Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-05-06 17:00:00 cand. D. Jongeneel (Oud Alblas)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 26:19 Jes 26 Joh 5:24-29 2007-05-06.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2007-05-06T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We zeggen wel eens tegen elkaar als iemand in de put zit: bekijk het ook eens van de andere kant. Jesaja bekijkt de wereld van de andere kant, vanuit het geloof in God, geleid door God, geleid door de Heilige Geest. Hij ziet alles haarscherp, heeft geen oogkleppen op. Hij beziet de situatie gespiegeld in Gods gerechtigheid. Hoe spreekt God in deze woorden tot ons? Laten we dat proberen te ontdekken.
Eerst iets meer over de profeet zelf en over de context van onze tekst. Dat is belangrijk om de contouren van deze tekst te ontdekken en om de tekst goed te verstaan. De profeet Jesaja leefde in de 8e eeuw voor Christus. In die tijd verkeert het kleine Koninkrijk van Juda in woelig water; het zit klem tussen verschillende grootmachten als Syrië, Assyrië, Egypte. Juda is daarom op zoek naar sterke bondgenoten. Jesaja moet van God waarschuwen tegen deze bondgenootschappen. Ze moeten niet op mensen vertrouwen maar op de Heere. Jesaja moet naderend onheil profeteren, want Juda stelt zijn vertrouwen niet alleen op God. Hij moet het oordeel aanzeggen, maar mag ook heil verkondigen. Dat wordt beschreven in hoofdstuk 24-27. Hoe de Heere door de diepte van het oordeel heen hoe God toch heil geeft voor Juda. De Heere keert de zaken om.

Een spiegelbeeld heeft altijd 2 kanten. Je ziet aan de ene kant voor je ogen dat de grote machten oppermachtig zijn en overal boven uitsteken. Wie niet in de God van Israël gelooft doet wat hij wil, bedrijft onrecht, maakt zich sterk. Daarnaast ziet hij het volk Israël, waar niets van over dreigt te blijven. Ze schreeuwen het uit. Jesaja gebruikt hierbij het beeld van de bevalling. Toch weegt de pijn daarvan niet op tegen de dankbaarheid. Bij Israël lijdt de pijn echter tot niets; hun smart loopt op niets uit. Ze zijn vol verwachting van de Heere, maar er komt geen hulp. De wereld krijgt alle ruimte om onrecht te bedrijven en wordt niet gestraft. Gods volk lijdt smart en ontvangt geen hulp. Dat is de situatie zoals Jesaja hem schildert. De ene kant van het spiegelbeeld.

In onze tijd houden de machtigen ook geen rekening met God. De gelovigen hebben niet de grootste macht, noch in het groot, noch in het klein. Ook wat de media over ons uitstort is niet tot eer van God. En door wie laten wij ons thuis gezeggen? Wie is ons voorbeeld? Laten wij ons leiden door de stem van God, of laten we ons leven bepalen door de stem van de wereld? Het gaat om zogenaamde kleine dingen; maar ook wij leven vaak niet vanuit de liefde en het recht van God. Jesaja's tijd staat veel dichter bij ons dan wij ons realiseren.


Tegenover die godevijandige wereld staat Gods vrome volk. Het volk dat de Heere vreest en Hem vertrouwt als de Gever van het leven, omdat Hij Woord houdt. Een volk dat met Hem leeft, Zijn vertrouwen op Hem stelt. Is dat volk er ook nu? Ja, ook nu nog. Mensen die ook nu naar Gods woord willen leven. Die diep verlangen naar Gods verlossing. Allereerst onder de vrome Joden die nu in Israël leven. Ook nu is Gods volk allereerst het volk van Israël, maar daarna mogen we die kring ook wijder trekken. Misschien schreeuwt u ook naar God, zucht u ook om vergeving en verlangt u naar de vervulling van de aarde met Zijn heerlijkheid, moet u het ook van Hem hebben. Dit volk tekent Jesaja ons. Herkent u u ook hierin?

Waar loopt dat op uit? Jesaja tekent ons dat het volk van God verloren dreigt te gaan. De grote wereldmachten blijven in leven, de wereld blijft maar sterk en Gods volk gaat ten onder in het graf.
Dit gaat allereerst over Israël. Maar ook nu mag je de lijn doortrekken naar God volk in onze dagen, breder dus dan Israël. Het geroep tot God lijkt maar niet te helpen.

Zo ziet Jesaja de ene kant van het spiegelbeeld.

