Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-07-30 10:45:00 ds. A.W. van der Plas (Waddinxveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 10:16 Joh 10:1-16 2006-07-30.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2006-07-30T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Jij mag niet meedoen, zeggen kinderen op het schoolplein. Jij hoort er niet bij. Klein en bitter voel je je. Teleurgesteld, je zou er zo graag bij horen. Zo gaat het in de klas, op je werk, zo maar opeens. Jij hoort er niet bij. Dan: één van de kinderen trekt je in de kring. Jij ook, want je hoort er wel bij. Zo gaat het ook bij God. In de wereld worden mensen uitgesloten – de duivel verdeelt, jaagt uiteen. We zijn op onszelf, en hebben liefst niemand nodig. Maar de Heere brengt samen, die alleen Één nodig hebben. Je gelooft nooit op je eentje. Niet: Mijn Vader, die in de hemelen zijt.
Met Pinksteren gaat het werk wereldwijd. Het gaat allen aan, geen mens zo arm zondig of klein of God roept je, vanmorgen. Andere schapen die van deze stal niet zijn. Kinderen en ouderen, mensen als u en ik, die van zichzelf erbuiten vallen. Hij geeft het, Hij is de Goede Herder. Geen huurling, die wijken als er gevaar dreigt, die het dicht bij huis houden, rekening en tellen. Eigen kudde eerst, alle anderen schrijven ze af. Wij zijn het volk van Zijn heerschappij. Maar zelfs daarbinnen: de schare die de wet niet kent is vervloekt – alleen hun eigen kringetje hielden ze over. Niet beseffend dat de Heere de wereld lief heeft. Hij wil hen behouden door het geloof in Jezus Christus. Die Zich ook de Goede Herder noemt. Hij heeft liefde voor Zijn schapen. En het gaat nog eens van Hem uit. Die schapen hebben Hem niet gekozen. Hij heeft ze gekregen van de Vader. Ik heb nog andere schapen: niet Ik hoop nog andere schapen te krijgen. Het geheim van het welbehagen van God, het gaat ons verstand te boven. Die schapen HEEFT Hij dus. Zo velen weten nog niet dat ze van Hem zijn. Sommigen moeten nog geboren worden.
En Hij koopt Zijn schapen met Zijn bloed. Heel het werk van de Goede Herder komt van God uit. Zo ruim en breed. Niet met een schaartje randjes eraf knippen! Ik kom om de kudde van Mijn vader bijeen te brengen en te behouden.

Het zijn schapen die niet deugen. Schapen en lammetjes – het heeft iets teers, in onze idee. Er is bijna geen dier zo lastig te houden als een schaap. Daar moet je de hele dag achteraan. Als het op de rug ligt moet je het overeind zetten, als sterft het. Het heeft sterke hekken nodig, anders loopt het altijd weg. Het vindt nooit zelf de weg naar de stal. Wat een vergelijking met ons!
Maar er is een Herder, die naar je vraagt. Hij roept Zijn schapen bij naam. Kinderen die gedoopt worden, daar zet de Goede Herder Zijn merk op. Ik heb nog andere schapen, mensen als u en ik: uit de heidenen. Die maar aan komen waaien, die van nature buiten de belofte vielen, beloften van God aan Zijn volk, die onberouwelijk zijn. God heeft Zijn plan met Israël, en vervult het. Misschien ook anders dan sommigen denken vandaag de dag. Israël behoudt zijn plek. De stal hier is Israël. Gans Israël zal zalig worden. Ook al verwerpen ze nu voor het grootste deel Messias Jezus. Maar er zijn nog andere schapen – u en ik, mensen die de Heere erbij wil hebben. En dat doet Hij door Zijn woord. Een zegen als je in de kerk bent – dan word je van jongs af geroepen. Dat is wat, als je nog onbekeerd bent, zonder God leeft, met al je godsdienst. Van je geboorte af is Hij je tegemoet gekomen, dan ben je nu misschien 80. “Wat verwacht je dan nog van Me?” Wie veel gegeven is, zal veel geëist worden. “Volg Mij”. Ongeloof is misschien wel de grootste zonde van je leven.
Ik heb u uitverkoren om vrucht te dragen in Mijn koninkrijk. Ik heb U niet gezocht, Heere, ik dacht van wel, maar ik liep alleen maar weg. Eigen wegen gezocht. Dat U al zólang naar me riep. Als jullie heel veel van de Heere Jezus houden – bidt maar dat je heel dicht bij mag zijn. Heere Jezus houdt U mijn handen vast. Wat een zegen: Heere Jezus ik houd van U. Toegebracht, geleid. Hij brengt je onder het Woord. Een woord dat je raakt is Gods bedoeling. Zoek Mij en leef.
Van onszelf leven we buiten de duisternis. Je leeft er in, maar je bent zelf ook donker – je geeft geen licht. Buiten òf binnen de kerk. ‘Vraag me niet waar het zondag over ging en wat het betekent voor mijn leven’.

