Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-03-25 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Doopdienst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 19:25-27 Joh 19:17-27 2007-03-25.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.1Mb)
2007-03-25T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.1Mb)
Doopdiensten
De Kruiswoorden

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Dienst waarin de Heilige Doop is bediend aan Edith Naomi (Noëmi) van Delft en Antonia Maaike (Tamar) Verhoef.

Eert uw vader en moeder, hoorden we. Daar hield de Heere Jezus zich ook aan. Zijn Vader heeft Hij volkomen gehoorzaamd en verheerlijkt. Maar ook Zijn aardse moeder verachtte Hij niet. Van Zijn discipelen had Hij afscheid genomen, maar nog niet van Zijn moeder. Het laatste woord dat Hij sprak tot mensen was tot Zijn moeder. Het 1e kruiswoord was voor zijn vijanden (vergeving door geloof), het 2e tot de moordenaar (hoop op eeuwig leven), het 3e voor Zijn moeder (liefde, gemeenschap der heiligen).

Gemeenschap der heiligen.
1. Maria, 2. discipel Johannes, 3. Jezus zelf

Maria had gezongen: Hoe heilig is Zijn naam. Hij bereid de zaligheid voor wie Hem vrezen. Dat gebeurt hier. Een bordje op het kruis, Koning der Joden, onder het kruis dobbelen soldaten. Langs het kruis gaan joden die spottende opmerkingen maken. Overpriesters rondom het kruis; maar dichtbij het kruis een clubje van vijf, een kruisgemeentetje. De discipelen zijn gevlucht. Petrus zit niet in de gevangenis, maar hij had zich verstopt in diep berouw. Vier vrouwen en één man. Vijf lelietjes temidden van zoveel doornen.
V 25: Zijn moeder Maria, moederliefde – een rechtgeaarde moeder kan haar zuigeling niet vergeten. De zuster van Maria: Salomé, de moeder van Jakobus en Johannes. Maria de vrouw van Klopas, was misschien een broer van Jozef. Maria Magdalena, van zeven demonen bevrijd. En Johannes, de discipel. Met zijn moeder en zijn tante. Johannes als enige. Wie het nauwste gemeenschap mag hebben, die is ook het trouwste.
(1) Maria. ‘Moeder’ komt vijf keer voor in die paar verzen. Dat moet je aanspreken, zeker als je voor het eerst moeder mag worden. Niets zo groot als een moederhart, niets zo groot als moedersmart, zeker als je kind sterft. Daar zijn geen woorden voor. Bij het kruis van haar Zoon. Je kunt weduwe of wees woorden, maar een kind verliezen, daar is geen woord voor!
Er is heel wat over geschilderd, uitgebeeld, gecomponeerd, gepreekt... Die staande moeder en die hangende Zoon. Er is een beroemd gedicht: “Stabat mater dolorosa”, daar staat de moeder der smarten.
Maria kreeg haar eerstgeboren Zoon – toen was er zangtijd. Wat een dankbaarheid. Dank U, Heer. Mijn ziel verheft Gods eer. Toen kwam de profetie van Simeon: door uw ziel zal een zwaard gaan. De hoog begenadigde is nu een diep bedroefde. Dat ligt ook op je weg als ouders. De Rooms-Katholieken hebben zelfs 7 smarten van Maria op getekend: de profetie van Simeon, de vlucht naar Egypte, de angst voor de dolk van Herodes, de verloren zoon op 12 jarige leeftijd, en zo hier aan het kruis. Noem mij Mara, moedersmart.
Zij hoort de spot en zien haar kind, ‘Jezus van Nazareth, Koning der Joden’ – de naam die de engel Gabriël Hem gaf. Dit zal zijn naam zijn. Tamar, Noëmi. De Koning der Joden, het ruwhout – is dat de troon? Deze zal groot zijn... waar is toch Zijn almacht thans? De troon van Zijn vader David... Koning in eeuwigheid? Is dit het dan? Hij bloede ipv regeerde.
Met de belofte van de engel ging zij de dood in. God gaat Zijn eigen belofte begraven. Wat een diepe les. ‘Met Hem verging onze hoop’. Met de Belover kom je niet om, maar met de belofte kom je in de dood terecht. Wie het vatte kan die vatte het.

