Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-01-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Nieuwjaarsdienst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 121:2 Psa 121 2007-01-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2007-01-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)
De liederen Hamaäloth

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De Heere uw bewaarder

De pelgrim die aan het woord is:
1. zijn vraag. 2. zijn vertrouwen, 3. zijn verwachting

Een gelukkig nieuwjaar! En dan bedoel ik het geluk van Psalm 2. Mag het een goed en vruchtbaar jaar zijn voor u en de uwen, maar ook een oogsttijd voor de gemeente. Zaaier en maaier te zijn.. Mag het het jaar zijn van jouw radicale, diepe, persoonlijke bekering, of een jaar van vernieuwde toewijding en heiliging aan Hem.

365 dagen wachten op ons. 365 vraagtekens. Is het een cirkel, een jaarring of eerder een wenteltrap, ga je naar boven of onderen? Je kunt niet om het hoekje kijken, alleen stap bij stap. Dichter bij de hemel of bij God vandaan? Het doet je altijd wat, je blijft niet op hetzelfde plekje. Ik hoop dat er voor dat kleine mannetje op die hoge preekstoel veel gebed zal zijn. Als ik ergens besef dat het zonder de hulp van de Heilige Geest niet gaat, dan hier. Het lijkt me vreselijk om u te moeten voeden uit een lege mand – als het volgebeden wordt door u en door mezelf dan mogen we uitdelen. Dat de liefelijkheid van de Heere God over ons zijn. Bevestig het werk van onze handen.

Kerst lijkt al ver achter ons, maar het is pas de 8e dag van de geboorte, Hij werd besneden en kreeg een naam.
Psalm 121 is een echte bewaar-psalm. Een reis-psalm, christenen lezen het nog wel eens, als ze op een lange reis gaan. Onze hulp – daar beginnen we elke kerkdienst mee. Een ik-psalm. Ik sla *mijn* ogen naar het gebergte. Een lied Hamaäloth, een bedevaartslied, een lied van opgang. Op de drie grote feesten (de ‘regaliem‘) gingen de mannen op naar Jeruzalem. Een pelgrimsreis omhoog. Een doorgaande opgang. Op tot Gods altaren, een leven zonder God is een afgang. Een neergang, die verkeerd uitkomt.
Ben ik me dat nog bewust – ben ik een zwerver – we zien wel, wat dit jaar ons brengt? Zijn we ons bewust dat we pelgrims zijn? Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij? Het ongeloof heeft twee lege bladzijden: de eerste en de laatste, waar kom je vandaan en waar ga je naar toe? Geen antwoord. Pelgrim moet je en kan je worden. Door de enge poort naar binnen.

1.
De vraag: vanwaar komt mijn hulp. De NBG en de NBV hebben daar een vraagteken. De weg is gevaarlijk – vanwaar komt mijn hulp? Als ik de bergen aanzie, daar kom ik nooit overheen. Kohlbrugge zegt: dit lied zal wel niet worden gezongen in de hemel, maar tijdens de pelgrimsreis wel, als de tranen van onze wangen rollen. Je voelt je hulpeloos – waar komt mijn hulp vandaan?
Ontvallen mij nog meer mensen, mijn baan staat op de tocht, bezuinigingen, je kunt ziek worden – als je wat voelt – het zal toch niets ernstigs zijn? Waar komt mijn hulp vandaan? Dan komt het antwoord:

2.
Mijn hulp is van de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft. Ik kijk boven de berg uit. Daarmee kan ik de toekomst in. Wat de toekomst brengen moge. Vroeger had je het groene kruis voor hulp aan huis, voor noodhulp het rode kruis. We mogen elkaar er op wijzen: wij hebben een ruwhouten kruis.
Dit reislied is in de toonsoort G van Geloofsvertrouwen gezet. ‘Mijn hulp mocht misschien eens..’, nee: mijn hulp IS van de HEERE. De Verbondsgod, de God in Christus, de trouwe, liefdevolle Ontfermer. Omwille van het bloed van het Lam kan Hij vergeven en zal Hij vergeven. En Hij heeft hemel en aarde geschapen. Hij is ook Almachtig. Die mij helpen kan als Schepper en wil als Vader in Christus, die nooit moede en ooit mat wordt.