De lammeren in zijn armen – het zwakke en kleine ziet Hij. Die naar je omziet en die je kent. Die MOET Ik toebrengen. Omdat God dat wil. De heilswil van God, het eeuwige welbehagen. Het gaat om het horen van die stem. De duivel jaagt je voort, de Heiland roept je met Zijn stem. Je wordt getrokken naar het Woord en de bediening van de sacramenten. Je hoeft niet op een stem uit de hemel te wachten of een visoen of een droom, je hebt hier de kracht van het levende Woord; je kunt nog zo vijandig zijn, als de Heere spreekt, moet je het van Hem verliezen. Ik zal je een vlezen hart geven. Ik zal maken dat je me kent, dat je me dient. Mijn bloed reinigt je van alle zonden – Ik maak je tot een licht. Als je naam genoemd wordt – dat gaat dwars door je heen. Dat heeft betekenis. Je wordt getuige, hoort wat mij God deed ondervinden. Ademloos verwonderd. Waarom was het op mij gemunt? Ik heb je lief gehad met de liefde van Mijn hart. Dan ga je ook voor andere bidden. Je krijgt Hem steeds meer nodig, het ”voerbakje” gaat steeds meer rammelen in je leven. Je wilt geen woord van Hem missen. Gij hebt de woorden van het eeuwige leven, zegt Petrus.

Ze zullen Mijn stem horen. Niet: ik hoop dat er nog zullen zijn. ‘Misschien zal het nog voor iemand tot zegen zijn’. De Heere is machtig! Hij breekt door in zondaars harten: als het voor u kan, kan het toch voor de hele wereld? Zou er iets voor Hem te wonderlijk zijn? Hij bereikt Zijn doel, ondanks wat dan ook in de wereld. De verdrukking zal toenemen, maar het zal toch worden één kudde en één herder. Het wordt avond, de schaduwen worden langer. De Herder loopt daar, en Hij roept er steeds meer bij. Soms is het dringen, soms moet de Herder ingrijpen om ze op het rechte pad te houden. De kudde groeit gaandeweg, één massa en de Herder overziet ze allemaal. Eenmaal thuis valt alle onderscheid weg. Jong en oud rijk en arm. Bij de schaapskooi is Hij de deur en achter Hem zijn ze veilig. De Heere is nog bezig, en er is nog veel onderscheid en verdeeldheid! Maar het zal worden één kudde met één Herder. Niet meer: ik ben van Petrus, Apollos, Hervormd, Luthers, orthodox en dit en dat. Maar: wij zijn van Christus. Hij kent de Zijnen. Het komt er op aan, dat je Hem kent door het geloof. Ben je bij Hem bekend? Bijbel lezen en de kerk bezoeken is niet genoeg: ken je Hem als de Zaligmaker van je leven? De bokken en schapen worden gescheiden, je zult buitenstaan! Niet eenieder die Heere, Heere zegt... alleen als je een lichtdrager bent. Laat de zonde en volg Hem!

Wat zal dat zijn, als Hij verschijnt. Alle tranen zullen worden afgewist. Tegenstellingen uitgewist. Israël en de gelovigen uit de volken één. Dat is pas Verenigde Naties. Niemand zal meer rouw kennen, niemand van de weg af dwalen.

Straks is het getal vol. De kudde voltooid. Al Gods kinderen thuis. Voor eeuwig één kudde en Één Herder.

Edit