Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
lezing 2005-01-18 19:45:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag) Wijkavond. Prof. Balke spreekt in 5 lezingen over de Galatenbrief. Vanavond de eerste lezing

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gal 1 AG656.__2a.mp3 (, 48kPro, 12.2Mb)
AG656.__2b.mp3 (, 48kPro, 10.6Mb)
Galaten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het eerste hoofdstuk van de brief van de apostel Paulus aan de Galaten. Hieronder is een tekstsamenvatting beschikbaar. Alsmede de geluidsopnames, in twee delen (voor en na de pauze)

De Brief aan Galaten I



Wie was Paulus?
De Bijbel bevat geen biografie van Paulus. Er zijn echter weinig figuren in de oudheid en ook in de Bijbel van wie wij zoveel weten. Wij hebben 13 brieven in het NT. Daarnaast veel gegevens van Lucas uit de Handelingen der apostelen! Toch zijn er tal van lacunes in onze kennis van het leven van Paulus. Wat deed hij in de jaren na Damascus in Arabië? En wat in Cilicië? Verder: is Paulus in Spanje geweest? Zijn voornemen noemt hij in de Romeinenbrief en ook in een brief van Clemens, een leidende figuur in Rome in de na-apostolische tijd, wordt hier over gesproken. Ook in Spanje zijn heel oude tradities over Paulus' aanwezigheid daar. Clemens getuigt ook over zijn martelaarschap. Clemens wordt een betrouwbare bron geacht. Maar, het is onmogelijk een precieze levensloop van Paulus op te stellen.
Over de moeilijkheden, die Paulus blijkens zijn brieven ondervond, zwijgt Lucas in de Handelingen. Wat was er allemaal aan de hand in Korinthe en Ephese? Wij zouden daar veel meer van willen weten dan Lucas vertelt. Er waren meer brieven aan Korinthe. Die kennen wij niet.
Wie zijn precies zijn tegenstanders geweest in Galatië? Met Galatië worden wel bedoeld de steden: Antiochia in Pisidië, Iconium, Derbe en Lystra. Gemeenten door Paulus zelf gesticht op zijn 2e zendingsreis en weer bezocht op zijn 3e reis. De brief aan Galaten is dus bedoeld als een rondzendbrief en is ook zijn eerste brief geweest. Daaruit blijkt ook dat de brieven niet in chronologische volgorde in de bijbel staan.
Dan de tijd waarin hij leefde met de dagelijkse zorg voor al de gemeenten. Hij kan niet telefoneren, hij heeft zijn gemeenten slechts zelden kunnen bezoeken, nadat hij ze gesticht had. Hij kon alleen corresponderen. Daarbij had hij een zwaar persoonlijk lijden, ‘een doorn in het vlees’ waarvan de precieze aard nog nimmer is opgehelderd.
Het belangrijkste weten wij wel: hij werd van een verklaarde vijand een toegewijde dienstknecht van Christus, een uitverkoren instrument om Zijn naam te brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israëls (Handelingen 9:15).

Het gezag van Paulus als apostel
In de aanhef reeds van de Galatenbrief toont Paulus hoezeer hij persoonlijk geraakt is door de Galatiërs. Paulus weet zich ‘een slaaf van Christus Jezus, een geroepen apostel afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God’ (Rom. 1:1-2). Daarin is zijn onafhankelijk apostolisch gezag gegeven. Apostel door Jezus Christus. In het woord ‘apostel’ ligt dat ook opgesloten: ‘een gevolmachtigde afgezant’. Onze profielschets hoe een ambtsdrager moet zijn ziet er heel anders uit. Hij moet gevoelig, vriendelijk en aardig zijn, zo iemand kiezen wij. Hier blijkt dat de voortgang van het evangelie gepaard gaat met zakelijke beslistheid en ook met de nodige scherpte. De gemeente is geen democratie, waarin de apostel gebonden is aan de instemming van de stemhebbende leden en anders ligt hij er uit. Een ambtsdrager spreekt en handelt niet in naam van de gemeente, maar in de naam des Heren. De ambten zijn christocratisch. Voor geen misverstand vatbaar geeft Paulus dat onmiddellijk aan: ‘een apostel niet van mensen, niet door een mens, maar door Jezus Christus’ (Galaten 1:1).