3.
Zijn verwachting (3-8): `zal` komt zo vaak voor – daar klinkt belofte en hoop uit. Hij zal bewaren. Zeker weten. Niet alleen van Israël (4), maar ook van mij persoonlijk (5). De Heere Jezus heeft erom gebeden in het Nieuwe Testament. Dat U ze bewaart, Vader.
Wat is de verwachting?
.1 (3) Hij zal uw voet niet laten wankelen. Machtige troost – ik ben tot hinken en zinken ieder ogenblik gereed. Ik kan mijn paadje niet recht houden voor God. Die hinkende Jakob komt er toch. Hij krijgt ondersteuning van het Groene Kruis.
.2 (4) Hij zal niet sluimeren of slapen. Ziet – even goed opletten. Niet slapen, nog. Hij zal nooit wegdommelen. Baäl wel. De Heere knippert zelfs niet met zijn ogen. Misschien moet je dit jaar bij het ziekbed van een kind zitten, hoge korts. Geen minuut wijk je van hun zijde. Na dagen dommel je toch in. Deze Almachtige God, die Bewaarder, die Helper doet dat niet. Al val jij van verdriet in slaap, Hij niet. En daarom kun jij gaan slapen. Ds H. Visser zei dit: God kan er eenvoudig niet van slapen, zoveel houdt Hij van ons. Met een speciale liefde.
.3 (5) schaduw aan uw rechterhand. Je kunt heel veel verliezen, maar je schaduw raak je nooit kwijt. Permanent present. Er is iemand, en Iemand gaat met je mee. Wij voelen dat niet aan, maar schaduw is voor een oosterling iets heel verkwikkends, adem op. In de zon en schaduw – als het 30 graden is. Maar voel je het zonder en met God?
.4 (6) Maan was onheil in het oosten. Denk aan ‘maanzieke’ knaap. Het gevaar is er, maar het zal u niet neervellen.
.5 (7) Als er smart komt, dan zal het geen kwaad doet. Hij bewaard je in gevaren voor het kwaad, niet voor gevaren. Zoals een lijfwacht om de koningin is, altijd in de buurt. Onopvallend, maar als er gevaar is, dan springen ze met gevaar voor hun eigen leven in om hun koning te beschermen, zo bewaard de Heere je.
.6 (7) Uw ziel zal Hij bewaren, als een schat. Aan mijn ziel kunnen ze niet zitten, die is geborgen bij Christus. Ook mijn arme ziel!
.7 (8) Uw uitgang en ingang. Die pelgrims gingen hun woning uit, aan het begin van hun pelgrimstocht, Hij belooft je vanuit je huis tot aan de ingang in de tempel te bewaren, vanaf het vertrek tot je aankomst. Tot in eeuwigheid. De Joden in Israël hebben een mezoeza met een bijbeltekst aan de deurpost op grond van deze tekst. Als ze deur in of uitgaan raken ze het aan met een handkus. Als je het leven in komt en uit moet. Ook die laatste nacht is Hij er.

Zo durf ik het nieuwe jaar in. Vragen heb ik, vertrouwen krijg ik, verachting mag ik hebben, van die trouwe Heere.

Bunyan had het goed begrepen in zijm “Christenreis”, toen hij lag in de poel van moedeloosheid, de Heere bewaarde dat hij er in zou stikken; niet getroffen door de bliksem bij berg Sinaï, bewaard in de strijd met Appolion. Wat wordt het dan donker! In kasteel Twijfel werd hij bewaard, depressief in een dal. Hij gaf hem de sleutel van de belofte, en uiteindelijk kwam hij in Sion aan.

Met de Heer kom je niet om.

Nu reis ik getroost onder het heiligend kruis,
Naar het erfgoed daar Boven, in het Vaderlijk Huis,
Mijn Jezus geleidt mij door de aardse woestijn,
"Gestorven voor mij!" zal mijn zwanenzang zijn!

Edit