Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-05-06 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Na de dienst ons Volkslied

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 124:7 Psa 124:1-8 2007-05-06.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2007-05-06T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.1Mb)
De liederen Hamaäloth

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Bij bidden hoort danken, bij Psalm 123 hoort 124. Een roep om genade vraagt daarna om een roemen in de Heere. Weer een lied Hamaäloth (120-134), het pelgrimsliedbundeltje. Ze baden en dankten voor uitredding. Tegen de achtergrond van 4 en 5 mei willen we dit zien. Psalm 124 moet 62 jaar geleden vaak gezongen zijn.

Een bevrijdingspsalm
1. bedreigen, 2. bevrijden, 3. bedanken

Het is een lied van David, hij moet terugdenken aan de strijd op twee fronten. Tegen Ammonieten en Arameërs. In de klem zit David, maar hij overwon. Als de Heere er niet was geweest, hij zegt het twee keer, vol emotie. Als God er niet was voor ons, dan was het afgelopen geweest. Hij wil dat Israël er in mee komt: Alle eeuwen door heeft Israël strijd gehad, zoveel eeuwen anti-semitisme. Egypte, Amelek, 7 volkeren vallen hen in Kanaän aan. Haman, de kruistochten, de pogroms. De Holocaust, en nu de Arabische Liga. Als de Heere niet bij ons was geweest waren we verdelgd...
Israël wordt bedreigd. David schetst de situatie met drie beelden. a) een wild dier (vers 3), b) watervloed, c) vogelstrik
a) Beesten in mensengedaante. David heeft letterlijk ook tegen leeuwen en beren gevochten. Hier gaat het over mensen die zich zo gedragen, zo heftig is hun haat. David en Israël voelen zich als slachtschapen. Mensen gingen als beesten te keer – zo in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens razzia's gingen ze op jacht naar Joden, inclusief de kindertjes. Het gebeurt nog steeds, Darfur, Noord-Korea. Gejaagd ook op mensen van het verzet. Auschwitz-Birkenau, 4 mei, om te gedenken, om te her-inneren, om door verhalen niet te vergeten wat er echt is gebeurd. Die honderdduizend, die meegegaan zijn in de demonie van Hitler. Toegewijde huisvaders waren het. Als God een mens loslaat wordt het een onmens, een wild beest. Ik ga meer begrijpen waarom Psalm 124 zo vaak is gezonden.
b) de waterstroom. Van Jeruzalem naar de Rode Zee hebben we het gehoord – in de wintertijd komen er plotseling regens, we zagen droge beekbeddingen. Een regen wordt een bruisende stroom en in een mum van tijd is die wadi gevuld en hij sleurt alles mee. Elk jaar zijn er slachtoffers in Israël, bruggen worden weggeslagen, stukken weg, herdershutten. In 10 minuten tijd kan dat gebeuren, je kunt het niet voor zijn, niet wegrennen voor de modderkolken. In 5 dagen tijd, mei 1940. Het rolde over je heen en je werd bezet gebied. Het zoveelste volk.
c) De strik, een sluwe vogelvanger, een klap-vangnet.
Hoe zit je hier? Misschien is de laatste maanden je hoofd onder de golven – een rampjaar tot nu toe. Alle tegenspoed en tegenslag, alles over mijn hoofd – ik dreig erin te verdrinken. Of toe te passen op ons kerkelijk leven. Saul van Tarsen was blazende, dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, en God maakt van zo'n wolf een lam. In vers 2 staat letterlijk voor mensen – adamieten, die een hekel hebben aan Sionieten. De PLO schreef ooit, “op zaterdag zullen we alle Joden doden op zondag alle christenen”.
Hoe kunnen we ons hoofd boven water houden? Als die leeuw voor je staat of die stroom komt er aan, dan is het op dat moment omkomen! Dan wordt het een afgesneden zaak, om een oude uit drukking te gebruiken
Er kunnen stromen van twijfel zijn over het godsbestuur in jouw leven. Ik kan het niet meer kloppend krijgen. Al je geloof in God wordt allemaal meegesleurd, als je niet uitkijkt. Je geluk stort als een kaartenhuis in elkaar, en waar was mijn God. Heere bent er eigenlijk wel? Ik zit in de strikken. Ik kan niet vluchten. Vijf lange oorlogsjaren of ook in je persoonlijk leven.
De netten zijn gezet door de boze. Gods volk wordt vergeleken met de vogel. Die vogelvanger is zo slim. Hij weet precies hoe hij welke vogels moet vangen. Verschillende methoden en lokaas. Hij heeft voor elk een eigen net. Eva had geen zondig hart, hij had een vrucht voor haar klaar liggen. Ongehoorzaam aan God. Petrus - kind van God in de zaal van Kajafas. Tussen de soldaten, komt het net: hij verloochende zijn Meester. Jij denkt toch zeker zelf niet meer dat je een kind van God bent, soms...! Hij heeft voor jullie, jeugd ook een strik liggen. Een meisje, Dina ging uit om de dochters van het land - de wereld - te bezien. Binnen Sichem heeft de vogelvanger een strik klaar liggen. Eén keertje, wat maakt het uit. Ze was haar eer en haar maagdelijkheid kwijt. En vele mannen stierven als gevolg.
Voor David had de vogelvanger ook een strik. De vreemde vrouw. De zonde omringt ons heel dicht bij. Bij sommige is het mensenvrees, bij de andere rijk willen worden, bij een derde de verkeerde vrienden, bij de 4e een vreemde vrouw, een virtuele vrouw - op je PC..... of suïcidale neigingen. Gods volk wordt voorgesteld als vogeltje. Niet mollen – ze zoeken hun schatten niet op aarde, vogels wilde volgens hun nieuwe natuur het liefst naar boven. En dan zit hij vast – onnozel, dom. Ik tippel erin. Je valt er weer in. Je bent niet in je element, want dat is: dicht bij God te zijn. Als God in je leven werkt, dan knelt die strik. Je wordt de zonde moe. Dan wordt het sterven, omkomen. Je gaat onder.

