Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-03-14 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Exo 17:11 Exo 17:8-16 Deu 25:17-19 2007-03-14.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.4Mb)
2007-03-14T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er is een strijd op aarde. Strijd om te overleven, om een baan te behouden, soms om macht, ook in de kerk. Dat het je goed gaat. Strijd voor je eigen rechten. Ook in het geestesleven. Het begint met de doorgang door de enge poort, de bekering. Er komt strijd, een heilige oorlog. David heeft veel bestrijders. Veel gebed is veel van de hemel. Weinig gebed – dan komt er staar op je ogen. Wat voor rol speelt het in uw geestelijke leven?

De Heilige Oorlog
1. een laffe aanval, 2. een machtig wapen. 3. een grote overwinning

1.
Wanneer speelt dit zich af? De uittocht is achter de rug, nu begint de doortocht. Van Egypte in de woestijn. Daar is gebrek en strijd. De Heere had ze manna en water gegeven, en nu voor het eerst komt er een vijand in beeld. Het gaat niet zonder strijd. Een verlost volk, onderweg naar het beloofde land. Ze hebben gezongen, ze waren vrolijk in de Heere. Heerlijk, die begintijd. Afgelopen zondag avondmaal. Geestelijk genoten. Toen kwam Amelek. Na een genieting de beproevingen. Die versterking is nodig zo lijkt het om de beproeving aan te kunnen. Herkent u dat?
In Rafidim. Zelfde plaats waar het water uit de rots kwam. Amelek is een andere vijand dan Egypte, een broeder volk, afstammelingen van Ezau. In de achterhoede, waar de zieken, zwakken en kindertjes juist waren, daar vielen ze aan. Gemener kan niet. Van die vijand heeft de wereld geen last, maar een kind van God wel. U moet goed onderscheiden: voor de Rode Zee zei de Heere: ik zal voor u strijden. Maar dan zijn ze verlost – op de weg naar de hemel is wel strijd.
Amelek is een beeld van het zondige vlees waar de satan ingang vindt in je hart (Spurgeon). Amelek viel aan. Als de duivel jongeren kan krijgen richt hij zijn aanval daarop. Bijzonder staan ze bloot aan de aanvallen van de satan. Of oude gewoonten die weer opkomen. Kent u dat? Je denkt, het gaat zó naar Kanaän. De oude zonden waren echter niet dood maar even versuft. Boze begeerten flitsen weer door je heen, verkeerde gedachten over wie de Heere is. Mijn roddelzuchtig hart. Opeens komt het allemaal weer boven.

Amelekieten waren de Noormannen van de woestijn, rovers. Israël, dat moet een makkie zijn, natuurlijk. Slavenvolk, niet geoefend in het vechten – fluitje van een cent. Zo is het ook in het geloof, de nieuwe mens blijft zwak. Je kunt die zonde zelf niet bestrijden. Daar heb je de Geest voor nodig. De les van Romeinen 7. Het goede dat ik wil doen, *wil* doen – daarom is hij wel vernieuwd in zijn hart. Maar toch...
Amelek wil het volk verwoesten, zodat het niet in verbond komt met God, en de Messias niet geboren kan worden.

Wie gaat er winnen? Het sterke Amelek of het zwakke Israël? De strijd van Rom 7. Wie gaat er winnen? Ik strijd maar het lukt me zo slecht. Hoe kan ik dat overwinnen? Veel te sterk die Amelek.

