Er wordt veel gezegd en geschreven, een kakofonie van stemmen om je heen, op straat en in het kerkelijk erf en in je hart. Jesaja schrijft zijn boek. Een nieuw hoofdstuk, een nieuw deel. Een majestueuze stem. God zegt: Troost, troost mijn volk. Händel is niet zo’n slechte theoloog als de Messiah opent met dit Bijbelgedeelte... Jesaja 40-66 heet wel het troostboek. De troost komt steeds terug. In het eerste deel beschrijft hij God als de Heilige, die komt met gericht en oordeel. En vanaf h. 40 openbaart die God zich als een God van genade, die de ongerechtigheden van Zijn eigen volk doet aanlopen op een Ander. Jesaja ziet en hoort dat allemaal. Ziener krijgt oog voor de werkelijkheid van God. Veel profeten schrijven op wat zij zagen.
Jesaja had Hem gezien in Zijn troon. Maar toen hij wist dat zijn schuld verzoend was hoorde hij een stem: wie zal Ik zenden? Hij heeft die stem nooit vergeten sindsdien. Oor voor wat God zegt. Alzo spreekt de Heere, hoe vaak lees je dat niet... Recht van spreken heb je pas als je eerst hebt leren luisteren. Daar klinkt die stem weer: troost, troost; vers 3, 6 steeds een stem. Uw wil geschiede bidden we, ook in de hemel. Daar hoort Jesaja wat God wil.
Gericht na gericht kondigde Jesaja aan, maar ze hoorden niet, het oordeel moest voltrokken worden, 100 jaar voor ze in ballingschap zouden gaan, hoort Jesaja al van de troost. Een diep ademhalen vanuit berouw. De ander moed en kracht geven om zijn moeite te kunnen dragen. De blik boven alles uit, naar wat God doet. Het volk heeft de harp aan de wilgen hangen. Eigenzinnigheid ten top. Troost dit volk. Hij heelt gebrokenen van harten. Het volk hoort een stem. Mijn volk... Uw God troost. De verbondsrelatie duurt door de ballingschap heen.
Troost – gebiedende wijs. Een opdracht, van de profeet. De taak van een voorganger, troost Mijn volk, dat gebukt gaat onder deze zonden. Spreekt naar hart, op de toonhoogten van het hart van de bruid. Roept het haar toe: haar ongerechtigheid is vervuld. Het oordeel is gedragen. De gesel van al die heiden-volkeren. Hebben ze voldoende geboet? Nee, uw ongerechtigheid is verzoend. God doet het. In de Man van smarten. Vertel dat er een Redder is, vertel het hart van Rotterdam, dat de ongerechtigheid verzoend is, in een Kerstkind. Een visionair? Nee, hij had oren voor wat God in de hemel zei. Vertel dat God Zijn volk verzoening zond in Zijn Zoon. Er is geen verdoemenis voor degene die in Christus Jezus is. Alles werkt mede ten goede voor degene die de Heere liefheeft.
God zal met Zijn sterke arm heersen en Zijn lammeren dragen.
Geef hoop, dat het beste nog komt, dat er een heerlijke toekomst volgt. Niet alleen van Kores, maar van een Man van Smarten.
Dan komt er een roep uit de woestijn – uit de hemel, hij echoot door de woestijn heen. Jesaja hoort dat. Troost, en maak een weg. De trooststem wordt gevolgd door de stem van de heraut. Veelzeggend voor een Israëliet. Het volk was zo vertrouwd geweest met de woestijn. De verlossing ging door de woestijn. Dor en droog, eenzaam.
Zo ging een heraut voor de koning uit. Hij zorgde dat er een begaanbare weg was. Hij gaf de mensen verwachting. De Koning komt!
Jaag de vrede na en de heiligmaking, zonder dat zul je de Heere niet zien – bereid de weg. Eeuwen later was er een man in de woestijn, die opnieuw wist: alzo spreekt de Heere. Hoe zal ik U ontvangen? Maak een weg klaar. Johannes hoort wat Jesaja hoorde, en wij horen het na-echoën.
Elke steen en hindernis moest weg, te grote bochten moesten een rechte baan worden, heuvels geslecht. Een snelweg. Bruggen over de valeien, tunnels door de bergen. Maak een rechte baan, ruim de zonde op. Beleid ze. Verhoog de diepe dalen van twijfel en zonde, en de bergen van zorgen en trots, en wat krom is in je leven: maak recht. En wat hobbelachtig is.. maak orde in je leven. Alles wat je weet, wat tussen jou en God of jou en je medemens staat: ruim het op. Breng vruchten voort, de bekering waardig.
De mensen kwamen, en beleden hun zonde en ze werden gedoopt. Ze gingen de dood in, van opstanding wisten ze nog niet. Ziet daar komt het Lam van God. Johannes was heel praktisch in het aanwijzen van de zonden, welke stenen er nog op de weg lagen.
En weer een stem uit de hemel: dit is Mijn Zoon, Mijn geliefde in Wie Ik een welbehagen heb. De Heere openbaarde zich op de weg van berouw en bekering. Hij toont Zijn heerlijkheid in de woestijn. Daar doopte Johannes Jezus. Lijkt een paradox. Het ere zij God openbaart zich als er een kind ligt in een stal. En als er een Man hangt zonder gedaante.
Nu komt een roepstem vanaf het gras: alles vlees zijn als gras, een bloem van het veld. Het is zo weg. De broosheid van het leven. Roep hoe belangrijk het is. Omdat de mens vergaat, maar het Woord blijft tot in eeuwigheid. Er wordt zoveel gezegd, maar God blaast erin en het is weg. Zijn beloften zijn echter ja en amen.
Het is het openingsstuk van de Messiah en gaat door in Behold your King – uw zaligmaker, uw Koning is geboren, zie Hem daar.
En Wij hebben een kruis gezien op Golgotha, Jesaja heeft het daar nog niet gezien. Wij hebben het gehoord in de vervulling. Die stemmen vanuit de hemel – als u goed luistert hoort u ze nog steeds. Afgestemd op de toonhoogte van de hemelse gewesten. Er zal geen moeite noch weeklacht meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbij gegaan. Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij, Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw!