Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-10-15 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 16 :43-44 Rom 6:1-14 2006-10-15.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2006-10-15T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Hellediepte en hemeltroost
1. Met Hem begraven (43), 2. Door Hem behouden (44).


1.
De vruchten worden ingezameld uit de offerdood van Christus, als de honing uit bloemen. Wat voor nut hebben we er nog meer van? De vragensteller heeft geestelijke honger. Het is hierin gezond om naar méér te vragen. Slechte eetlust betekent of ziekte, of er is te veel gesnoept. Als het al gauw te moeilijk en te taai is, heb je of te veel gesnoept van de lekkernijen van deze wereld of je bent ziek in je geloofsleven.

Vraag naar meer en er is ook meer. Vandaag het tweede nut. Zijn dood heeft nl. nu al betekenis voor mij. Mijn oude mens wordt gedood in mijn leven. Met Hem begraven. Niet alleen is Hij voor mijn zonden gestorven, maar ook: ik ben met Hem gestorven, dat betekent het kruis. Mijn oude ik is zonder Christus, zoals ik van nature geboren ben. Toen ik tot geloof kwam is mijn oude ik ook gekruisigd. Het is moeilijk om daar zicht op te krijgen. Zeker in je eigen leven.
Ons ego staat in het middelpunt. Ego-centrisch. `I, me and myself`. In het Engels is ‘I’ zelfs met een hoofdletter... Maar in het geloof is `Hij` eerst, dan `jij` en de derde wordt `ik`. Geen streep onder mijn eigen ik, maar door mijn eigen ik. Onze oude mens, noemt de Bijbel dat.
Is er dan ook een nieuwe mens? Jazeker. Bij de wedergeboorte krijg je een nieuw leven. Dat trekt naar de dingen die boven zijn. Er blijft nog wat van de oude natuur en dat trekt naar beneden. Die oude mens is geheel onder de macht van de zonde. Maar die bestaat niet meer.
In antwoord 43 staat iets waar ik het niet helemaal mee eens ben: begraven *wordt*. Beter is echter: gekruisigd en begraven IS. Dat is toch Schriftuurlijker. Paulus: ik ben met Christus gekruisigd en ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. De oude mens is de Farizeeër Saulus. In zijn bekering is die gekruisigd, gestorven en begaven. God heeft radicaal met de oude mens afgerekend op Golgotha. Mijn oude bestaan is begraven aan de voet van het kruis.
Vroeger was ook zo zichtbaar bij de doop. In de vroege kerk werd er volwassen gedoopt door onderdompeling. Daar zie je het heel duidelijk: met Hem door de doop in Zijn dood begraven. Door de onderdompeling ging een bekeerling onder in het water-graf, en opgestaan kreeg hij een nieuw wit kleed aan. Het oude werd begraven en IS weg. Dat symboliseert die doop.

Hoe werk je dat uit? Ga eens naar een kerkhof en roep de doden uit de graven – ze zullen niet komen. Prijs ze, doe ze mooie beloften, scheld ze en dreig ze – het is tevergeefs. Leer dan, zei een oude christen, de les van de dodenakker. Als je oude mens gestorven is – dan luister je niet meer, je bent dood voor de zonde.
Augustinus, die een krachtige bekering had meegemaakt, liep door de straten van Milaan, een prostitué kwam hij tegen, die hij voorheen goed kende. Ze riep hem en Augustinus liep door. Waarom luister je niet meer naar mij? De man die jij riep is de oude Augustinus, die dood is. Hij kan je stem niet meer horen. De nieuwe heeft Christus aangenomen en is een nieuw schepsel geworden.

