Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-11-19 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Themapreek i.v.m. de verkiezingen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 7:37 Joh 7:1-27 Joh 7:37-53 2006-11-19.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2006-11-19T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Woensdag zijn er verkiezingen van de Leden van de Tweede kamer der Staten Generaal. Verkiezingsstrijd. Felle debatten, welke partij gaat er winnen? We spreken er allemaal over. Hoeveel zetels zullen ze krijgen? Coalities worden gevormd. Een linkse?
Ik weet wel dat het onze verantwoordelijkheid is om als christen te stemmen. Welke partij? Daar waag ik me niet aan. Een Bijbels gegronde partij in elk geval. Ethisch rechts en sociaal links. Welke partij dat is, dat zoekt u zelf maar uit. Beloften worden gedaan.
Ik kwam terecht bij Joh.7, er zijn daar verschillende partijen. Aan welke kant staat u? Misschien dat u vanaf vanmorgen een andere keuze maakt. Er zijn 6 partijen en één Persoon.

Voor welke partij kiest u?

In Joh 7 en 8 is een gespannen sfeer, twistgesprekken over wie Jezus is. De sfeer wordt grimmiger. Stenen worden opgepakt.

Lijst 1.
(v3-5), de broers van Jezus. Zij geloofden niet in Hem. Triest. De wereld en de Zijnen verwierpen Hem. De massa geloofden niet, ook zijn broers niet. Ga maar naar Judea, naar Jeruzalem. Hij had een boodschap, deed wonderen – zoek de publiciteit maar op. Het was het Loofhuttenfeest. Was het sarcastisch of sympathiek bedoeld? De boodschap boeit ons niet, maar zoek de openbaarheid. Vers 6: Zijn tijd is het nog niet, de Vader bepaalt die tijd. Het gaat Hem er niet om op de slimste manier PR te maken.
Ze leefden heel dicht bij de Heere Jezus. Hoe meer je mensen leert kennen, moe meer je hun fouten en gebreken zult zien. “Als je een dominee wilt eren, moet je niet met hem verkeren”. Bij de Heere Jezus ligt dat anders: hoe meer je Hem leert kennen, hoe meer je Hem gaat bewonderen. Maar toch geloofden de broers niet.. `Onbekend de zonen mijner moeder`. Onbegrip en eenzaamheid, dat moet wat voor Hem geweest zijn naar de mens. Maria geloofde wel in Hem. De broers waren nog geen tegenstanders, maar niet meer dan toeschouwers. Dat kan bij ons ook zo zijn. Wat weten we veel van Hem, u en ik.
Ze gaan naar het Loofhuttenfeest, maar het is een godsdienst zonder Christus, zonder een levende band met de levende Heiland. Ik preek tegen u in de kerk. Stemde u op lijst 1?

Lijst 2.
(v 11, 15 bijv), de Joden. Ze zochten Hem te doden. Niet “het joodse volk”. In het Johannesevangelie betekent ‘De Joden’ altijd de geestelijke leiders, i.t.t. de schare. Niet alleen toeschouwers, maar felle tegenstanders. Theoloog, veel Schriftkennis, academisch gevormd, niet alleen ongelovig, maar fel anti. Verontwaardigd. Wie is die.... Hij heeft nog niet eens een behoorlijke opleiding gehad.
Zijn er mensen zo? Je kunt het hebben over de Bijbel, de kerk, over Gods volk misschien, maar spreek niet over Jezus – dat klinkt zo makkelijk, zo ‘evangelisch’. Niet dogmatisch, want voor dat je bij Jezus bent, dan... Toch zijn ze er vanmorgen. Ik wil u niet manipuleren, maar: Of je houdt heel veel van de Heere Jezus of je hebt een hekel aan Hem.

