Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-09-03 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorber. H. Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Open 3:18 Col 4:12-18 Open 3:14-22 2006-09-03.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2006-09-03T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De brief aan de gemeente aan Laodicea. Er zit ook een profetische blik in op de geschiedenis van de kerk. Thiatyra heeft een treffende gelijkendis met de RK. Sardis met de reformatie; Philadelphia – het Reveil. Loadicea is typisch de kerk nu. De kerk in de eindfase. Een ernstige boodschap, maar de Heere Jezus schrijft die gemeente niet af maar aan! De Grote Kerkvisitator. De Heere Jezus denkt heel anders over die gemeente, dan zij over zichzelf. Zou de Heere Jezus ook heel ander over ons denken dan wij...

Het lauwe Laodicea.
1. de ontdekking, noch koud noch heet, 2. de bedreiging, Ik zal u uit mijn mond spugen, 3. de raadgeving, koop goud.


De stad Laodicea in Klein-Azië: Je zou verbijsterd zijn over de ruïnes die je er aan treft. Geen levende mensen. Alleen brokstukken. Ze spreken wel, die brokstukken: De Heere doet wat Hij zegt. Zegeningen zowel als bedreigingen. Beklemmend.

Hier was een rijke stad, na een vernietiging na een aardbeving konden zich zelf weder opbouwen (zonder “Marshall hulp”). Rijk bankiersleven, opleiding voor arts, vooral oogarts. Ogenzalf en –druppels. Veel winkels, wol- en linnen industrie. Modieus geklede mensen, zakenlui, artsen, studenten. En nu niets meer. Er was ook een christelijke gemeente ontstaan. Dankzij de arbeid van Epafras. Een strijder in de gebeden. Hij worstelde in de gebeden voor die gemeente. Heilzaam als er ook hier mensen zijn, die worstelen met de Maranathagemeente. Niet mopperen, maar worstelen. Paulus heeft een brief geschreven aan Laodicea – staat niet in de Bijbel, niet geïnspireerd. Jezus Christus schrijft nu zelf aan die gemeente. Een boodschap. Tweede en derde generatie, die is lauw geworden. Het ziet bij henzelf in het hart, bij de kinderen in het hoofd (die hebben het slechts gehoord), en bij de kleinkinderen op de boekenplank (boeken van opa en oma die doe je ook niet weg). Geen van allen liep meer warm voor de Heere Jezus. Ze waren warm geweest en ze zijn lauw geworden. Ik draai een jaar mee, hier. Ik heb kostelijke kinderen van God ontmoet. Hoe het vuur hier gebrand heeft en nu lauw is geworden.

1.
Dit zegt de Heere Jezus. Drie namen: de Amen – Hij heeft het laatste woord. En het begin van de schepping. Niet meer ik, maar Hij. Het staat me niet altijd aan, maar wat Hij zegt is wel waar. Alsof Hij zegt: kerkgangers, kerkenraad en voorganger: neem Mijn woorden serieus. Zowel als Zijn lippen van honing druipen, en wanneer er een tweesnijdend zwaard uit Zijn mond gaat. Hij heeft ook het eerste woord.
Ik weet uw werken. Alle activiteiten. Dat gij noch koud zijt, noch heet. Een klacht over Zijn eigen kerk. Een waarachtige getuige...
Die gemeenteleden begrepen dat direct. Laodicea lag in een dal. Hierpolis boven de stad had warmwater bronnen. Via witmarmeren terrassen liep het naar beneden naar Laodicea, daar was het water lauw. Niet te drinken water. Noch koud, noch heet. Warm is heilzaam, koud is lavend en dorstlessend. Zijn wij een warme gemeenschap? Of een koele heilzame dronk? Of maken we kotsmisselijk... ‘Goed gezegd, dominee – ik word soms kotsmisselijk van dat hele zaakje; ik zit hier nog, maar er hoeft niet veel te gebeuren’... u hebt kritiek op anderen. Weet u dat er anderen zijn die kritiek hebben op u...? In het formulier lezen we zo meteen, dat we een walging hebben van ons zelf. En tegelijkertijd een dorst...
Hoe komt dat? Dat de gemeente, dat ik lauw geworden ben? De bron was boven, ze waren te ver verwijderd van de bron. De Levensbron. Dan word je lauw. Kinderen, jeugd, God beware jullie daarvoor. Geen kerk en geen wereld. Niet 100% in de wereld maar ook niet helemaal toegewijd aan Zijn eer. Geen vijand van God, maar wel een vriend? Geen verzet en geen overgave. Was je maar koud of heet. Alsof hij zegt: Liever een hele goddeloze, dan een halve christen. Liever een felle atheïst dan een naam-christen. Liever puur vijandig, want vijanden worden met God verzoend.
Geef dat ik volgende week mag wakker en dat mijn ”genegenheden branden” om gemeenschap te hebben aan het Avondmaal. Hij heeft mij zo vurig liefgehad. En ik Hem? Een beetje? Dof, mat, vlak, niet meer fris en kleurrijk. Glanzend, stralend, meer lauw dan trouw.
Er was een atheïst, in een dorp stond een kerk in de brand en hij hielp mee de kerk te blussen. ‘Dit is de eerste keer, dat ik de kerk in vuur en vlam zie staan’. Als wij nog eens zo in vuur en vlam staan, misschien dat er dan nog eens atheïsten in de kerk komen.

