Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-07-23 17:00:00 ds. A. Simons (Vinkeveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gal 2:20 Gal 2:11-21 2006-07-23.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.0Mb)
2006-07-23T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Als je drie jaar lang aan de voeten van Jezus hebt doorgebracht ben je de beste dominee. Maar het gaat over Petrus, die in het openbaar bestraft moet worden – het heeft ook in het openbaar plaatsgevonden. Als Petrus geneigd is om te dwalen, dan wij toch zeker ook. Het gaat over heiligmaking. Dwaalt Petrus daarin? Omdat hij de rechtvaardigmaking niet recht begrepen heeft. Hij is afgeleid door andere broeders. Die trekken hem af van de zuiverheid van het Woord. Gelukkig is er een Paulus, die zoveel vrijmoedigheid heeft dat hij Petrus tot de orde roept. Jij trekt medebroeders af van de eenvoudigheid van het evangelie.
Men zit aan de maaltijd en er komen wat 'dominees' binnen, de schrik slaat hem om het hart. Je voelt al hoe ze denken. Petrus staat op onttrekt zich van het gezelschap waar Joden en heidenen tezamen waren. Hij laat hen in de steek. Paulus ziet wat Petrus doet. Hij gaat staan en zegt Petrus je dwaalt. Je brengt de gemeente van Christus in verwarring. Wij zijn Joden, niet geboren uit de heidenen. Door jouw functioneren leg je de heidenen een last op. Je dwingt ze te gaan leven als de Joden. Want gezaligd, om niet, dat is bijna verdacht. Dat gaat zomaar niet. Die van Jacobus leerden, als je een heiden bent moet je je eerst laten besnijden. Het is wel genade en geloof, maar er gaat wel iets aan vooraf. Eerst als heiden een Jood worden. Paulus leerde de rechtvaardiging van de goddeloze. `Ja maar, zet je dan de deur niet open voor de zonde?` Dan staan de zonden schijnbaar God niet in de weg...? Eerst een beetje vroom en dan geloof erbij. Als hier straks een prostitué komt, of misschien zit ze er wel. En ze zou horen je kunt zó zalig worden en ik zou er niet bij zeggen: je moet eerst je zondige leven laten, dan op catechisatie en dan zien we wel verder. Misschien hoort u zo'n stemmetje in u: “doe je best, dan doet God de rest...”
Ik doe wat en God doet de rest, en samen worden we het eens. Dit is een dwaalleer, zegt Paulus.
Maar als die prostitué tot geloof komt, kan ze dan in de zonde blijven? Ook zo'n stemmetje. “Pas op voor die dominees die rechtvaardiging van de zondaar prediken”. We stemmen het wel toe, maar we zeggen: maar als het ECHT is, dan.... Voelt u wat er gebeurt?
`Als je zaterdag met een meisje in bed lag, kan het dan, dat je zondag door God zalig gesproken wordt, maken we dan Jezus niet tot dienaar van de zonde.` Dat was de redenering van die rond Jacobus. En het leeft vandaag nog. Een vermenging van heiliging en rechtvaardiging. Is dat niet te spitsvondig, dominee? Als we dit gaan vermengen, dwalen we in beide stukken. Misschien hebt u daarom wel zo weinig troost van uw wandel met de Heere. Is het dan niet gevaarlijk, dat mensen hun zonden vast houden? Zij dwalen – zij zijn niet gestorven. Die gerechtvaardigd zijn, zijn ook gestorven. Gekruisigd met Christus. Kun je in de zonden blijven leven, als je gerechtvaardigd bent? Nee, omdat je met de Heere Jezus gekruisigd bent. Mijn verrotte ik', mijn ego. Mijn oude mens. Het lichaam der zonde.
Er zijn mensen die zich hard voornemen minder zonden te doen – dat noemen ze heiligmaking. Maar het begint niet aan de buitenkant maar de binnenkant. Zonde is niet dat je met een meisje naar bed gaat, of dat je steelt. Maar je bidden – je vrome leven. Jouw serieusheid. Zolang ik nog leef, leef ik uit mijn ik en alles wat ik doe is zonde. Ik dacht dat ik zoveel goede dingen deed – God zal wel blij zijn, dat ik zó serieus ben. Ik kan God dus niets `aanbieden`. Samen met de Heere Jezus gestorven te zijn. Samen met Hem de laatste adem uitstoten, samen met Hem in het graf. Het ik dat altijd zondigde. Toen mocht ik niet alleen zien, dat ik rechtvaardig voor God was, het lag helemaal buiten mij. In de ogen van God een rechtvaardige. Maar daar bleef het niet bij. Er gebeurde ook iets in mij. Mijn oude leven werd aan het kruis gespijkerd. U die vanavond niets wil weten van de mens maar alleen van vrije genade: bent u gestorven? Als je werkelijk met Hem gekruisigd bent: probeer je oude leven maar vast te houden! Het gaat niet meer. Ik leef niet meer. Goed om mee te nemen: waar het gaat over bloed gaat het vaak over vergeving; maar bij het kruis gaat het over het sterven van de oude mensen.
Maar zegt Zondag 33 niet dat we dagelijks sterven? Een proces? Of is het een eenmalig feit: Rom 6:6, Gal 2:20? Hebben die geen ruzie? Het geheim is, dat degene die gestorven zijn, dagelijks sterven. Gestorven zijn is een geloofsdaad. De oude mens leeft voor God niet meer, Amen! Wat een bevrijding als je dat mag weten door het geloof. Maar ik voel het niet. En toch zegt het Woord dat ik dood ben – dat is geloof. Het gaat dwars tegen de mens in.
Iemand kwam bij een goede vriend van mij op bezoek. Hij klopte aan de deur. Bent u Kohlbrugge? Nee, die is allang gestorven. Nou ja, ik leef nog wel, maar ik niet meer. Rom 6:6 met Christus gestorven had hij juist gelezen. Heeft het Woord gelijk of ik? Ik voel helemaal niet dat ik gestorven ben, maar ik voel me een groot zondaar. Dan word je toch een kind van God, een nieuw mens? Nee, zegt de Heere je bent gestorven. Omdat ik dat mag weten wordt het van binnen vrede. Er is er maar Één waar, en dat is de Heere. Wat ik leef, leef ik uit het geloof. Of leeft u uit het gevoel? Gevaarlijk, hoor.
Gevoel is zo gevaarlijk, omdat ik gevaarlijk ben. Als je erop gaat steunen...

