Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-03-04 17:00:00 ds. A.W. van der Plas (Waddinxveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 12:24-25 Joh 12:12-33 2007-03-04.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2007-03-04T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Daar stond ik dan, bij een vitrine in het museum in Leiden. 1000 jaren oudheden, mummies, sarcofagen. Daar lag een klein doosje met een paar tarwekorrels. Uit een koningsgraf – meegegeven op de laatste reis, met potten en pannen, sieraden en voedsel. Nog steeds intact, versteend. Oud, maar wel te herkennen als tarwe. De kiem van leven was er echter uit. Gestorven. Vrucht voortbrengen zouden ze niet meer. Alleen als ze gezaaid worden, zo niet, houdt het leven op. Daar herinnert de Heere Jezus aan. Hij ziet sterven aankomen, wat niemand anders ziet. Het ziet er anders goed uit, de vijanden worden moedeloos – ‘de ganse wereld loopt Hem na’. Grieken willen Jezus wel zien.
Nu is de ure aangebroken. De tijd van Zijn lijden en sterven is nabij en de wereld zal het weten. Niet ondanks Zijn lijden en sterven, maar doordat Hij die weg gaat. De ultieme vernedering, voor de wereld. Jezus gebruikt een soort wijsheidsspreuk. Amen, amen, dit is van belang.
Misschien hebben kinderen in de kerk wel een tuintje. Een zakje zaad, de zaadkorrels worden uitgestrooid over het land om voor de nieuwe oogst te zorgen. Wat over is, leg je weg. Misschien kan ik het nog gebruiken – daar komt weinig van terecht. Je ruimt de boel op, later. Als de kiemkracht er uit is. Goed zaad – als het in de grond zou komen, zou het vrucht voortbrengen. Maar nu heeft het net zoveel nut als de korrels in het museum. Ze zijn alleen gebleven, zegt de Heere Jezus.
Zo gaat het nu ook met mij. ‘Er is geen andere weg tot behoud, dan door de dood van de Zoon van God.’ Zo ver verloren zijn we dus. Als je daarvan doordrongen wordt, breekt het je hart. Als u volgende week avondmaal viert – dan laat de Heiland u zien, hoe groot Zijn liefde is voor zondaren. Dat is eigenlijk niet te bevatten. Hij heeft het voor Zichzelf niet nodig om zondaren te verlossen! Maar als Hij het niet gedaan had, was de hemel leeg gebleven. Wat verloren is, komt Hij zoeken. Om ons mensen en om onze zaligheid is Hij mens geworden.

Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft – dat had voor Hem gekund. Zeker! Maar Hij gaat de weg van ontluistering, van vernedering.
Zo’n korreltje ontkiemt in de grond, een worteltje, en een groen sprietje komt op, een groene waas op het land. Een stengel, een aar – de tarwekorrel sterft weg. Er blijft niets van over, hij offert zich helemaal op om die nieuwe plant te laten groeien. Zo in de verlossing. Hij gaat sterven om vrucht voort te brengen, Jes 53:10.
Hij wordt begraven in de aarde, met een steen ervoor. Z’n vijanden denken dat ze Hem verslagen hebben. Maar met Pasen komt het groen uit de aarde op. Het wordt zichtbaar, dat Hij door de dood is opgestaan om dat leven te geven. Gegeseld, met doornenkroon, naakt aan het hout genageld. Dan lijkt het niet erger te kunnen. Niets moois aan te zien, maar het gaat om het zaad dat komt.
Als je in de Lijdenstijd avondmaal viert, dan zie je het. Zo heeft Hij Zichzelf er voor over gehad. Hij droeg vrijwillig het oordeel van de zonde. Hij heeft de dood gesmaakt, zegt de Hebreeënbrief, in alle diepte heeft Hij het gepeild. Stuk is Hij eraan gegaan. Geen wonder dat Hij terugdeinsde in de hof van Genesareth.

