Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-04-29 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 21 Eph 4:1-16 2007-04-29.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2007-04-29T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De gemeente van de levende God.
Zij is 1. één, 2 heilig, 3 algemeen, 4 christelijk

1.
Wat geloof jij van de kerk? Niet geloven IN de kerk. Wij stellen ons vertrouwen niet in een kerk, maar wel dat die er is. Ook niet: wat ziet gij van die kerk. Je zou kunnen huilen. Vele kerkgebouwen hebben nu een andere functie- woonhuizen, warenhuizen. Ook word ik niet vrolijk van de kerkgenootschappen: je kunt vaak boven de deur schrijven: door twist ontstaan. Leergeschillen? Vaak waren het eergeschillen. Sommigen pluizen het AD uit, over de sportuitslagen, anderen het RD op donderdag. Je kunt 10x Gereformeerd zijn. En allemaal belijden we de drie formulieren van ONenigheid. Op de meest ongelukkige momenten zijn er kerkscheuringen. 1953 bij de watersnoodramp – Gereformeerde gemeente en Gereformeerde Gemeente in Nederland. 1944 – hongerwinter, tijdens de bezetting – we bestonden het om de Gereformeerde KerkVrijgemaakt op te richten. Het lichaam van de Heere Jezus – hoeveel wonden had dat? Vijf, maar Zijn geestelijke lichaam heeft talloze scheuren en wonden, honderden. Ik vergelijk het met een ruit: als het één en heel is, kun je naar buiten kijken. Met barsten niet en de buitenstaanders kunnen ook niet meer naar binnen kijken. Het kleed van Jezus was zonder naad – zo zou het moeten zijn.
Al die genootschappen hebben wel een punt dat ze kunnen maken. Vroeger zei een rijmpje: De ijver van een papist, het goede leven van een Mennist, het leven van een Calvinist, dat maakt tezamen een goede Christ.
Er zijn maar twee richtingen: naar God toe en de andere is van God af, zei Prof. Gudding. Waar hoort u eigenlijk toe? Ik ben van Christus, en ik heb een hoop bijnamen, liberaal – vrij. Modern, nieuw, ik dien een God die alle dingen nieuw maakt; orthodox, recht in de leer van de apostelen, confessioneel – naar de belijdenis geschriften die me toch dierbaar zijn. Evangelisch, ben ik ook, het evangelie heeft me gered. Gereformeerd: Ik bid dagelijks of God me wil reformeren in mijn denken. Hij wist het te relativeren.

Maar zo bekijken we het vanavond niet. De catechismus begint naar de Bijbel te luisteren. Het volk van God, vergaderd door de Zoon van God, d.m.v. de Geest en het woord van God. De kerk als kunstwerk van de Drieënige God.
In het antwoord is de hoofdzin: de Zoon verzamelt, beschermt en onderhoudt Zich een gemeente. Een kind van 8 jaar weet het: het zijn de schaapjes van de kudde van de Heere Jezus. Allerlei schaapjes, de een heeft wat aan zijn oor, de ander aan zijn vacht, uit verschillende stammen. Als je de kerk wil zien, moet je kijken naar de schouders van de Goede Herder. Als verloren schapen liggen ze daar.
Het woord Kerk staat niet in de Bijbel. Wel het woord gemeente, in de wereld als een lelie onder de dorens. Hemelsgezind op aarde. Door de Heilige Geest geleid. Het ene volk van God kun je wel van spreken, in het OT is dat Israël, in het NT de gemeente. Maar Israël heeft een aardse roeping, de gemeente een hemelse; Israël was nationaal. De gemeente wordt vergaderd uit alle talen en volken en landen. Israël zijn de onderdanen van de Messias. De gemeente is de bruid van de Messias. Dit is heel belangrijk. Strikt genomen is het niet waar dat die 'kerk' er is van het begin van de wereld. Die bruid van het Lam is er vanaf de Pinksterdag. Tot de wederkomst.
In de brieven worden er verschillende beelden voor gebruikt. Paulus gebruikt het beeld uit de biologische wereld, het Lichaam van Christus. Vele ledematen, toch één lichaam, en Hij is het hoofd. En het Lichaam groeit nog steeds, tot een volwassen mens. Petrus gebruikt vooral architectonische taal uit de bouwwereld, de gemeente als tempel van de Heilige Geest. Levende steen, het gebouw is nog niet af. Het Huis van God. Johannes gebruikt het beeld van familie taal, het huisgezien van de Vader. Wij zijn broeders en zusters van de oudste broeder.
Vervolgens kun je zeggen, dat het lichaam, die bruid, dat uis, het Gezin bestaat uit drie delen: er is een gedeelte al al boven, 'de triomferende kerk'. Het beste deel is boven, die zijn al zonder zonden namelijk. Een bidder minder beneden en een `juicher` meer hierboven, of: bevorderd tot heerlijkheid. Een deel van mijn familie al veilig.
Dan is er een deel dat nog op aarde is. De strijdende kerk. Vrede in mijn hart, en een zwaard in mijn hart. De Bijbel. De wapenrusting heb ik nog aan, boven hebben ze het feestkleed aan, en een palmtak in de hand.
En er is nog een gedeelte, dat nog toegebracht moet worden. Ze moeten nog geboren en/of wedergeboren worden. Als steentje gelegd op het fundament, niet op de steiger ernaast.