Wat betekent het praktisch? De boze lusten regeren ons niet meer, zoals het in Rom 6 staat: Reken u voor de zonde dood. Maar leef voor God in Christus. Mocht er toch nog onkruid opschieten, dood die leden dan. Al die corrupte neigingen. De schuld van de zonde is vergeven, en de macht is in principe gebroken. Je bent niet volmaakt: ik was een oude mens, maar ik heb nog wel wat van die oude natuur overgehouden. De Farizeeër Saulus is de christen Paulus geworden, maar: als hij het goede wil doen, is het kwade nabij. Ze heersen niet meer over ons, maar zijn nog wel in ons aanwezig.
Ten tweede: dat wij onszelf tot een offer der dankbaarheid opofferen. Hij gaf Zich als een zoenoffer voor ons, nu mag ik mij geven als een offer aan Hem. Neem mijn leven, laat het, Heer’, toegewijd zijn aan Uw eer. Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig tot Uw werk. Neem mijn lippen tot Uw getuige, mijn stem, om U hulde te bieden, mijn voeten om Uw wet te betrachten.
Niet: niets van mezelf of één dag in de week. Maar helemaal.

Heb je je zelf wel eens op het altaar mogen leggen? Mijn wil is niet meer van belang of mijn argumenten en sentiment en hoe ik het gepland heb in mijn leven. Alles op het altaar, ik, zelfs mijn vrouw en kinderen...

2.
Een diep onderwerp. Met huiver alleen is er over te preken. Wat betekent dat: nedergedaald ter helle. Hier zijn we genaderd tot de 5e trap van Zijn vernedering. Christus die Zichzelf tot in de diepste diepte vernedert. Toen Hij riep: Mijn God, Mijn God. Opdat wij tot God zouden worden aangenomen en nimmer meer verlaten worden. Hoe diep zijn wij gevallen! Maar hoe laag heeft Christus willen bukken! Moeilijk, maar ook zo heerlijk. Net als een weegschaal. Zo diep ging Hij, zodat onze verlossing hemelhoog zou zijn. Wanneer is dat gebeurd? Je zou denken: na de dood: gekruisigd, gestorven en begraven – daarna? Luther ziet het zo, en Calvijn niet. Luther zegt dat Christus in de hel geproclameerd heeft dat Hij Koning is. De catechismus volgt Calvijn: toen Hij aan het kruis hing was het; niet de plaats van de hel maar de toestand van de hel heeft Hij ondervonden in de drie uren van duisternis. De godverlatenheid.
Waarom laat de catechismus dit dan na de begrafenis volgen? Het zwaarste lijden wordt aan het einde genoemd. Het dieptepunt. Niet chronologisch, maar psychologisch. Als je zonder God en hoop leeft, word je begraven en je leeft en sterft en je gaat naar de hel, wat God verhoede. De Heere Jezus heeft diezelfde volgorde doorstaan, doorleden; om helwaardige zondaars die in Hem hun vertrouwen hebben leren stellen, daarvan te verlossen.
Hij was niet zo zeer in de plaats van de hel, maar de hel was in Hem. In de godverlatenheid ging de Heere Jezus `verloren`. Toen werd de Borg verdoemd, opdat ik zou kunnen worden verzoend. In het hart van de Heiland was liefdegloed.

Er staat nog een onnauwkeurigheid: [de helse pijn] “in welke Hij in Zijn ganse lijden (leven), maar inzonderheid aan het kruis verzonken was”. Dat is niet Bijbels: de Heere Jezus zei immers: de Vader is altijd met Mij. Die helse smarten van de Godverlatenheid waren alleen in de drie uur aan het kruis, maar toen ook geheel!
God van God ontdaan, wie kan dat verstaan? Dat lijden en die pijn. In Gethsemané was de Heere al bedroefd tot de dood toe. Waar Hij Psalm 116 gezongen heeft, zoals ze samen het Groot Halleel hebben gezongen: Ik lag gekneld in banden van de dood. Alle troost moest Hij ook missen. Dat heeft de Heiland gedaan, tot driemaal toe: Vader, wanneer het mogelijk is....

Niemand kan zeggen dat hij totaal door God is verlaten. Je kunt wel als kind van God geestelijke verlatingen kennen, dat je nabijheid van de Heere niet ervaart. Maar dat is geen Godsverlating. Dat kan geen mens zeggen.

