Edit|
EditReeks Samenvatting:
Jullie weten wel wat een litteken is, kinderen. Ik heb er ook een, op mijn bovenbeen. Op sommige veldjes mocht je niet voetballen, daar stond prikkeldraad omheen; wij deden dat wel. Een politieagent pakte dan de bal af. Dus wij holden weg en sprongen over het prikkeldraad, dat wil zeggen net niet hoog genoeg. Als ik dat litteken zie, weet ik weer precies hoe dat kwam.
Of je bent aan het spelen en er komt ruzie en ze zeggen, ga jij maar naar huis, jij hoeft niet meer mee te doen. Als je dan die jongen en meisjes weer ziet, voel je weer die pijn. Een litteken van binnen. Daar gaat het om. Paulus draagt ook een litteken. Hij heeft behoorlijk slaag gekregen in zijn leven. Hij heeft er veel op zijn lichaam en ziel. Wat is het bijzondere om nu te melden in de brief? Het zijn de littekens van de Heere Jezus.
Sommige uitleggers zeggen, dat bij Franciscus van Assisi zich zo vereenzelvigde met het kruis van de Heere Jezus, dat er bij hem ook wonden kwamen – neuropathische bloedingen noemen we dat tegenwoordig. Luther haalt z’n schouders erover op. Franciscus deed het zichzelf aan.
Anderen denken aan het brandmerken van slaven, zoals dat gebeurde in die dagen. Slaaf van de Heere Jezus? Dienstknecht, discipel – maar de uitleg slaaf zal o.a. in Kenia moeilijk geaccepteerd worden. Of anders: het lijden omwille van de Heere Jezus. Jezus werd verworpen als mislukkeling. Uitgespuugd, dat kerft een diepe wond in Zijn ziel. De littekenen van het lijden om Jezus. In Afrika lopen veel mensen rond met littekens. Vanwege de ‘clashes’ – onlusten tegen verschillende stammen. Te veel kudden en te weinig water. Littekenen die voor altijd blijven. Je buren blijven je buren. Die koeien die je daar ziet, die waren ooit van mij. Mijn huis kon ik wel weer opbouwen. Getuigen van vijandschap, van het kwaad.
Littekens na een operatie of ongeluk; herinneringen waarmee ik moet leven. Pijn en ook trots hoe een grote jaap het geworden is. Herkenning en erkenning. De herinnering blijft levend. Dat heb jij toen meegemaakt. Wonden moet je de kans geven te genezen. Een litteken is feitelijk een teken van genezing, dat het over is.
Jezus liet de littekenen zien aan Thomas. Herken en erken Mij nu maar. Zou Paulus gepast trots zijn geweest op al het lijden voor Jezus? Een klein beetje wel. Paulus onderstreept er zijn gezag zelfs mee. De brief aan de Galaten was uitzinnig genoeg. In het kielzog van Paulus kwamen meer christen geworden Farizeeërs. Als zij in Galatië aan komen vertellen zij wat ze weten – er moet nog iets bij. Jullie moeten wel degelijk de wet van Mozes gaan houden. Jullie mannen en jongens moeten besneden worden. Dan pas hoor je er echt bij. Paulus: Maar, je kunt toch niet nog wat toevoegen aan wat Christus heeft volbracht? Het gaat om het kruis, daar lijden wij onze identiteit aan af. Besneden of onbesneden – het maakt niet uit. Dat kwam over als: of je gedoopt bent of niet dat maakt niet uit.
Het gaat er om dat we een nieuw schepsel zijn. Het is geen evangelisatie traktaat. Maar gericht aan hen die nog niet lang christen zijn. Wij ‘weten’ wel waar het om gaat. Maar omdat we het ‘weten’ zijn we er niet mee bezig. Zijn we een nieuw schepsel?
