Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-02-11 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Bevestiging N.J.G. Bontenbal en A.W. van der Schoor

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 127:1,2 Psa 127:1-5 1Cor 3:9-17 2007-02-11.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2007-02-11T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.2Mb)
Bevestigingsdienst
De liederen Hamaäloth

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 127 is de middelste van de 15 liederen Hamaäloth. De Psalm van de bouwer, van de christen-aannemer. Kern is dat we moeten steunen op Gods zegen en niet op eigen vlijt, beleid of arbeid. Over bouwen en beminden gaat het.

Gemeente-opbouw
1. Gods bouwvakkers (v1), 2. Gods beminden (v2)

Watchman Nee zegt: God vraagt niet hoezeer jij voor Hem zwoegt, maar in hoeverre je daarbij op Hem vertrouwt. Een ambt, naast je baan en gezin, zou het geen zwoegen en beulen worden? Geen avond meer thuis. Martha en Maria: veel dienen kan een probleem worden. Martha was daardoor in beslag genomen. Het werk in het koninkrijk voor Hem en Zijn volk was zodanig dat ze de Koning uit het oog verliest. Het was voor de Heere en Zijn volk. Haar dienen overschaduwde haar gemeenschap. Ik herken dat tot in mijn tenen. De verborgen omgang hoort er te blijven. Als de persoonlijke stille tijd er bij inschiet gaat het niet goed. Op gebed beknibbeld omdat we het zo druk hebben voor de kerk. Dan gaat het mis. Het eerste en belangrijkste ook tot eer van een ander, is dat we tijd nemen voor de persoonlijke stille omgang met de Heere Jezus. Anders heeft al ons zwoegen geen zin. Of het nu voor de kerk of ons werk is. Aan Uw voeten is de hoogste plaats. Ja ik verkies nu naar u te luisteren i.p.v. altijd maar weer bezig zijn.
Vers 1 en 2 horen bij elkaar en de rest. De stad is Jeruzalem, en het huis de tempel. En daarna het volk van God. De kinderen worden vergeleken met pijlen. In verschillende grootte en maten geslepen, als je nog jong bent en gericht op de eer van God. Zulke jeugd is de beste, die hebben de toekomst, omdat ze God hebben. Gericht om het geloof en de Bijbelse waarheden te verdedigen.
Van Salomo, de dichter van de psalm, de stichter van het huis waarover gesproken wordt. Zeven jaar heeft hij erover gedaan.

De Rabbijnen leggen deze psalm uit: David wilde zo graag de tempel bouwen, maar hij heeft het niet gedaan omdat God het niet wilde. Zijn zoon mocht dat doen. Vergeefs als je vroeg opstaat: Absalom stond vroeg op tegen zijn vader. Ook vroeg in de morgen om mensen naar zich te lokken. ‘Laat opblijven’: Adonia wil laat in het leven van David de macht grijpen. De Heere geeft het zijn beminden (‘Jedidja’ een naam voor Salamo). ‘Beminde’, staat er in het Hebreeuws, enkelvoud.

Zonder Gods hulp is al dat bouwen als de torenbouwers van Babel. We organiseren en plannen; komaan, we zetten de schouders eronder. En binnen de kortste keren kreeg je verdeeldheid. Laten we afdalen en hun spraak verwarren. Eigen belang komt op. De toren kwam nooit af.
Ook niet: de Heere moet het doen, en wij zitten met onze armen over elkaar - God zegent nooit luiheid. Maar in afhankelijkheid van Hem voort gaan.

Voor het bouwen van een tempel heb je stenen nodig. De stenen werden buiten Jeruzalem klaar gemaakt, in Jeruzalem kwam er geen bijtel, zaag of hamer aan te pas. Pas-klaar gevoegd op het fundament. Zo doet de Heere met Zijn kinderen. De levende steen worden hier benenden pas-klaar gemaakt voor het hemelse Jeruzalem. Ze moeten eerst worden los gebikt! De Heere heeft wat slagen nodig om ons los te krijgen. We zitten zo vast aan de wereld, eigen pleziertjes, eigen godsdienst. Daar heeft de Heere een werk aan gehad, voor hij mij los had! Daarna vierkant gemaakt - dan begint het pas; gepolijst, geschaafd. Heiligmaking. En eenmaal klaar, wordt het op zijn plek gebracht, op het fundament Jezus Christus. Weet ik dat ik los ben gebikt? Polijsten, schuren doet zeer. De bedoeling van het gebouw – de Heerlijkheid van de Heere kwam er in wonen. Ze konden niet staan.

