Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-07-02 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 14 phip 2:1-11 2006-07-02.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 9.6Mb)
2006-07-02T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De menswording van de Zoon van God. Aan de ene kant heel eenvoudig, een kindje in de kribbe – tastbaarder dan Pinksteren. Maar aan de andere kant zo’n grote geheim. God geopenbaard in het vlees! De gegeven Zoon – hoe dat precies zit is een geheimenis. Een beetje wonderlijk midden in de zomer: Kerst.

God geopenbaard in het vlees.
1. De diepe betekenis. 2 De rijke bedoeling. 3. Het grote belang.

We zijn bezig met het grootste hoofdstuk: deel II – de verlossing, met name de Middelaar. We hebben de namen van de Middelaar mogen horen. Ook over de drie ambten. Zijn twee naturen – vanaf vanavond over de staten. De staat der vernedering, de lijn naar beneden (zondag 14-16), en die van de verhoging, de lijn omhoog.( 17-19). Een staat is een wettelijke staat, zoals een huwelijkse staat – een rechter kan je in staat van beschuldiging stellen. Je positie.

Christus’ neergaande lijn ging in een aantal stappen: geboren, geleden, gekruisigd, gestorven en begraven – nedergedaald ter helle. Christus is op het diepst vernederd (niet de mens). Als een Jakobsladder, van boven naar beneden. Afgedaald tot in het moeras van de modder, ons niveau. Om ons daaruit op te nemen. En zo in de hemel te brengen. Het leven van de Heere Jezus bestaat uit 3 K’s Kribbe, Kruis en Kroon. Door leiden tot heerlijkheid.
Welke positie nemen wij in voor God? Thomas Boston schreef een belangrijk boek erover. De viervoudige staat. Het begint met de staat der rechtheid, de zondeval kwam en we gingen over in de staat der ellende. Maar er is een genade-staat, door Christus verworven. Straks is er de staat van eeuwige heerlijkheid. Wat de mens (u en ik) werden, zondaars, en wat wij kunnen worden door genade: kinderen van God. Straks erfgenaam. In de eerste staat bracht God ons, de tweede brachten wij ons zelf in. De derde en vierde brengt God ons in. Wat een voorrecht als je van staat mag veranderen.

1. Wanneer is het gebeurd? In ieder geval niet op 25 december. De schapen waren buiten. In de winter werd ook geen volkstelling uit geschreven. Het zou wel eens tijdens het Succot-feest kunnen zijn. Een pelgrimsfeest is een uitstekend moment voor een volkstelling. Hij heeft onder ons ‘getabernakeld’ staat er.
Het is een nederige geboorte. Hij wordt al geen engel, maar een mens en in de gedaante van een slaaf, niet in een paleis, niet in Jeruzalem. Lager en armer kan niet. Wat als de zon een glimwormpje moest worden of een engel een vlieg – beide schepselen. Maar hier wordt de oneindige Schepper schepsel, slaaf. Al zijn glorie legt Hij af.. Elk mens wordt geboren tussen urine en uitwerpselen – zo zelfs ook de Zoon van God... (Augustinus).
Christus heeft Zijn heerlijkheid afgelegd, niet Zijn goddelijkheid. Op de berg van de verheerlijking en in de wonderen straalde er iets goddelijks doorheen. De Koning was bij in Zijn eerste komst incognito. Er zit een geheim om Jezus van Nazareth. ‘Wat zien jullie toch in Hem – het is een goeie man geweest, maar hebben jullie er mee?‘ Als je het geheim ziet, dan ben je verknocht; als Hij straks terug komt - dan zal blijken dat ze de goede keuze hebben gemaakt. Sarah was onvruchtbaar, Hanah, maar hier staat de maagd Maria. Daar kwam geen man aan te pas, maar de Geest. Ontvangenis – conceptie staat er – die is van de Geest; de geboorte is gewoon. De kracht van de hoogste zal u overschaduwen. Mij geschiede naar uw woord – toen heeft de Heilige Geest haar overschaduwd – een wolk dus. Als een Sjechina. Menselijke logica en biologie slaan kapot op de kribbe. De verlossing begint met iets heel kleins. Simson – dat was een man met power. Maar de Vader schakelt het allerkleinste in, een Lammetje; Hij begint met een baby. Zoals in het Oude Testament begon met een jochie dat lag te huilen in een biezen mandje. Als God gaat bevrijden – Hij openbaart Zijn grootheid in Zijn kleinheid – een wet die ik nog steeds moet leren. Ik zou het zo grootst willen en massaal – zou het daar in liggen? Het komt in het kleine.