Lijst 3.
(v 12,20) de schare, de menigte. Er was gemopper. Verschillende meningen – ook: u hebt de duivel. Er was verdeeldheid om Hem. Er werd over Hem gesproken, sommigen vonden Hem sympathiek, anderen vonden Hem een bedrieger, of niet goed bij Zijn hoofd. Wat een verschillende meningen. Niemand heeft echter een geestelijke antenne om te begrijpen wat Jezus zegt. Ze wilden feitelijk niet. Geen kwestie van intelligentie. Zo iemand Zijn wil doen wil (v 17). Daar zit het dus op vast.
‘De preken zijn zo moeilijk...’, dat is niet het hele verhaal. ‘Als het korter was begrepen we het beter’. Het zit vast op je onwil. Hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaren maar u hebt niet gewild. Natuurlijk is het Gods genade, maar: gij hebt niet gewild, zegt de Heere Jezus hier. Die verantwoordelijkheid gaat zo ver, dat de Heere Jezus zelfs weent over jouw onwil. Zondag aan zondag stond ik voor je in de prediking; je zei wel dat het te moeilijk was, maar je wilde gewoon niet.
“Ik wou dat het nou eens bewezen werd”. Als me dat zou lukken – ben je dan bereid om voor die Opgestane Heere je neer te buigen, om je eigen wil in te leveren? Hem te volgen in alles? .... Je hart is er niet mee gewonnen. Onwil. Indien iemand Mijn wil doen wil, zegt Jezus. Geloofsgehoorzaamheid. Je weigert het, of je doet het. De Heere Jezus vraagt om daden, om gehoorzaamheid aan Zijn wil. Als je dat bereid bent, dan zul je zien: dit is echt God, echt Goddelijk. Hij beveelt dat iedereen zich bekeert. Niet zeggen ‘mooi uitgedrukt’, nee: dan moet je zeggen: Heere, hier ben ik.
Onwilligen, daar moet u dus ook niet op stemmen.

Lijst 4.
(v 25-27), de Jeruzalemmers. Net als ‘de Rotterdammers’. Het Loofhuttenfeest is de achtergrond. Uit het hele land komen de pelgrims. Maar de Jeruzalemmers woonden daar al, hun hele leven dicht bij de tempel. Die moeten toch de Heere God kennen? “Als de Christus komt, dan weet niemand waar Hij vandaan komt”. Hoe komen ze daar bij? Micha 5: Hij komt uit Bethlehem. ‘Nee, Hij komt zomaar uit de hemel vallen’. Ze komen tot vreemde redeneringen.
Je kunt heel je leven een put in die kerkbank hebben gezeten. ‘Ik ben er een van het eerste uur’, maar dan nog zo onkundig zijn voor je eigen hart en leven, met de vreemdste gedachtekronkels, hoe komen ze er bij? Je zou toch verwachten dat die eersten toch weten wat genade is? Zo dicht bij de tempel en zo onwetend.
Dicht bij Jezus als de broers helpt niet, dicht bij de tempel wonen helpt ook niet.

Lijst 5.
(32- ) De Farizeeën hoorden een deel van de schare. Ze zonden dienaars om Jezus te grijpen. Zij kenden de Schrift heel goed – Hij moest komen uit Bethlehem. Heel dicht bij de Bijbel, leefden zij. Ze wisten heel goed wat theologie was. De Bijbel kenden ze uit het hoofd, maar niet in het hart. Je kunt de Bijbel, de Misjna, de Ned. Geloofsbelijdenis, de Dordtse Leerregels uit je hoofd kennen – weet je dan wie Jezus? Kennelijk niet. Ze waren wegwijzer geweest: Bethlehem Efrata, maar ze gingen zelf niet kijken.
De bovendeur was open, maar de onderdeur van het hart bleef dicht. ‘Ik hoor regelmatig dingen in uw preek die niet helemaal kloppen, dominee’. Dat is fijn dat je dat hoort, maar hoe zit het met je hart? Is Jezus daar al binnen gekomen?

Is er geen een partij die deugt?

