Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-03-11 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Mij dorst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 19:28 Joh 19:17-30 2007-03-11.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.8Mb)
2007-03-11T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.7Mb)
De Kruiswoorden

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wie ooit als reiziger in het Midden-Oosten is geweest in de zomer, weet wat dorst is. Ook wie na een operatie wakker werd – een slokje water is een als een wonder. Een diabetespatiënt weet wat dorst is. En zeker ook iemand die op sterven lag. Met een wattipje even de lippen van de overlijdende nat maken. De Heiland sprak aan het kruis, ‘Mij dorst’. Van 9 tot 3 heeft Hij aan het kruis gehangen. Doodsuitroepen waren Zijn laatste woorden. Zoals Zijn beenderen niet gebroken zijn, zo zijn ook alle kruiswoorden bewaard gebleven. Geen lange zinnen. Mij dorst is één woord in het Grieks (´dipsoo´). We zijn aan het einde van de duisternis. Vlak na de duisternis. Dan komt Zijn nameloos lichaamslijden.

Het kortste kruiswoord
1. Zijn dorst, 2. Zijn drinken (29), 3. Zijn doorgeven.

Op witte donderdagavond, 16 uur geleden, heeft Hij het laatst gedronken. In Gethsemané kreeg Hij wel een beker voorgehouden, een beker gevuld met de toorn van God. Alleen al het zien van die beker deed Hem bloedig zweten. Gebonden in Gethsemané, geslagen, gekroond met doornen kroon, gegeseld. Naar Golgotha gebracht. Vlak voor de kruisiging kreeg Hij een verdovingsdrank aangereikt, wijn met mirre, maar Hij weigerde dat. Eerst in de hete zon. De laatste drie uur in de duisternis: In de toorngloed van God.
Hierna – na de drie uur. Toen klonk er Mij dorst – toen was het volbracht. Vooraf geen verdovingsdrank, maar achteraf wel een verkwikking. Het zwaarste gaat voor. Eerst de verzoening. Na de strijd voelt een soldaat zijn wonden. In het zwaarste zielenlijden dacht Hij niet aan zijn lichamelijk lijden. Daarna pas voelde Hij zijn lichamelijke uitputting.

Waarom vraagt de Heere er om? Hij heeft de verkwikking ook voor ons als zondaars gevraagd. Het moet worden verkondigd, dat het volbracht is. Om dat te proclameren, moest Hij eerst te drinken krijgen, zijn tong kleefde aan Zijn gehemelte, immers. Een zachte schorre stem, Hij drinkt opdat Hij des te klarer kon uitroepen, ‘Het is volbracht’!!
Opdat de Schrift vervuld zou worden: In het O.T. lag het leven van de Heere Jezus al ‘vast’. Psalm 22 en 69 (vers 21). Mij dorst zou daarmee letterlijk vervuld worden. Zij hebben mij gal tot mij spijze gegeven, en edik te drinken. David was het leven zuur gemaakt. God dorst niet: Jezus is echt mens geweest. Als zoon van God is Hij medeschepper. De Schepper, die het laat regenen over onrechtvaardigen. Hij maakte van water wijn; Hij, die de Samaritaanse vrouw eeuwig water bood. Hij heeft dorst!
Het afgematte lichaam van een gekruisigde droogde helemaal uit. Lang niet gedronken en dan die grote inspanning. De lippen gekloofd. Hij heeft geleden over al Zijn ledematen. Om verzoening te doen over de misdaden van onze mond. We zingen in de kerk en we kunnen morgen een ander de grond in boren met scherpe kritiek.
Hij leed ook in al zijn zintuigen. Ziende op Zijn volk, dat Hem verwierp. Oren die lastertaal hoorden. De pestwalm van de zonde, van de haat van de Farizeeën. Gevoel – pijn overal. Maar de smaak: ook: de bittere gal.

Het eerste lijden dat we lezen is honger – na 40 dagen hongerde Hem. En op het laatst dorst het Hem. We gaan dieper. Hij dorst ook voor zondaars, een plaatsvervangend lijden. De rijke man en de arme Lazarus: De rijke had dorst in de plaats der pijniging. Daar kwam de Heere Jezus net uit. Die dorst zal niet gelest worden. Het zou ons deel zijn, als Hij niet gedorst zou hebben, borgtochtelijk...