Het kruist moet gepredikt maar de geboorte moet worden bezongen. Dat Hij moest komen is mijn schuld, het kon niet met ‘er zij verlossing en er was verlossing’. Maar Hij *wilde* komen! De geboorte van Jezus was een daad. Hij heeft die natuur aangenomen. Jozef ging naar zijn broers – hij wist, ze haten me. Ik zou liever thuis blijven. Mag ik bij U blijven, Vader, want ze moeten me niet ... God de Zoon ging vrijwillig! De Heilige Geest heeft Zijn lichaam toebereid.
Het wordt al wonderlijker. Net zoals wij – niet zoals Adam! Want zijn lichaam was vooreerst nog niet beschadigd door de zonde. Jezus’ aangenomen natuur is die, die door de zonde is ontluisterd, verzwakt. Dat heeft Hij moeten ervaren. Hij heeft honger en dorst gekend, Adam niet. Onuitsprekelijk moe. Hij heeft bloedig zweet gezweten. Geweend, Adam heeft geen traan gelaten. Hij heeft ook hartstochten gekend, alleen zonder zonde. Droefheid, vreugde. Toorn, woede, verontwaardiging, liefde, angst.. Wij kennen zoveel angst - er is er Eén geweest die weet wat angst is – een engel weet dat niet. In de steek gelaten worden door je beste vrienden, de Heere Jezus weet wat het is. Dat lichaampje in de kribbe, met eerbied gesproken, dat zijn handjes naar u uitstrekt om u te redden. De Heere Jezus is ook zo oud geweest zoals jij bent, kind, puber – steeds zonder zonde, volkomen gehoorzaam. Bespuugd is dat lichaam, verwond, gekneusd, dat vlees is opengereten en dat bloed heeft gevloeid. En toen Hij al dood was een speerstoot na.

Als je niet in deze Jezus geloofd hebt, en nooit in elkaar bent gezakt voor Hem, dan ben jij diegene die met dat ongeloof Hem zo’n dolkstoot geeft in Zijn hart....

2. O zoon van David, ontferm u over mij. Als je dat roept, dan luistert Hij. Dan komt Hij. Hij zoekt waarheid in het gemoed. Daar redt Hij. Hij heeft nooit iemand voorbij gekeken, die Hem om hulp riep. Nu is Hij vermomd als een slaaf, maar Hij komt terug als de koningszoon. Hij zal Davids troon gaan beklimmen. Hij zal Zijn Rijk oprichten. Alle vorsten van de aarde zullen Hem aanbidden. Wat een tijd zal dat zijn. Heere kom spoedig terug!
De broeders in alles gelijk geworden. Een engel weet niet wat het is om op aarde te wonen. Medelijdend, maar machtig om te verlossen. Gelijk – `simile`. Een facsimile van ons mensen. Dat Hij God is – daar aanbid ik Hem voor, maar ik huiver ook. God is een verterend vuur. Maar tot de Heere Jezus kan ik wel gaan – Geen kind hoeft bang te zijn voor de Heiland. Als u uw kinderen angst voor de Heiland bij brengt, doet u het verkeerd; wel voor de zonde.
Hij heeft zijn gloriekleed afgeleid. De Heere Jezus hoefde geen nieuw hart – het hulpeloze kind was een Heilig kind. Een blanke baby van hart lag in de wieg. Maar Hij is wel tot zonde gemaakt. God gebleven, mens geworden, tot zonde gemaakt.

3. Het belang is dat Hij onze Middelaar is. Hij overbrugt de kloof. Tussen God en mij. Die kleine handjes zullen doorboord worden. Gevallen engelen kunnen nooit meer zalig worden; maar de Heere Jezus werd mens, en jij krijgt een herkansing. Je moet zalig worden, en het kan want er is een Middelaar, kniel bij de kribbe en klem je vast aan het kruis; zie op het lichaam en dan ben ik zalig.

Die Middelaar is voor u geboren. Uw kind, dat u geboren is! U is heden geboren - moet de Heere Jezus nog een keer in mijn hart worden geboren? Daar kan ik niets mee. Hij *is* geboren. Maar het is wel nodig, dat je je hand uitstrekt, als een Simeon en dat je dat kind ontvangt en aan je hart drukt. Dan kun je juichend gaan.
Als ik kijk naar mijn leven van wieg tot graf. Dan is mijn leven één zwarte lijn. Hij heeft het over gedaan van de moederschoot tot de schoot der aarde. Met Zijn heiligheid bedekt. Hij mijn leven – God ziet mij in Christus als wit als rein, als zondeloos. Waar het met Mij verkeerd ging, daar begint het werk van de verlossing. Elisa strekte zich helemaal over het kind – hij identificeert zich helemaal, en het kind komt tot leven. De Heere ziet geen ongerechtigheid en geen zonde in Zijn Israël.

“Met blijdschap en dankbaarheid” – maar dit kind geeft zaligheid en heerlijkheid. Zou je Hem ook wel eens aan je hart willen drukken, een kus op Zijn handjes en op zijn doorboorde voeten?

Edit