Edit|
EditReeks Samenvatting:
De zonde van Mirjam, de houding van Mozes, de gevolgen voor de gemeente.
1.
Het volk is op weg naar het beloofde land; de uittocht, de wet, de telling en indeling zijn achter de rug. Vlak voor het wegsturen van de twaalf verspieders, zijn we. Op weg naar Paran, de laatste etappe. Maar tempo is er uit. Het volk had zich weer beklaagd in Num 11, er staat niet waarom. En voorts nog een keer: ze beklagen zich over het eten, het manna; dat is merkwaardig, want het is net zo veelzijdig bereidbaar als onze aardappel. Weer werd het volk gestraft. Dan nu een derde vertraging, dit keer een zonde bij de leiders van het volk. Mirjam, een regelaarster, al voor Mozes in het biezenmandje. Een sterk karakter. In Micha 6:4 staat ze genoemd als leidster.
Mirjam ging de vrouwen voor na de doortocht uit de Rode zee. Ze gaat zichzelf hier overstijgen in verkeerde zin. Ze begint te roddelen over Mozes. God heeft toch ook door mij en jou gesproken? Aäron was bekleed met aanzien, had het niet zo zeer zelf, geen sterk karakter. Hij leent zijn oren ernaar. Die Cusschitische is een tweede vrouw waarschijnlijk, Zepora was gestorven. Cusschieten worden niet genoemd bij de volken waarmee een Israeliet niet mocht huwen... Dus het mocht. We moeten echt wel oppassen om verder te gaan met een ongelovige. Trek geen juk aan met een ongelovige. Maar dat speelt hier niet:
Was dat echter het probleem van Mirjam met haar? Da Costa zeg, het zal zo gegaan zijn: Mirjam zag dat Mozes wat taken heeft gedeeld met zijn vrouw, en vervolgens kon Mirjam dat niet hebben. Ze was een tijdje nummer 1 als de grote zus van Mozes, en nu moest ze weer op de achtergrond. Het zou kunnen zijn.
Als wij ontevreden zijn met de positie die we van de Heere hebben gekregen: Hoeveel je hebt, je wilt nog meer. Mirjam zelf mocht profeteren, leiderskwaliteiten op haar plek, maar zij begint met deze zonden. Als de discipelen: wie zou de grootste zijn in het Koninkrijk. Welke geest heeft u en ik?
Zondag 39: “Vader en moeder en degene, die over mij gesteld zijn”. Ik moet ze alle eer, liefde en trouw bewijzen. Stel uw kind heeft straf gekregen op school, en vertelt wat de leraar allemaal verkeerd gedaan heeft. Gaat u daarin mee met uw kind? We moeten er zo voor oppassen. Wat zeggen we allemaal over de leraren, over de predikant, de kerkenraadsleden – wat geef je dan een verkeerd voorbeeld, wat zich gaat wreken... Kom niet in het vaarwater van Mirjam terecht! Het gezag is verdwenen in onze tijd, omdat het gezag van God niet erkend wordt.
Jeugd, houden jullie rekening met de zwakheden van dominee van Campen? Het zijn pittige mensen, de jeugd in Rotterdam. De dominee ook, hoor. Het kan zo erg zijn, dat een vader zijn kind in zijn gezicht spuugt – `maar heb ik dan nooit gelijk`? Je hoeft geen oneerlijke dingen te slikken, maar hoe ga je dat zeggen, rekening houdend met hun zwakheid... Wandel maar in de wegen van je hart (hoe je het zelf ziet), maar weet dat God u voor al die dingen zal doen komen in het gericht. Kom je daar dan doorheen?
2.
