Edit|
EditReeks Samenvatting:
Hoe kun je weten dat een bankbiljet echt is? Het watermerk bijvoorbeeld. Hoe kun je weten of het geloof echt is? De duivel is ook een soort valsemunter. Je ziet het watermerk van de Heere Jezus!
Wat is de verhouding tussen Christus en de wet? Dat is niet zo theoretisch. Je bent nl. of onder de wet of onder de genade, volgens de Bijbel. M.a.w. Bent u van Christus of van Mozes? Wordt uw leven beheerst door de wet of door de genade? Heeft de wet niet afgedaan? De wet is vervuld, dat is zo. Maar het is niet zo dat wij ons er niet meer aan hoeven te houden. Je zult niet echtbreken, niet stelen, etc, omdat de Heere onze God is. Ieder die in Christus geloofd, is volmaakt rechtvaardig voor God. Als u dat watermerk hebt, dan bent u net zo rechtvaardig voor God als de engelen in de hemel. Niet net zo heilig – je doet elke dag zonde. Maar rechtvaardig voor God. Je zegt uit dankbaarheid: leer mij Uw wil te doen. Niet krampachtig omdat het moet, maar omdat je de wet van God liefhebt.
1
Het einde van de wet is Christus. Dat is op de eerste plaats heilshistorisch op te vatten. Romeinen was gemengde groep heidense en Joodse gelovigen. De gelovigen uit de heidenen hadden al iets van de vervangingstheologie in hun denken. Paulus gaat daar tegen in. Zijn gebed: Heere hoe kan het toch dat het grootste deel van Israël niet ziet dat Hij hun Messias is? Er kwam zoveel verzet. Het scheurt het hart van Paulus, dat zovele Joden Jezus niet erkennen. Hoe bestaat het, hoe kan dat, Heere? Bidt u ook voor Israël? Doen hoor, dat is onze dure plicht. Door hun bekering zal er nog een grote zegen komen over de volken van deze wereld. En vindt u het ook zo aangrijpend, dat er zoveel mensen om u heen niet in de Heere Jezus geloven? We zijn zo snel op ons eigen clubje...
Maar Paulus benadrukt de soevereine verkiezing van God. Het is eigenlijk altijd een kleine minderheid geweest. Hij legt het in de handen van God terug, in hoofdstuk 9. In hoofdstuk 11: God heeft er ook een bedoeling mee, nu is het nog veel rijker. God maakt een 'omweg'. De heidenen moeten eerst het evangelie horen. Jaloers, dat God het houdt met andere volkeren, zoals zij het hebben gehouden met andere goden. Die heidenen worden ingeplant op de oude boom. En God zal bij Israël terug komen, en alzo zal gans Israël zalig worden.
In hoofdstuk 10 staat de analyse, waarom verwerpt het (Joodse) volk Christus? Christus is het einde van de wet, God maakt een nieuw begin. Het Joodse volk dienst de Vader van onze Heere Jezus Christus, ze hebben er zelfs een bijzondere ijver voor. Hebt u dat ook? Zou geen kwaad kunnen in reformatorische kring. We hebben een ijver nodig. Maar de Joden doen het niet met verstand. Ze zien niet waar het eigenlijk om gaat. Ze hollen Jezus voorbij. Er is een nieuwe periode aangebroken. God heeft op een nieuwe wijze laten zien, dat Hij rechtvaardig is. Door de opstanding van Christus uit de doden. De Rechtvaardige zal door het geloof leven. We kunnen voor God rechtvaardig zijn, door het geloof in de Messias van Israël. Wie in Jezus gelooft is even rechtvaardig voor God als de Heere Jezus zelf. Wie in Hem geloofd ontvangt het Eeuwige Leven.
Ook met een ijver in de dienst van de ware God kun je Jezus buiten de deur houden. De gerechtigheid van God wordt niet aanvaard. Het einde van de Wet is Christus.
Ze willen wel een Messias, maar dan een aardse bevrijder, maar die hen verlost van de grootste nood. Die de plaats inneemt aan het vloekhout van Golgotha.