Lijst 6.
(v 32) De (gerechts)dienaars werden gezonden, De Farizeeën proberen ook nog anderen te weerhouden. De dienaars waren niet vooringenomen. Ze horen Hem leren in de tempel. Maar *zij* worden geboeid; ze begonnen Hem te herkennen als Messias.. Ze komen terug met lege handen. Nooit heeft een mens zo gesproken als deze Mens. Zo onder de indruk. Zo overweldigd door het gezag, de majesteit; nooit zo iets groots, zo iets geweldigs gehoord.
Geen enkele grote in de wereld heeft in Hem geloofd, wat denken jullie wel?
Ze waren onder de indruk. Ik hoop dat u zo ook wel eens uit de kerk gaat, dat u niet zoals een eend in de kerk zit. Je komt buiten en je schut het van je af, - dan word je verhard. Hier zijn mensen, die niet bevooroordeeld waren – open voor de zondagse woordbediening. Dan zit er altijd wat voor je bij. Dat geloof ik, niet achterdochtig, niet als toeschouwers, niet als een tegenstander om een ander op zijn woorden te kunnen vangen. Laat het goede in mijn hart neerdalen Heere en laat het kwade aan mij voorbij gaan.


De laatste is een Persoon. De Gezondene van de Vader, de Messias, de Christus. Op de laatste dag van het Feest, stond Hij en riep. De meeste Rabbi’s zaten. Hij stond, en Hij riep, dat gebeurde bijna nooit, behalve aan het kruis. De Lijdende Knecht des Heeren verheft Zijn stem bijna nooit, maar hier doet Hij het. Wie dorst heeft die kome tot Mij en drinke. Met al die ceremoniën op dat tempel plein, - de priesters halen met een gouden kruik water uit de bron van Siloam, over het altaar werd het uitgegoten, en ze baden om regen voor de komende tijd. Wie dorst heeft kome tot *Mij*. Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Tot MIJ, persoonlijk, ook voor jou persoonlijk, je moet wel komen. Dat gat in je hart, dat door niemand te vullen is, een bloedzuiger zit erin, het is nooit genoeg. Niet de auto noch het huis. God verzoent niet allen, maar verzadigt ook. Maar ook: stromen van water komen uit hem voort. Een leeg vat, dat gevuld wordt, op een goed moment gaat het erover heen, naar anderen toe.
39. Dit zei Hij van de Heilige Geest, Hij heeft het waar gemaakt. De harten van de gelovigen vervuld. He binnenste ging spreken tot zegen voor anderen.
Jezus staat boven de stromingen van Zijn tijd. Hij is geen demon, zelfs geen profeet, maar waarlijk Zoon van God, die gaat sterven. Pinksterstromen komen uit de hemel in de harten, tot de rand toe gevuld, en ze vloeien over. Het bewijs dat je in Jezus gelooft is dat anderen gaan merken dat je overloopt. Het vloeit ook uit jou naar anderen toe, een bewijs dat je bekeerd bent.

Jezus schreeuwde, alle partijen hebben dat gehoord. Wat zouden ze gedacht hebben? De broers waren vast schaamrood. Dat heb je als je slechts toeschouwer bent. Partij 2 zag groen van ergernis. Partij 3 was grijs, ze bleven verdeeld. Partij 4 waren paars – vreemde ideeën. Partij 5, de religieuze partij, ‘zwarte kousen partij’ ze zagen er netjes uit. Zwart. Partij 6, wit, het meest onbevangen. Maar, belangrijk: Uit *alle( partijen kwamen er uiteindelijk tot geloof. God haalt toch Zijn kinderen overal vandaan.

Ik hoop dat u geen rust vindt, wat voor kleur u ook draagt, voor uiterlijke kleding of partijkleur of huidskleur u ook heeft, voor dat u tot Christus bent gekomen. Dat u veel van Hem gedronken mag hebben. Dat u zo vol wordt dat anderen gaan merken: wat is er met jou gebeurd?

Bron van levend water, ontspring nu in mij,
Zendt Uw Geest o Heilig God en maak mij vrij.

Edit