Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-08-20 17:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 25:13-30 Mat 25:13-46 2006-08-20.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2006-08-20T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We weten niet wanneer de Heere Jezus terugkomt. Reken dat ook maar niet uit. Het zal niet kloppen. Niemand weet dat, heeft de Heere Jezus zelf gezegd – alleen de Vader. Dan wachten we maar af. Nee, dan zit u er ook naast. U moet Hem verwachten, juist omdat u het niet weet. Ik hoef het niet te weten. Ik weet wel dat Hij dichterbij komt. De tekenen, die Hij gesteld heeft zie ik steeds helderder naar voren, alleen al gelet op het Midden-Oosten. Israël en rondom Jeruzalem – luister daar scherp naar. De bruid verwacht de bruidegom, niet de bruiloft. De tekenen der tijden zijn dan een liefdesbrief uit de hemel. Daar kom je door in beweging, dat raakt je hart – je zorgt ervoor dat je niet in slaap valt. In de kerk liggen ze alle tien te slapen. Niet in de wereld, want die verachten Hem helemaal niet. “Hij is er!” Als je dan wakker schrikt en je bent niet klaar... dwaas. Wel genodigd. Maar ze waren er niet klaar voor.

Gemeente, slaapt u, terwijl Jezus in aantocht is? Voor de deur van de feestzaal liggen ze te slapen. Alle tien. Als je slaapt hou je het oliepeil niet in de gaten. De lamp gaat niet meer aan. Aangrijpend en doodgevaarlijk. Waak dan. Juist als je niet weet wanneer Hij terug komt.

De slaven uit onze gelijkenis wisten ook niet wanneer de Heer terug kwam. Als je het weet is de spanning weg - o tijd zat, eerst dit doen, dan dat. Waakzaamheid is werkzaamheid. Niet met je armen over elkaar. Wakker betekent ook dapper. Op wacht staan. Een verpleegkundige in de nacht heeft het meeste risico in slaap te vallen. Alle patiënten slapen – dan wakker blijven, dat kost concentratie, inspanning. Gemeente, u hebt nachtdienst. Waak dan en werkt.

Die Heer heeft zijn bezit gegeven aan de slaven. Niet om het er van te nemen. Wat God u geeft is niet van uzelf. U hebt er mee te woekeren. Niet slechts zorgen dat er geen dief binnen komt. Ermee aan de slag, winst maken voor Hem, zoals de stichter van het Leger des Heils (1865, William Booth) zei.
Een talent is een gewicht, gewichtig, zwaar aan tillen. Vandaar geld, want dat werd gewogen, i.p.v. geteld. Het zwaarste gewicht wat mensen kenden. Gevaarlijk – stel dat ze er mee vandoor gaan. God neemt dat risico, maar dan komt u er wel achter, een keer. En Hij is een tijd weg, want een reis maken in de oudheid, daar gingen soms jaren overheen.

Ieder krijgt naar vermogen. De Heere Jezus vindt jullie nooit te oud of te jong om Hem te dienen, er is voor iedereen een specifieke taak, al lijkt het in iemands oog niet belangrijk. Hij is die Heer, Hij is naar het buitenland gegaan toen Hij naar Zijn Vader ging. De gemeente heeft gekregen om Zijn belangen te behartigen. Alles wat u hebt, ook als gemeente, moet Hem dienen, en het wordt nooit van u. U hebt het te leen. Om er winst mee te maken. Wee die slaaf die zijn taak verwaarloost. Die talenten zijn veel te kostbaar om er slordig mee om te gaan.
Die talenten zijn, allereerst de Bijbel. De boodschap van Zijn liefde die u is toevertrouwd. De belofte van Zijn Geest. Alles wat de wereld u presenteert kan daar niet tegenop. Een taak van de ambtsdragers, maar ook u allemaal. Als u van de Heere Jezus houdt is het geen (zware) last. ‘Mijn juk is zacht’. Echt waar. Een medearbeider van God – niet vanzelfsprekend, en ook niet makkelijk. Daar is wel iets voor nodig. Als je winst wil behalen, moet je handel drijven. Een handelsgeest – de Heilige Geest. Die bekwaamt ons om winst te maken. De kerk is Zijn atelier. Een heilige eredienst. Er zijn heel wat gaven die Hij uitdeelt, profetie, uitleg, gebed. De gave van de vertroosting, om balsem te gieten in geslagen wonden. Ook ver weg, de gave van de uitdeling, van de genezing. Gaven van hart, hoofd en handen.
Hij deelt ze uit, ieder wat anders. De slaven zeggen niet, mag ik dit doen en ik dat? De Heer beslist. Ze hebben wel allemaal dezelfde opdracht. Die dominee met dat éne talentje, daar blijft u misschien voor weg. Die kon bij God wel eens hoger genoteerd staan dan die dominee met 10 talenten. Hij deelt uit naar Zijn vrije wil. Mussen en arenden. Wie is belangrijker? Geen van twee, wel verscheidenheid – de ene engel is de ander niet. Met vier handen kon ik niet uit de voeten. Alle leden van mijn lichaam heb ik nodig.

