Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-01-28 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 19 :52 Mat 25:31-46 2007-01-28.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.4Mb)
2007-01-28T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.5Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Maranatha
1. mijn Rechter verwachtend; 2. mijn vijanden verdoemd; 3. mijn leven verheerlijkt

‘Vanwaar Hij komen zal’, de vierde trap in de staat van Christus’ verhoging. De eerste was Zijn opstanding, de 2e Zijn hemelvaart, de 3e het zitten aan de rechterhand van Zijn vader in de troon. De derde trap is nu. De 4e moet nog komen. In de toekomst komt Hij terug. Spoedig. Gelooft u dat? Wie gelooft er dat Hij terug komt – wie hoopt er, dat Hij terugkomt, dit jaar nog? Niet – dan heeft u weinig van de Heilige Geest. Anders zou u zeggen: kom, Heere Jezus. Wie vieren het Avondmaal *totdat* Hij komt. We kunnen de datum niet aankondiging in een blaadje. Niet rekenen, maar we letten op de tekenen van de eindtijd en die zijn er. Het is geen spoorboekje.
Die tussentijd, nu, noemen we genadetijd. Aan de wederkomst zouden we ook een dag in onze kerkelijke kalender moeten besteden. Een Parousie-feest. Waarop we gedenken, dat Hij spoedig terug komt. Die ogen die jij nu in je hoofd hebt, daarmee zul je Hem zien! Rekenen we ermee? Maranatha – mooi om op de kerk te plakken, mooier nog om het op je hart te hebben. De eerste christenen zeiden het tegen elkaar in hun verdrukking. 100 jaar geleden was er de Maranatha-beweging van Johannes de Heer. Drie slogans: het leven van een christen gaat om verzoening, vervulling en verwachting. Verzoening met God, vervulling met de Heilige Geest; verwachting van Zijn komst. Een christen is een toekomst-kind, geen oudheidskundige. Verschil tussen het Reveil en de Afscheiding: De Afscheiding keken vol weemoed terug naar de Gouden zeventiende eeuw van de nadere Reformatie e.d.. Het Reveil keek vooruit naar de komst van de Koning.

De Catechismus is mager over de wederkomst van de Heere. Maar één vraag. In het Nieuwe Testament komt het onderwerp heel veel aan bod. Meer dan Doop en Avondmaal. De rede over de eindtijd, veel gelijkenissen. Zoals Hij naar de hemel voer, zo komt Hij terug. Alle brieven halen de wederkomst aan, het laatste boek gaat er helemaal over.
Het is al heel wat, als je alles van Hem mag verwachten. Dat is mooi. Maar dan ook Hemzelf verwachten. Psalm 25, ik blijf U al de dag verwachten. Jes 40: wie de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen. Ik kom spoedig – het laatste wat Hij zegt in de Bijbel. De bruidsgemeente herhaalt het alle eeuwen door. Ja kom haastiglijk.
Vol verwachting blijf ik uitzien,
Tot die dag eens dagen zal
Dat de Heiland op de wolken
Weerkomt met bazuingeschal.

Welk een uitzicht, Bruidsgemeente!
Eeuwig Hem ten eigendom.
“Maranatha” blijv’ ons wachtwoord,
“Amen, ja, Heer Jezus, kom!”

Dan ben je als christen op je plek, dan loop je wel eens naar het venster, Heere, komt u er nog niet aan. Da Costa kon zeggen over een wolkenloze dag, Ach, vandaag komt Hij niet...– Hij komt immers op de wolken.

Wat troost u, zegt de catechismus. Is dat te hoog in gezet? Het accent ligt op troost, niet schrik of angst – bent u er bang voor? In de Middeleeuwen lag de nadruk op schrik, het Laatste oordeel, de vrees voor Christus die alleen als Rechter werd voorgesteld, maar dat is niet de Bijbelse verwachting - veel te eenzijdig. Onze Reformatorische voorvaderen zagen er ook naar uit. Een allergelukkigste zaak, zegt Calvijn. Guido de Brès: wij verwachten die grote dag met groot verlangen.

De troost rust op een paar gronden: de Rechter is dezelfde als mijn Redder. En Hij komt om mijn vijanden te verdoen, en de verlosten te verheerlijken.

1.
Niet wat de toekomst brenge mogen, maar bovenal: Wie de toekomst brenge moge. Wie komt er? Kun je troost vinden in de komst van een rechter? Hoe kan ik voor Hem bestaan? Daar ben ik bang voor. Met opgeheven hoofd? Dat kan al helemaal niet. Wat heb ik er niet van gebakken... Diep laat ik mijn hoofd zakken uit schaamte en vrees.
Hij is echter al eerder op aarde geweest. Toen Hij zich tevoren om mijnentwil in Gods rechtbank heeft gezet... tevoren zo uitnemend heeft liefgehad. Hij is dezelfde persoon, die als knecht des Heeren is gekomen. De doornenkroon droeg. Vanwege de toorn van God over mijn zonden is Hij verbrijzeld. Al mijn vloek heeft Hij van mij weggenomen. Als ik zie op mezelf heb ik niets te hopen en alles te vrezen. Maar zie ik op Hem, en zijn volbrachte werk dan heb ik niets te vrezen en alles te hopen. Mijn straf op Zich genomen.
Met opgerichte hoofde, dat dat meer onder ons gevonden werd! Vol verwachting blijf ik uitzien. Ach Heere, wanneer komt die dag? Het verlangen van de bruid naar de trouwdag.
‘Alle droefenis en vervolging’ – je ruikt het roken van de brandstapel hier.... De inquisitie was bezig om de christenen als ratten te verdelgen. Vrouwen verdronken, mannen geradbraakt. In alle droefenis, miserie en vervolging.
Troost het u, of schrikt u er van terug? Zou je je hoofd het liefst in het zand te steken? Of schud je nee? Al 2000 jaar is alles hetzelfde... Schuif je het voor je uit, dat kan ook. Dat is gevaarlijk, nu kun je nog ontkomen, straks niet meer. Straks zal de advocaat Zijn kleed verwisselen voor Rechter, de Priester wordt Koning. Als u wist dat het over wederkomst en oordeel ging, was u dan thuis gebleven?
Capituleren voor Christus, O God wees mij zondaar genadig. De Heere zegt nu: komt laat ons tezamen richten. Ik daag je vanavond voor die stoel; uitdagen, dagen voor die stoel. En DAN zegt de Heere: Al waren je zonden als scharlaken, rood als karmozijn, ze zullen wit worden als de sneeuw, door het rode bloed van Mijn Zoon. ‘Het komt er maar op aan hoe je geleefd hebt, dominee’ – nee, het komt er maar op aan, op wie je gelooft hebt. Ik weet in wie ik geloofd hebt, zegt Paulus. Hij wordt nu verkondigd in de prediking.

