Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-04-15 10:00:00 ds. W.G. Gerritsen (em. te Oud Alblas)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 20:29 Jes 29:17-24 Joh 20:24-29 2007-04-15.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.2Mb)
2007-04-15T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Wij leven in een tijd waarin “zien” heel belangrijk is. Wil je kunnen meepraten, moet je iets gezien hebben. De allerkleinsten groeien al op in een beeldcultuur, liefst met bewegende beelden.
Ook de traditionele preek lijkt zijn langste tijd gehad te hebben. Luisteren is moeilijk en al gauw saai geworden. De discipelen waren bevoorrecht: zij mochten Jezus aanschouwen, ze mochten de opgestane Heere zien met hun eigen ogen.
Thomas komt in het Evangelie naar voren als iemand die met Jezus dacht te gaan sterven; hij dacht dat het met Jezus over en uit was. Hij heeft na Jezus' dood geen behoefte meer aan contact met de andere discipelen; hij trekt zich teleurgesteld en verdrietig terug. Misschien kunt u zich dat voorstellen, als u zelf teleurgesteld bent in mensen of zelfs ten diepste teleurgesteld in de Heere. Waar was Hij toen u stond aan het graf van iemand die u liefhad? Toen u het zo moeilijk had? Misschien hebt u zich toen ook afgezonderd. Maar de discipelen laten Thomas niet los. Daarin zijn zij een voorbeeld voor de christelijke gemeente. Hij of zij hoort er wel degelijk bij; heeft een bemoedigend woord hard nodig, ook al vraagt hij/zij daar niet om.
De discipelen hebben voor Thomas een zeer bemoedigend woord: wij hebben de Heere gezien! In het Grieks zijn dat maar 2 woorden. De Heere gezien, geen geestverschijning maar de Zoon van God in eigen persoon. Hij is niet dood, het is niet voorbij, maar Hij leeft! Die boodschap is nog steeds nodig en actueel. Juist als de satan je probeert wijs te maken dat er voor jou geen ander uitzicht is dan de dood.
Toch heeft Thomas niet genoeg aan woorden; hij vertrouwt ze maar half. Een begrijpelijke reactie. Wat heb je aan goedbedoelde vrome woorden; die halen Thomas niet uit de put. Toch is Thomas er een week later wel bij. Betekent dat dat Thomas niet los is van Jezus? Het betekent dat Jezus niet los is van Thomas! Hij brengt Thomas door Zijn Geest terug in de kring van de discipelen. Omdat Hij voor Thomas een boodschap heeft. Zo kan dat nu nog gaan met mensen die na een hele poos weer in de kerk komen. Thomas ontmoet Jezus. Jezus brengt de discipelen inclusief Thomas de goddelijke vredegroet. Thomas mag horen dat die vrede er ook voor hem is. Hij mag de vrede van Christus bevindelijk ervaren. Diezelfde vrede wordt ook ons iedere kerkdienst toegezegd. “Genade zij u en vrede........” De Heilige Geest wil in ons midden aanwezig zijn. Die aanwezigheid ervaart Thomas. Jezus nodigt hem uit om Zijn zijde te voelen en zijn doorboorde handen te zien, maar dat hoeft niet meer. Thomas heeft de Heere gezien en nu gelooft hij.
De woorden die Jezus dan spreekt zijn meer een bemoediging dan een vermaning aan het adres van Thomas. Je hoeft niet meer voort te gaan in je ongeloof; je mag in Mij geloven. Het is niet afgelopen. Ik ben er, Ik leef!
Als je zo door Jezus aangesproken wordt, kun je er niet meer onder uit. Dan moet de satan wijken; hij kan niet blijven in het gezelschap van Hem door wie hij overwonnen is.
Thomas kan dan alleen maar belijden: Mijn Heere en Mijn God. Die wonden in Zijn handen en Zijn zij zijn er om mijnentwil. Hij ging de weg die ik had moeten gaan. Mag hij dat wel zeggen, na zoveel ongeloof? Moet hij niet dieper ingeleid worden? Thomas kan het niet laten; de belijdenis “mijn Heere en mijn God!” welt op naar zijn lippen. Durven wij die belijdenis ook aan? Dat kan niet als we op onszelf zien. Dat kan alleen als we opzien naar de Heiland, naar de Middelaar. Met Hem verbonden kunnen we het niet laten om Hem ook te belijden. Hij is de overste Leidsman en Voleinder van ons geloof.
Onze tekst is geen verwijt aan Thomas. Het betekent niet dat geloven zonder zien een meerwaarde zou hebben ten opzichte van geloven met zien. Voor de eerste getuigen van de opstanding was het nodig dat zij Jezus zagen met hun eigen ogen, om het bewijs van Zijn lichamelijke opstanding te leveren. Na Zijn hemelvaart is dat niet meer mogelijk. Er waren getuigen genoeg. De boodschap dat Hij is opgestaan, vraagt om geloof. Dat de dood zijn angel heeft verloren voor wie in Hem gelooft. Diegene die dat doet, wordt niet zalig, maar IS nu al zalig.
Die Paasboodschap wordt door de wereld ontvangen als vrome fantasie. Maar de Kerk houdt vol: Jezus is opgestaan; mijn Heere en mijn God. Dat is geen vrucht van eigen akker; het was vrucht van de Heilige Geest, die Thomas niet losliet.
Leid ons door uw Heilige Geest; dan zullen ook wij die niet zien, toch geloven. Dan gaan we met Thomas belijden: Mijn Heere en mijn God.

Edit