Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-11-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Dankdag - ochtendienst voor de kinderen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Sam 9:3 2Sam 9 2006-11-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.8Mb)
2006-11-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 7.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Dankpunten door de kinderen van de KBC opgesteld:

1.dat we gespaard zijn in de nacht
2.gezondheid
3.dat ik ouders heb
4.dat we een Bijbel hebben
5.dat we eten hebben
6.dat er vrede is in ons land
7.voor de kerk
8.voor de natuur
9.voor je huis, het dak boven je hoofd
10.voor de Heere Jezus, want door Hem krijgen we een nieuw hart

Preeksamenvatting:

Danken is delen

1.Mefiboseth is ver van het paleis
2.Mefiboseth naar het paleis
3.Mefiboseth in het paleis

Dankbaar zijn is niet eenvoudig. Een dominee dankte elke zondag voor het weer; de zon om van te genieten, de regen zo goed voor het land, etc. Op een keer was het zeer slecht weer en dankte hij: we danken u dat het niet altijd zulk bar weer is als vandaag. Er is altijd reden om God te danken.
David is koning geworden; hij denkt terug aan wat God hem allemaal gegeven heeft, dat God hem bewaard heeft en gezegend. David wil nu ook graag anderen laten delen in de zegen. In dit geval aan Mefiboseth, een gehandicapte jongeman. David wil hem weldadigheid bewijzen, vriendelijk tegen hem zijn, hem iets geven wat hij fijn vindt.(vers 7).
David is koning geworden na een roerige periode, waarin hij moest vluchten voor Saul. De rust is nu weergekeerd en David is op de troon. Hij denkt terug aan het verbond dat hij met Jonathan heeft gesloten; hij wil graag iemand van het huis van Saul laten delen in de zegen. Saul had hem vervolgd. Hij wil dus goed doen aan zijn vijanden. Normaal was dat je de nakomelingen van de vorige koning ging doden om concurrentie te voorkomen. David wil niet doden maar delen. David lijkt hier op God: het initiatief gaat van David uit, hij wil goed zijn voor slechte mensen, wil genade bewijzen om Jonathans wil. David lijkt hier op God. God wil ook zegenen, heeft vijanden lief, wil genadig zijn om Jezus wil.
Er blijkt nog een zoon van Jonathan te zijn; kreupel aan beide voeten. Hij was een soort prins dus; opgevoed in een paleis. Hij is gezond geboren. Toen hij 5 jaar oud was, hoorde hij dat zijn vader en opa waren gesneuveld. Zijn voedster / verzorgster rende weg met Mefiboseth, maar liet hem vallen. Hij brak beide beentjes; bleef daarna kreupel. Verlamd aan beide voeten. Inmiddels is hij een jaar of 20.
Mefiboseth is ondergedoken in Lodebar, uit angst dat David hem zou doden.
Die gevallen Mefiboseth doet denken aan de gevallen mens, aan u en ik. “Mefiboseth” betekent schande. “Lodebar” betekent “geen weide”, dorre matte plaats. De mens is goed geschapen, maar gevallen door een vrouw. Daar ligt een parallel met Mefiboseth. Ver van het paleis, weg van David, zijn weldoener.

2.Mefiboseth naar het paleis.
David zendt boden naar Mefiboseth toe in Lodebar. Mefiboseth schrikt zich naar, denkt dat het zijn dood wordt. Er staat dat David de koning een hekel heeft aan lammen en blinden.
Mefioseth is doodsbang. Maar hij moet toch mee, wordt als het ware gearresteerd. Toch dragen ze hem ernaar toe. God zendt ook boden naar u en mij, met als doel ons te zegenen, wel te doen. De boden zeggen: het valt wel mee, maar je hart komt niet tot rust. Mefiboseth kent het hart van David niet. Kennen wij het hart van de Heere Jezus echt? Denken we niet vaak dat hij alleen maar een rechter is? Maar het liefste wat Hij doet is weldoen, ons een nieuw hart geven, ons in genade aannemen.
Mefiboseth gaat richting de koning, met angst in het hart.

3.Mefiboseth in het paleis
Hij valt op zijn aangezicht en buigt zich neer. Op audientie bij koning David.Mefiboseth valt vol angst plat op zijn aangezicht. David zegt als eerste iets, noemt Mefiboseth bij zijn naam. Dat doet de Heere ook, toen we gedoopt zijn.
Daar lag Mefiboseth, met zijn kreupele benen. Mefiboseth zegt: zie hier is uw knecht. David zegt: vreest niet! Dat doet de Heere Jezus ook op tal van plaatsen in het NT. Vrees niet. Ik zal zeker goed voor je zijn om je vader Jonathans wil. Je krijgt van mij leven en overvloed. Vers 7: hij krijgt de akkers van Saul terug en mag brood eten aan Davids tafel en mag zijn als een van Davids eigen zonen. Hij mag wonen in Jeruzalem. Hij mag dicht bij David zijn.
Dat is genade! Dat verandert alles! Wat een verschil!
Lodebar: een dorp, ver weg van David, ondergedoken, weg van David, achtergesteld als invalide
Jeruzalem: de hoofdstad, dicht bij David, vooraan, op een ereplaats, aan Davids tafel.
Dat doet genade, dat maakt alles anders.
Mefiboseth zal gezongen en gedankt hebben. Waarom deed David dat nou? Niet omdat Mefiboseth dat verdiend had. Het was onverdiende genade. Om Jonathans wil. Begunstigd omwille van en ander. Zo is het bij ons ook. Wij krijgen niet zoveel om voor te danken omdat wij zo goed zijn, maar omwille van de Heere Jezus.
Reactie van Mefiboseth: hij buigt, kan het wonder niet op, verwachtte de dood, maar kreeg het leven. Hij is verbaasd, verwonderd. De eerste keer boog hij zich uit angst; nu buigt hij overstelpt door de goedheid van zijn weldoener. Verbrijzeld door de liefde. Hij vergelijkt zichzelf met een dode hond. Hoe groter God wordt, hoe kleiner je zelf wordt. Ze zeiden het vroeger gewoon plat, maar ze bedoelden het in elk geval duidelijk. Hoogmoed staat op 2 benen, maar als Gods liefde je verbrijzelt val je op je knieen.
Wij doen zoveel zonde, en worden toch begenadigd. Wat een wonder! Niet een keer, maar elke dag. Leven op kosten van een ander. 'k Ben een koninklijk kind, door de vader bemind. Mefiboseth bleef wel kreupel, moest gedragen blijven worden naar Davids tafel. Maar als hij daar zat, zag je die benen niet meer. Net alsof hij het niet meer was. Als je Gods genade kent, ziet God ook geen zonde meer in je, ziet hij je aan in Jezus Christus.
Hij kon wel van de stoel afvallen, maar er niet meer op klimmen. Zo is het ook bij ons en God. God is zo goed voor ons om Jezus wil.

Edit