Die kerk is veel groter dan wij denken. Wij denken lokaal, plaatselijk. Toen ik nog lag te slapen werden er in Australië al kerkdiensten belegd, als ik naar bed ga zingen ze nog in Amerika. Overal zijn liefhebbers van de Heere Jezus, die bijeenkomen om van Hem te horen. De ware kerk - daar komen er alleen maar bij, niemand valt er vanaf. Kan niet. Niemand zal ze uit Mijn hand rukken. Al wordt de kerk op Zuid kleiner, de kerk in het Oosten en Afrika groeit.

Er zijn maar twee plaatsen waar de kerk echt één is. In de gevangenis en in de hemel, en soms even op vakantie....
Het bestek is in de Bijbel te lezen, zoals het moet zijn. Dr H. Bakker schrijft in zijn boek (“Ze hebben lief, maar worden vervolgd; radicaal christendom in de tweede eeuw en nu”):- toen de christenen in de arena's werden vermoord, zelfs toen had je de Montanisten (fanatici) en de gewone katholieken. En zelfs in vervolgingstijd moesten ze elkaar niet. Ze vertikten het om elkaar aan te kijken. Misschien is het hier op aarde wel nooit mogelijk. Vader (Joh 17), zei Hij, de ure is gekomen. Hij bidt dat zij één zullen zijn, gelijk ik in U. Op dat de wereld gelove. Die ruit heeft zoveel barsten! De Heere Jezus bad op de laatste avond van Zijn leven. Een uur ervoor waren de discipelen aan het bakkeleien wie de grootste was, en ze vertikten elkaar de voeten te wassen. Het mag ons gebed wel zijn – samen in de naam van Jezus. Vader maak ons één, opdat de wereld weet en gelooft in Uw zoon.

Ze zijn schapen – de kerk is geen kippenhok. Mondigheid en inspraak – nee. Zeker niet een club waar de dominee het alleen voor het zeggen heeft, een schaapskooi. Alles luistert naar de stem van die Ene Herder. Die voert de boventoon. Door één Geest geleid, onder één kruisbanier, aan één hoofd verbonden. Een doel in mijn leven, de eer van God. Een in de naam van Jezus. De Oecumene van het hart. Formulieren helpen niet. Eén ziel en één Vader die ons lief heeft, één Zoon die stierf aan 't kruis, straks, een Vaderhuis.

