Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-10-29 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 25:27 Gen 25:19-34 Heb 12:15-17 2006-10-29.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2006-10-29T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.8Mb)
Jakob

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Tweeërlei kinderen van het verbond
1. De keus van de ouders, 2. de keus van Jakob, 3. de keus van Ezau

Er staat in de Bijbel “Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat”. Waar denkt u dan aan? De ouderen zeggen misschien: dat doet me denken aan mijn jeugd, toen hoorde ik dat vaak: de uitverkiezing. Maar nee, daar gaat dat niet over. Zo wordt de uitspraak niet bedoeld. Voordat die kinderen geboren zijn, voor ze goed noch kwaad deden, had God gezegd: de meerdere zal de mindere dienen, maar niet tevoren: Jakob heb Ik liefgehad en Ezau gehaat. Dat zou niet eerlijk zijn. Het staat pas aan het einde van het Oude Testament in Maleachi. Ezau komt voor in het eerste boek van het Oude Testament. Als God Jakob heeft liefgehad en Ezau gehaat, is er wèl wat gebeurd! Ezau en zijn nakomelingen hebben zich geopenbaard als ongoddelijk en onheilig. Jakob wordt niet verkoren omdat hij beter was, en Ezau gaat niet verloren omdat hij verworpen was. Er is wel verkiezing, maar niet ten verderve. Ezau heeft God niet gediend en niet gehoorzaamd. En het lijkt me vreselijk als je zulke kinderen hebt! Laten we een blik slaan in het gezin van Izak en Rebecca en Jakob en Ezau; een blijver en kerkverlater, wat een spanning en verdriet geeft dat. Als je ziet dat een van je kinderen de kerk de rug toe keert; dat zie je bijna in elk gezin gebeuren in deze eindtijd.

De dagen van de bevalling waren gekomen. Er wordt een tweeling geboren, kaartjes verstuurd. De Hoorder der gebeden heeft hen verblijd. De tent wordt opgevrolijkt met kinderstemmetjes.
Die ene is een ventje om op te vreten zou je zeggen. Die andere... ziet er iets anders uit. Jakobs handje kwam eruit, alsof hij Ezau wilde inhalen. “Hielvasthouder” heet hij. Met zijn handen zal hij nog veel doen in zijn leven. Hij zal God een handje helpen, ja, ja.
Ze lijken van geen kanten op elkaar. En ze groeien verder uit elkaar. Opa Abraham leefde nog. En Sem ook nog; 600 jaar was hij. De Joodse traditie zegt, dat Sem een leerschool had. Bij Sem op school. Ze waren besneden en er was een altaar. Daar werd God gediend. Ze werden pubers, ze maken een beroepskeuze. Ezau was een jager, zwerft door de velden, hij hield van actie, avontuur. Ze hadden nog geen gameboy, maar daar was hij goed in geweest. De kunst was het om zo veel mogelijk neer te schieten. Dan ga je naar level 3 en 4. Zo gaat dat. Hij had verstand van dieren, hoe je ze moesten schieten en slachten. Verstand van de jacht. ’s Avonds laat was hij nog niet thuis. Rebecca is ongerust of hij niet door een wild dier verscheurd was....
Jakob was een herder. Schoot geen dieren neer, maar verzorgde bijv. een gebroken pootje van lammetjes. Herdersliefde. Van Jakob staat: Hij was een oprecht man. Dat staat er niet van Ezau en ook werd het weggemoffeld in andere vertalingen! Maar het staat er wel. Ondanks alles wat er later allemaal gebeurde. Hetzelfde woord wat er van Job staat. Hij hield rekening met de God van zijn voorvaders. Ezau was een veldman, een aards man. Oppervlakkig. Jakob oprecht, recht op – hij keek ook eens naar boven.

Je zult twee van zulke kinderen hebben. Ze hadden dezelfde ouders, dezelfde dag geboren, dezelfde opvoeding en toch zo’n groot verschil... hoe kan dezelfde zon de klei hard maken en boter doen smelten. Hoe brengt dezelfde levenservaring de een dichter bij God, en de ander verder bij God vandaan? Er is wat gebeurd op de leerschool van Sem. Abraham heeft verteld over God. Het verbond dat Hij bevestigt en de Verlosser die geboren zal worden. Het maakte indruk op Jakob. Mijn vader en mijn opa vrezen God. 15 jaar en opa stierf. En dat maakte een indruk op die Jakob... Opa is naar de hemel, dat weet ik zeker, maar ikzelf ...? God is er mee gaan werken. Jakob kreeg een zelfde verlangen om die God te leren kennen.

