Edit|
EditReeks Samenvatting:
Was het vroeger beter in de kerk? Toch niet, zo blijkt uit deze brief. Er is sprake van een conflict tussen de apostel en de gemeente. De gemeente werd opgezet tegen Paulus met laster praatjes; onderlinge verdeeldheid, hete hoofden, koude harten. En dat in de gekochte gemeente, waar zoveel gaven van de Heilige Geest werden ontvangen. De boze gaat rond als een briesende leeuw. Ideale gemeenten bestaan niet, en Paulus lijdt daar onder, het gaat hem om de naam van de God en Vader van de Heere Jezus Christus.
Paulus wordt verdacht gemaakt. Hij wil ook dat ze bijdragen aan de collecte voor Jeruzalem. Het moet weer goed komen tussen hem en de gemeente, en dat is het ook gekomen. Titus meldde terug: de Corinthiërs accepteren u volledig. Er moet eensgezindheid zijn. Paulus wilde niet eten van de Corinthiërs, alhoewel hij dat recht had, een stukje leiden voor het evangelie. Maar de Corinthiërs zelf lijden ook. Speuren naar verschillend is niet zo moeilijk. Maar het samen lijden geeft een sterkere band. Paulus werd onder zeer zware druk gezet en bezweek er bijna onder. Heere u houdt mij toch wel vast? U weet toch wel, wat ik aan kan? Soms lijkt het toch alsof je zult bezwijken. Dat je zelfs gaat twijfelen of je wel een kind van God bent en Hij van je afweet. Plaagt de Heere mij soms? Paulus: wij waren in twijfel over ons leven. We hadden al in onszelf het vonnis des doods. Gevangensschap, schipbreuk, ernstige ziekte? We weten het niet, maar het doet niet zo terzake.
Er is veel leed, en ook niet Christenen ervaren dat zo – voor velen een bewijs dat God niet bestaat. Of een vaag Gods-besef. Maar nee, lijden gaat niet buiten God om. Lijden om de gerechtigheid: wij kennen geen vervolging, maar je kunt lijden aan de ongerechtigheid, ook in de kerk. Je kunt het misschien niet meer beamen, dat je enige troost buiten je zelf in Christus ligt. U voelt zich wel eens akelig en moe – waar leef ik eigenlijk voor, ik doe het nooit goed en ik deug voor geen cent. Of: gewetensnood, hoe lang kan ik hier nog werken? Het water kan ons tot aan de lippen komen. Ook al is niet iedere verdrukking om Christus wil. Dit kost je je leven, dit wordt ondergaan. Het werd wel sterven aan eigen dunk en eigen vlees, maar niet letterlijk, want Paulus en de zijnen, ze leven en mogen Gods lof vertellen. De les geleerd: opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen, maar op God, die de doden opwekt. Paulus, jij bent toch een leesbare brief van Jezus? Je bent een voorbeeld voor zoveel mensen – ja maar ik heb het opnieuw geleerd: niet op mezelf vertrouwen, maar op God alleen. Al ben je een dienstknecht van God – Paulus heeft het geloofsvertrouwen niet op zak. Voortdurend ontgrond te worden, als geen ander kan God werken. En wij weten niet altijd waarom God die weg gaat, die Hij gaat. Je kunt het lijden proberen te verklaren, maar de echte vraag is: waar brengt het mij?
Abraham ging door de grond, toen hij Izaak moest offeren. Was alles voorbij? Zou God Zijn gena' vergeten, nooit meer van ontferming weten? Izak offeren – zo IS God toch niet? Een Vader die Zijn Zoon moet offeren. Maar het draaide uit op: Heere wat U doet is goed. De oefening van het geloof: Hem leren kennen als de God, die doden opwekt dan krijgt Hij naam, een 'gezicht', dàt is die God die ik dien. Ook als Hij alles in je leven afbreekt. Je onderste boven gaat, in de diepte. Toch tot de Heilige Geest blijven roepen, aan die God, die doden opwekt. Zijn belofte en woord blijft als enige over. Hij plaagt of bedroeft de mensenkinderen niet van harte, dus u ook niet.
