Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-10-22 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zac 4: 6 Zac 4:1-14 open 11:1-13 2006-10-22.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2006-10-22T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een machtig visioen, moeilijk uit te leggen. Een illustratie van onweerstaanbaar werk van God. Daar mogen we moed uit putten, het werk gaat hoe dan ook door. Wat zich er ook tegen verzet. De geest zal Zijn werk voleindigen. Wat er ook mee in tegenspraak schijnt. Dit moet Zacharia bijzonder hebben aangesproken. Jeruzalem was een puinhoop. Mensen zaten moedeloos op de puinhopen. God zal Sion nog troosten en Jeruzalem nog verkiezen. Dat is krachtens het verbond. Het land dat verdiende om weggevaagd te worden, als een brandhout uit het vuur gerukt. De satan stookt dat vuurtje op. Hij wil God blijvend de voet dwars zetten, de weg van Christus blokkeren, en dat doet hij nog: Israël draagt als enig volk de naam van God: Isra-el. Hij kan er beter mee ophouden.
Jozua krijgt een nieuw priestergewaad, teken van Israëls reiniging. Het komt uit: anders had u dit woord vandaag niet ontvangen, voor Israël staat het echter nog uit: als de Messias wederkomt. De meerdere Jozua. Dat laat God aan Zacharia zien.
Het werd hem, te veel, hij valt in slaap. God maakt hem wakker. De Messiaanse toekomstmuziek klinkt mooi, maar wat er aan vooraf gaat niet.
Al 15 jaar ligt de herbouw van de tempel stil. Kan hij nog worden voltooid, hoe moet de dienst van de verzoening anders plaats vinden? Kan het koninkrijk van God nog gebouwd worden? Dat denken wij toch ook wel... Gaat het werk van God nog wel door?
De Heere laat het Zacharia zien. Hij zal zijn ogen hebben uitgewreven. In dit visioen is het stil, het ademt een wonderlijke rust. Als de Geest werkt, wordt het stil. Zacharia ziet de gouden kandelaar, dat deed hem natuurlijk aan de tempel denken. De kandelaar bleef altijd branden, maar hier komt geen mens aan te pas. Geen ambtsdrager, dat doet God zelf. Het reservoir wordt voortdurend gevuld, en de olie loopt naar de zeven armen. Twee olijfbomen staan er naast, de olijven hoeven niet geperst, zo rijp zijn ze. Het licht komt rechtstreeks van de olijfboom.
De Menorah is een teken van de Geest van God. Daar straalde het licht van de Godsopenbaring. De olie is daarvan de garantie. Zeven armen, de zeven geesten Gods, de volheid van het werk van God. Uiteraard stond die in de tempel. Daar is de Geest van God altijd aan het werk, in de dienst der verzoening. Wegwijzers naar Christus. Van Hem is die tempel het beeld, dat laat de kandelaar zien. Lichtwerpend over het altaar, het bloed, het offer. En over de priester. Het licht van Christus droeg Israël in zich. Een lichtdraagster in een wereld vol duisternis. Het straalt uit waar de olie van de geest is. Daar hoef je niets voor te doen, niet: je moet getuigen. Je kunt het licht niet horen, geen lawaai, maar het verdrijft de duisternis. Zo werkt de Geest van God.

Het is nooit de ene dag minder dan de andere dag, het licht blijft constant branden. Niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest. Dat beschaamt toch alle vrees? Gods werk gaat door, Hij zorgt er voor. De zaak van Zacharia is geen verloren zaak. Wat menselijk onmogelijk is, zal God tot stand te brengen. Gelukkig is het niet van ons afhankelijk. Het licht dat mensen ontsteken is kunst.

Je kan je niet ontgaan wat het geheim van de kandelaar is. Zeg het tegen Zerubabel – maar het maakt ons niet werkeloos. Ons wordt wel de les gelezen. Een moeilijke les. Ik steek liever de handen uit de mouwen, dan dat ik ze bouw, dat vernedert mij feitelijk. Ik vouw het liefst op eigen kracht. Om het van elkaar te verwachten. ‘Wij zullen’..... wij zullen niks, zegt God. Dat is kracht, geweld – lees de krant maar. De wereld is er vol van. Een demonstratie tegen zinloos geweld..? Alsof dat bestaat. In het geweld van de wereld hoort u hoe de Geest aan het werk is, stilletjes; je moet heel goed luisteren. Je hoort het zuchten van de Geest. Alsof bij een sterfbed.

Het roept me op tot waakzaamheid maar ook zelfbeproeving, bekering. De wereld staat in de krant, maar mijn hart niet. Is het zo veel anders? Het woordenboek van mijn hart doet voor de wereld niet onder. Als de Geest in u werkt, houdt u het voor gezien. U ontdekt dat al uw vrome werken ontoereikend zijn. Wij presteren te kort.

Diep zuchten, zegt de arts. Kom op adem. Kijk naar de kandelaar, God staat voor Zijn werk in. Het roept wel verzet op. Stefanus zegt: gij weerstaat altijd de Geest van God. Vele verdrukkingen plaveien de weg van de gelovigen. God verzwijgt dat niet. Maar wees niet ontmoedigt. Een immense puinhoop van de resten van de tempel, dat ziet het blote oog, maar het geloofsoog kijkt anders. Ik zie wat God ziet. Geloven is door Gods ogen kijken. Een grote berg van puin? Je zult een vlak veld worden. De gevelstenen komen er onder vandaan. De sluitsteen. Onder gejuich. Al voor de bouw voltooid is.
Het is voltooid geworden, maar later is het weer een puinhoop geworden. Alleen de westelijk muur staat nog. Het licht is weer gedoofd, toen Jezus uit de wereld ging. Het gaat om wat de Geest doet, dat heeft waarde. Het licht dat mensen ontsteken gaat vroeg of laat uit. God ontsteekt Licht. Het embleem van Israël is dit visioen. Een woordeloze profetie. Al is het licht nooit helemaal gedoofd in Israël, het is wel verplaatst. Het staat nu hier. Maar dat blijft niet zo.

Te dien dage... de geest der genade zal uitgestort over de inwoners van Jeruzalem, niet: Rotterdam of Ridderkerk. Israël komt tot zijn bestemming. Dat licht gaat over Jezus schijnen. Een licht zo groot zo schoon, gedaald van ‘s hemels troon. Tot heerlijkheid van Israël, dat is het laatste.
Als alle volken zich tegen Israël zullen keren – hoe zal dat zeggen, laat we maar zeggen: de verenigde naties. Hoe het verder precies zal gaan weet ik niet en ik hoef het ook niet te weten, God weet het; maar ik kijk er wel naar uit. Voor de Knesset staat een grote Menorah met de geschiedenis van Israël. Op de onderste twee armen staat onze tekst. Midden in Jeruzalem blijft dat woord staan. Maar hij brandt niet. Er is nog geen olie, de geest is er nog niet in. Bid er daarom om: met het gebed van Mozes: dat gans Israël profeten zullen zijn. En dat God zijn Geest zal geven. Dan bid je ook voor de kerk, want wij horen er bij, ook bid ik voor mijn kinderen, mijn buurkinderen. Ik bid voor de voltooiing van heel het werk van God.
Straks wordt de sluitsteen aangebracht, niet door macht of geweld, maar door Gods geest.
Het is niet spectaculair. Ogenschijnlijk stelt het niets voor. Velen huilden om het fundament, van het ‘kappeltje’ tov de ‘kathedraal; zie ze gekend hadden. Komt de geest van God er wel door heen? Je ziet zoveel teloor gaan en de vijanden maken zich op... wat komt er van terecht? Alles! Wie veracht de dag der kleine dingen? God begint altijd klein. Er worden toch geen reuzen geboren? Maar baby’s. Maar het groeit wel. God gaat door. Kijk maar omhoog. Mijn zeven Geesten Gods gaan over heel de aarde. Er ontgaat Hem niets. Onthoud dat. jongelui. Hij ziet zelfs het kleine paslood waarmee Zurbabel de muren recht zet als het ware.

Hoe moet het in gaan in onze kerk. Zijn er nog predikanten straks. Gods werk gaat door, maar toch. Zijn er nog jonge mannen, is dat uw gebed, gemeente? Of klaag je alleen maar? Die dominee is zus en die zo... God was blij met Zurbabel en de kandelaar bleef brandende en blijft zo tot de laatste dag, al wordt het nog veel donkerder. Israël zal het nog zwaarder te verduren krijgen en u als gemeente zult niet buiten schot blijven. De laatste getuigen stierven de dood der martelaren, de hele wereld riep ‘hoera!’
Er zijn toch gene bomen in de tempel? Zij zijn de ‘zonen der olie’, dwz zo vol olie, tot de rand toe. Hebreeuwse uitdrukking. Volgegoten ermee. Als het goed is, is elke ambtsdrager zo. Niet aangesteld door mensen, maar geroepen door God, de gezalfden des Heeren. De olie komt niet van beneden, verschil met onze aardolie. Hij komt bij God vandaan.

Langzaam leert een kind lezen, de Geest helpt. Wat heb je nu gelezen? Je kunt het eerst niet navertellen. Hij verstaat nog niet wat hij leest. Bij de klaagmuur niet, en misschien hier in de kerk ook niet. Daar heb je de Geest voor nodig. Wanneer het deksel van hun hart wegvalt. Dat is ook het geheim van de gemeente. Licht verspreidt zichzelf. Jezus is het licht der wereld. Dat is allerdiepste geheim van dit visioen. Het wordt in Hem vervuld. Hij het geheim van de geestelijke tempel. Het geheim van Israël en de gemeente. Uw geheim ook?
Dan heb ik leren afzien van mijzelf. Hij heeft Zijn Geest gegeven. Hij laat het licht branden. Juist vandaag versta ik dan mijn roeping. Hij die wandelt tussen de zeven gouden kandelaren, de volheid van de gemeente. De zeven gemeenten in Asia. Hij wandelt er middenin, in de duistere heiden-wereld. De duisternis wordt steeds dikker straks kun je geen hand meer voor ogen zien. En dan toch licht verspreiden. De twee getuigen zullen van God getuigen. Johannes noemt ze de twee olijfbomen. Ze delven het onderspit, hun lichamen liggen op straat in Jeruzalem. De eindstrijd zal heftig zijn. Maar ze worden opgewekt en varen op naar de hemel.
Het laatste woord is aan de God der legerscharen. Niet aan de vijanden van Israël maar aan de God van Israël.

Edit