Wie reageert er het eerst? Zal Mozes voor zichzelf opkomen? De Heere hoort het! Hij neemt het voor Hem op. Het zijn verwijten tegen Mij. Ze moeten bij de Heere komen, gedrieën. Mozes stond er niet glunderend bij. Hij was de zachtmoedigste van alle mensen. Een karaktereigenschap? Ook wel. Maar er staat ook van Mozes dat hij zo driftig kon zijn – hij slaat eigener beweging op de rots, zat van het volk. Hij slaat de Eyptenaar dood. We moeten het niet psychologisch, maar geloofsmatig zien. Het woord voor Zachtmoedigheid wordt vaak door ellende vertaald. Net als piepschuim om nieuwe apparatuur: in staat om de klappen op te vangen, in geloofsmatige zin. Niet met een ander erover praten, dat is niet de eerste weg. Tot God zelf gaan. Als in Psalm 22. Het zachtmoedig volk zal rijk verzadigd wezen: wie God zoekt. Ze kunnen het zelf niet en ze zoeken God. Psalm 147: die gebrokenen van hart zijn, die zich tot Hem wenden. Dat gaat verder dan iemand met een goed karakter. Ik heb één adres. Hij zal het voor mij opnemen. Dit is de goede richting. Als g' in nood gezeten, geen uitkomst ziet, wil dan nooit vergeten:
God verlaat u niet. Vrees toch geen nood! 's Heren trouw is groot.
Wreek u zelf niet, geeft de toorn een plek. Ik zal het vergelden. Om dat af te bidden, wanneer God gaat vergelden, daar heb je genade voor nodig. Waar vind je wereldleiders van dit `formaat`?
Wie is die geest in Mozes? Als je alle bijbelheiligen optelt en je trekt de zonden er af en telt de natuur van God erbij, dan kom je op Christus uit. Mozes spreekt van mond tot mond met de Heere, net als Jezus. Moeder, weet je niet dat ik moet zijn in de dingen van Mijn Vader? Onbegrepen. Als Hij leed, gaf Hij het over aan de Heere.
Wat een troost voor alle ambtsdragers en predikanten, die ook wel eens ‘onbegrepen’ worden. Moet Hij dat spotkleed dagen? Ik deed Hem dat alles aan. Vergeef het ze, ze weten niet wat ze doen. Dat is de Geest waar wij het van moeten hebben. Als u onheus bejegend bent, op uw werk. Met die Geest kan ik het weer. Verder en volhouden.
Als je verkeerd geweest bent in deze dingen, zul je dan vanavond naar de Heere Jezus gaan, ik kan alleen nog maar met U verder. Die zelf onze zonden gedragen heeft in Zijn lichaam, omdat wij er aan zouden sterven en leven voor de gerechtigheid.
Wie de meerdere Mozes gelooft, die krijgt Hem en heeft Hem ook.
Is het niets voor u, dan moet je bang worden. In dezelfde zachtmoedigheid en rust zult u verdoemd worden. Val op ons bergen, voor Hem die op de troon zit, voor de toorn van het Lam. De zachtmoedigste, maar als die ontbrandt.... laat het niet nodig zijn. Dat Zijn zachtmoedigheid u mag grijpen. En mag zeggen: Hem ken ik.
3.
Miriam en Aäron zijn bij de tent geweest: Bij Mozes zijn er geen hulpmiddelen nodig. Hoe durf je je met Mozes te vergelijken. Als melaatse, een halfvergane miskraam, een vreselijk beeld. Aäron bidt tot Mozes en hij tot de Heere, de straf wordt een tijdelijke.
Het volk werd weer opgehouden. Wachten.
De ambten, de ouders en eenieder die over u gesteld is: neem acht op elkaar, broeder of zuster – je kunt elkaar afbreken en opbreken, je hebt elkaar nodig, scherp elkaar op in liefde en vermaan elkaar, de reis is niet het uiteindelijke doel, maar het Land. Het hemels Kanaän. Waar zijn volk zal wonen, naar Zijn raad. God zal zijn volle gunst vertonen. Vanwege dat doel hebben wij ons te onderwerpen aan het gezag en de instellingen van God. Vanwege de roep van Maranatha in ons hart.