Edit|
EditReeks Samenvatting:
Eten en drinken wordt een elementaire basisbehoefte genoemd. Zonder kun je niet leven, op den duur. Het lichaam moet steeds gevoed worden, anders geeft het signalen af. Elk mens heeft ook honger naar liefde en waardering. Naar God? Mijn ziel dorst, een onlestbare dorst. De mens zoekt overal maar in te drinken om die dorst te stillen, men probeert het in zelfverwerkelijking.
Jezus ziet al die hongerenden en dorstigen zitten op de berg in Galilea. De bergrede, daar klopt het hart van de prediking van Jezus, de grondwet van het Koninkrijk, zegt men wel. Hij zegt het in de eerste plaats tot Zijn discipelen. Het galmt over hen heen de wereld in. Al die mensen, die denken heel wat te kunnen – zalig de armen van geest klinkt het dan. Jezus schildert het karakter van een volgeling van Hem. Niet als ‘multiple choice’ – vink maar aan wat je aanspreekt. Hij schildert hart en leven van een volgeling. Het gaat er radicaal aan toe.
De ouden hebben gezegd.... Ik zeg. Hij radicaliseert het gebod tot in ons hart. Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Honger, dorst. Honger en dorst kennen wij niet zo. Een Israëliet weet wat het is, en ga je naar Israël dan hoor je: drink drie liter water per dag.
Dorst naar gerechtigheid, dieper dan een lege maag of een droge mond. Ik heb nooit honger gekend, mijn vader heeft hier niet ver vandaan de hongerwinter meegemaakt. ‘Papa hebt u wat te eten?‘, vroeger wij als hij thuis kwam, vertelde iemand, die toen klein was. Je wordt er door geobsedeerd. Niets anders houdt je bezig dan dat deze leegte vervuld wordt.
Zalig die hongert naar de gerechtigheid – niet anders houd je meer bezig. Iets dat je nodig hebt om te ontvangen: gerechtigheid. Een kernbegrip in de Schrift. Het publiek van de Heere Jezus weet exact wat er mee bedoeld wordt. Dat je recht leeft, overeenkomstig de wet van God. Een leven naar de Wet. Rechtvaardigdheid, gerechtigheid; recht staan voor God en je naaste. Niets wat veroordeelt of scheidt tussen mij en God of mijn naaste. Dat ik mijn ouders, mijn vrouw, mijn man en God in de ogen kan kijken ....
De schriftgeleerden hadden gezegd als je de 618 geboden houdt uit de Schrift, dan sta je recht voor God – men deed zijn best maar het hielp niet. En: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden, kunt u Mijn koninkrijk niet ingaan. Houd ze allemaal, maar doe niet als zij: want zij zeggen, maar doen niet. Gerechtigheid is recht leven. Als je maar kijkt met begeerte, heb je al overspel gepleegd. Wie boos wordt, is al schuldig, omdat het in het hart fout zit.
Deze gerechtigheid krijg je.
Paulus is alles schade gaan achten, opdat hij Christus mocht winnen. Zalig de mensen die zó verlangen naar de gerechtigheid: met minder kom ik niet uit, deze gerechtigheid is niet te stillen met regels. Niet: bid nu maar veel elke dag. Jaag naar de heiliging, zonder welke niemand de Heere zien zal. De reinen van hart zullen Hem zien.
David kende die honger ook. David moest zijn leven redden in de woestijn van Juda. Simi, een meeloper, beschimpt en belastert hem. God staat dit toe, dus laat hem! In die woestijn, verstoten van de troon door zijn eigen zoon. Zingt hij klaagliederen? Mijn ziel dorst naar U. Waarom? Ik heb U aanschouwd in het heiligdom, dat heeft zo’n dorst naar U in mij gewekt... Uw goedertierenheid is beter dan het leven. Het leven heeft zoveel te bieden! Maar het gaat voorbij, het vergaat. Daarom verlangt hij terug naar God. Dat is honger, dat is dorst.
De Heere Jezus heeft ook honger, aan de Samaritaanse vraagt hij drinken. ‘Als je wist Wie Ik ben, zou je Mij vragen’. ‘Geef me dan van dat water’. ‘Goed – haal je man’. Het gaat om recht staan voor God. ‘Heb ik niet’. Klopt, vijf heb je er gehad, en nummer 6 behoort je niet toe’. De mens is op zoek naar bevrediging van die dorst. In relaties, en wat ook. Maar het lest niet.
Een meisje had stemmen: spring van de brug, spring in het vuur, het is voorbij, waarom zou je nog leven? Zo’n dorstige ziel leeft helemaal op van levend Water. Doet het evangelie dat met mij als ik het ‘s zondags hoor? Als ik het lees? Geef mij levend water of ik sterf? Ik keek in de spiegel.
De Heere Jezus staat op het tempelplein – Wie dorst heeft kome tot Mij en drinke. Wat een boodschap, midden in het voorgeschreven feest. Wat moet door Jezus heen gegaan zijn toen de schare daar zo zat. O alle dorstigen kom tot de wateren. Kom en drink. Zo zou toch elke dienst moeten zijn? En zo de preek: Geen exposé van mijn prachtige exegese en dogmatiek, maar Levend Water.
De Heere Jezus doet niets liever dan Zijn lichaam geven. Maakt de preek u een beetje dorstig en hongerig naar de echte gerechtigheid? Jezus verzadigt met Zichzelf, ten volle.