2.
Mozes gaat maatregelen nemen. Jozua strijd en Mozes, Aäron en Hur klimmen op een heuvel. De eerste keer dat Jozua genoemd wordt. Hij moet gaan strijden met een aantal jonge mannen. Hier tegen 1 volk, straks in Kanaän moet hij tegen 7 volken strijden. Stage. Hij moet jongemannen optrommelen. God zoekt dat ook in deze tijd, jeugd die strijdt, die zich met ziel en leven aan Christus hebben toegewijd. Trouw te zweren om te strijden tegen Amelek. Ik zie Jozua rond gaan – wil jij meedoen? De eed van trouw zweren? Ja ik doe mee, ik ben nog jong, zie er tegen op. Maar ik doe mee. Die jeugd is er in Rotterdam, ik zou er graag meer willen zien, maar ze zijn er.
Mozes was 80 en Aaron 83. Hur was wellicht de man van Mirjam. Zou kunnen. Hij vecht niet mee.
Je zou bijna zeggen, ze gaan kijken hoe het gaat vanaf de heuvel – niets daar van. Niet te oud om wat te doen. Een andere taak. Strijden in de gebeden, minstens zo zwaar als strijden met een zwaard. Ik kijk naar oudere mensen die er zijn, en die meeluisteren, 65-plussers, 80-plusser - die mogen volop meedoen, niet met het volleybaltoernooi, maar wel met de geestelijke strijd. Al zit je aan je rolstoel of bed gebonden. Er zijn twee terreinen.
Mozes zoekt verbinding met het hoofdkwartier. Mozes heft zijn handen naar boven. Zo bidt Israël. De handen omhoog, lege handpalmen naar omhoog. Smekend of God ze vullen wil? Nou ze zijn niet helemaal leeg – de staf van God is in zijn hand. Daar heeft God zulke grote wonderen mee gedaan, die slang geworden is, waarmee de Nijl is geslagen, en de Schelfzee, en de rots waar water uitkwam. Heere gaat U alstUblieft voort met het doen van machtige daden voor uw volk? Pleiten op Gods belofte – dat neem je mee in je hand. Vaders en moeders, wat neemt u mee? Kijk naar uw eigen kinderen als zielen voor de eeuwigheid. Zovele wonderen moeten er gebeuren. Als dat gaat wegen, dan neem ik de doopkaarten van mijn kinderen mee. Heere, U was de eerste die Uw hand uitstak, naar mijn kinderen.
Wij mogen het kruis omhoog houden. Ik bid mijn gebed om Jezus wil. Ik houd het kruis omhoog. Hoor mij om Jezus wil. De Hernhutters gebruiken dagteksten, wereldwijd. Ze leren ze uit het hoofd, zijn er mee bezig. Het gaat om leven of dood, hemel of hel. De nood wordt onhoudbaar – maar er staat, wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen! Die staf laat u aan de Heere zien. Alsof Mozes op de genadetroon van God tikt (vers 16!)
Je mag op school niet door elkaar praten, kinderen, dus als je wat wil vragen steek je je vinger omhoog – zo ook houdt Mozes de staf omhoog. Heere ik vraag u om hulp.

Ook voor het strijdende volk beneden heeft het wat betekend – het ging echt op leven en dood aan. Misschien hebben ze omhoog gekeken – als een banier, een militair teken. Kijk niet naar mij, zegt Mozes zo, maar zie op Hem die in de hemel zit. Hij geeft Zijn volk de zegen. Mozes verwijst zijn volk. Handen omhoog – een beeld van overgave – ja, maar niet aan Amelek, maar aan de Heere. Daar ligt dan ook de overwinning in, een overwinnend leven.

Mozes zal voorbede hebben gedaan, hij zal ze met name hebben genoemd. Noem ze bij name. Voor gemeente- en gezinsleden. Noem het bij name. Zij die bestreden worden, bezet of belast met boze machten, problemen met alcohol; wat u weet, noem ze bij name. Bij Open Doors (Kruistochten hete het vroeger) had je van die gebedskaartjes, voor vervolgde christenen. Zoals wij ze hebben hangen op de prikborden.
Vers 12: de handen werden zwaar. Hij steunde, zelfs een Mozes werd moe van het bidden. Alleen kon hij dat niet volhouden. Gebedsverslapping. Wat een zegen als er anderen om je heen zijn, die met je meebidden. Bij de Knesset staat een levensgrote Menorah, een van de details op de middenschacht is Mozes, ondersteund door een steen en Hur en Aäron. Het was nodig, want het was een beweging. Wat op de heuvel gebeurde was ook in de strijd, terreinwinst als de armen omhoog zijn, en verlies wanneer de armen naar beneden gaan. Bidden heeft invloed. Hoe kan ik een overwinningsleven lijden? Hoe kan ik van Rom 7 naar Rom 8 komen? Het kan, een overwinningsleven heeft te maken met een gebedsleven. Gebedsloosheid is een teken van terreinverlies. Weinig bidden doet me nederlagen lijden en zonden aan de hand houden trouwens ook. Ik kijk het na in mijn eigen leven. Zeg niet: ‘Ja, altijd dat bidden, ook....’
Bidden helpt en het is een zwaar werk.