Er was een oude man, die de Heere liefhad, hij kon goed met kinderen omgaan. Ben je bang om voor Gods rechterstoel te verschijnen? Ik niet, opa. Waarom dan niet? Opa, als ik voor Gods Rechterstoel geroepen word, dan kruip ik ga achter Jezus weg.

2.
Als de Heere Jezus terugkomt, komt er een scheiding. Bokken en schapen. De eeuwige pijn en de eeuwige vreugde. Onderscheid tussen wie God wel en God niet dienen, onkruid en tarwe. Dominees zijn maar zaaiers, engelen gaan straks maaien, ziften. Wat een ontzaggelijke werkelijkheid. Een scheiding tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen, tussen Avondmaals- en voorgangers, tussen broers en zussen. Je moet er niet aan denken, ik zou geen nacht meer kunnen slapen, als een kind of mijn vrouw aan de linkerhand zou komen te staan. De ernst van het ambt. Avondmaalsgangers: hebben wij niet in Uw naam gegeten en gedronken? De Heere zegt: ga weg van mij. Hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd? Dominees zijn ook niet vanzelf kinderen van God. Daar zullen de rijken staan zonder geld, de wetenschappers zonder titel. Koningen zonder kroon, ambtsdragers zonder zwart pak – naakt voor God. Al Zijn en mijn vijanden.
In Pommeren is een klein kerkje, boven de ingang twee taferelen: de Heere Jezus daalt neer, angstige gezichten worden rondom Hem verzameld; er staat onder: Hij komt met oordeel en verderf voor wie Hem schuwt en vloekt. En een heel blij schilderij: Hij houdt intocht, alles blijheid: daar staat onder: Hij komt met licht en leven voor wie Hem mint en zoekt.
[..] ‘in de eeuwige verdoemenis werpen zal’- het staat niet vaak in het boekje. Je mag de kinderen, ook je eigen kinderen dat niet onthouden. Je moet dat heel af en toe zeggen. Een beladen woord, met trillende stem en bevende lippen. Een christen weet zich hel–waardig van zichzelf, maar hij weet ook dat Hij er nooit zal komen. Denk daar eens over na, misschien dat u meer gebedsonderwerpen krijgt. Als je juf of meester bent – dat de Heere de kinderen bekeren wil.
In de hel zullen zij het het zwaarst hebben – ik moet het toch één keer zeggen – kinderen van Godvruchtige ouders, als je voor eigen rekening staat, tieners, pubers. Ze zijn er op gewezen – heb je nog niet gecapituleerd? ‘Dat komt wel, eerst nog even genieten’. Ik zou geen dag onbekeerd kunnen blijven, als ik zou weten dat ik nog niet gered was.

Wij dan wetende schrik des Heeren, bewegen u en jou, kinderen, tot het geloof in Christus. Waar je ook terecht komt – ik zeg vanavond dit. Een prediking daagt je altijd voor de eeuwigheid, het komt te kort, als de blijde boodschap niet verkondigd wordt, maar ook als de ernst van het Laatste oordeel niet meer doorklinkt. Dan zijn de zonden niet meer zwart, het bloed van Christus niet meer rood, de hemel niet meer stralend wit. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar heeft eeuwig leven

3.
Ook uitverkiezing staat bijna niet in de catechismus. Wel noemen, maar op een bescheiden plek. Spreek maar over de liefde van de Heere Jezus (Ryle), en tot Jezus. Papa, mama, ik houd zo veel van jullie, en nog meer van de Heere Jezus.
Er zijn wat kerken over gescheurd, maar geen harten over gebroken.
Mij – met alle uitverkoren – tot Zich, dat eerst. Heavenly Joyce. Louter vreugde. Tot Zich nemen, “komt in gij gezegende”. Tot Hem. De straten van goud, de boom des levens, ja, maar Hij is er Zelf. Als zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Wat een troost, meer dan troost.

We hebben nu nagedacht over de trappen van vernedering en verhoging, 5 trappen naar beneden, 4 trappen omhoog.

Corrie ten Boom zegt daarover in een van haar dagboeken: Moge de liefde van een stervende Heiland en de kracht van de opgestane Heiland en het gebeden van een ten hemel gevaren Heiland en de heerlijkheid van de wederkomende Heiland, de troost en de vreugde van ons hart zijn.

Edit