2.
Ik zal u uit mijn mond spuwen. Ik braak u uit, kots van u. Als de Heere mij ‘proeft’, zegt Hij dan ook ‘bah’? Ze hadden ook totaal geen zelfkennis. Tussen wat ze zeggen en wat ze zijn zit een gat. Zelfbeproeving moet voor Gods aangezicht, voor zelfbedrog zijn wij niet te goed. “Jullie zeggen” – onthutsend toch, dat de Heere Jezus zo anders kan denken over de gemeente, dan wij? Hij voelde Zich er niet thuis. De opkomst en inkomsten waren goed, elders gaat het een stuk slechter. ‘Als de Maranathakerk er niet zou zijn zou het hele centrale zaakje in elkaar vallen’, maar de Heere Jezus kwam buiten de gemeente te staan, en niemand merkte het, want de show must go on... Alles staat weer op de rit, de clubs, verenigingen. Jezus werd niet meer gemist. Voelt u zijn aan- of afwezigheid? Zo niet dan hebt u geen leven uit God. Als het kruis aan de rand verdwenen is, dan ontstaat er een noodsituatie (v.17): de ellendige, de arme, de jammerlijke, de blinde, de naakte, staat er. De woorden van de Heere Jezus slaan u. Ik voel me ook geslagen. Als de Heere Jezus de maat opneemt van ons geestelijk leven, dan niet om onze handen – ‘man ik heb wat uren in deze kerk zitten’. Niet om je hoofd – ‘ik heb wat boeken gelezen, zeg’. Ook niet om je mond – kan je nou vlot babbelen. Nee, om ons hart. Koud, heet, lauw.
Simson was een krachtpatser – zijn haarlokken verliest hij. En hij wist niet dat de Heere van hem geweken was, staat er. En opeens mistte hij Zijn kracht. Hij werd ellendig, jammerlijk, arm (een slaaf), blind (zijn ogen uitgestoken), naakt (kaal).
In Laodicea kon je beleggen, maar ze waren arm, en kleren kopen, en voor oogdokter studeren, maar ze waren blind.

3.
Gods oplossing voor geestelijke armoe. Koop van mij goed, witte kleren en ogenzalf. Wat u ontbreekt, heb ik. Denken van je drek gewassen te zijn – tegen hen zegt Hij het. Als een koopman. Goud – niet het geld van die banken, maar het goud van Gods genade. Daartoe werd Jezus arm. En witte kleding; wol en textiel kon je kopen, maar deze witte kleding om de schande van je schuld te bekeken. En ogenzalf, niet alleen een bril. Maar de verlichting van de Heilige Geest. Genade van God, de gerechtigheid van Christus, de verlichting van de Heilige Geest, dat je mag gaan zien wij God is en wie je zelf bent.

Wat is de prijs? God verkoopt niet, maar geeft alleen maar. Er is betaald voor al die heilsgoederen op Golgotha. God heeft met Jezus afgerekend, en zo wordt het ons in het geloof toegerekend.

Wie zou dat niet willen hebben..? Och had naar Mijn raad Zich Mijn volk zich gedragen. Zeven maal wassen in de Jordaan – die raad krijg hij, en boos dat hij werd! Zullen we luisteren naar wat de Heere zegt? Zullen we er tijd voor maken deze week? O ja (op zaterdagavond) – morgen is het Avondmaal. Zo werkt het niet, dan ontvang je volgende week geen zegen. “wat neemt Gij mijn verbond in uw woord?” (Psa 50:16)

En de Heere doet maar moeite om die heerlijke koopwaar aan u kwijt te kunnen. Of zit je nog te vol? Ja maar – waarom ben je zo aan het tobben en sloven, terwijl het je ziel niet redden kan. De Heere laat Zich niet afschepen bij de deur – Hij staat er nog!
De Heere Jezus zegt in v19: wie Ik lief heb, die bestraf en kastijd ik, dat doet wel eens pijn. Niet streng maar eerlijk. Achter die onthutsende worden zit een liefdevol hart. Er zit Zijn verdriet achter. Wees dan ijverig – dicht bij de bron.

Heere mag ik deze week weer naar u toe kruipen... Dicht bij u en achter dat stukje brood uw uitnemende liefde smaken. Uw onbegrijpelijke genade voor mij proeven.
Wees dan ijverig en bekeert u – dat wordt niet in de wereld maar tegen lauwe christenen gezegd.

Als de Heere Jezus onze gemeente een brief zou schrijven, wat zou er dan in staan? Zullen wij het eens proberen? Wat is er goed en slecht? ‘Ik heb wel een lijstje wat er allemaal mis is, dominee’. Alleen u deugt, en diegenen die het met u eens zijn.... Gelukkig hoeven we die brief niet te schrijven. Heere wat zou U prijzen en wat zou U tegen hebben?

Misschien zou Hij ook tegen ons zeggen wees dan ijverig en bekeert u.

Edit