Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-11-05 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 18 2kon 2:1-14 2006-11-05.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2006-11-05T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ons ten goede
1.Een helder zicht op de Hemelvaart (46), 2. Het juiste licht over de Hemelvaart (47-48), 3. Het gewicht van de Hemelvaart. (49)

Het wordt wel het stiefkind van de christelijke feestdagen genoemd, Hemelvaartsdag, en niet Hemelvaartsfeest. Het is eerder een fietsdag. Kerst, het feest van de Kindje. Op Goede vrijdag werd het Kindje een leidende knecht. Maar op Hemelvaart wordt Hij Koning! En dat vieren we nauwelijks.
Kerstfeest was de aarde-vaart. Goede Vrijdag de helle-vaart. 40 dagen na Pasen is de Heere Jezus naar de hemel gevaren. De tweede trap van Zijn verhoging. Eerst uit het graf opgestaan, nu naar de hemel.
“Verstaan” bedoelt de catechismus nooit om uit het hoofd te leren zo maar. Maar met je hart tot aanbidding komen van deze ten hemel gevaren Heiland. De discipelen aanbaden Hem. Ga zo de kerk uit, God prijzend! Daar wil de Heilige Geest ons brengen.

1.(vraag 46)
Voor de ogen van Zijn jongeren is Hij heen gegaan. Ooggetuigen. Tot DE wolk Hem wegnam, dezelfde wolk als op de Berg, en op de tabernakel. De wolkenwagen is een triomf – Zijn zegewagen. Tienduizenden engelen moeten er bij geweest zijn ter begeleiding. God vaart op met gejuich, wie? De engelen. De discipelen aanvankelijk niet.
Verhoogd o poorten nu uw boog, moeten ze gezongen hebben toen ze bij de hemel kwamen. Wie IS toch de koningder Heere? De Heere geweldig in de strijd; zit aan Mijn rechterhand zei de Heere...
Pasen is een open graf, de steen is weg. Hemelvaart is een open hemeldeur. De deur staat nog steeds open. Ook voor mij. De houding van een christen is dat je kijkt naar de opening in de lucht. Harten naar boven en het oog hemelwaarts en tegelijk met je beide benen op de grond. De zaligen, de verloste zondaars, die ons zijn voorgegaan, die moeten hebben gejuicht voor de troon, toen ze hun Heiland in heerlijkheid terug zagen. Schitterend van schoonheid en pracht. Blijdschap bij de engelen – het hoofd van 's hemels legermacht keerde weer terug bij de Vader. Wat moet het voor de Vader hebben betekent! De Zoon verliet het vaderhuis, voor zondaars. Hij was dood en kwam terug. Hij werd een verloren Zoon, om verloren zondaars te kunnen redden. Deze was dood, maar hij is teruggekeerd.
Vreugde ook bij de Heere Jezus zelf. Verheerlijkt met de heerlijkheid, die Hij had bij de Vader eer de wereld was.

Ons ten goede. Het is nuttig voor u; Ik ga heen om plaats te bereiden. En Ik zal Mijn Geest zenden. Hij voer op met zegenende handen, het laatste wat ze zagen was niet Zijn rug en nek of vuisten na 33 jaar van verachting. Maar Zijn handen, met Zijn littekenen. Hoe hoger Hij kwam, hoe groter het 'bereik' werd, waarmee Hij kon zegenen. Zo bleef Hij Zijn handen houden en trok ze niet terug. Op grond van het offer.

Bent u wel eens onder die zegenende handen van de Heere Jezus gekropen? Dat is geloof. Toen je eronder stond, en je keek omhoog en je zag in die handen, wat zag je? Die littekenen, ja maar ook: mijn eigen naam, MM van Campen, in Zijn handpalmen gegraveerd. Die littekenen in Zijn handen zeggen mij: u ten goede.
Het is tijdelijk: totdat Hij wederkomt. Hemelvaart is een intermezzo. Een afscheid, maar niet voorgoed. Hij komt terug, niet zegenend maar oordelend, dan gaat de deur dicht, voor eeuwig buiten of binnen. Zul je aan Me blijven denken? Avondmaal, totdat Hij komt. Hij is vooruit gereisd, wij komen er achteraan. Pas op voor verleiders. Die bruid zal heimwee hebben naar de bruidegom! `Het wordt hier op aarde zo bange`. Verlang je nooit eens naar de wederkomst? Dan geloof ik niet dat je een kind van God bent. Een bruid die nooit naar haar bruidegom verlangt? Dat zit niet goed. Dan moet je vanavond nog naar God gaan, en vragen of het anders mag worden. Die heimwee hebben, komen thuis.