Het is goed dat men op de Heere hope en stil zij op het heil des Heeren. Goed voor een man, dat hij zijn juk draagt in zijn jeugd. Misschien is er verwachting, want de Heere zal niet verstoten in eeuwigheid.
Voor Abraham is het bewijs geleverd, dat hij een God die dient die leeft en aan doden het leven geeft. Op de derde dag zag hij de offerplaats en geloofde. Hij heeft God leren kennen als een God die leven schenkt. Izak leeft.
De God die we dienen is Hij die Zijn Zoon heeft opgewekt uit de dood. Geprezen zijt gij, de Eeuwige, die de doden levend maakt. Een van de 18 gebeden van de Joden. Het gaat altijd om de naam van Christus. De God van Pasen, de opwekking van Christus. De kracht schemert door van deze opwekking.
De beleving zorgt ervoor dat Paulus opnieuw de opstandingskracht ervaart. Niet in de zin van emotie – een kik krijgen. Het geloof is natuurlijk geen abstracte zaak. Maar het moet altijd verbonden zijn aan Christus en Zijn geest. Zij kunnen onze geest met de Heilige Geest van God verwarren.
Je voelt of je vaste grond onder de voeten hebt of niet. Het gaat om doorleefd geloof. Het is niet zo moeilijk om het Onze Vader te bidden, met Pasen te juichen de Heere is waarlijk opgestaan, maar nu de praktijk.
Onze belijdenis moet getoetst op zijn houdbaarheid. Wat is de uiterste houdbaarheidsdatum van uw en jouw geloof? Zolang de zon schijnt en we gezonden zijn, of is het tot het einde toe 'goed'. Zijt getrouw tot de dood en ik zal u geven, de kroon des levens.
Ervaren wij geen troost en diepte omdat we geen tegenslag ondervinden? Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Maar het gaat om: wie is de Heere God en wij ben jij voor God? Het is wel eens goed, als er een en ander wordt afgebroken in het leven. Waarom toch, Heere? De Heere breekt het vertrouwen op eigen kunnen af, om je naar Hem toe te trekken. We moeten door het aanschouwen van de dood tot God gebracht worden (Calvijn). Daarom kan die vrouw, die al zo vaak op het hart getrapt is, die man die zo vaak zijn neus gestoten heeft. Daarom kunnen zijn verder, ze vertrouwen op God. Hij wekt de doden op, en zo'n God mag je dienen!
Daarom is er hoop voor Israël, gejaagd en belaagd en toch niet van de aardbodem weggevaagd.
Je bent uniek, je mag er zo zijn zoals Hij je heeft geschapen en zoals Hij je aanziet in de Zoon.
Dat geeft hoop en moed, vertrouwen. God heeft verassingen in petto voor de toekomst. Het oud vertrouwen wordt wel gevoed. Hij zal niet laten varen wat Hij begon. Sta ik voor een donker water – kan ik er niet overheen? Gisteren ging het – morgen zal het gelukken.
Hij is getrouw, zo waarachtig als Hij Zijn Zoon heeft opgewekt. Zo houdt Hij de Zijnen vast, Gods kinderen mogen elkaar ook zo vastgrijpen. Paulus vertroost anderen. Als u alles verloren hebt en onderschrijft; uw vonis: ik ben niet waard, wees mij genadig, dan is er genade!
Voor God is geen ding onmogelijk, nu Hij zijn Zoon heeft opgewekt en mij ook – kan het voor een ieder.
Als die dood verslonden zal worden – dan zal er geen discipel zijn, die iets anders dan Leven in zich heeft, uit het stof opgewekt. Daarom blijf ik de Heere verwachten. Die het ook doen zal. Mij verlossen uit het lichaam dezes doods om eenmaal ten volle Hem de eer en de lof en de aanbidding toe te brengen.
Doden zullen horen de stem van de levende God, en die het gehoord hebben, zullen leven, tot in eeuwigheid. Is dat uw, jouw troost?