Apostoliciteit en opstanding
Apostel door Jezus Christus en God de Vader, die Hem uit de doden opgewekt heeft. De apostel is getuige van de opstanding, van de Opgestane Heiland aan wie alleen autoriteit toekomt. Christus heeft bij Damascus Paulus de voet dwars gezet. ‘Ik ben Jezus die gij vervolgt’ (Handelingen 9:6). Pasen is het grote heilsfeit in het NT en in de opstanding blijkt de voortgaande dynamiek van het heilshandelen van God. Daar is de apostel bij ingeschakeld, onafhankelijk van mensen. Paulus staat met deze visie op het apostolaat niet alleen. Er zijn broeders om hem heen, zijn medearbeiders, die met hem dienen in het evangelie, die getuige zijn van deze orde, van deze positie die de apostelen innemen direct na Pinksteren. Een apostel is door Christus Zelf aangesteld, en dat voor eenmaal. Zijn ambt is niet opvolgbaar. Wel ziet men dat de apostelen op hun beurt lokale ambtsdragers, opzieners en ouderlingen aanstellen in de gemeenten. Hun ambt is wel opvolgbaar.

Apostolische groet
Genade en vrede aan u! De vrucht van het heilswerk van Christus: sola gratia, de genade alleen, en de vrede van Christus, de uiteindelijke vrede tussen hemel en aarde wordt over de gemeente uitgeroepen. De genade en vrede geldt ook die onverstandige en betoverde Galaten. Zij, voor wie Paulus soms meent, dat hij zich tevergeefs heeft ingespannen. Paulus blijft hen broeders noemen. Het is en blijft de gemeente van Jezus Christus! ‘Daarom moeten wij ons niet dermate stoten aan de feilen van de leer en van de zeden, dat wij terstond de naam gemeente aan een vergadering ontnemen, waarin alle dingen ons niet behagen’ (Calvijn). Paulus blijft de gemeente zien en aanspreken vanuit Christus. Als partijman of bestuurder kun je gemeenten laten vallen of vervloeken, lastige gemeenten die niet mee willen in de PKN. Maar de gemeente is niet van mensen, maar van Jezus Christus. Daarom is Zijn kerk één, heilig en katholiek.
In de joodse apocalyptische voorstelling werd de toekomende eeuw in het verlengde gezien van de tegenwoordige. Het NT doorbreekt dit schema. Sinds Pasen breekt de toekomende eeuw deze oude binnen. Deze wereld is een bedreigende macht, aktief en vijandig. Niet de schepping als zodanig is verdorven, maar de schepping is door de zonde van de mens onder de tirannie van de vergankelijkheid terecht gekomen. Daaruit heeft Christus de gemeente voor eens en altijd bevrijd. Vrijgemaakt van elke slavernij: van werken der wet.
De groet wordt afgesloten met een korte lofprijzing. Hem is of zij de heerlijkheid! De heerlijkheid komt God toe en schept nieuwe verwachting voor Zijn gemeente.