Nu de andere kant van het spiegelbeeld: hoofdstuk 26: 19. Jesaja spreekt nog steeds over het volk van God, maar ziet niet meer wat voor ogen is; hij kijkt nu door geloofsogen. De zaken worden nu omgedraaid. Er is een verschil tussen de aardse werkelijkheid en de werkelijkheid van het geloof. Een verschil van leven en dood. In de dood blijkt dit verschil. Het leven van wereldlingen loopt uit op de eeuwige dood; het leven van Gods volk loopt uit op de eeuwige heerlijkheid. De werkelijkheid is niet wat wij voor ogen hebben. Het Godsvertrouwen breekt opeens door bij Jesaja. Hij roept de doden op om op te staan en te juichen. Hij doet net als bij Jericho; hij roept op tot iets van onmogelijk lijkt. Het geloof laat zich niet hinderen door onze onmogelijkheden. God regeert over leven en dood. Het leven rust in Zijn hand. Daarvan profeteert Jesaja juist nu de nood zo groot is. Hij getuigt met grote kracht dat God de Zijnen in het leven behoudt. Gods heil rijst hier heerlijk op. Wat een rijke belofte. Ook voor Gods volk zal er verlossing zijn. Het lijkt wel zo, maar het IS niet zo: “Uw doden zullen leven!” Hij is de God van het leven, de Levensvorst.Daarom zijn we niet zonder hoop voor onze dierbaren die in Christus ontslapen zijn.
In de tekst staat : “Ook mijn dood lichaam zal leven” Als je dat mag weten, is er hoop. Wanneer mag je dat weten? Dat geldt niet voor alle mensen. De goddelozen zullen niet leven, maar het volk van God zal leven. Zij die hun heil in Hem zoeken, zullen leven. Dat is een scherp onderscheid. God behoudt niet iedereen; dat is een afschrikwekkende werkelijkheid, waar we verder af moeten blijven. Het leven is alleen in God te vinden. Dat moeten ook Gods kinderen leren. Ook zij moeten leren sterven aan zichzelf. Ongeloof en ongerechtigheid afleren. Wie in Hem gelooft, mag weten dat er leven is niet alleen voor de ziel maar ook voor het lichaam.
God zoekt u met Zijn woord, als u Hem nog niet kent.

Opstanding van het lichaam, hoe gaat dat dan? Jeseja gebruikt hier het beeld van de dauw. De weilanden worden nat. Zeker in droge zomers heeft de dauw grote waarde. Die dauw is vruchtbaar en zegenrijk. De dauw komt vanuit de dampkring en daalt door afkoeling op de aarde neer. De dauw heeft iets lieflijks. Het zijn zachte en zegenrijke druppels die het gewas doen druipen. Dat is een beeld van de Heere die de milde Gever is van dit goed. Zodat uit het verborgene van de aarde moeskruiden groeien, vanuit schijnbaar droge, dode wortels.
Waar God het dauwen doet, komen dode planten tot leven. Door niemand tegen te houden, maar het geeft wel en volheid van vreugde. Het is een onvoorstelbaar wonder van God.
Dit is de andere kant van het spiegelbeeld. Dat nemen wij niet waar met onze zintuigen, maar dat is wel Gods kant van de zaak.

In Jezus Christus komen deze woorden heerlijk tot vervulling. Ze nagelen Hem wel aan het kruis, maar kunnen Hem niet beletten op te staan. De wereld kan het Gods volk doodsbenauwd maken, maar hen het eeuwige leven niet ontnemen. Wie ziel en lichaam aan Hem toevertrouwt, ZAL leven.
Christus is de Eersteling. Hij baant een weg voor mensen die niet meer op zichzelf durven vertrouwen, maar alleen op Jezus. Bent u er ook zo één? De profetie uit onze tekst echoot door in de woorden van Jezus zoals we die lezen in Jesaja. Doden zullen horen de stem van God en zullen leven.

Bij de dood zal de ene kant van het spiegelbeeld over gaan in de andere kant. Daarom worden wij allen opgeroepen om de zaken van het leven niet van onze kant te bekijken, maar van Gods kant. Om in Hem met ziel en lichaam de vrede van God te vinden voor eeuwig.

Tot al wie in Christus is gestorven mag opgeroepen worden: Juicht! Psalm 117 zegt: Zijn Goedheid is in nood en dood voor ons Zijn volk oneindig groot!

Edit