Vier eeuwen later is de tempel verwoest, maar door een wonder komen ze toch terug – ze gaan weer bouwen. De Heere had ze toestemming gegeven. Het werd niet zo mooi als bij Salomo. Ondanks het puin mocht Nehemia zeggen, de God des hemels die zal het ons doen gelukken en wij zijn knechtjes zullen ons opmaken en bouwen (Neh 2:20). Nehemia doet dat het hele boek door schietgebedjes. O, het is mijn gebed, dat zo bij ons het hele volk mee bouwt. Juist gewone mensen.
Een bak vol `gewoontjes`, als de kleinste knikkers, zit hier voor me. Geen gediplomeerde, geen gedokterde theologen. De gewoontjes zetten de schouders er onder. Mannen, jongens, vrouwen en jonge dochters. Ze werkten mee, denken aan die grote geduchte God. En voor de broeders en de zusters. Mooi om zo samen te mogen dienen. Niemand kan gemist worden, niemand is onbruikbaar. Sjouwers en bouwers, architecten, krullenjongens
Meebidden, meegeven, meedenken, de ene organiseert goed, die heeft twee rechter handen, de derde is creatief, die vierde is muzikaal, de 5e kan goed vertellen. De zesde kan heel goed luisteren, de 7e heeft veel met kinderen, nummer 8 houd van bejaarde mensen. Allemaal. Al heb je maar één talent, God kan je gebruiken.
Corrie ten Boom was ook maar gewoon, ze ontmoet een vrouw in Rusland, met MS. Alleen een vinger had ze nog de beschikking over, daar heeft ze Bijbelteksten, christelijke boeken mee overgetikt. Haar man bond alle losse blaadjes in tot brochures en die gingen van de een naar de ander. Haar leven lang heeft ze dat gedaan. Totdat ze stierf. Nu is ze bij de Heere. Ik ben er zeker van, zegt Corrie ten Boom, dat er later veel in de hemel zullen, die door zo’n brochure die zij heeft overgetikt de Heere hebben leren kennen. Zeg niet gauw: ik ben niet gezond, of niet sterk genoeg. Wij hebben meer dan één vinger. Wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in de Heere.

We kunnen veel leren over gemeenteopbouw uit de Bijbel. Herodes heeft de tempel zo ver verfraaid. Collectes voor de instandhouding van de eredienst. Maar de bouwlieden zelf hebben Jezus een plaats ontzegd. En Hij verliet de tempel. Dan heb je een gebouw, meer niet. Een geestelijke bouwval. En de Farizeeërs probeerden nou maar die tempel te stutten, overeind te houden – tevergeefs. Een waarschuwing voor ons. Het is ontzettend fijn dat we geen tekorten hebben, als enige van de wijkgemeenten op Zuid. 10% extra Kerkbalans –fantastisch. Maar op moment dat we alles overeind moeten houden – de tradities, de liturgie, dan is de Heere allang weg. De muren staan er nog, Heere, ben ik nou zo’n bouwvakker? Kan het dat de Heere weg gaat? Ja natuurlijk – in Laodicea stond Hij buiten, en Hij klopte nog, en de mensen misten Hem niet. En in 70 na Christus is de tempel verwoest.
Zo zijn onze Bondsmanieren – Heere bent u nu al weg? Op deze Petra zal ik Mijn gemeente bouwen. Ja. Maar Hij zei er niet bij, altijd in Rotterdam.

Beminden
Hij geeft Zijn beminde de slaap. ‘Lievelingen’ zegt de Nieuwe Bijbelvertaling. Salomo kreeg de slaap en hij droomde. Vraag aan Mij – Ik zal geven wat je vraagt. Geef mij een wijs hart, Heere, om dat grote volk te kunnen leiden. Een verstandig hart, wat is zonde en wat is genade, wat is goed en wat is slecht. En dat zo te noemen, ook op huisbezoek, ook vanaf de kansel. Onderscheid moet helder blijven. Ook onder vaders en moeders. Over wat je afkeurt en goedkeurt.
Ik las en sliep gerust, van ’s Heeren trouw berust, als de Heere Jezus in het bootje op de zee.
Een tijd van arbeiden en een tijd van rust – nu even niet. Ook slaap moet er zijn. Ik mag rustig vol vertrouwen het weer terug geven aan de Heere. Ik kan niet garanderen dat je nooit een slapeloze nacht zal hebben, maar dat je het maar mag overgeven: U zal Uw gemeente bouwen, het is een eer dat u mij daarvoor inzet, maar U doet het.
Slaap, rust.

Als ik de dekens over mijn hoofd trek, dan is het God die mij toedekt, zegt een Joods gezegde. Zo liefelijk. De Heere dekt me toe en stop me in. Aai over mijn bol. Ik mag slapen en word ik wakker, dan ben ik nog bij U. Dat ik U zo mag dienen in trouwe dienst en ook dat ik van ophouden mag weten.

Bouwlieden is één ding: maar een beminde.... Natuurlijk: ziet hoe dat u God bemint, aan het bloed, dat stroomt van het kruis zie ik hoe ver Gods beminnen gaat, maar om er persoonlijk deel aan te krijgen – daar is geloof in de Heere Jezus en liefde voor Hem voor nodig. “De Vader zelf heeft U lief, omdat U Mij lief hebt” (Joh. 26:27). Een koninklijk kind, door de Vader bemint, en Zijn oog rust zo teder op mij. Beminnen gaat nooit buiten het gevoel om. Hoogtepunten is: als ik mag beleven, dat ik een beminde van God ben in Christus Jezus.

Bouwers en beminden, neem dat mee. Als je bemind bent, dan ga je God ook beminnen en ik word een verspreider van Zijn eer. Dat geve God.

Edit