje.
Petrus schrijft over vrouwen of slaven wiens mannen resp. meesters geen christen waren. Dat moet moeilijk geweest zijn. Bovendien gaat de duivel rond als een briesende leeuw. Je hebt jezelf tegen. Daar midden in bewaard God Zijn kinderen.
En de Heere Jezus zegt: komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt. Hijzelf roept ons tot bekering, biedt Zijn verzoenend sterven aan. Geloven is de Heere Jezus zó aanvaarden, vallen voor Hem. Je zonden belijden en Hem aanvaarden als volkomen Redder. Een leven van vertrouwen en gehoorzaamheid. Je leven is niet meer van jezelf. Geloven is trouw aan Hem, de band met de Heere Jezus. We kunnen alleen naar Hem. Geloven is het telkens weer verwachten van Hem. Putten uit Jezus’ genade.
Die persoonlijke geloofsverbinding, die heeft u toch ook? Dan weet u dat Hij het tot stand gebracht heeft, dat het de Heilige Geest was die band heeft gelegd. Onze redding is als een keten, we weten dat God ons heeft uitverkoren voor de grondlegging der wereld, Hij heeft Zijn Zoon gezonden, en Hij bracht ons tot geloof. Nu is de schakel van de volharding aan de orde; de volgende schakel is die van Gods eeuwige heerlijkheid. Houden wij die schakels bij elkaar? Tussen onze bekering en hemelgang? Moeten wij die schakels bij elkaar houden? Is het maar de vraag of we het volhouden?
De twee stukken van de ketting hangen beide over Gods “schouders”. Hijzelf smeedt de schakel van de volharding. Niet buiten ons om, je bent er niet passief bij. Hij schakelt ons in. Dat doen we in Gods kracht. Werkt uw zaligheid, want het is God die het in u werkt (zowel het willen als het werken). God zelf brengt zijn kinderen thuis door het geloof.
Echt geloof kan niet meer tenietgedaan worden. Niet omdat wij van die geloofskrachtpatsers zijn. De RK zei dat je dat niet zeker kon weten. Je kunt in de genade staan, maar er ook weer uit vallen. Nee, zeiden de Reformatoren. Wie echt geloof in de Heere Jezus mag zeker zijn van Zijn toekomst, omdat God het in stand houdt. De remonstranten idem – je weet niet of je wel goed genoeg je best doet. De Dordste Leerregels (hdfst 5) weiden dat mooi uit op grond van de Schrift.

Twijfels kunnen je overvallen. Is het allemaal wel waar? De duivel kan zijn giftige pijlen afschieten. Nee – God houdt ons vast. Het kan je soms duizelen. De Rots op Wie je staat, draait niet. Laat je maar vallen op Hem. Zouden we het vol houden, of geven we er de brui aan? Of die verkeerde begeerten, zullen die de overhand krijgen? Goddank, dat zal niet gebeuren, door het geloof zal Hij ons veilig geleiden.
Maar we leven toch in een tijd van veel geloofsafval? Maar als mensen de Heere Jezus verloochenen is er nooit die echte geloofsband geweest. Er is geen echt geloof, zaad dat tussen de dorens valt, begeerten naar andere dingen komen ertussen; het geloof is niet verworteld in ons hart. Als u bang bent dat dat bij u het geval is: – zoek Hem dan vandaag nog. Keert u naar Hem toe. Bidt dat het begint te leven in uw leven. Naar wie zullen we anders gaan? De liefde tot Jezus – je wilt niet meer van Hem weg.
Echte gelovigen kunnen ook vallen – David, of Petrus zelf. Als het aan ons zou liggen, zouden we blijven liggen. God zal ervoor zorgen, dat we op zullen staan. Gods kinderen zondigen niet goedkoop. Maar ze kunnen niet definitief vallen. Jezus zegt: Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet ophoude. De geloofsverbinding blijft in stand.
De duivel gooit water op het vuur van het geloof, de Heere Jezus gooit er olie op. Onze God doet geen half werk. Laten we er ons in verheugen ook al hebben we het zwaar. Een christen heeft een groot hart: er kan blijdschap en verdriet tegelijk in zijn, want we weten: het is tijdelijk.

Onze hulp is in de Naam van de Heere, die nooit laat varen, want Zijn hand begon.

Edit