Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-04-01 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Rom 8:38 Rom 8:18-39 2007-04-01.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.1Mb)
2007-04-01T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Je leest wel eens in de krant – een aanslag op christenen, in samenkomst bijeen. Als er bij ons een bom zou vallen en het is ineens eeuwigheid – wie van u weet dan dat hij op hetzelfde moment in de hemel bij de Heere God is? Zeker weten?
Een leraar op een hogere school vroeg het aan zijn klas, de helft evangelisch en de andere helft van reformatorische huize. De evangelischen wisten het zeker. Zegt dat veel? Nee, niet alles. Maar in onze kringen ligt de heilszekerheid wel erg moeizaam en teer.

Want ik ben verzekerd
Het is 1. Schriftuurlijk, 2. Mogelijk, 3. Belangrijk, 4. Persoonlijk

1.
Wat zegt de Bijbel erover. Straks in het eeuwige leven bij God – kun je dat zeker weten? Job zegt op de puinhopen van zijn leven: ik weet dat mijn Verlosser leeft. Petrus wist dat hij bij de Heere zou zijn, als hij de andere dag zou worden onthoofd. En hij slaapt rustig.
Moslims hebben ook geen zekerheid: 'als ik voor Allah kom is het maar afwachten wat de uitslag is van het examen'.
Ook Joden hebben dat niet. De beroemde rabbi Akiba huilde op zijn sterfbed: ik zie twee wegen. De een ten leve naar de Hof van Eden en de andere naar de hel en ik weet niet waar ik op zit.
Ook Katholieken hebben die zekerheid evenmin: het concilie van Trente had bepaald dat geloofszekerheid arrogantie is. 'IJdel en goddeloos' – alleen met een bijzondere openbaring van God, en daar moet je op wachten.
Hoe is het onder ons? Ik bedoel jou vanavond. Zeg je: het ziet er naar uit dat ik het wel nooit zal krijgen.. Ik hoop het wel, dominee... wat is dat voor een hoop? Een net oppassend leven en dan maar afwachten.. Misschien maakt u het wel zó bont dat u hen die het zeker weten verdenkt – die praten er zo makkelijk over... “Beter twijfelend dan zeker weten....” u veroordeelt ze in gedachten maar het maakt de armoe van uw eigen gebrek openbaar.

Is er een reformatorische achtergrond die zo zwaarmoedig is? Ik denk het niet; Calvijn, Luther, de schrijvers van de geloofsbelijdenis, Dordtse Leerregels – zij hebben allemaal die geloofszekerheid geleerd en beleefd. Olevianus lag op zijn sterfbed – geloof je nu nog steeds zeker wat je anderen hebt geleerd? Certissimus. Zekerder dan zeker, toen het er op aan kwam. Calvijn – je moet door de taal heen prikken: Ons geloof betekent niets, als we ons niet voor vast verzekerd houden dat Christus van ons is, en de Vader ons in Hem genadig is.

2. Is het mogelijk? – wat is dan de grond voor mijn zekerheid. Luther: onze theologie geeft zekerheid omdat ze ons bij onszelf wegtrekt, buiten onszelf stelt, en we niet meer op onze krachten, onze gedachten, onze stemmen, onze gevoelens etc steunen, maar op Gods beloften. Van dee God, die niet liegen kan. Niet mijn bijzondere dingen, mijn tranen, mijn oppassend leventje, maar het brengt mij bij de belofte in Hem; daar is het zeker. Een prachtig voorbeeld:
1500 jaar geleden in Egypte – de 10e plaag, alle eerstgeborenen sterven, van slaven en van de koning, van Egyptenaar en Israëliet! Zelfs van de dieren. Waarom was een jongetje in Gosen veilig? Doordat hij bijzondere dingen had meegemaakt? Nee. God had gezegd: Als Ik het bloed zie ga Ik voorbij. Niet als ik het zie, maar als God het ziet. Een Joods jongetje was veilig door het bloed. Twee huisjes in Gosen, twee buurjongetjes. De vaders doen dat bloed aan de deurposten. De jongetjes hadden het gezien. Het ene jongetje was doodszenuwachtig, nog drie uur en dan komt de verderfengel. Vader is dat bloed wel aan die deurpost? Zou de Verderfengel het bloed misschien over het hoofd zien? Zou God terug komen op zijn woord? Vader, ik ben bang dat ik me bedrieg! Het is voor mij alleen maar, waar als ik het ervaar. Zo benauwd had het jongetje het.
Het andere jongetje slaapt heerlijk. Ik maak hem wakker – jôh, over twee uur komt de verderfengel. Nou, God heeft het toch gezegd? Het bloed is aangebracht. Ik hoef me er geen zorgen over te maken. Ja, maar het zal er maar echt op aankomen, dominee... Dan zal het blijken... Dat zal best kunnen zegt het jochie, maar ik weet: God liegt niet.
Vraag aan de kinderen:Wie van de twee jongetjes was het veiligst? Alle twee even veilig. Alle twee achter het bloed van het Lam. Die veiligheid hing niet af van hun gevoel, maar van het bloed dat buiten aan de post was.
Wie van die twee was het zekerst? De tweede, omdat hij vertrouwde op wat het woord van God gezegd had.
Wie was het gelukkigst? De tweede, hoe meer je vertrouwt op wat God zegt, hoe meer rust en kalmte en vreugde je hebt. De ene jongen had het ingewikkeld gemaakt, de ander had een eenvoudig vertrouwen.

Veilig, zeker en gelukkig. Je veiligheid is geheel afhankelijk van het bloed van het Lam. Daar achter te schuilen. Je zekerheid is geheel afhankelijk van je geloof op het woord van God, of je daarop durft te vertrouwen. Je blijdschap is afhankelijk van je geloof. Hoe meer je Hem vertrouwt, hoe blijer en rustiger je door het leven kan gaan.
Je kunt geloof hebben en toch de zekerheid missen; wel zalig, maar toch niet blij zijn. Dat komt dan door je gebrekkige geloof in het Woord van God. Ik kan het niet anders zien. De Dordtse leerregels zeggen daarom ook, dat mijn zekerheid is naar de mate van mijn geloof. Het ware geloof weet twee dingen: de zekerheid van je verdoemenis buiten de Heere Jezus, maar ook de zekerheid van je behoudenis door de Heere Jezus.
Ook in de kerkgeschiedenis is dat onderscheid tussen zaligheid en zekerheid wel gemaakt. Calvijn zegt: geloof en zekerheid zijn tweelingen. Het eerstgeboren is Tim en daarna Bastiaan. Het eerste wordt geloof geboren en daarna zekerheid. Maar het volgt wel snel op elkaar, je moet ze niet scheiden. Voor een gezond geestelijk leven heb je geloof en zekerheid nodig.
Onder ons zijn veel mensen die blijven twijfelen. Geen revolver-pastoraat – maar zijn er veel mensen in schemertoestand? Mensen glijden weg en je weet niet waar naartoe.
En het is mogelijk.
Hellebroek zegt in zijn oude catechisatie boekje: kunnen en moeten gelovigen overtuigd zijn van de oprechtheid van hun geloof? Antw: zij kunnen en moeten. Op reis en je weet niet waarheen?
Of je bent zelf onbekommerd – ik zie wel. Verschrikkelijk om je kracht van je vlees aan de wereld te geven en je oude botten aan God. Als ik oud, ziek en gebrekkig word, denk ik er wel eens over na. Wat een mentaliteit. En als het dan opeens komt, onverzoend? Zal het wel meevallen?
Meneer Onkunde: ik zie wel. Aan de Doodsjordaan gekomen moet hij er over, door veerman IJdele hoop en de hemelpoort is daar dicht en blijft dicht. Voor eeuwig buiten. Als een struisvogel met je kop in het zand doorgeleefd.
Ook erg is *zelf*verzekerd zijn. Wat uit God komt gaat altijd, als een veertje, naar beneden. Niet omhoog als de Farizeeën. Als je vol bent van God zak je naar beneden.
Ik sta niet argwanend tegen oude christenen die niet verzekerd zijn, ze kunnen toch bekeerd zijn. Ik sta ook niet argwanend tegen jonge christenen die wel verzekerd zijn. Maar ik sta wel argwanend tegenover die verzekering en blijdschap die zonder enig teken van gebrokenheid van je hart en verslagenheid van je ziel is. Ik ben geen keurmeester, maar ik meen wel op grond van de Schrift een vraagteken te moeten zetten, als ootmoed en vernedering afwezig is in je hart en leven – dan is het oppervlakkige praat. Geen werk van God.

Hoe komt dan het verschil tussen ons en evangelischen? Het kan komen door een schrale prediking. Veel horen over de bekeerde mens, maar weinig over de Zoon van Gods eeuwige liefde. Wel roepend, maar niet voedend, waar je in de beginselen blijft steken. Je kan verkeerd gebakerd worden, geestelijk. Ook in die kerken worden geestelijke kinderen geboren, maar je groeit een beetje scheef.
Het komt vooral door een slordig leven. Ik ben koud en kil omdat er wolken van slechte gewoonten om me heen zijn, verkeerde vrienden, tussen mij en het Licht van de Heere Jezus zitten. Die dingen zitten in de weg. Een leven dat onrust geeft omdat het niet bij de wet van de Heere is.
En ook: een lui leven. Ik ga naar de kerk als ik zin heb. Ik lees als ik zin heb. Het moet toch niet? Moet dat bidden dan? Dat moet zeker van de kerk. Ga niet slordig om met de middelen die God geeft. Zo druk hebben we het. Als je druk bezig bent, en je ruikt het eten beneden, dan ga je toch eten. Je krijgt trek in de dingen van God en neemt er de tijd voor. Dat trekt me weer en ik voed me met de honing van het woord.


