Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-01-14 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Bevestigting A. Clements en J. Burger

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 134 Psa 133 Psa 134 2007-01-14.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2007-01-14T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.0Mb)
Bevestigingsdienst
De liederen Hamaäloth

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 134 is de laatste en kleinste van de liederen Hamaäloth. De Israëlieten zongen die in de opgang naar Jeruzalem, 3x per jaar. Een liedbundeltje.
Het begint met een opwekking om op te gaan, dan de bewaring onderweg. En dan komen ze in Jeruzalem. Op het tempelplein zijn ze niet alleen er is een grote schare. Samen te zijn met broeders en zusters. Daar is God ook aanwezig. Dat jullie dat ook in de kerkenraad mogen proeven, nieuwe ambtsdragers. In de liefde elkaar verdragen en elkaar opdragen.
Dan moet je toch weer naar huis: Psalm 134. De zondag zou voor u en mij iets feestelijks moeten zijn. Ik ben verblijd als ze me uit bed halen. Wie zegt er: jippie, ik ga. Broeders, toen u vanmorgen wakker werd, hoe was dat toen? 'Hoe branden mij genegenheên om 's Heeren voorhof te betreên?' Nooit? Dan is er iets niet goed. Altijd? Nee dan zou ik liegen. Maar, hoe fijn het is om broeders en zuster te ontmoeten. Jeruzalem ligt op een berg, je wordt er boven uit getild. Als je weer beseft dat het goed is tussen God en jezelf.
Vlak voor het vertrek verzamelen ze zich nog éénmaal op het tempelplein. Vijftien trappen af richting het eigen huis. Vijftien liederen Hamaäloth. De pelgrims zijn vol van Hem. Heere is de kern. Zegen komt ook in alle drie de verzen voor. Lof = zegen (Baruch). Zegen is goedspreken van. Loven als wij het over God doen, andersom is het een zegen krijgen.

Dienaars des Heeren.
1.ze zingen, 2. ze zuchten 3. ze zegenen.

1.
Het is een beurtzang. Twee groepen zijn aan het woord. In vers 1 en 2 roept het volk de priesters op om Hem te blijven loven, nu zij weggaan. In vers 3 antwoorden de priesters. Een wisselwerking. Een samenwerking tussen de ouderling-banken en de kerkbanken. Als ze opgeroepen worden te loven zeggen ze niet: we gaan er eerst eens over te vergaderen. Maar ze zegenen ze. En het volk houdt hen hoog. 'Wie komt er op huisbezoek? Die of die hoeft niet te komen' – dat is zondig. In een tijdperk van gezagsloosheid is het belangrijk om ze hoog te houden, niet omdat ze beter zijn, maar omdat ze door God geroepen zijn.
Loof Hem! Als de kerk God niet looft, wie dan? Laten wij de Sionsliederen even vrolijk zingen, als de wereld de liederen van Sodom zingt. Ik heb nog nooit, tot mijn schaamte, een preek gehouden over de lof des Heeren. Dat is de belangrijkste reden om naar de kerk te gaan. God moet er wat aan hebben! Niet: 'Wat nut het mij'. Maar, komt God aan Zijn eer? De eerste taak die je hebt is niet bezoek of kerkbeheer, of tafelwacht zijn, maar dat Hij aan Zijn eer komt. Ik ben blij dat er een Sing-in is, volgende week. Gebedsbijeenkomsten worden niet zo massaal bezocht. Maar ook het zingen is belangrijk. Bid u elke dag? Vast. Looft u God elke dag? Dat misschien minder. Eens zal het worden eeuwig amen en halleluja, zegt Augustinus. God woont op de lofzangen van Israël. De Heere Jezus zong zelfs de lofzang in de laatste nacht van Zijn leven. De Heilige Geest is bezig om harten te bewerken in het koor waarin de Heere wordt groot gemaakt. Wij hebben het afgeleerd, misschien zingen vanuit ons zelf het liedje van verlangen, of de loftrompet van ik, ik, ik. Maar de Heilige Geest leert je dat af. Farizeeërs maken nooit de Heere groot, ik lees het niet. Ze houden het meer bij de tradities en de dogma's, het moet allemaal kloppen bij wat de ouden hebben gezegd. Is dat het dan? De kerk is te herkennen aan haar lied en niet zo zeer aan haar dogma's. Er worden meer mensen bekeerd door een lied, dan door een leerstuk. Als ik op mijn sterfbed lig, dan heb ik liever dat de dominee een lied van Johannes de Heer aanhaalt, dan een stukje dogmatiek van Kersten.

Heb je reden om te zingen? Ik dacht het wel. Een wedergeboren christen is niet iemand die de vlag altijd halfstok heeft hangen! Christen zijn per definitie niet zwaarmoedig. Dat kan niet, als je bedenkt dat je verlost bent van de hel. Door onverdiende genade verzekerd bent van de hemel, kun je dan zwijgen? Als je gekocht bent met het bloed van Christus, zou je dan niet blij zijn? Als je van zwarte verleden verlost bent, ben je dan stil?

