Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2006-11-19 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 19 :50,51 Han 7:47-60 2006-11-19.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)
2006-11-19T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Regerend aan God`s rechterhand

1. (50) Het zitten van Christus, 2. (51) Het nut voor Zijn kerk.

De verzoeking van de Heere Jezus in de woestijn: na 40 dagen komt de duivel op Hem af: alle koninkrijken van de aarde worden Hem getoond: maak één kniebuiging voor mij. Zonder naar het kruis te hoeven gaan zou Hij koning worden van de hele aarde. Nee, zegt de Heere Jezus, Hij wilde de weg van Zijn Vader gaan. Door het lijden heen tot de glorie. Aan het eind van Mattheus lezen we ‘Mij is gegevenalle macht in hemel en op aarde.’ Gegeven voor God als Loon op Zijn arbeid. Niet alleen de aarde, maar ook de hemel. Als Zoon van God had Hij dat natuurlijk al, maar als Middelaar spreekt Hij daar. Over leven en dood, duivel en hel, heeft Hij macht.
Het koninkrijk is nu nog verborgen. Je ziet er wel iets van in het leven van gelovigen die buigen voor Hem, in christelijke gezinnen, waar rekening gehouden wordt met Zijn woord en overal waar Zijn gezag wordt erkend. De koning is nog een verworpen Koning. Wij als gelovigen zien Zijn koninklijke macht en majesteit door het geloof. Spoedig zal alle knie voor Hem buigen.

1. Zittende ter rechterhand
We zitten op de helft van de 12 artikelen van het geloof. Alles tot nu is voltooid, maar vanaf nu: zittende ter rechterhand .... dat is tegenwoordige tijd. Als we nu rechtstreeks in de hemel konden kijken zagen we een Jood aan de rechterhand van Zijn Vader zien zitten. Hij zit daar nu nog! En als Hij terugkomt, dat is toekomstige tijd.
Als Priester was Hij het hemelse heiligdom ingegaan. Hij doet daar voorbede – priesterlijk werk, nu gaat het over Zijn koninklijk ambt. Hemelvaart is ook een troonsbestijging. Geen koninginnedag: Koningsdag. Ook bij de verkiezingen belijden wij: God de Heere regeert. En daar vind ik rust in. Niet de Tweede Kamer of Beatrix of Bush of het Kremlin, maar de Heere. Eerst boven de aarde, nu boven de hemelse gewesten, en straks over zijn vijanden verhoogd.
Uitermate verhoogd is Hij. Boven alle overheid en gezag en macht. Tegen geen engel is gezegd: ga eens een poosje zitten aan Mijn rechterhand. Alle engelen hebben Hem aanbeden. Voor Zijn menswording was Hij in de schoot van Zijn Vader (Joh 1:18). Na Zijn Hemelvaart zit Hij op de troon als mens. Daniël heeft dat indrukwekkende visoen in Dan. 7: Hij ziet de troon van God met de engelen er omheen. De verlosten ervoor. De troon bestaat uit vonkende raderen. Een oude van dagen op de troon. Een mensenzoon ziet Daniel dan, die alle heerschappij krijgt. Voorbeeld van de Hemelvaart! Zitten aan de rechterhand is een oud oosters gebruik, een plaats van bijzondere gunst en eer. Tronen waren heel ruim – nog eervoller als je mocht zitten in die ene troon naast de koning. Onderkoning. Die plaats gunnen wij de Heere Jezus zo, als Zijn onderdanen.

David was tot koning gezalfd: hij was ‘de jure’ koning maar nog niet ‘de facto’. Er komen mensen in de spelonk tot hem, en zij maken hem koning over de 400 klungelaars (1Sam 22:1-2). Dat is de positie van de gemeente nu. We hebben schuldeisers, zijn bitterlijk bedroefd. We roepen Hem tot koning uit over ons leven, terwijl de wereld Hem (nog) verwerpt. Door het geloof zien we Hem als Koning, zegt Paulus in de Hebreeënbrief, maar door het geloof zien we Jezus met eer en heerlijkheid gekroond.
Het geloof is als een overtreffende trap van een sterrenkijker.

Stefanus hield een zeer scherpe rede, maakte zijn toehoorders woedend. Ze stopten hun oren toe. (Dat heb ik nog niet meegemaakt). Ze gooiden hem dood met stenen, dat lezen we zo even... Dat is wat, maar Stefanus kijkt naar boven en ziet de Heere Jezus die opgestaan is. Hij zit niet meer, Hij let op Zijn kind, dat daar dood gegooid wordt... De Heere Jezus staat als het ware al klaar om hem op te nemen in Zijn heerlijkheid, ze stenigen Hem recht in de armen van Jezus. Dat ziet het geloof en de rest ziet het niet.

Als je mag zien op die Koning, kom je wel eens in de verwondering terecht. De koningen van Scheba zag Salomo op zijn schitterende troon, van ivoor, met leeuwen er zo langs – de helft is mij niet aangezegd...
Wat is de glans en majesteit van Jezus? Zijn troon is een genadetroon, gebaseerd op gerechtigheid, daar ligt bloed aan ten grondslag. Nog geen oordeelstroon. Het paleis – de hemel, een geducht paleis, engelen als lakeien. Daar mag ik naartoe zonder bang te zijn.
De Heere Jezus draagt een ere kroon, een driedelige kroon, een tiara, drie lagen. De ijzeren kroon van macht, zilveren kroon van genade, de gouden kroon van heerlijkheid. Het kleed: geen slavenkleed meer, een statiekleed. Johannes kon er op Patmos over meepraten. Gouden gordel, blinkend. De scepter is van goud. Genade die toegereikt wordt naar rebellen, die tot Hem terugkeren.
Hij wordt genoemd goedertieren Koning, vredevorst. Beminnelijk vorst. Je raakt er niet op uitgekeken. “Als je bekeerd bent mag je niks meer”- stem je soms paars? Vreemde dingen, vreemde leer, hoe kom je aan die onzin? Hij regeert Zijn volk rechtvaardig, recht en zacht. Heb je er geen zin in, om onderdaan van Hem te worden?

Het Koningschap is een rode draad in de Bijbel. Jozef wordt onderkoning, kreeg een nieuwe naam: Zafnat Pa’aneach. De redder der wereld. De herauten gaan uit het hele rijk van Egypte – knielt! Dat is ook mijn taak. Ik roep jullie op, allemaal: kniel voor die Koning. Want dat wilde Farao, dat wil God, dat iedere knie zich buigt voor Jezus. Ga tot Jozef en doe wat hij tot je zegt. Dat zegt de Heere tot elke zondaar: Ga tot Jezus en doe wat Hij tot je zegt. Straks ontvangt Hij Zijn volk Israël, ze zullen nog buigen voor hun oudste broeder. Aangesteld om een groot volk in het leven te behouden. Hij kan niet zonder onderdanen. Er zal altijd een kerk blijven, misschien niet in een kerkgebouw, misschien in een schuurtje of een huiskamer. Jezus kan niet zonder onderdanen.
Knielt, doe dat vanavond nog. Ben je bang? Dat kan, Ester was ook bang – kom ik om, dan kom ik om. Ester raakt de scepter aan, dat is geloof. Strek je hand uit. ‘Mijn zonde, mijn zonde, dominee’; je kunt er niet op leven en zeker niet op sterven. Ik heb alleen verdiend dat de Heere mij verwerpt – dan mag je vanavond met de koorden der veroordeling om je hals zo naar de Koning gaan, en je zult merken dat het een goedertieren Koning is, Hij heeft nog nooit iemand weggezonden, die zó tot Hem kwam.
Maar er zijn er wel die weigeren om Hem Koning te laten zijn over hun leven, als Hij dan straks terug komt. Als je Zijn gezag, en genade weggooit. Dan zal Hij de ijzeren scepter pakken, als pottenbakkersvaten verbrijzelen – wee u...!

Ik zie er zo weinig van, dominee, de werkelijkheid is zo anders. Hij is het hoofd van de kerk, belijden we, en we scherpen elkaar aan. Het lijkt alsof de vorst der wereld het voor het zeggen heeft. Zo veel verdeeldheid en onverzoenlijkheid, ook in de kerk. Zoveel wat niet klopt voor mijn gevoel, alsof de duivel het toch windt. Soms roepen ze van binnen: ‘waar is die God? Waar is ie dan?’