2. Heilig is hier niet 'zonder vlek', maar apart gezet van de wereld en toegewijd aan de Heere. Geen verwatering met de wereld. Ze zijn in de wereld en niet van de wereld, als een schip: in het water (en niet andersom). Mensen vissen, kom aan bord. Het Grieks voor gemeente is ecclesia, (vandaar het Franse woord voor kerk: 'eglise') maar het heeft iets van uitroepen: en dan kom je naar Hem toe. Jezus heeft de gemeente liefgehad, om haar te heiligen, zonder vlek of rimpel voor Zich te stelen. De heiligheid is voor God een sieraad . Ik moet daar aan denken, als ik in de kerk kom, ook als het gaat om de kleding. In Israël wordt op heilige plekken gevraagd de kleding aan te passen: in de Sint Pieter is het niet anders. Als we naar een moskee gaan – als we wat voor die mensen willen betekenen, moeten we daar ook rekening mee houden. 'God houdt geen rekening met het uiterlijk' Dat is geen Bijbeltekst, Hij werkt aan het innerlijk, maar ook het uiterlijk. Bij een synagoge staat voor elke ark (waar de wetsrollen bewaard worden) een tekst: weet voor Wie u staat. Dat geldt hier ook: Ga naar de kerk, kom zoals je ben, maar weet voor Wie je staat, een heilig woord, een heilige zoon, waar een geheiligde gemeente bij hoort. Toegewijd aan God, geen wetjes. Het Hebreeuwse woord voor heilig is van dezelfde stam als 'trouwen', als je trouwt dan heilig je je voor je man: ik ben er alleen maar voor hem. Heere, ik ben er alleen voor U. Help me daarmee, niet hoe kan ik de kantjes er vanaf lopen – maar zo dicht mogelijk bij God.

3
Ze komen uit alle kerkrichtingen, het hele menselijk geslacht. Alle rassen, veelkleurig. Migrantenkerken in de Bijlmer, ze gaven uiting aan het geloof op hun manier, zoals ze dat thuis gewend waren. Wij waren in de evangelische broedergemeente, Surinaamse kerk, 30 deden er belijdenis. Allemaal waren ze in het wit. Ook een klein doekje – allemaal bruidjes voor Christus, leken het. De veelkleurigheid van de kerk, een bonte verscheidenheid, binnen de Bijbelse kaders.
Da Costa zegt ergens: Bij God is de vorm verschillend, maar de inhoud één, maar bij de mensen is het andersom....Bij ons moet de vorm één zijn, kijk maar naar de PKN, het moet allemaal één, nou dat zijn we nu. Maar de inhoud is *bijzonder* verschillend, of je nu hier naar een PKN gemeente gaat of elders in de wijk...
De formulieren van Enigheid – ze worden door iedereen onderschreven - maar de inhoud, hoe leg je het uit? Het gaat om de oecumene van het hart. Het Hart dat Hem liefheeft. Ook de Maranathakerk is bijzonder; allerlei leeftijdscategorieën, jong en oud, uit Nederland of elders, top-inkomen of uitkering, studerend, werkend, je komt hier elkaar tegen - je zou elkaar niet zo uitzoeken. Samen voor Gods aangezicht, dat is iets heel bijzonders.

4 Door Christus gekocht, Hij vergadert ze voor Zichzelf. Die Bruidsgemeente, die is er voor Hem. En nou ben je van mij zeggen bruid en bruidegom. Hij is het middelpunt van de gemeente. Er was een leraar op de Guido de Brès, die bad heel vaak, (uit Hebr. 12) 'die om de vreugde, die voor Hem lag..' - ik begreep dat nooit. Wat was dat? Dat was die bruidsgemeente, het loon op Zijn arbeid. Een naam is onze hope, om haar als bruid te werven kwam Hij ten hemel af.
Die gemeente is er voor Hem. Christelijk, dat is, van en voor Christus. De bruid verlangt niet alleen naar de Bruidegom, maar de Bruidegom verlangt nog meer naar die bruid. Hij zit aan de rechterhand van de Vader, en verlangt er naar ze bij Zich te hebben. Vader, Ik wil dat waar Ik ben .. Ik ga heen om uw plaats te bereiden, dan mag ze voor eeuwig zijn, waar Ik ben.

Edit