Misverstand
De woorden van Paulus werden vaak scheefgetrokken en daarmee misverstaan, bijv. in Romeinen 3:8 ‘gelijk wij gelasterd worden en sommigen ons laten zeggen: laten wij het kwade doen, opdat het goede er uit voortkome’; 6:1 ‘Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Volstrekt niet!’ Paulus heeft het evangelie op diverse plaatsen moeten verdedigen (Jeruzalem, Antiochië, Galaten, Korinthe); zijn mede-apostelen hadden er moeite mee. Jacobus, die de rechtvaardiging door het geloof alleen lijkt aan te tasten. In de 2e Petrus leest u: ‘houdt de lankmoedigheid van onze Heere voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien’.
Het ene zinnetje in Galaten 2:11 heeft enorme gevolgen gehad. De zin naar aanleiding van de komst van Petrus in Antiochië. ‘Ik heb mij openlijk tegen hem verzet’, zegt Paulus, ‘omdat het ongelijk aan zijn kant was’. De paus, die zich opperherder en opvolger van Petrus noemt, komt hier in botsing met de apostel Paulus, die maar van één gezag weet, en dat is van Christus die het enige Hoofd is van zijn kerk; met Paulus, die in de vaak onvermijdbare duivelse keuze tussen eenheid en waarheid, er toe opgeroepen heeft aan de waarheid voorrang te geven.
Van meet af aan staat Paulus garant voor een levendige onrust in de geschiedenis van kerk en theologie. Hij is een barometer tot op vandaag. Hij is niet alleen een spiegel maar ook een lont dat tot steeds nieuwe explosies in het christelijk denken voert. Het is goed om de fronten die daarbij gevormd werden in het oog te houden. Het zijn altijd weer menselijke tradities die de vrijheid en genade van God overwoekeren en verduisteren. Daar treedt Paulus tegen op. Telkens zijn mannen als Augustinus, Luther, Calvijn en Kohlbrugge nodig, die Paulus de hand reiken en de verbastering van deze tradities doorbreken. En de grote schriftuitlegger die Calvijn geweest is, houdt ons voor dat het corpus paulinicum niet alleen chronologisch voorop staat in de canon van het NT, maar ook de sleutel is tot het verstaan van de evangeliën.
Paulus, die met een zekere trots zich beroemt op zijn Joodse afkomst en ook op zijn Joodse studietijd: ‘In het jodendom heb ik het verder gebracht dan vele van mijn Joodse tijdgenoten’ (Gal. 1, 14) botst in zijn apostolaat op de massieve tegenstand van zijn volksgenoten tegen zijn Christus-verkondiging. Wanneer dat spoor eenzijdig wordt doorgetrokken, culmineert dat in een onverbloemd anti-semitisme. ‘Rome vervangt Jeruzalem!’ Maar het is dezelfde Paulus, die schrijft: ‘ik spreek tot u heidenen. Juist omdat ik apostel der heidenen ben. ... Is de wortel heilig door de belofte van God aan Abraham, Isaäk en Jakob, dan ook de takken. Niet gij draagt de wortel, maar de wortel u. Zij, de Joden, zijn naar het evangelie vijanden om uwentwil, naar de verkiezing zijn zij geliefden om der vaderen wil. Want de genade-gaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk’. Het is een duidelijk gegeven, dat Paulus vasthoudt aan de eenheid van de kerk uit Joden en heidenen, aan de eenheid van Oud en Nieuw verbond.

Tegenstanders?
Hoe bestaat het, dat mensen de duisternis liever hebben dan het licht? Hoe is het mogelijk, dat mensen, die het evangelie van de genade hebben vernomen in zijn radicale en bevrijdende kracht, zich zo vlot daarvan laten afbrengen tot een inzicht, dat slechts de naam van het oude heeft bewaard, maar in werkelijkheid geen evangelie van genade is, maar een harde wet van dienstbaarheid.
Luther herkende in de Galatenbrief de kerk van zijn dagen. Luther identificeerde zich in zijn paradoxen (wet en evangelie; de rechtvaardiging van de goddeloze; zonde en genade) geheel met de Galatenbrief: ‘Epistola ad Galatas ist mein epistelcha, der ich mir vertrawd hab, ist mein Keth von Bor”.