Slaven met vijf talenten – vaak aan het front, zendingswerk, niet het makkelijkste. Maar ook al komt u naam niet in de krant – als je naam boven maar genoteerd staat. Je verantwoordelijkheid is dezelfde.

Wat doe je ermee? Je kunt het camoufleren, maar op de dag van Christus komt het openbaar. Maar het is een zaak van liefde, geen dwangarbeid. Er is veel luiheid in de gemeente – die mensen zie je nooit, altijd te druk, die niets voor Jezus over hebben. Maar God geeft u de vrije hand. Geen dwang. Maar Hij geeft wel de verantwoordelijkheid. Ik loop het gevaar mijn vrijheid te misbruiken. Die spanning ligt er vanmiddag in. Of je nu het huis doet, hoe je met je kinderen omgaat of je gaat naar school. De Heere Jezus gaat altijd met je mee – ben je ijverig voor Hem? Hij kan lang wegblijven – en Hij is lang weggebleven – als je Hem lief hebt is het altijd te lang. De tijd is daarmee des te kostbaarder. Terstond gingen die twee slaven aan het werk. Heb je tijd? God geeft mij tijd en wat doe ik er mee?
Ik heb tijd voor allerlei dingen, die ik leuk vind. Tijd om in de dienst van God te besteden. Niet 24 uur met de Bijbel op schoot, maar juist in alle dingen Jezus op het oog houden. Daar maak je geen verhaal van. Liefde houdt geen rekening bij.... Het is toch heerlijk om Jezus lief te hebben? Het gaat om de winst voor Hem, zielen voor hem te winnen. Lijkt wel Leger des Heils – dat is de kerk toch als het goed is? Bent u een soldaat in dat leger?

De derde slaaf.
Kijkt u in de spiegel? Is het een fraudeur of oplichter? Nee, hij zit in de kerk, hij weet dat zijn Heer terugkomt. En hij is nog bang voor hem ook. Veronderstel, dat ik het kwijt raak. Ik stop het weg, maar ik doe er niets mee. Je hebt mensen, die staan voor de beproefde waarheid, ‘maar heeft die waarheid jou te pakken?’ – dan is het stil. Dan denk je alleen aan je eigen hachje. Het belang van de meester staat hem niet voor ogen. Als je niet van Hem houdt, loop je niet zo hard. Hij heeft maar één talent waar hij verantwoordelijk voor is. Maar hij deed niets.

Ik kende u, dat u een hard mens bent. Als je zo over God denkt, haalt het niets uit. Maar daar word je wel naar geoordeeld. Je ‘wist’ dus dat ik zo was? Dan zal ik ook zo met je handelen. De twee eerste zijn blij dat ze worden afgelost van de wacht. Kijk eens meester! Dat is voor U. U mag het hebben. Er is geen verdienste. Een slaaf verdient niets. Goed gedaan, getrouwe slaaf. Jezus is blij met hen.

De Vreugde des Heeren. Dat is de werkelijkheid. Met Hem. Voor al de Zijnen, die voor Hem gearbeid hebben, en Hem liefgehad hebben. Als dat het einde is van je leven, dan heb je echt geleefd.

Er is nog een andere mogelijkheid. Hij heeft de meeste woorden nodig om zichzelf te rechtvaardigen. Liefde heeft niet zo veel woorden nodig. Daarmee wil hij zich handhaven voor de Heer. Angst. Als je hard over God denkt, kun je inderdaad bang zijn. Als je Zijn liefde zo beantwoord, wat moet je dan in de hemel doen?
Als u geen winst voor Hem gemaakt hebt, neemt Hij terug. Dan komt er nog de buitenste duisternis. Ontnuchterend. Wat als dat het laatste woord is, dat Jezus over ons leven zal zeggen. Ga in, of ga weg.

Wat doen we met alle talenten die God u heeft toevertrouwd. Ook: uw kinderen, wat doet u met de prediking, uw doop, uw tijd, etc.

De heer van de slaven hield afrekening, na lange tijd. Hij kwam wel, de tijd gaat dringen. Geen dag meer te verliezen.
Een grote schare, klein en groot - kinderen ook dus. Ze werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken, zegt Johannes. Met de minste broeders van de Heere Jezus gedeeld. Ben je ziek, heb je honger, zit je in de gevangenis, ik laat je niet in de steek.

Of zegt u: als ik maar eten heb, of als ik maar gezond ben. De minste broeders van de Heere Jezus... Met lege handen voor de troon.
Waak, want u weet niet de dag of het uur waarop Hij komt. Zalig die Zijn Heer wakend vindt, Hij zal hem zetten over al Zijn goederen.

Edit