Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
lezing 2005-05-24 19:45:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag) Wijkavond. Prof. Balke spreekt in 5 lezingen over de Galatenbrief. Vanavond de vierde lezing

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gal 4 AG659.__2a.mp3 (, 48kPro, 13.4Mb)
AG659.__2b.mp3 (, 48kPro, 8.9Mb)
Galaten

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1-11
Het vierde hoofdstuk. Sommige dingen zijn moeilijk, zei zelfs Petrus. Dus heb goede moed.
Wat is er aan de hand met die Galatiërs? In de greep van de dwaalleraren zijn ze. Zij hebben de gemeente beroofd van de vrijheid van het evangelie.
In het vierde hoofdstuk voegt Paulus het argument toe: de belofte was er eerder dan de wet. Een onmondig kind verschilt niets van een slaaf, ook al is hij erfgenaam. Onder curatele, onder voogdij, tot een bepaalde tijd van mondigheid, het volledige zoonschap. De wet is zo’n pedagoog. Door engelen gegeven in de Joodse voorstelling, uitgelegd door een stoet aan rabbijnen.
Onderworpen aan krachten (eerste beginselen van de wereld). Stoicheia – een moeilijk vertaalbaar woord. Twee opvattingen: ofwel gepersonifieerde machten, of onpersoonlijke beginselen. Paulus denkt wellicht ook aan de eerste, identiek aan de afgoden. Heren van wie men een slaaf is. Concreet geworden in het wettische Jodendom. Dat is heel scherp voor een Jood om te horen, zoals de heiden onder zijn afgoden zucht. Een Joodse vorm van heidendom! Haast godslasterlijk.

Maar ook een wijde blik. De structuur van het wereldse heidendom en Joodse wetticisme heeft Paulus doorzien. Hij zet de wet in een kader om het evangelie beter te verstaan. Niet meer als een middel om iets te worden. Gegeven als een tuchtmeester tot Christus in het kader van het verbond en de belofte.

De volheid van de tijd komt niet voort uit ontwikkeling van de mens, maar wordt door God bepaald en gegeven. De wet wordt tot haar eind gebracht. Jezus koopt de slaven vrij. Mede-erfgenamen met Christus. Autonomie tot liefdedienst.
Abba, Vader. Een intimiteit die niet uit de mens voortkomt, maar komt door de zending van de Zoon. De werking van de Geest werkt het uit in de harten van de zonen. Ze roepen Abba, Vader, en de Geest roept het ook. Want wij zijn zwak.
Als wij al beginnen te roepen brengen we een A voort en als we de mond sluiten een B, dat is in het Aramese ‘vader’, en dat is veelzeggend.
Wij zijn adoptief zonen. Aangenomen. Nu Christus gekomen is de tijd van de onmondigheid voorgoed voorbij gegaan. De hele gemeente moet erkennen, dat zij vóór ze God kenden, in dienst geweest zijn van goden die geen goden waren. Jood en heiden op één lijn. Maar nu kent u God en: wordt u door God gekend.

De Galatiers zijn teruggevallen: de beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen (v. 9). De slavernij komt terug in een `heilige` gedaante. Joodse maar ook heidense rituelen. De heidense astrologie loert erachter. De ene wet brengt altijd de andere wet mee. Er is in kerkelijk Nederland ook een hang naar rituelen, een hang naar Joodse en heidense spiritualiteit.
Is de kerkhervorming in ons land tevergeefs geweest? Paulus verbloemt deze zorg niet.

12-19.
Broeders zegt Paulus. Hij stelt zichzelf tot voorbeeld. Paulus past zich aan, staat naast Joden en heidenen. Zij beiden verlagen de mens tot slaaf van de wet. Paulus is niet gekrenkt, maar in de waarheid waarin hij strijdt. Hij is ontvangen als een bode van God, hij is niet `bespuwd`, staat er letterlijk. Hij had een kwaal (v.14), en ondanks is hij zo ontvangen. Paulus tobde waarschijnlijk met zijn ogen en is misschien zelfs wel blind geworden. Wij mensen verzetten ons tegen macht boven ons, met name doen we dat in de pubertijd. Paulus richt zich daarop met zorg. De duivel heeft ook zijn apostelen. De Galatiërs zijn niet de eerste schuldigen, de dwaalleraren brengen ze in verwarring. Ze willen de Galatiërs buiten sluiten van de vrijheid van het evangelie.
Paulus wilde dat hij bij hen was.

20-31
Paulus laat nu een heel ander geluid horen. Argumentatie vanuit de Schrift, vooral de Tora, de Wet. Paulus gebruikt een allegorie, een geestelijke verklaring, die uitgaat boven wat er letterlijk staat. Vergeestelijken, dus. Dat is een verwerpelijke Schriftuitleg. Calvijn heeft allegorese als methode van Schriftuitleg afgewezen. Wat Paulus mag als apostel, mogen wij niet na-apen. De letterlijke zin is de geestelijke zin.
Paulus zegt: Mensen willen wettisch vroom zijn, Joods of heidens. U die wettisch wil leven – hoort u de wet niet (de Tora)? De Tora verkondigt juist de vrijheid van kinderen van Abraham. De gemeente van Izak en de gemeente van Ismaël. Een onvoorstelbaarheid dat wettische Joden niet uit Sara maar uit Hagar voortkomen!
Abraham geloofde God, maar hij wilde God ook `helpen`, daarom ging hij in op Sara’s suggestie. Een tegenstrijdigheid. Geloven en eigen werken. In de ene persoon van Abraham. Twee zonen, één bij de slavin, verwekt bij het vlees, de natuur; en een bij de vrije, voortgekomen uit de belofte. Twee bedelingen, de berg Sinai, en Jeruzalem ‘dat boven is’. Hagar, de moeder van een slavengemeente, die het moeten hebben van hun eigen werken en hun eigen rechtvaardigheid. Het Jeruzalem van nu, zegt Paulus, tegenover het Jeruzalem van boven. Een scherpe uitspraak weer. Wettische Joden zijn Ismaëlieten! De allerheiligste oudheid wordt zelfs aangetast. Er zijn in het rijk van God geen heilige huisjes.
Het hemelse Jeruzalem is vrij. De wortel van dit geloof in de heilige stad die boven is, is bij Jesaja te vinden. Jes 51 en 52, want de Heere vertroost Sion, Jeruzalem, doet u feestklederen aan. De aardse stad voor ogen, maar meer dan de aardse stad geprofeteerd.

In de Joodse eschatologie is Jeruzalem al een heilige stad vooraf, openbaarde zich op aarde, verontreinigde maar wordt weer de Heilige stad in de toekomst. “Denkt gij dat dit de stad is?” (de aardse), [uit een na-christelijke eschatologie]. In Gal 4:24 is de aarzeling verdwenen. De stad is boven. Openbaringen noemt het aardse ‘Sodom en Egypte’. In de christelijke verwachting is de tempel verdwenen, de nederdalende stad. Van God uit de hemel. Een onherroepelijk afscheid van de oude stad.

Het begin van de toekomst van Christus is reeds gerealiseerd. Het is een levende werkelijkheid in de gemeente. Gal 4:26 is voor sommigen aanleiding de kerk moeder te noemen, dat is niet juist. Geen lofzang op de kerk. Het hemelse Jeruzalem, het rijk van God is onze moeder. Het dringt door in de aardse sferen.
De gelovigen zijn kinderen der belofte, hun belofte is tegennatuurlijk en boven de rede, Natuur en rede komen dus in verzet. Geen kinderen van een slavin, maar van de vrije.

Edit