2
Einde is in het Grieks niet alleen een punt in de tijd. Ook een doeleinde – een pijl die de richting aanwijst. In de wet van Mozes zien we het watermerk van de Heere Jezus. Paulus verwijst al naar. In Rom 10:5 naar Lev 18:5. De wet zegt: doe dat en leef. Zoals de rijke jongeling. Het lukt natuurlijk niet. Paulus zegt dat ook. In Lev. 18 gaat het nl. over de ballingschap. De diaspora. En daar zit het Joodse volk in: is dat geen bewijs dat het niet lukt om de wet te houden? In een Joods commentaar wordt dit op Joden en heidenen betrokken. In de wet van Mozes gaat het ook over de gerechtigheid van het geloof (vers 6), zeg niet in uw hart (Deut 9:4), dat je het aan jezelf te danken hebt: je bent geen haar beter dan de volken rondom. En Deut 30 (Paulus verwachtte dat zijn lezers bijbelvast waren; Hebben wij niet wat gebrek aan Bijbelkennis?) Daat staat: wie klimt er op naar de hemel om daar vandaan de wet van God te halen. Er komt een tijd, zegt Mozes, dat jullie verstrooid zullen zijn en jullie zullen je bekeren. Het woord zal nabij zijn in jullie mond en hart. God komt naar ze toe met Zijn Eigen woord. Dit is het woord van het geloof, dat wij prediken, zegt Paulus.
3
Ook in het geloof is Christus het einde van de wet. Zeg niet in je hart, wie zal opklimmen, afdalen. Dat is de gerechtigheid uit de wet. Voor God zouden we ons best willen doen, om op te klimmen naar de hemelen; Hij is zo ver weg, we doen ons best. Het zit ons in het bloed, als in het sprookje van Jaap en de bonenstaak. Jaap had toverbonen gepland, en de staak groeide alsmaar op en Jaap klom hoger en hoger, en daar was een wei met een mooi kasteel – in sprookjes zitten vaak diepe heidense gedachten. Veel mensen in de kerk hebben ook een bonenstaak-geloof. Ze klimmen hoger en hoger om die groene wijde te bereiken. Rechtvaardigheid uit de wet, opklimmen naar de hemel.
Of we proberen zo diep en zo laag mogelijk te kronkelen – verootmoedigen plat op de grond van een krater, om daarmee iets te compenseren van wat wij Hem hebben aangedaan. Het is gerechtigheid uit de wet. En we zijn tevreden dat we zo ootmoedig zijn geweest, trots - en dat moet je nog dieper... Christus uit de hemel neerhalen, anders is het niet, of Christus uit de doden op te halen. Dat moet en mag en hoef je niet te doen. God is onbereikbaar. Waar bent u dan? Heere? Ik kan er niet bij – het hoeft ook niet. Hij IS immers afgedaald, en Hij IS in de dood geweest en leeft in alle eeuwigheid.
Wij zijn niet onbereikbaar voor God! Nabij is het woord, dat wij prediken.
Voor een ieder die geloofd komt Hij om zondaren zalig te maken. Hij leeft, Hij leeft. We hoeven alleen op te houden om je met je eigen gerechtigheid op te richten. Vertrouw op Jezus alleen. Zo gij met de mond zult belijden, en met het hart geloven dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zo zult gij zalig worden. Zo eenvoudig is het. Je hoeft niets te bouwen of graven. Rusten in het volbrachte werk van Gods Zoon, die is opgestaan uit de doden.
Door genade alleen.
Houd het bankbiljet van je geloof eens tegen het licht. Wat is het watermerk? Een ander dan Christus is er niet, en Hij is genoeg. Twijfel je nog? Te eenvoudig? Wat zou je toe willen voegen aan Hem? Niets, niets uit ons. Of is het niet genoeg wat Jezus gedaan heeft? Meer is niet nodig. Wie in Hem gelooft is volmaakt rechtvaardig voor God, Hij is het einde van de wet.