Je leven komt tot zijn bestemming, en God aan zijn eer. Niet dat ik gelukkig word en dat ik lang gezond blijf, eten, drinken, slapen wakker worden, maar het ligt in het groot maken van Zijn naam.

Maar er zijn toch ook klaagpsalmen, dominee? Ja, maar er zijn meer prijs-psalmen, en vele beginnen met een klacht maar eindigen in een lofzang!
Maar hapert het dan nooit bij u? Zeker, je kunt het niet opkloppen. Het verstomt wel eens, door de weerbarstigheid van het leven. Maar als gelovige voel ik me daar niet prettig bij. Het kan wel even verstommen. Maar daarna komt het des te harder terug! Zacharias had 9 maanden gezwegen, maar dan barst het uit.

Het is een beurtzang – dat is in het geestelijk leven ook zo. Soms krijgt die een beurt en dan die weer. Soms twee. Wie heeft er nog een loflied. Even niet vandaag? Dan volgende week weer des te harder.

In het voorhof zongen ze, daar stond een altaar. Lammetjes werden geofferd. De schuldige mocht blijven leven, het arme beestje stierf in de plaats van hem. Aan de voet van het kruis wordt het hardst gezongen. De kern van loven is verlossing. Het thema is Jezus die leefde en die leed voor mij, door Zijn bloedstorting op het altaar van Golgotha. Opdat ik mag leven.
Ik loof God om wie Hij is, en wat Hij doet. Dat er verlossing is, dat er bevrijding is. Dat ik mag zeggen, Abba.

Je wordt altijd overschreeuwd door het gejuich van de wereld (als er bijv. een doelpunt valt in de Kuip). Maar God legt Zijn oor bij die stemmen en harten, die Hem oprecht prijzen. Alle gij knechten. Groot en klein. Er zijn kleine Samuels. Als jongetje, meisje op de basisschool, kun je dan de Heere nog niet loven? Ook jeugdige knechtjes, tieners, Obadjah was zo'n knecht. Ook heel oud: Anna, de profetes, ook zo'n dienstmaagd, ze wilde alleen goed van de Heere spreken. Heere wat komt u dan te kort in mijn leven! Bejaarde gelovigen – ik zou u het hardst moeten horen zingen. U komt elke dag dichter bij huis. Dan moet je lied toch steeds luider worden gehoord. Bijna thuis!

2.
Zuchten, bidden, smeken. Voorbede – voor het volk. Een ontzettend belangrijke taak. Uitgestoken handen, hulp-aanvraag. Dat komt jullie twee misschien nog dichterbij. Ik moet mijn handen ophouden, want ik kan het alleen echt niet. (Dat moet zo blijven!) Lege handen naar een gevende God. Het is een moeilijke les. Ik zou er best een voorraadje van willen hebben in mijn zak. Nu moet ik telkens weer op mijn knieën.
Psa 28:2: “Hoor de stem mijner smekingen, als ik tot U roep, als ik mijn handen ophef naar de aanspraak-plaats Uwer heiligheid.”. Dat heiligdom is een aanspraak-plaats. Aanspreekpunt. Oren die luisteren, Handen die kunnen helpen. Hij laat Zich aanspreken!

3.
Het volk moet weer terig, het kan niet altijd zondag zijn -alhoewel, als die zegen meegaat kan het toch wel feest blijven. Ook morgenochtend.
Het is een samenvatting van de hogepriesterlijke zegen. Namens God, handen waar zegen uit drupt. Zo laat God Zijn volk gaan. Zijn gemeenteleden gaan terug naar huis. In vrede, met de zegen van God die je mee krijgt.
De handen klappen naar omhoog – die bidden staan met de palm omhoog. En nu de palmen naar voren/naar beneden – je mag doorgeven wat je zelf gekregen hebt van de Heere.
Wij hoeven er niet 3x per jaar voor naar Jeruzalem, maar wij mogen naar de HJ. Op de zege op de dood is Hij met zegen, zegenend opgevaren. Hij bidt nu als een Voorspraak bij de Vader. 'Al de knechten' – het gaat uiteindelijk om De Knecht des Heeren, die zegen is alleen te krijgen op grond van het offer. Uit zijn doorboorde hand vloeit die zegen.

We krijgen hem altijd mee. We dalen af naar het dagelijkse leven. De zegen is de geestelijke buit. Aan het eind – eerst moet er wat anders plaats vinden – de bediening van de verzoening, de prediking van het woord. Eerst keken we naar het Lam van God dat Zich liet dood bloeden. Hoe Hij mijn vloek droeg, opdat Hij mij met zegening vervullen zou.

Een belofte maar ook een opdracht: Wat je toevloeit uit God, mag doorstromen naar een ander. Je moet het uitdelen naar anderen.

Ds Abma zegt: Er zit beweging in deze psalm. Een heen en weer en op en neer. Het heen en weer van de pelgrims, naar Jeruzalem en weer naar huis. Zondag aan zondag heen en weer, dat is kerkvolk. De ambtsdragers op en neer. Het gebed om hoog. De zegen mag neer dalen op anderen.

Leef dicht bij het Lam, opdat het loflied gericht mag zijn op Hem, zuchtend tot Hem voor anderen, en zegen mag ontvangen voor mezelf.

Edit