1.
Als wij moesten kiezen – voor wie kozen we dan? Als hij vertelde wat hij mee had gemaakt op de jacht, dan zou je ademloos zitten luisteren. We zouden Jakob ook een hand gegeven hebben, uit beleefdheid. God `kiest` anders. De jongste. De ouders kiezen ook.
Als je vroeger vernoemd werd, kreeg je wel wat eens. Ik ben ook vernoemd en ik zat altijd in de prijzen... Moet je niet doen.
Je kunt soms beter met de een of de ander opschieten, dat is niet erg, maar hier gaat het over voorkeur. Het lieverdje. Dat is niet goed. Helemaal zielig als je de reden ziet voor Izaks voorkeur voor Izak: de jachtschotel. Het ging hem door de maag. Dat valt me tegen van Izak. Waar is het gebed nu gebleven? Ik lees niet meer, dat ze bidden samen. Wat een waarschuwing voor ons! Het kan zo goed beginnen. Samen geknield bij het altaar, samen bidden en dan zakt het af. Ik geloof dat elk huwelijk een APK-keuring nodig heeft. Na één jaar al. Niet als de motor gaat horten en stoten... Keur je huwelijk, zijn er dingen waardoor onze gebeden verhinderd worden? Er was mot in die tent; als je de een voortrekt ga je de ander achterstellen. Tussen pa en ma zit het ook niet lekker. Gelukkig handelt de Vader in hemel zonder aanziens des persoons. Waarom haakt jeugd af? Ja, die kerk is hier veel te ouderwets ... De eerste 12 jaar, gemeente, voordat het kind met dominee of jeugdouderling in contact komt, heeft het 12 jaar opvoeding achter de rug. Dan worden de jonge takjes al gebogen een bepaalde kant op. De eerste verantwoordelijkheid ligt altijd in de tent.

2.
Ze zijn bijna volwassen. De beroepskeus was al gedaan. Sommige dagen zijn beslissend voor je hele verdere leven. Jakob had een soepje gekookt. En Ezau is op jacht, de dag begon gewoon. Doodmoe komt Ezau thuis, hij rammelt van de honger. Op zijn eigen ruwe manier zegt hij ‘laat me dat slurpen’, m.a.w. - ik wil het hele zaakje in een keer opzuipen. Ruw. Grof.
En dan Jakob. Als het goed was tussen die broers had hij het gegeven. Hij was sluw. Verkoop mij het eerstgeboorterecht. Dat was voor Jakob belangrijk. Familiehoofd. Familiepriester, een dubbel erfdeel kreeg je. De beloften van God gingen op jou over. Het is laf naar Ezau toe, en ongelovig naar God toe. God een handje helpen... kun je niet op God wachten? Dat is Jakobs keus.
Het ging hem wel om de zegen van God. Om het verbond, de belofte van de Heere, en uiteindelijk over de Heere Jezus Christus. Hij koos voor het geestelijk heil, wat je ook voor negatiefs over Jakob kan zeggen, dat zij zo. Hij zoekt eerst het koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid.
Wat een grote vreugde, zo klein ze zijn: als muisjes zitten ze te luisteren als het gaat over de dingen van God. Het lag voor Jakob bovenop. Een Bijbel en een dagboekje. Maar hij deed het op de verkeerde manier. Dat kan dus. Ook een jonge gelovige is vaak zo’n twee-mens. Ik ga zelf zorgen dat het uitgevoerd wordt. Ik wil Gods weg wel gaan, als ik hem maar mag banen. Als je de Heere voor de voeten loopt, val je de grootste builen. ‘Heere wat loopt U toch langzaam...’ “Jakob, man, laat het toch aan God over”, zouden we zeggen. ‘God heeft het toch zó geleid, Ezau is zo moe, en ik heb dat soepje net gekookt’ zo zetten we God èn de omstandigheden naar onze hand. Ik moet, ik moet, God belooft en ik ga het vervullen. Herkent u dat gemeente? Ik moet mijn kleinkinderen bij God brengen? Ik moet mijn man bekeren? Ik doe er alles aan, en het gaat helemaal mis. Loop God niet voor de voeten, zuster.

Weet u wat ik dacht? Nu ben ik beroepen hier in Rotterdam en nu moet ik de gemeente gaan bouwen. Dat is Jakob. Laat het aan God over. Dat zit zo in ons vlees, dat zit er zo in.. Jakob heeft het pas op zijn sterfbed afgeleerd: op Uw zaligheid wacht ik, Heere! (Gen 49:18). Dan mag God het doen. Dat is nog eens bekeerd worden.

3.
Ezau wil het verkopen. Zweren moet hij. Jakob geeft de soep en brood en Ezau at, dronk stond op en ging heen. Kinderen: zou hij gebeden hebben voor zijn soep? En gedankt? Hij ging heen, al verder van God af. Hij minachtte; NBV: Hij hechtte geen enkele waarde aan het verbond. Wat kan mij het schelen? Doet me niks. Het is de duurste prijs ooit voor een broodje en een kop soep betaald. Liever een bord soep nu, dan het land Kanaän straks, de zegen van God. Je pakt de blinkende muntjes, maar niet het papiergeld. Ezau pakt zakgeld i.p.v. de onschatbare zegeningen van God.

Het zijn twee mensentypen. Het ‘nageslacht’ van Ezau is nog niet uitgestorven. Tot welk type behoor ik? Laten we eten en drinken, want morgen ga je toch dood? Ezau was besneden, had op een ‘christelijke’ school gezeten, er stond een altaar in de tent, altijd mee geweest naar de kerk, maar ten diepste kan het me geen moer schelen wat er in de kerk gebeurt. Hier en nu, en niet daar en straks. Een jongen of meisje, die goed zorgt voor het lichaam maar, niet de ziel. Het tegenwoordige, niet het toekomstige. Liever een vrolijke dag nu. Al dat zware gedoe nu - ik ben daar gek , wat heb ik daar aan... - Liever een kooksel nu dan een feestmaal in het hiernamaals.

De Hebreeënbrief zegt, dat Ezau zich als een ongoddelijke gedroeg en later zocht hij het wel, maar toen was het voorbij, onherroepelijk. Geloofskeus. Kerkganger, jeugd! Een biertje smaakt mij beter dan een slokje avondmaalswijn – mensen als zombies aan die tafel - het doet me niks. In de hemel is geen bier .....Uitgaan is leuker dan naar belijdeniscatechisatie... je verkoopt je ziel en zaligheid, je verkoopt je zaligmaker. “Het komt wel – later” Laten we genieten van dat rode daar, genieten van dat lekkere daar, laten we de grens opzoeken en het verbodene doen, het trekt toch?
Hij heeft Jakob eerst hard uitgelachen. Zorgeloos verder geleefd. Getrouwd met twee heidense meisjes. Werelds tot en met, zo opgaand in afgoderij. Rebecca en Izak was het een kwelling. Geen gesprek mee mogelijk. Van ruilen komt huilen, maar hij wil toch de zegen, en dan is het te laat. Er was geen plaats van berouw. Dan hèb je een vette bankrekening... de schijn van de wereld achterna gelopen. Buik gevuld, portemonnee gespekt, idealen bereikt. Ontzettend verlies.
Dat ene nodige heb je zelf veracht, geen bal om geïnteresseerd. Dat komt wel een keer, aangrijpend als mensen en jeugd zich zo ontwikkelt, dan kan ik wel janken. Een korte lach en dan straks een lange luide bittere schreeuw, die de hel zal doorklinken. Eigen schuld, want ik heb het versmaad.

Als ik in je hart mag kijken, is er dan ten diepste verlangen of verachting? Ik denk aan de Andere Zoon. De Eniggeborene, die recht had op alle delen, en Hij werd knecht om uit zondaarsliefde oudste en jongste zonen te redden. Al heb je de Heiland verkocht... ook bij Judas had redding mogelijk geweest. Dan nog. De roep klinkt:
O zondaar keer weer tot de Heer
en bedenk - en zeg het later maar -
niets o Jezus dan Uw bloed,
geeft mij voldoening aan mijn gemoed
wat wij lieven in dit leven
niets kan ons voldoening geven

Edit