Wandelen door het geloof, dat moeten we leren. Dat is heiligmaking, Hem aanhangen. In Hem blijven. Heel wat anders dan gevoel, leren leven uit het Woord. Sommigen zeggen: soms geloof ik en soms niet. Kan dat? Maar je krijgt het ingestort. Rom 5. Sommigen denken aan heiligheid, rechtvaardigheid die ingestort wordt, maar het gaat om geloof, hoop en liefde. Zodat je door het geloof leert steunen op Zijn gerechtigheid.

Wie woont er in je hart? Dat kun je weten. Niet meer ik. Vroeger zat ik op de troon. Maar nu leef ik niet meer. Gods kind heef t altijd Christus in zich, hij voelt het niet altijd – dat is wat anders. 's Ochtends wil ik de aanwezigheid van de Heere Jezus ervaren. Maar het gebeurt wel eens dat psalm 42 zo maar gaat schreeuwen in je hart. David was toch een kind van God? Toch schreeuwde zijn ziel naar God, niet om te weten ik een kind van God ben, maar om God in nabijheid te ervaren.
Het leven is mij Christus, één verlangen, wandelen naar het Woord en niet meer de begeerlijkheden van mijn vorige leven, dicht bij de Heere Jezus zijn. Ook als je het niet voelt: dicht bij het Woord blijven!
Het is misschien wel een dag geleden dat ik U ontmoet heb Heere Jezus. Ik schaam mij – wat moet ik zeggen. Als u niet meer durft te komen, komt Hij vanavond naar jou toe. Mijn liefste, mijn schone, mijn duive..... dan knakt er toch iets? Dat U mij niet overgegeven heb aan mijzelf. Mijn kind, Ik kan niet meer zonder jou. Daarom heb ik jou getrokken met koorden van goedertierenheid. Ik heb maar één begeerte, dat je dicht bij Mij blijft. Leef van Mijn genade. Dat je wandel mag wezen in de hemel, vanwaar wij onze Zaligmaker verwachten.

Wie heeft er lust om de Heere te vrezen?
Het allerhoogste en eeuwige goed,
God zal zelf , in Christus, Mijn leidsman wezen
leren hoe ik wandelen moet

bevrijd – van mijn ik. U bent gestorven aan uw oude mens, voor God dood en u leeft door het geloof uit de Zoon van God. Als het irriteert ben je waarschijnlijk niet gestorven – het kan vanavond nog, door het zien op Jezus.

Edit