Je kunt natuurfilms zien, waarop zo’n graankorrel ontkiemt. Maar dit gaat verder. Christus draagt het oordeel dat ons moest treffen. Hij gebroken, om mijn gebroken leven heel te maken. Heeft u dat geleerd door het geloof? Als je bidt om genade, dan word je naar Christus verwezen, Ik heb het allemaal kapot gemaakt. Hoe moet ik het heel maken. Kijk naar Jezus. Om heel te maken, Heiland, is Hij gekomen.
Één graankorrel brengt 100x meer voort. Er gaat nieuw leven van Hem uit. Hij komt tot ons, om ons aan te raken met Zijn woord. De opgestane Heer. Je raakt jezelf aan Hem kwijt. Zijn sterven draagt veel vrucht.
Hij heeft je meegenomen. Zie je dat Hij je meedraagt op Zijn hart, meeneemt naar het kruis, naar het graf, meeneemt het nieuwe leven in. En daarom is de dood het einde niet. Wie in Mij gelooft zal leven al ware hij ook gestorven. Paulus gebruikt het beeld ook: als een kind van God ontslaapt, wordt het lichaam gezaaid in oneer, verderfelijk, opgewekt tot eer en onverderfelijkheid. Jezus draagt vrucht.

Dan word je veranderd in de kracht van de Heilige Geest. Dat dode hart wordt levend. Ik heb ze gekocht en betaald, Vader. Mijn leven is nu hun leven, Ik breng ze thuis.

Je moet een ander mens worden, sterven aan jezelf. Zoals die graankorrel veranderd moet worden: dan heb jezelf ook nodig, bekering wedergeboorte. Van genade te leren leven. Weet je wel dat er een Vader is, die je alles wil geven wat je nodig hebt? Dat leer je niet in één keer. Er gaan misschien seizoenen overheen. Je ziet slechts een kale akker, tot het voorjaar wordt, daar komt het nieuwe leven. We kijken altijd tegen die wonderbomen aan – de Heere Jezus wijst op het zaad in de akker. Het kan vroeg opkomen, als je al vroeg van de Heere Jezus houdt. Diep van binnen weten dat Hij voor jou is, en jij van Hem bent. Dan gaat de nodiging uit en dan moet je toch komen. Het zaad groeit, tot de vrucht rijp is.

Heb je de Heere nodig gekregen? Bid om te groeien in het geloof, om uit Christus te leven. In de natuur kan het nieuwe leven wegrotten in de korrel als het nat is, maar wat de Heere geeft, dat vergaat niet, Hij maakt Zijn werk af.

Wie zijn leven liefheeft zal het verliezen. Dus ook voor u en voor jou is het nodig, niet om de hemel te verdienen. Wie in Christus geloofd moet Hem ook navolgen. Je leven verliezen om het in Hem te vinden – maar wij willen heel blijven en eigen baas blijven. Dat is je leven lief hebben, alleen voor jezelf leven. Ik weet: ik lig van mij zelf midden in de dood. Ik ben een verloren mens. Ik kan alleen maar achter Hem aangaan.

Zonde is leven zonder Christus. Je kunt nog zoveel bereiken en doen, maar het is een eeuwig verlies. Het overkomt ons niet, maar we werken er zelf aan mee. ‘je kunt je niet bekeren, je kunt niet bidden’: Nee, je kunt alleen God de schuld geven, dat je zo onbekeerd bent.
In het Grieks staat: die laat het verloren gaan – je haalt dus het oordeel over jezelf heen.

Wat je maar hindert – doe het weg, het gaat om leven of dood. Wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden. Moet je dan een hekel hebben aan het leven, somber, naar beneden kijken, zwart pak, altijd maar klagen? Met je leven moet je niet roekeloos omspringen, maar je moet niet voor jezelf leven. Dan ben je een korrel die in de schuur blijft liggen.

Alles kwijt raken om het leven in Hem te vinden. Strijden tegen de begeert van je hart. Je krijgt met vijandschap te maken. Intussen ga je steeds meer van genade leven. Hij moet wassen, groeien, ik minder worden. Dat raakt heel je leven. Heere, wat wilt u dat ik doen zal. Zo’n leven draagt vrucht. Niet te vergeefs, dus. Je leven voor eeuwig veilig. Je mag het van Hem verwachten.

Zo draag je vrucht, sterven aan je zelf, uit Hem leven. Voor anderen tot zegen zijn. Leeft u zo, dan is dat merkbaar aan je handel en wandel. Je ziet halmen staan, vol graankorrels. De stelen buigen. De vrucht kan dan niet rotten, geen water komt er in. Hoe meer genade, des te kleiner wordt jezelf. Er is een Heiland die zichzelf heeft gegeven aan het kruis van Golgotha. Als ik met mijn gebreken bij Hem kom, dan zegt Hij uw vrucht is uit Mij gevonden.

Edit