Het is alreeds, een beetje en toch nog niet. Daarom: Uw koninkrijk kome, mag het doorbreken. Houdt het vast. Ten tijde van het opstellen van de catechismus rookten de brandstapels en de moordschavotten. Guido de Brès schreef brieven aan zijn vrouw. Niet één grote klaagzang, boordevol met waarom’s. Hij bemoedigt zijn vrouw met de boodschap van de Hemelvaart. Vrouw, wij hebben een Koning, ruwe stormen mogen woeden, maar Hij zal me niet vergeten. Hij smaakte de liefde van Christus.

2. Het nut.
Het nut voor Zijn kerk, een dubbele zegen. Koning van de wereld en hoofd van Zijn gemeente. Als het hoofd giet Hij hemelse gaven. Hoe word je lid van dat Lichaam? Door belijdenis te doen? - dan ben je belijdend lidmaat van de kerk hier op aarde. Maar door het geloof word je een levend lidmaat van Christus en dan blijf ik dat eeuwig. Als het goed is, en je belijdt echt je persoonlijke geloof dan is het hetzelfde. Met Pinksteren goot Hij de hemelse gaven uit, als het ware de eerste regeringsdaad van de Heere Jezus.
Uitgiet – niet als druppels uit een parfumflesje. Maar ook: gaven, dat duidt op verscheidenheid. Daar heeft de gemeente voor gebeden. Ze hebben de vensters van de hemel open gebeden.

Daar zit ook een les in. Er is genoeg aanbod, is er ook vraag?? Kan de Heere zijn gaven nog kwijt? Zijn we leeg? Zodat we van Hem vervuld kunnen worden? Hoe komt het dat ik niet overloop? Heere draai me eens om en schudt me leeg... Niemand hoeft leeg de kerk uit. Fijn dat u er bent. ‘Dominee, ik heb er niets aan gehad, heel de dag’ – dan is er wat mis, met u. U krijgt van de Geest precies wat u nodig hebt, u krijgt niet allemaal alleen wat u wilt, ik ben geen bedienaar van doelgroepen. Wel allemaal wat u nodig hebt; als je naar mij kijkt, kijk je een verdieping te laag! Als u vraagt: geef mij, Heer wat ik nodig heb, dan krijg je dat ook, soms in een gebed, een psalm, een tekst , één zin uit de preek. Heel veel verschillende gaven, zaligmakende gaven, ambtelijke gaven, geestesgaven.

Hij beschermt Zijn kerk ook. Niemand zal ze uit de handen van Christus rukken. Stel je voor dat de duivel dat kon, wat zou hij dan schreeuwen, het is mislukt! Er blijft er niet eentje achter. Er zal niet een pareltje ontbreken.
Niet dat je niets mee maakt hier op aarde – Maar Hij zal je bewaren, de satan kan je schudden en ziften als de tarwe, maar hij zal je nooit verloren kunnen doen gaan, dat duldt Gods glorie niet. We hebben zoveel vijanden, zodat we zouden weten wat we aan onze Koning hebben. Is hij uw en jouw koning?
Jezus is Koning, ja diep in mij hart leef ik in het geloof, Jezus Hij is koning.
Die ik mijn Koning noem, buig vanavond je knieën voor die koning, doe het nou.

Vanmorgen een opwekkingslied en nu eindig ik met een gezang:

Kroon Hem met gouden kroon,
het Lam op Zijnen troon.
Hoor, hoe het hemels loflied al
‘verwint in heerlijk schoon.
Ontwaak! mijn ziel en zing
van Hem, die voor u stierf,
en prijs Hem in all’ eeuwigheen,
die ‘t heil voor u verwierf.


Kroon Hem. De Vredevorst!
Wiens macht eens heersen zal
van pool tot pool, van zee tot zee;
‘t klinkt over berg en dal
Als alles voor Hem buigt, - alles, het zijn hier maar restjes. Alles – ook het stadion
en vrede heerst alom,
wordt d’aarde weer een paradijs.
Kom, Heere Jezus Kom!

Edit