2.
Maarten Luther was een groot licht. Machtig door God gebruikt. Maar elk licht heeft zijn schaduwkant. Luther ook. Elk mens is eenzijdig, ik ook. Kleine lichtjes hebben ook schaduwkanten. We zweren niet bij die mannen, ik noem niemand mijn meester, slechts Één. Luther zei dat de menselijke natuur van Jezus vergoddelijkt is. De catechismus kiest de lijn van Calvijn. Ik ben met u èn ik ga van u weg. Het lijkt tegenstrijdig. Ook al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons niet alleen. Lichamelijk is Hij weg, maar naar Zijn Geest wijkt Hij niet van ons. In alle dagen, rouw, ziekte, zelfs op je laatste dag. Iedereen neemt afscheid, je voelt een hand en je kan niets meer terug zeggen. Al ga ik door het dal van de schaduw des doods – Gij zijt met mij: Immanuel - God met ons. Hij is machtig genoeg, met Zijn genade, majesteit en geest.


3.Wat heb je er aan. Ons ten goede.
De Heere Jezus zit niet met Zijn armen over elkaar in de hemel, met eerbied gesproken (Calvijn). Hij leeft om plaats te bereiden en om te bidden. O hoor naar Zijn beden, want Zijn bede geldt u.
Christus stierf aan het kruis, Hij leeft in de hemel en komt terug op de wolken. Ten volle blijft Hij `ambtsdrager` in de hemel.
Hij is onze voorspraak. 'Advocaat'. De Hogepriester heeft Zijn Eigen bloed gestort. Die verdienste heeft Hij in het hemels heiligdom aangeboden. Op grond daarvan wordt Hij een pleiter, advocaat. De hogepriester draagt een plaat met namen op Zijn borst.
Wat bidt Hij? We luisteren stil bij de open hemeldeur...
Hij neemt mijn gebed en reinigt het en doet er Zijn verdienste bij. Ik kan niet mooi bidden, nee ik ook niet. De Heere Jezus bewierookt onze gebeden met Zijn verdienste. Een gebed is als een brief. Net als een kind, `d` en `t` verkeerd en niet tussen de lijntjes, de Heere Jezus streept door wat niet goed is, onderstreept wat zwak is. En vult aan wat ontbreekt. En zo gaat Hij naar de Vader, en de Vader hoort altijd, naar die verbeterde versie. Daarom bidden we in Jezus naam...

Hij bidt voor de strijdende gelovige op aarde, net als Jozua en Mozes op de berg baden voor het strijdende volk. Vader, ik bid U dat U ze bewaard voor de boze, niet dat U ze wegneemt. Zo bidt Hij Zijn kinderen door de wereld heen, totdat ze thuis zijn. Uw woord is de waarheid.

Ik hoor nog wat: er is een kind van God gevallen in de zonde. De satan heeft hem als de tarwe gezift. Ik heb voor je gebeden, Petrus, dat je geloof niet ophoude. Wat bemoedigend! Ik wil soms het bijltje er bij neer gooien. Het is tobben, ploegen op rotsen. Maar Hij heeft gebeden, dat je geloof niet zal ophoude, en Hij zoekt je op en je tekent toch weer bij...
Op grond van Zijn voorspraak is er vrijspraak, hij heeft nog nooit een pleidooi verloren. Wij hebben een zaak hangende bij God. Een vonnis staat uit. Er is er Één, een Heiland, een voorspraak, een pleiter. Ik zou je hele zaak maar aan Hem toevertrouwen. Dan komt het goed, Hij doet het nog voor niets ook: pro Deo (voor God). Die wonden – verzoening voor mijn zonden.

Bemoedigend is: er zijn periodes, dan heb je helemaal geen zin om te bidden. Je mag je er niet achter verschuilen - ik heb het ook, ik schaam me ervoor, maar het gebeurt; maar wat een troost: als ik ophoud met bidden, dan gaat Hij door. Het hogepriesterlijk gebed eindigt niet met amen. Hij gaat gewoon door, ook als wij ermee ophouden. Als je laatste uur komt, ook dan bidt Hij. Dan is er een gelovige, zo'n Petrus, met een Simons natuur – ik mag weten dat er Eentje bidt dat waar Ik ben ook die zijn die Gij Mij gegeven hebt. Dan wordt een sterfdag een hemelvaartsdag.
Er was een rouwdienst, en de organist speelde: Dan ga ik op tot Gods altaren. Ook al wordt het lichaam begraven. Wat rijk. Om zo'n Pleiter, zo'n grote vriend te mogen hebben in het hemelshof, die het voor je opneemt.

Mijn vlees als een pand. Er is er maar een voor wie deze trouwring hier betekenis heeft. Dat is een pand, en mijn vrouw draagt het tegenpand. Zo is het met de Heere Jezus en de kerk op aarde. Ons vlees, als een ring meegenomen – als Hij Zijn lichaam ziet, denkt Hij aan ons. En als we de Geest hebben, denken we aan Hem in de hemel. Een ring in de hemel.

Door die geest zoeken wij de dingen die boven zijn, waar Christus is. De geest maakt Gods kind hemelsgezind.

Hemelvaart - een schitterend feest. Onze harten naar boven. Beide voeten op de grond.

Hier benden is het niet. Niet alleen.
Het ware leven lieven, loven
is daar waar men Jezus ziet.
Wil men leven, lieven en loven:
hoofd omhoog en hart naar boven.
(Jodocus van Lodenstein: Heerlijckheyds Loff)

Edit