3. Het is belangrijk. Je wordt er zo blij van. Je merkt het dat mensen gered zijn, en dat ze het weten. Hun ogen gaan twinkelen. Je kan zo hartelijk de Heere loven, echt zingen, met je hart erbij. MIJN Jezus ik hou van U.
Je bent ook dienstbaar – God kan je gebruiken – je kunt nl. getuigen van de hoop die in je is. Moedig als een leeuw. Je kunt veel betekenen voor de naaste. Je kunt vertellen wat God je deed ondervinden. 'Jij zit jaren in de kerk en je weet het nog niet zeker, wat moet ik daar dan doen?'
Je versterkt de indruk: in de kerk doen ze niets, alleen vorm en traditie hoog houden.
Je gaat met je hoofd naar beneden over de wereld.
Ik werd geroepen bij een stervende: weet u waar u naar toe gaat. Nee, maar jij wel. Dan is het zeker weten of niet. Dan kan en moet je getuigen. Ja of nee, en niet meer misschien.

Ook voor jezelf is het tot nut, als soms vrienden ons verlaten, dan heb je toch een Vader over. Mijn schat boven, Ik heb Vaders zoon aan boord.

4. Paulus is verzekerd. De Kantekening zeggen: Hij is overreed door de belofte van het evangelie aan alle gelovigen. Hij geloofde niet in wat hij voelde maar in de belofte. Dat betrouwbare beloven van God. De zekerheid berust in 't woord der waarheid. Niet de ervaring, maar de aanvaarding van wat God gezegd heeft. Volle verzekering, Jezus is mijn.
Vraag ik, geloof je in de Heere Jezus. Dan zet iedereen, ja. Maar geloof je dat niet verderven zal maar behouden zal worden? Geloof je wel in de Heere Jezus, maar je weet niet of je behouden zal worden? Dan maak je eigenlijk God tot een leugenaar in Joh 3:16 bijv. Hoe kan ik zeker worden? Rusten op wat Hij gezegd heeft. Heere, ik kom, zo jong en eigenwijs en puberaal of oud en grijs als ik ben. O Lam van God, ik kom.
Je kunt op een andere manier weten of jij behouden bent: de getuigenis van Gods geest met de jouwe. Neem de Bijbel en toets je leven: Neem een Schriftwoord en komt dat overeen met je leven? Ja zo is het geworden in mijn leven – schep moed. U die gelooft is Hij dierbaar, bijv. Is Hij kostbaar en waardevol voor U? Heere wat bent u schoon en heerlijk en rijk. Ja, Heere u bent kostbaar – dus ben je een echte gelovige. Liefde voor het woord, droefheid over je zonde, verlangen om rein bij Hem te leven.

Dan is er nog iets: dat is heel bijzonder. De directe verzekering door de HG, gouden momenten. Hizkia zegt: Gij hebt mijn ziel liefelijk omhelst. Een extra, een toegift, op die momenten zou je willen sterven. Zo nu en dan geeft Hij dat maar, en ook niet aan al Zijn kinderen.
Je kunt als kind met je vader wandelen, en plots pakt je vader je op en geeft je een knuffel en een kus. Dat duurt eventjes en dan zet hij je weer op de grond. De Heere tilt je op en drukt je even aan Zijn hart. De hemel in je hart, liefde uitgestort tot de rand toe.

Al jaren gebeden om zekerheid en niet gekregen? Een vrouw vroeg een dominee: Hoe krijg ik vrede met God? Niets. Je hoeft niets te doen, want alles is gedaan. Ze ging teleurgesteld weg. Heere, ik vraag u al zo lang om vrede. Ik sta niet op van mijn knieën, voor ik vrede heb, en ze viel in slaap: ze viel in een ravijn, ze hield zich net aan een tak van een boom vast. Maar ze hoorde een stem onder zich: laat los die tak, en dan val je in mijn armen. Laat die tak los. Nee – help, red mij! Ze wilde zichzelf redden. Uiteindelijk kon ze alleen maar loslaten, en toen viel ze in die uitgestrekte armen van haar Heer en op dat moment werd ze wakker. Een diepe vrede van God in haar hart en ze zag het. Dat is het, oud en jong – laat die tak los. Ik weet niet waar u nog aan vast zit – dat kan opvoeding zijn, bewuste zonden, waar je niet mee wil mee breken, verkeerde contacten, onreinheid, het kan bezit zijn, het kan jaloersheid zijn, we houden allemaal wat vast. Waar hang ik aan? Laat volkomen je vallen in de amen van je Zaligmaker en weet: ik ben Zijn en Hij is mijn.

Edit