Paulus is verontrust. Hij is noodgedwongen per brief present in de gemeenten waarin zijn epistel wordt voorgelezen. De apostel werkt op een andere plaats, maar hij blijft op de hoogte van de situatie in de gemeenten waar hij het evangelie bracht. Hij ageert heet van de naald tegen de Galatiërs. Zo kalm en betogend als de Romeinenbrief is (Paulus is dan nog niet in Rome geweest), zozeer kenmerkt de Galatenbrief zich door heftige emotie. Hij kent de Galatiërs persoonlijk.
Achter Paulus’ woorden kan men de stemmen horen van Paulus’ tegenstanders. ‘Apostel, niet vanwege mensen, ook niet door een mens’. Je hoort de kritiek volgens het recept: ‘als je de boodschap wilt treffen, moet je eerst de boodschapper beschadigen’. Dat gaat in de trant van: ‘die Paulus is geen echte apostel; hij is geen ooggetuige van de opstanding, maar de 13e apostel. Hij heeft een groepje mensen, een gemeente achter zich staan als thuisfront, hij is door een mens, door Petrus of Barnabas, op stap gestuurd’. Dezelfde stemmen zijn achter de tekst hoorbaar bij de verzen 10-12 van Galaten 1: ‘die Paulus is iemand die probeert de instemming van mensen te krijgen door overreding. Hij komt de mensen in het gevlij, door snel tot een compromis bereid te zijn. Paulus brengt een boodschap gesneden naar de maat van de menselijke behoeften. Hij heeft teveel naar de stemmen uit de cultuurwereld geluisterd en brengt daarom een halve waarheid’. ‘Maar wij’, denken de tegenstanders, ‘wij brengen de hele en oude waarheid’. Zo maken de tegenstanders allerlei verwijten aan het adres van Paulus en zijn apostelschap.
Het zijn jodenchristenen èn heidenchristenen, waarmee Paulus in debat is, waarbij we jammer genoeg van de andere partij geen eigen getuigenis hebben, zodat het moeilijk is hun argumentatie precies te leren kennen. Wij zijn er niet ver naast wanneer aannemen dat hun religiositeit een vreemde mengvorm was van jodendom en heidendom. De besnijdenis stond voorop in hun beginselprogram, samenhangend met meer of minder consequent gepraktiseerde Joodse wettische vroomheid, maar het is ook vermengd met een zeker heidendom: een vorm van natuurgodsdienst. In ieder geval waren de besnijdenis en de Joodse wet de ‘shibboleths’ van de ware broeders. Hadden zij contact met de Jakobuspartij in Jeruzalem? Het zich beroemen op ‘het zaad van Abraham’ en ‘Jeruzalem als moeder’ zou met de slogans van de groep kunnen samenhangen. Het zijn dwingerige mensen die met herhaling iets ‘willen’. Paulus verdedigt zijn persoon en apostelschap, gaat in op de relatie wet en evangelie, en houdt het nieuwe evangelie van de christelijke vrijheid hoog.
Men heeft deze tegenstanders wel judaïsten, gnostici, syncretisten genoemd. Het beeld blijft toch wat diffuus voor. In elk geval moet wel duidelijk gezegd worden, dat Paulus tot medechristenen schrijft, die zich laten meeslepen en afbrengen van het hart van het evangelie door van het evangelie een wet te maken.

De kern van de zaak
Paulus haast zich naar de kern. Ik verwonder mij erover dat u zich zo snel afwendt. De ketterij is aantrekkelijk, plausibel en lucide. De schijn van beslistheid en ernst, het hameren op een deelwaarheid, maakt indruk op de massa. De verwondering geldt het tempo waarin de Galaten zich afwenden van Degene die hen riep. God roept door de apostel en vergadert zich zo de gemeente van geroepenen. ‘Roepen’ (kalein) is een krachtdadig woord (verbum efficax). Gods roeping heeft de gemeente tevoorschijn geroepen. De Galatiërs zijn geroepenen in het krachtenveld van de genade. Dat weten zij toch. Hoe kun je nu nog afvallen, waar deze God jou met name tot Zijn heil geroepen heeft?
De Galatiërs wenden zich tot een ander evangelie. Er is echter geen ander evangelie. Alle gepraat over een alternatief evangelie is er naast. Er zijn lieden, die de Galatiërs in verwarring brengen. Zij bederven het evangelie van Jezus Christus. Overigens dachten de Galatiërs, dat zij een verbeterde versie gaven van het door Paulus gebrachte evangelie. De ketterij wordt met de beste en vroomste bedoelingen verbreid. De ontmaskering valt alleen te verwachten in het licht van het evangelie van Christus. Daar wil Paulus dan ook zelf aan gehouden worden. Zelfs een engel uit de hemel kan geen ander evangelie brengen. Het onkwetsbare van het evangelie ligt in Hem die Paulus gezonden heeft. Over al het andere gaat tot tweemaal toe het donkere woord van de vervloeking: anathema!

Niet van de mens
In de verzen 11-12 stelt Paulus duidelijk, dat het door hem verkondigde evangelie niet naar de mens is, en dat hij het van geen mens heeft ontvangen of geleerd, maar van Jezus Christus. Dit is zijn antwoord aan de tegenstanders. Paulus werkt zijn argument uit. Eerst gaat hij in op de beschuldiging, dat hij zijn evangelie van mensen ontvangen of geleerd heeft. Het is ‘niet van de mens’. Daarna toont hij aan dat het evangelie ook ‘niet naar de mens’ is.
Het evangelie heeft Paulus zelf ontvangen, en dat heeft hij doorgegeven. Het komt exclusief van God Zelf. Zo alleen is het werkelijk evangelie van Gods genade. Het is onafhankelijk van de mens.