Hij heeft ook gedorst *naar* de zondaar. Dat zit er ook in. Hij smacht als Middelaar om gevallen zondaars te redden. Die dorst om jou te verlossen .. die kan alleen door jou gelest worden! Daar moet je eens over nadenken... Hij smacht en wacht en smeekt om jou genadig te zijn. Wat een heerlijk evangelie!

2. Edik
Een spons op een rietstok met hysop vastgemaakt. Een van de vier soldaten moet dat gedaan hebben. Ik denk dat hij daarvoor beloond zal worden. Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven.
Op de kerk in Gethsemané stond een groot kruis met twee herten aan weerzijden, die omhoog keken, smachten naar water. Met herten moet je voorzichtig omgaan, die smachten naar water. Zijn er zulke herten geweest vanmorgen? Uit die Verlosser die daar hangt, gutst het Levende Water. Wij mogen als verzoende schurken drinken.
Komt gij dorstigen hier drinken uit die milde heilsfontein, om niet.

Het drinken van de Heere Jezus was bitter, gal. Zure azijnachtige wijn. Voor mij, de zoete smaak. Geen een druppel schoon water voor Hem, voor mij de zoetste wijn der vreugde. De beste wijn, die Hij voor het laatst heeft bewaard. Dorstige zielen, zegt het formulier.
Zo wordt onze dorst gelest. En Zijn dorst naar zielen? Het kan door uw hart aan Hem te geven. Je kunt een warm en zelfs een koud hart aan Hem geven. Maar geef geen lauw hart aan Hem. Omdat gij lauw zijt, zal ik u uit spuwen.

3. Doorgeven. Hij dronk en zijn zijde wordt even daarna doorboord, en het water gutst eruit. Als opdracht ligt er voor ons, de beste dankzegging is, als wij Hem zouden dienen en anderen, door van Hem te vertellen. Het zou crimineel zijn, wanneer u gedronken heeft en u wijst andere die dreigen te sterven van dorst, niet op de bron – dan sta je mede schuldig aan de ondergang van je medemens.
Ik was dorstig, maar gij hebt Mij niet te drinken gegeven.... doorgeven. Op een simpele manier. Zoals God het leidt.
Moeder Theresa, die bekendste van alle nonnen. De heilige van de goot werd ze genoemd, onder de aller armste werkte zij. ’s Morgens kwamen ze samen in de kapel in Calcutta. Daar hing een afbeelding van Christus aan het kruis, met daaronder de woorden, `Mij dorst`. ’s Middags gingen ze de stad in met brood en water. Ik drink het ’s morgens in en al naar gelang God het leidt probeer je er ook wat van door te geven.
Het kan niet anders of er is een dorst naar zielen, net als bij de Heere Jezus. Dat begint in je eigen gezin, ik smacht er naar dat ze waarachtig tot bekering komen, dat ze behouden worden voor de eeuwigheid. Als ouder, als juf, als kinderwerker. Je kunt wel eens een persoon op je hart krijgen, ik blijf voor hem bidden tot de Heere hem genadig is.
Je kunt de weg wijzen, maar je kunt ze niet laten drinken.

Er zit heel wat in dat kortste kruiswoord.
Ook een tegen-woord. Mij dorst zal ook de klacht zijn van de hel. Geen verkoeling ooit. Ik lijd smart in deze vlam, zegt de rijke tegen Abraham. Niet ‘zielig’... Er gaan geen slachtoffers verloren, alleen schuldenaars. Elke dag vrolijk en prachtig, hoe staat het met je ziel? We zien wel – tot hij het ging zien... Hij sloeg zijn ogen open aan de andere kant van het graf, zijnde in de pijn, zegt de Heere Jezus. De evangelie verkondiging is heerlijk! Het gutst nog steeds vanaf het kruis, ik hoop dat het dorstig maakt. Maar als je het van je af schudt ... je hebt de spetters gevoeld, maar doet je mond niet open. Of nimmer meer dorsten òf voor eeuwig dorsten zonder lafenis.

Hoor ik, hoe Hij riep: "Mij dorst!"
dan roep ik: "O Levensvorst,
Gij, Gij naamt de bitt're dronk,
die deez' aard verzoening schonk!"
(Herv. Gez. 46:6)

Edit