Ze is niet in paniek weggerend. Waar zou je naartoe moeten? “Kent u die lui daar aan het kruis?” Die middelste is mijn Zoon, of: dat is Mijn Zaligmaker...
Ze is niet in elkaar gezakt. Staande blijven dichtbij het kruis. Zij heeft ook vrede door het kruis. Maria was een gelovige ‘mijn Zaligmaker’. Ze heeft meer ontvangen dan verloren. De straf op Hem opdat de vrede voor Hem zou zijn. Dat is de weg waarlangs Jezus Zijn volk zalig maakt. De Heere Jezus zorgde voor haar eeuwig heil, maar ook voor haar tijdelijk heil.

(2) Jezus ziet Zijn moeder en zijn naarste leerling. Zie uw moeder en zie uw zoon. Vrouw, ik vertrouw je toe in de liefde en zorg van neef Johannes. Johannes, ik geef je een nieuwe moeder, zorg je voor haar? Waarom doet Hij dat? Maria zal amper 50 zijn, ze raakt haar oudste Zoon kwijt, ze had ook andere kinderen. Judas, Jakobus, Simeon. Zij geloofden niet in Christus, ze konden moeder niet goed begrijpen. ‘Mijn broederen ben ik vreemd.’ Ze hebben gemeen dat ze de Heere Jezus innig liefhebben, ze begrijpen elkaar; lief hebben, gemeenschap der heiligen, vanaf het kruis ontstaat een gemeenschap. Hij geeft mensen aan elkaar. Vanuit de Heere Jezus verkrijg je elkaar als broeders en zusters. Mijn broeders en zuster – bij het kruis van Christus vallen geloofsbanden. Een liefdesopdracht. Er zijn banden die verder gaan dan man en vrouw en kinderen. “Mijn broeder en zuster zijn wie de wil van God doen,” had de Heere zelf gezegd.

Johannes gehoorzaamde. Hij nam haar in zijn huis. Van die ure aan. Misschien hebben ze de drie uren duisternis niet meegemaakt, dat haar Zoon in de Godverlatenheid terechtgekomen is.

(3) De Heere Jezus zelf. Hij zag en Hij zei. Een laatste blik vanaf het kruis. Hij noemt haar ‘vrouw’, maar Hij had toch die tere liefde voor haar. Een woord en een geschenk en een huis voor haar. Hoe teer zijn die banden tussen zoon en moeder. Hij zag haar. Hij, die uitgeteerd was, zag op mij neder.... als je zo Christus mag zien, dan kan het niet anders of dan breekt er wat vanbinnen, je gaat terug kijken met ogen van liefde. Zijn ogen zagen haar, ook al kon zij misschien niet meer kijken van verdriet. Hij leert de Zijnen om elkaar te zien.
Vrouw – op de bruiloft van Kana had hij ook gezegd: vrouw, wat heb ik met u van doen? Niet alleen afstand, maar er zit ook iets moois in. Sommige zeggen: Hij heeft ze willen beschermen voor de soldaten. Of ‘moeder’ zou nog pijnlijker voor haar zij geweest.
Maar: ‘vrouw’ herinnerde haar juist aan de moeder-belofte: uit de vrouw zal het zaad voortkomen, die de kop van de slang zal vermorzelen. Gij zijt die vrouw, Maria...

Als Gods kinderen thuis komen, zegt Christus tot de vader: Vader, zie Uw kind, en dat Hij dan tot mij zal zeggen: kind, zie Uw Vader. En dat de Vader ook mij zal opnemen in Zijn Huis...

Hoe nog stervende zijn mond
troost voor vriend en moeder vond,
weet ik: "Hij vergeet ons niet,
schoon Hij stervend ons verliet."
Herv. Bundel Gez. 46:2

Edit