Schuldbelijdenis
Paulus wijst naar zijn eigen levensloop. De apostel heeft niets te verbergen. De authenticiteit van zijn boodschap staat of valt niet met de persoon van de boodschapper. De kracht van de genade wordt integendeel alleen maar nog duidelijker als wij zien wat voor mensen dienst doen als verkondigers. Paulus wijst op zijn vroegere ‘joodse wettische levenswijze’. Hij was totaal verstrikt in een bovenmate grote ijver voor de voorvaderlijke overleveringen. Toen heeft hij in zijn verblinding op buitensporige wijze de gemeente van Christus vervolgd.
De bestrijding van de tegenstanders is geen zelfverdediging van Paulus. Het is een schuldbelijdenis. ‘U hebt gehoord van mijn wandel eertijds in het jodendom: ik heb de gemeente van God bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien’. Het was de consequentie van zijn verkeerde ‘ijver’. Geheel verblind door de traditie der vaderen keerde hij zich tegen de God der vaderen, en tegen het geheim van Zijn genade geopenbaard in de Zoon van Zijn liefde. Juist als apostel gaat hij voorop in het belijden van zijn schuldige verblinding. Het gezag van zijn apostolaat rust niet in zijn eigen ambitie, maar in de genade van God. Daarom is het niet verwonderlijk, dat Paulus deze persoonlijke ontboezeming en schuldbelijdenis voortzet met een onmiddellijke verwijzing naar Gods ingrijpen bij Damascus. Paulus noemt zich de voornaamste der zondaren, eertijds een godslasteraar en vervolger. ‘Daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen tot voorbeeld van hen, die in Hem geloven zullen ten eeuwige leven’ (1 Timotheus 1:16).
Deze totale omkeer heeft Paulus zijn wereldhistorische betekenis gegeven. Anders was hij een scherpzinnig rabbijn geworden, wiens naam misschien ergens in een hoekje van de Talmud stond; nu is hij geworden de man wiens werk en brieven het gezicht van de wereld hebben veranderd.

Jeremia
Paulus heeft niet zelf zijn levenstaak gekozen. Hij noemt zich ‘afgezonderd tot verkondiging van het evangelie van God. De verkiezing Gods begon al vanaf de moederschoot. Ver vóór zijn eigen verblinde ijver en farizeese ambitie greep God al in en heeft Paulus afgezonderd tot Zijn dienst en geroepen door Zijn genade. Afgezonderd (Gr. ‘aphorismenos’). Men hoort hier een klanknabootsing van het woord ‘farizeeër’, dat ook: afgezonderd of afgescheiden betekent.
Paulus vergelijkt zijn roeping met Jeremia, zoals later Calvijn zijn roeping als reformator zal verstaan in vergelijking met Jeremia en Paulus.
‘Het Woord des Heeren kwam tot mij: eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, er eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld’ (Jer. 1:4-5).
Zoals Jeremia met zijn hele bestaan profeet was, en het lijden van Christus voorafschaduwde in zijn profetisch lijden, zo verstaat Paulus zijn leven als apostel van Jezus Christus, die in Zijn navolging deel heeft aan de overblijfselen van Zijn lijden.

Damascus
Paulus ziet achteraf sinds Damascus toen de schellen van zijn ogen vielen, dat zijn hele leven gericht was op de openbaring van Jezus Christus, de Opgestane aan hem. Zelf had hij in waanwijsheid een heel ander perspectief voor zich. Zijn leven in het jodendom had in dienst gestaan van de wet en van zijn eigen ambitie. Nu veroordeelt hij dat alles in het licht van de genade.
Dat was niet een eigen ontdekking, maar een geschenk van God zelf. ‘Ik ben niet waard een apostel te heten... maar door de genade van God ben ik wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet tevergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is’.
Deze openbaring betekent geen rechtstreekse kennis-overdracht in mystieke extase van de feiten van Jezus’ daden en leven. Wij mogen er vanuit gaan, dat Paulus als vooraanstaand farizeeër wel wist wie Jezus van Nazareth was, en wat Hij deed en zei. Juist zijn vijandschap verraadt zijn kennis. Paulus was al vanaf zijn 3e jaar in Jeruzalem opgevoed en opgeleid. ‘Zijt Gij de enige vreemdeling in Jeruzalem, dat Gij niet weet wat daar dezer dagen geschied is?’, zeiden de Emmaüs-gangers.
Jezus van Nazareth maakt zich aan Paulus bekend als de aan Gods Rechterhand Verhoogde Zoon van God. De Gekruisigde is de Opgestane. Door deze openbaring heeft de verkondiging van Paulus haar oorsprong in Christus Jezus zelf. God heeft Zijn Zoon aan Paulus geopenbaard. Dat is het kardinale punt.