2 Wat een wonder dat er God is, die bevrijdt. Zonder Hem verloren. Het was een afgesneden zaak geweest en gebleven. De structuur van de Psalm: vers 2 en 3 heeft twee `tegen`, maar ook twee keer `met ons`, of `bij ons`. Dat staat tegen over elkaar. Als God niet – dan. Maar God nam het voor hem op. Hij bracht een keer in mijn lot. Ik ben aan hun tanden niet overgeleverd. De leeuw besprong mij en hij had me al in zijn klauwen, maar ik ben niet verscheurd. Ik zat in de strik, maar die brak, niet omdat ik zo mijn best deed, dat heeft de Heere gedaan, de Heere, de Heere staat er vier keer.
Israëls voortbestaan, uit de as van de verbrandingsovens van 1945, kwam in 1948 in hun eigen staat. Dat heeft de Heere gedaan, Dorothé Sülle, een van de God-is-dood-theologen, zei: sinds Auschwitz kan ik niet meer in God geloven. Een rabbi zei: sinds Auschwitz kan ik alleen nog maar in God geloven, en niet meer in mensen.
Nederland werd bevrijd uit de Duitse strik. Op een steen op een huis in de Veluwe staat; 'God gaf ons de Canadezen'. Je kunt geen bevrijdingsdag vieren zonder 4 mei. Geen Pasen zonder Goede Vrijdag-viering, Kruis en opstanding horen bij elkaar. Wij danken ons leven aan anderen die hun leven opofferden.
De vervolgde kerk draagt de littekenen van Christus, zoals Paulus zei. Maar de Heere heeft me verlost uit de klauwen van de leeuw. God gaf aan David een Nathan. Jij bent die man, David. In de preek van vanmorgen, bedoelde u mij toen, dominee. Ja! Toen beleed David zijn schuld en God vergaf hem. En hij kon weer als een vogeltje naar zijn Vader vliegen. Geen zoeter lied dan van de vogeltjes, die vrij zijn geraakt, 9 maanden zat David in de benauwdheid.
Petrus zat ook in de strik, hoe brak die? Hij weende bitterlijk. - Eén liefdesblik van Christus verteerde de strik. Ik zou al die gebonden zielen hier in de kerk, letterlijk soms gebonden, boze stemmen in je hoofd – mee willen nemen naar het kruis van de Heere Jezus, die knopen ontbindt.
Elke Psalm spreekt uiteindelijk van de Heere Jezus. Hier in vers 1: indien de Heere niet met ons geweest was - Immanuël. Ik zou in het NT direct denken aan Joh 8. Als de Zoon u zal hebben vrijgemaakt zult waarlijk vrij zijn. Hoe heeft de Heere Jezus die vrijheid dan verworven voor mij? Ik zie Zijn volbrachte werk. God-met-ons liet zich binden om mijnentwil. De banden van de angst, de hel. Hij liet zich op Golgotha verzwelgen in de golven van Gods toorn. Hij zinkt in het slijk van mijn zonden. De vloed is mij te hoog. De Heere Jezus schittert in deze Psalm – je moet even kijken, maar Hij zit er wel in.
Maar: Pasen, de strik brak los. De banden van de dood konden Hem niet houden! Daarom heeft Immanuël die brullende leeuw verslagen. Als ik dreig te verdrinken zegt Immanuël ook tegen die golven: Zwijg, wees stil, zodat we niet vergaan. Ontkomen is onze ziel. Aan de vloek van de wet, de heerschappij van de satan, de macht van de zonde, de vlam van de hel, de toorn van God.
Waar ben je van verlost? Van die stroom, die strik, die beesten, door Immanuël

3 En daarom eindigt het in een loflied. Je moet het zingen, niet veel van zeggen. Die verlossing door de Heere Jezus Christus. Je kunt wel juichen. Je zou God wel in de armen willen vliegen, met eerbied gezegd. Daarom eindigt het met: Onze hulp is in de Naam des Heeren. Is, niet zij. Meer dan misschien, voor heden en voor de toekomst. Zijn hulp zal blijven. God redt vaak op het nippertje. Als het voor jouw gevoel een afgesneden zaak is. Elke kerk dienst beginnen we met vers 8, sinds de reformatie, dat is dan ook herhalingswaardig. Het `votum` noemen we dat.
Als je bijna de kansel niet op durft, zei een ouderling, denk dan aan de eerste zin die je uitspreekt, en Zijn hulp zal blijken, want de Schepper is ook onze Redder.

Edit