Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-11-12 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 27:19 Gen 27:1-27 2006-11-12.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2006-11-12T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)
Jakob

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wat is de mens en wat is er in hem te prijzen? En wat in een gelovige? Niks. Roemen doen we niet in mensen en zeker niet in Gods kinderen, maar alleen in de Heere. De zonde van Gods kinderen. Een tent, een vader, een moeder en twee broers die zondigen. Een zwarte dag. Het rommelde al in de tent. Ze hielden er lievelingetjes op na. Hier ontlaadt het zich, een familiedrama, een dieptepunt. Een tragedie. Dwars door alles heen gaat ook hier Gods soevereine genade. Hij gebruikt ons, inclusief onze zondige handelingen, als stukken op een schaakbord.

De weggenomen zegen.
1.Izak ongehoorzaamheid (1-5), 2. Rebekka's slimheid (6-17 ) 3. Jakobs huichelachtigheid (18-29), 4. Ezau in zijn boosheid (30- )

1.
Het huwelijksleven van Izak en Rebekka is veranderd. Ze waren gehoorzaam en gelovig. Ze worstelden samen om de kinderzegen, maar ze zijn uit elkaar gegroeid. De verhouding naar elkaar en God is verkoeld.
Hij is 137 jaar – nog 43 jaar zou hij leven, daarna. Hij voelt zich oud en gebrekkig. Ezau maakt hij erfgenaam. Als ik lekker gegeten heb krijg jij de grote zegen. Hij bidt God niet om raad. We lezen niets meer over zijn gebed. En Ezau had eigenlijk moeten zeggen: de zegen komt me niet meer toe, want die heb ik verkocht aan mijn broer.
We kunnen er van leren: Izak houdt rekening met zijn sterfdag. We gedenken veel belangrijke dagen, geboortedag, of toen je trouwde, je kind geboren werd. Ook zwarte dagen: de dag waarop uw geliefde u ontvallen is. Izak denkt aan zijn sterven: ik moet mijn maatregelen nemen.
Hij is blind, misschien niet alleen met zijn ogen, maar had hij evenmin nog inzicht in Goddelijke zaken, alleen een mond voor lekker eten. Vleselijke begeerte, letterlijk. Een lekker boutje. Je hebt christenen, die tot geloof zijn gebracht, maar dan - ben ik een vleselijke of geestelijke christen, wandel ik naar het vlees of naar de geest? Izak wordt een vleselijke gelovige op het laatste van zijn leven. De jeugd wordt vaak gewaarschuwd – er zijn zoveel gevaren. Maar in de Bijbel zijn er veel meer oudere gelovigen die afvallen. 'Het zal wel zo'n vaart niet lopen'. Noach was geen jonge man, toen hij dronken was, David geen jeugdige puber toen hij in de zonde viel met Bathseba . Salomo was oud toen hij vreemd ging met vreemde goden en buitenlandse vrouwen. Er is het gevaar om het makkelijker te gaan nemen.
Ongehoorzaamheid – hij wist wat Gods wil was. Jakob moest de zegen ontvangen. Izak zegt, nee: Ezau. Willens en wetens. Hij boog niet zoals hij dat vroeger deed – hij was het met God niet eens. Dat heeft schade voor jezelf. Wie heeft zich tegen God verzet en vrede gehad? Hij heeft nog 43 jaar in schaamte en eenzaamheid geleefd.
Vaders: wat je zegt en doet is zo belangrijk. Want je kinderen ondervinden daar gevolgen van. Wat voor vader heb ik eigenlijk gehad? Ze hebben wel veel òm ons gebeden, maar niet met ons, toen we ouder waren. Waarom hebt u dat niet meer gedaan, vaders en moeders?
Er zijn medeplichtigen aan Jakobs leugens. Izak geeft de eerste aanleiding. Hij sleept ieder mee in de verkeerde keuze, die hij maakt. Er is een Joods verhaal, over een volk dat verslagen was in een oorlog. Omdat de koning te laat kwam in de strijd. Omdat hij van zijn paard gegooid was, omdat het struikelde, omdat het een hoefijzer verloren was, omdat er een spijkertje te weinig in zat, omdat de smid zich had verslapen. Het volk was overwonnen, doordat de smid zich had verslapen. Jakob bedroog door de aanzet van Rebekka, door de woorden van Izak over de zegen voor Eau. Daar begint het.

2.
De alarmklokken gingen rinkelen bij Rebekka. Gelovige moeder en ze gaat aan het werk. God had toch anders beloofd.... Ze zoekt het heil, maar het doel heiligt de middelen niet. Je kunt zo Gods zegen niet krijgen. Ze gaat haar man bedriegen en haar kinderen leren om zo te handelen. Zeg dat je Ezau bent, Jakob. Ja maar – Ezau is behaard. Vader zou me vervloeken als hij het ontdekt. Die vloek draag ik, zegt Rebekka.
De moeder heeft er alles voor over dat hij de zegen van God zou ontvangen. Zelfs: dat uit Jakob eenmaal de Messias geboren zou worden. Dat Jezus zijn deel wordt. Dat respecteer ik in Rebekka. Moeders: Denk toch niet alleen aan de studie en de carrière van uw kind, maar zijn ziel! Heere maak de belofte waar in het leven van mijn kind. Er zijn heel wat moeders, die de ziel van hun kind op hun ziel hebben liggen en de hemel daarmee aanroepen. Geef ze geen gestolen zegen maar een geschonken zegen... Maar ze helpt God een handje, dan krijg je alleen maar brokken.
Ze zijn zo uit elkaar gegroeid ze praten niet meer samen. Dat is uit het leven gegrepen. Rebekka, waarom ben je niet naar je man gegaan? 'Izak, je weet toch dat de Heere wil dat Jakob de zegen krijgt? Bovendien heeft Ezau het verkocht, veracht'. Ze had een probleem in haar buik met de tweeling en ze ging om de Heere te vragen, had ze dat nu maar gedaan. Gods tijd is goed, Hij komt nooit te laat.
Was het sowieso misgegaan? Misschien had Jakob er wel bij geroepen geweest en had Izak op Gods in-spraak zijn handen gekruist - het had gekund. Praktisch geloofsvertrouwen te hebben, dat is zo moeilijk.
Gods kinderen zondigen nooit goedkoop. Het bittere gevolg was, dat ze haar lieve jongen nooit meer heeft terug gezien. Bitter.