2 of drie, dit keer 2. De kracht van gezamenlijk gebed. Heerlijk. Ontzaggelijke genade... als je het kunt als man en vrouw, als gemeenteleden onder elkaar. Biddend om doorbraak van het koninkrijk van God. U kunt het toch Heere, dat het niet al maar inkrimpt. Survival, maar geen revival. Het heeft te maken met gebed. Samen bidden.
Ik weet dat ze er ook voor mij zijn, die als een Aäron en Hur rondom de knecht staan die hier mag dienen, die voor me bidden.

Drie op de berg – ze krijgen hulp. Heel de dag, totdat de zon onderging. Rom 8. De Heilige Geest is het die in ons bidt. Hij helpt me om te bidden met onuitsprekelijke verzuchtingen. Jezus Christus die is opgestaan en die ook voor ons bidt. Ik houd het niet vol, maar er is een Bidder die voor je blijft bidden. Als een Aäron en Hur, die je zwakheden te hulp komen....
In Mozes zie ik Jezus, ten diepste. Op de heuvel, een hout in zijn handen, dat naar boven wijst, zo Jezus met Zijn handen aan het hout. Zo werd de overwinning behaald. Zijn handen hoeven gelukkig niet ondersteund te worden. Voor zijn strijdend en bestreden volk op aarde. Er loopt een lijn van Exodus 17 naar Johannes 17, het hogepriesterlijk gebed. Hij blijft bidden, voor die geheiligden door de Geest, verloste kinderen van God; tot de zon onderging.

3.
Hoe is de overwinning behaald? Jozua had een zwaard in zijn handen. De strijd werd bevochten in het dal, maar beslist op de berg. De Amelekieten zijn dom. Ze vochten maar niemand kwam op het idee om op Mozes te schieten. Daar kwam de kracht vandaan.
Het ongeoefende Israël werd meer dan overwinnaar. De Heere was de Overwinnaar. Het hout op de heuvel.

Wat tegen onze wil in ons overgebleven – daar strijden we tegen. De wapenrusting van God hebben we natuurlijk nodig. Het woord van God. Val daarvoor. Srijd er méé. Dat is scherp, dood daarmee je eigen zondige gedachten. Maar ook het gebed. Dat biddende leven zorgde voor de overwinning, en vooral het volharden. Amelek blijft zijn kop opsteken, ook al ben je 83 jaar oud.
De Heere Jezus en de Heilige Geest bidden in de hemel en mijn hart. We hebben Jozua en Mozes allebei nodig, de handen uit de mouwen, maar vooral die staf omhoog.

Totdat je in de hemel mag komen gaat die strijd door. `JHWH Nisi`, de Heere is mijn strijdbanier. Zo noemde Mozes het altaar dat hij daar bouwde. Hem alle eer.

16. Zolang de hand op de troon des Heeren is – Biddag 2007. Zoals Mozes zijn handen ophief en met staf tikte tegen die troon, zo mag ik mijn handen uitstrekken naar de troon des Heeren die nog een genadetroon is. Mijn vuile handen zelfs mag ik uitstrekken. Wordt die troon niet vuil? – de Heere ziet me aankomen met mijn stamelend gebed... Op die troon zit een Lam. En Door Zijn werk mag ik mijn biddende handen uitstrekken om geholpen te worden en barmhartigheid te krijgen op Gods tijd. Daar ligt de kracht van de overwinning.

Jaren geleden was er de Maxim Gorki, een Russisch cruiseschip, dat tegen een ijsberg voer. 575 mensen moesten in sloepen. De boordpredikant was in een daarvan. Iedereen keek naar hem, vertelde hij later. ‘Bid met ons!’ Door het lawaai van de hoge zee was hij echter niet te verstaan. Toen heeft hij urenlang met zijn armen omhoog gestaan, een woordloos gebed. En die redding kwam. Door een vliegtuig werden ze ontdekt. Toen ze landden vormden ze één grote kring om die dominee, en staande op het vliegveld hebben ze gezongen, `Grosser Gott wir loben Dich`.
Alle avondmaalsgangers hebben gekeken naar die Ene Man, totdat Hij ons genadig zij. Die voor ons bidden wil en bidden blijft.

Edit