Voor de volken
God roept Paulus niet alleen met het oog op Paulus zelf en op zijn eigen zaligheid. Het is roeping en verkiezing tot dienst. Het gaat om iemand ‘uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën'. God richt Zich tot hem ten behoeve van velen. In het éne lid gaat het om het hele lichaam. Zo wordt Paulus evenals Jeremia gezonden naar de volkeren. Niet Israël alleen, maar alle volken. Het gaat om hetzelfde als bij de roeping van Abraham. Hier is de vervulling van Genesis 12:1-3 aan de orde. De roeping van het volk Israël is de afzondering ten behoeve van alle geslachten van de aardbodem. Voor Paulus is de evangelie-verkondiging aan de heidenen niet een zaak van taakverdeling: Petrus richt zich op de Joden, en Paulus op de heidenen. Zo simpel ligt het niet. Maar het heeft direct te maken met de roeping van Israël, die doorwerkt in zijn roeping als apostel. De afzondering van Israël en de afzondering van Paulus zijn beide ten dienste van de hele mensheid en de hele schepping. Over mens en kosmos moet Paulus in zijn evangelie-verkondiging het koningschap van Christus uitroepen.

De andere apostelen
Opvallend is, dat deze ontboezeming, waarin Paulus de kern van zijn apostolaat bloot legt, in een ondergeschikte bijzin staat: daar ik mijn evangelie van God Zelf ontvangen heb, zie ik geen enkele aanleiding om dit ter goedkeuring voor te leggen aan ‘vlees en bloed’. Paulus rangschikt ook hen die al voor hem apostelen waren onder ‘vlees en bloed’. Net als hijzelf zijn zij zwakke schuldige mensen tegenover de verheven God. Ook zij zijn niet in staat om zelf hun boodschap gezag en kracht te geven.
Paulus wijst er op, dat hij pas 3 jaar na Damascus naar Jeruzalem gegaan is. Toen pas heeft hij kennis gemaakt met Petrus, de leider van de gemeente van Jeruzalem. Verder heeft hij van de leidende figuren slechts Jacobus, de broeder des Heren, ontmoet. Deze wordt hier door Paulus ook tot de apostelen gerekend.
Er was vanzelfsprekend ten opzichte van de persoon van Paulus, de vroegere vervolger, wantrouwen. Dat begon direkt al in Damascus. Hij trad na zijn bekering onmiddellijk op te Damascus in de synagogen en verkondigde dat Jezus de Zoon van God is. De Joden raakten in verwarring en beraamden het plan hem te vermoorden. Zij hielden dag en nacht de wacht bij de poorten van de stad. Maar hij ontkwam in een mand over de muur.
Na 3 jaar kwam hij te Jeruzalem. Allen schuwden hem daar zij niet konden geloven dat hij een discipel was. Maar Barnabas (zoon der vertroosting) introduceerde hem bij de apostelen. Hij bleef 14 dagen bij Petrus. Ook in Jeruzalem wilden de Joden hem ombrengen. Hij ontkwam naar Caesarea en naar Tarsus.
Daarmee is Paulus persoonlijk een onbekende voor de gemeenten in Judea. De enige band tussen deze gemeenten en Paulus was die van de verwondering: de man die zij vroeger in Judea hadden meegemaakt als felle vervolger was nu zelf verkondiger van het evangelie. Samen verwonderen zij zich over de rijkdom van Gods genade. Die moet worden verheerlijkt. Daar gaat het om. De enige en eeuwige God, uit Wie en door Wie en tot Wie alle dingen zijn. De liefde van God is in onze harten uitgestort door de Geest die Hij ons heeft gegeven. Met dat evangelie is Paulus als apostel der heidenen de wereld van het Romeinse Rijk doorgetrokken, omdat hij slaaf van Christus Jezus geworden was: opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen en alle tong belijden: Jezus is Heere, tot eer van God de Vader.

Edit