In het paradijs keerde de mens God de rug toe. In de hel zal God de mens voorgoed de rug toekeren. Duisternis. Want God is licht. Ook al staan we met onze rug naar Hem toe, dan zien we toch licht en schaduw. Maar als God zich van je afkeert, dan is er eeuwige nacht. God is liefde, met Zijn rug naar je toe is er alleen haat en dood. De hel is niet voor mensen gemaakt, maar daar zullen toch mensen komen, die voor de hel hebben gekozen. Wat is dat erg! Voor een gesloten deur. Buiten in de nacht en geen lichtstraaltje meer, als de vijf dwaze maagden. De catechismus heeft een lang antwoord, maar het is wel eens goed om lang bij stil te staan. In de Heavy Metal muziek schamen ze zich niet om met de hel te smijten. Een hele zaal scandeert: go to hell. Als je er als dominee over preekt ben je zware....

Maar er is een uitweg: De Heere is naar de hel gegaan om zondaren in de hemel te brengen. Laat je vallen in Mijn armen, dan zal ik je redden en meenemen. Naar dat land van zuiver licht en liefde en heerlijkheid, waar God zal zijn alles en in allen.

Onuitsprekelijk noemt de catechismus het. Gods gave is ook onuitsprekelijk, zegt Paulus. Ook het paradijs, de derde hemel. Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgeklommen. En ook de vreugde waarin we ons verheugen, zegt Petrus. Heeft u ook `huisraad` boven? Die familie verheugt zich met een onuitsprekelijke vreugde in Hem. Dat komt door dat de Heere Jezus in die onuitsprekelijke benauwdheid voor hen is geweest. Ondergegaan in mijn stroom van ongerechtigheden.

Opdat – dan staan er drie werkwoorden: ‘verzekerd, vertroost, verlost’. Dat is de bedoeling. Verzekerd in mijn hoogste aanvechting. Als uw geloof nooit is aangevochten is het nooit echt geweest, daar komt de satan op af. Het kan langs de afgrond gaan – het hoeft niet, maar dat kan wel. Ze roepen van binnen: jij kunt nooit meer zalig worden. Heere waarom verstoot Gij mij... Daarin verzekerd en vertroost te zijn! Ik langs het randje van de hel, Christus ging er door heen. Hij heeft de sleutels. Maar ook: Hij voert mij naar de hemelse zaligheid.

Als je alleen maar angst voor de hel hebt: is dat genoeg? Als de eeuwigheid in je hart gezonken is – zelfs dàt is een goede reden om vanavond naar de Heere Jezus te gaan. Ik lag gekneld in banden van de dood – dat zijn de redenen waarom Hij de Heere lief heeft! Ik kon geen kant meer op. Ik riep de Heere DUS daarom aan, in al mijn nood. Dan staat God allang klaar. Toen hoorde God. Hij is mijn liefde waardig. Om wat voor reden je ook gaat: Hij wacht om jou genadig te zijn.
In alle ernst is het ook een heerlijke zondag: hellediepten maar ook hemeltroost. Ook al ebt de blijdschap weg, al kun je niets meer terug zeggen tegen alle influisteringen: Mijn God, ik houd het niet meer, maar houdt U mij alstublieft vast!

Het is zo ernstig.

Een rijke man stond bekend om zijn goddeloos leven. Hij moest de dominee hebben, die zich voorbereidde op een begrafenis. Ik zou wel eens willen weten, hoe uw tekst zou luiden op mijn begrafenis? Ik zou geen tekst uit de Bijbel durven noemen: Je hele leven wilde je niet weten van de Bijbel. Maar uit de geloofsbelijdenis zou ik wat weten: gestorven, begraven, nedergedaald ter helle. Toen was het even stil. Zou die man tot bezinning zijn gekomen?
Zing dan maar na: God heb ik lief, want die getrouwe Heer hoort mijne stem!

Edit