Oefen geen geestelijke macht uit over die mensen in Galatië. Dat is een gevaar voor ons ook – dat wij iets erbij leggen, steeds. Mensen om je heen weten het net iets beter dan de Heilige Geest. Dat zie je in Afrika ook. ‘Kom maar naar mijn kerk en je wordt rijk’. ‘Jij gaat naar die Hervormde kerk – jij bent gedoopt als kind? Dat is niet echt, dat moet overnieuw.’ Een beetje geestelijke dwingelandij en mensen gaan over, maar de gemeente groeit niet. Het gaat om iets uiterlijks, met die besnijdenis. Littekenen zitten van binnen, Paulus kan veel uiterlijke littekenen laten zien – ik ben kampioen pijn lijden van de Heere Jezus. Alles over gehad voor Jezus. Maar hij zegt dat niet. Hier gaat het om een nieuw schepsel, de littekenen van de Heere Jezus, de afdruk van Zijn kruis zichtbaar in mijn leven. Zijn lijden, wat Hij voor mij heeft gedaan.
Wat betekent dat? Wij vertellen niet aan een ander, dat wij een nieuw schepsel zijn. Dat komt opschepperig over en we durven het niet, omdat we er niet van overtuigd zijn, of er niet mee bezig zijn. We schuiven het weg. Afrikanen stellen zich voor en direct erachter aan, ‘en ik ben een kind van God’, ‘en ik heb de Heere Jezus lief’. Ik moest er even aan wennen, maar wat prachtig dat je je eigen naam direct verbindt aan de Heere Jezus.
Thomas, geloof je mij nu? Nadat Hij uit de dood was opgestaan. Toen Hij al een verheerlijkt lichaam had – toch kennelijk die littekens in handen, zijde en voeten. Zodat Thomas en de anderen zouden geloven. Het waren wel genezen wonden! De pijn is weg. Alleen de littekenen, als teken van genezing, of: van de opstanding, die zijn voor altijd gezien.
In de opstanding worden wonden genezen. Misschien zijn er dan nog littekenen van herkenning – het kruis van de Heere Jezus. En we herkennen het en erkennen het. Ik ben hier nu, omdat de Heere Jezus voor mij aan het kruis is gegaan. Kijk eens met wat een grote letters ik dit schrijf. Het is nu een teken van verzoening, niet meer van vijandschap, wat een ander mij aangedaan heeft tijdens ‘clashes’. In Nederland hebben we nog al eens hoge verachting. Het leven en lichaam moet puntgaaf zijn, en ook het geloof, - `waarom mag het niet een klein beetje makkelijker gaan?` Een verzoeking. In Kenia merk ik dat nauwelijks. Het is voorbij – mocht er nog wat zijn over die koeien die van mij waren, dan zal de Heere Jezus dat later uitzoeken. Het accepteren van lijden. We willen comfort, ook in de kerk – het mag, als we het uiterlijk maar niet verwisselen met het innerlijke. Het gaat mis, als we het kruis niet willen dragen. Zijn we gericht op uiterlijke welvaart of wat God met ons heeft gedaan? Hij, niet ik.
De littekens staan ook voor het werk van de Heilige Geest. De Geest staat te kloppen; toe nou, ga naar de Heere Jezus. Je kunt zo toch niet verder leven? Je kunt die zonden toch niet meenemen naar de hemel? De port is veel te eng.
Als het om onze inzet zou gaan, dan was er nooit een kruis geweest. Als er comfortabele oplossingen waren was het lelijke kruis er nooit gekomen. Sommigen dragen een klein kruisje als sieraad, ook om te getuigen. Maar een kruis draag je op je rug, en het is ruw hout, niet van zilver en mooie steentjes. De geest zegt: sta op twee benen, vertrouw helemaal op de Heere Jezus, met je hele ziel, heel je verstand. Gewoon gaan achter Jezus, ook al kan er het een het ander met je gebeuren. Misschien kan lijden ontstaan, maar als je kijkt naar het kruis van Jezus, ben je genezen van al die afwijzing. Een teken dat wij genezen zijn, gericht op de wil van de Vader en het werk van de Heilige Geest. Het kruis van Jezus dragen, dat lelijke ding, en toch ziende op Jezus vol vreugde en dankbaarheid.