3.
Jakobs huichelachtigheid. Het gaat hem om de zegen, maar het gaat mis. Hij had moeten zeggen: Moeder, zo werkt God niet. Hij heeft wel een sprekend geweten – als ik ontdekt word... Hij vreest de gevolgen. Hij ging om de bokjes te halen – je geeft toe en je geweten wordt gesust. Wat een zware gang met een kloppend bonzend hart, waar is de eerbied voor God en je vader? – hij liep toch door. Iedereen denkt: het is Izaks sterfbed. 'Vader?' - ik ben Ezau – eerste leugen. Had hij het maar laten vallen – vader ik wilde u bedriegen, wilt u het me vergeven... Hij gaat door, kind van God!
Izak vertrouwt het niet helemaal. De Heere heeft het dier mij doen ontmoeten – dat is helemaal erg. Hij misbruikt de naam van de Heere. Gebruikt het om een goddeloze lading te dekken. Vrome goddeloosheid, de naam van God wordt overal voor gebruikt. Pas op...
Wat moet dat voor Jakob geweest – de trillende handen van zijn oude vader over hem heen. De stem en de handen zijn verschillend.... ben je inderdaad Ezau: ik ben het. De derde leugen.
Izak eet, wat een spanning - komt Eau er al aan? Kom dichterbij en kus mij...Een kus, een judaskus op het voorhoofd van zijn vader, een voorvader uit het geslacht van de Heere Jezus. Wat zullen de handen va n Izak zwaar gewogen hebben.
En daar sluipt Jakob weg, een gestolen zegen op zijn hoofd.

Wat is de mens, wat is er in hem te prijzen. Onverdiende zaligheden. Jakob is een lid van het volk van God. Jakob heeft gezondigd tegen het 5e gebod (eert uw vader) het 8e (gij zult niet stelen), het 9e (geen vals getuigenis spreken), en verraden met een kus; en het 3e gebod (Gods naam misbruikt). Een gladde man is hij, een gladjanus. Bah, ik pak een steen en ik ... even wachten. Eerst kijken of we iets herkennen van Jakob en Rebekka in ons eigen leven...

Is er iets van Jakob in mijn leven? Een huichelachtige leugenaar. Misschien toch wel... je kunt in de kerk zitten met een Bijbeltje voor je – je zingt mee en je hart is zo ver van God - bezig met andere dingen. De stem is Jakobs stem en de handen zijn Ezau - ik kan best vlot praten over de Bijbel - prachtige liederen zingen; maar mijn leven vloekt met wat ik zeg. 'Huichelaar' – hoor ik van binnen. De geur van de wereld hangt aan mijn leven. De geur van het veld, niet die van de vreze van Gods naam. Als je hem hoort denk je – een gelovige, maar als je hem ziet... doen we ons anders voor dan we zijn?

Maar Jakob werd op zijn handen beoordeeld. Vat u hem?

Waar zit het evangelie in? De Heere is zo eerlijk in Zijn woord. Ik verbaas me over de genade, de soevereiniteit van God. Iedereen in dit Bijbelgedeelte is klein, zwak, zondig en nietig. Er is er maar Één groot. Tegen de donkerste achtergrond gaat Gods plan door. En Gods trouw is wonderbaar – je zult zo bedrogen worden...Zoveel ontrouw, dat God er geen punt achter zet.... Zo'n wormpje Jakob, dat Hij die verkiest. En van dat wormpje maakt Hij een vat van Zijn eer. Israël en daarin schittert Gods grootheid.

Er is veel levensleed door mijn eigenzinnigheid. Dat Gods wijsheid van mij een kind van de Heere wil maken – dat is niet te begrijpen. De bittere gevolgen voor Jakob waren er ook – maakt hij hier misbruik van de duisternis van zijn vaders ogen, straks wordt van de duisternis van zijn tent misbruik gemaakt. Lea i.p.v. Rachel. Het geitenbokje wordt geslacht. Wat een mens zaait zal hij oogsten.

Maar we eindigen met God en de Heere Jezus. Hij is er toch in. Maar hoe dan? Calvijn doet een poging en hij haalt Ambrosius aan: dat vachtje en de klederen van Eau – dat zou een beeld van de rechtvaardigmaking zijn. Zoals Jakob bekleed was met de kleren van zijn oudste broer, daarmee verscheen hij voor de vader; een goddeloze in Christus` mantel gehuld. Maar de geur van Ezau is negatief, het past niet helemaal – een beetje vergezocht.
Een andere uitlegger zegt: Zoals Jakob met zijn ruwe vacht is bekleed – zo de Heere Jezus met onze zonden. Ezau rook juist naar de wereld. Zo is de Heere Jezus bekleed met mijn zonde om de zegen te verwerven voor al de Zijnen. De vloek zij op Mij! De zonde van Zijn voorouders en van mij op Zich te nemen en door dat Bloed alleen ziet God geen ongerechtigheid meer in Israël.
Wie roemt, die roeme in de Heere allen.

Edit