Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-06-24 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 21 :55 1Cor 12:12-31 2007-06-24.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2007-06-24T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het gaat vanavond over de gemeenschap der heiligen.

De gemeente als gemeenschap
1.een geloofsgemeenschap met Christus
2.een liefdesgemeenschap met de gelovigen

Wat versta je onder de “gemeenschap der heiligen”? Een gevoelig en beladen thema. Sommigen zeggen: ik voel daar zo weinig van in de kerk. Misschien is het meer los zand, dan gemeente. Zit je in de kerk, en lijkt het alsof er wel lichamen om je heen zijn, maar geen harten. Je zou daar in mineur over kunnen praten en negatief naar huis gaan. De tongen los en gedoopt in de azijn en niet in de liefde. Maar die kant moeten we niet op.
Hoe komt dat nou, dat er vroeger en nu, hier en daar zoveel onenigheid is en zo weinig liefde? Je zou kunnen denken aan het toenemende individualisme. Je gooit dat wat in je hart leeft niet zomaar op tafel. Maar daardoor treedt wel verschraling op. We vertellen elkaar ook niet meer over de Heere en Zijn daden in ons leven. Maar het komt ook door de verdeeldheid. Vaak is er geen vertrouwen, maar veeleer verdachtmaking. Maar: gemeenschap is een wezenskenmerk van de gelovigen! Jezus had ook behoefte aan gemeenschap met andere mensen. Denk aan Martha en Maria en Lazarus. Hij kwam daar graag. In de hof van Gethsemane had hij behoefte om Zijn leed te delen, maar er waren geen discipelen; ze konden zelfs niet 1 uur meer met Hem waken.
Maar de Cathechismus begint niet negatief. Ze begint met de verticale lijn: de gelovigen hebben gemeenschap aan Christus. Daarna pas de vrucht, de horizontale lijn: de band aan elkaar. Als er weinig vrucht is, hoe staat het dan met de wortel? Als er weinig onderlinge liefde is, leef je dan wel dicht bij de Heere Jezus?
Denk aan een wiel: de Heere Jezus kun je vergelijken met de as, het midelpunt. De spaken kun je vergelijken met de gelovigen. Hoe dichter bij het middelpunt, hoe dichter bij de andere spaken. Denk ook aan de Emmausgangers: ze zijn zo vol van de Heere Jezus, dat ze daarna direct naar de broeders gaan om het te vertellen. En Jezus is ook het gespreksonderwerp van die broeders en zusters.

We moeten het niet gaan verpsychologiseren. Het gaat niet om alleen maar sfeer, om een gevoel van saamhorigheid. Daarvoor kun je ook naar het stadion, een orgelconcert of een praiseavond. Gemeenschap der heiligen is meer. Je vindt elkaar in het geloof in de Heere Jezus. Dat is niet te organiseren. Dat wordt geboren uit de Heilige Geest.
Je kunt ook denken aan het beeld van de tabernakel. De tabernakel bestond uit planken: de gelovigen. Die stonden op zilveren sokkels: zilver duidt op de verzoening. Binnen die planken stond de ark: de Heere woont in het midden.
In het middel van die planken zat een rond gaatje met een roede of richel erdoorheen. Dat duidt op de band des Geestes die de planken bij elkaar houdt. Denk ook aan psalm 133: waar mensen als broeders samenwonen, is er liefde en woont God. Gezinsgemeenschap, met God als Vader, geboren uit die ene moeder, de kerk. Etend van dezelfde tafel, de Avondsmaalstafel, dragend het zelfde kleed der gerechtigheid.
Gemeenschap der heiligen; waar moet je dan aan denken bij het woord “heiligen”? “Heiligen” zijn de gelovigen. Dat is een hoge titel. Geheiligd in Christus, gewassen in Hem. Zo noemen ze zichzelf liefst niet. Ze nemen zichzelf veel meer waar als een zondaar. Maar God ziet ze als heilig in Christus, Zijn bruidsgemeente. “Heilig” betekent: afgezonderd van de wereld en toegewijd aan de Heere. Dan ken je iets van psalm 32: over de vergeving der zonden.
De cathechismus spreekt over gemeenschap hebben aan Christus, en ten tweede aan Zijn schatten en gaven, in die volgorde. Eerst deel aan Hem als Persoon, daarna aan wat Hij geeft. Het gaat om Hem, om wie Hij is, en niet om wat Hij geeft. Zo is het immers ook in de liefde. Je trouwt als het goed is niet om iemands rijkdom, maar omdat hij/zij zo lief is. Wel in gemeenschap van goederen. Al het Mijne is het uwe! Zijn gaven, zijn heerlijkheid, Zijn liefde, Zijn trouw, Zijn gerechtigheid. Al het mijne is het Uwe: onze zonde, onze ongerechtigheid.
Wat zijn Zijn schatten? Goedheid, goedertierenheid, genade, verlossing, heerlijkheid, vergeving, heil, liefde, kindschap van God, etc. Dat zijn schatten die je niet kunt verliezen. Er wordt ook gesproken over Zijn gaven: niemand is onbegaafd; ieder bezit iets. De een de gave van het gebed. De ander de gave van het troosten. De derde de gave van het geduld. De vierde de gave van het organiseren, de ander het omgaan met ouderen, met asielzoekers, met jeugd, met kinderen, etc. Weer een ander krijgt inzicht in het Woord, om het uit te kunnen leggen. Het woordje elkaar / elkander komt ontzettend veel voor in de brieven van Paulus. Elkaar liefhebben is zo belangrijk binnen de gemeenschap der heiligen. Met voorzichtigheid horen we met elkaar om te gaan. Vanuit het hoofd, vanuit de Herder. We hebben elkaar nodig!
Een kooltje apart dooft uit, maar bij andere kooltjes houden ze elkaar warm. Zich warmend aan de onuitsprekelijke liefde van Christus. De Cathechismus gebruikt het beeld van het lichaam, net als 1 Corinthe 12. Er zijn veel verschillende leden. Christus is het hoofd. Zijn we onderworpen aan dat Hoofd? Is Hij de grote bestuurder, mag Hij de beslissingen nemen?
Als dat lichaam leeft, is er een goede bloeddoorstroming. in elk lid. Elk lid is anders, maar allemaal wel verbonden aan het Hoofd. God wil dat we Zijn handen, Zijn voeten, oren, ogen zijn in deze wereld. Opdat de wereld Hem herkent in ons.
Wat is jouw gave? Wat heb jij van God gekregen? Je moet er niet mee pronken, maar het wel gebruiken.
Gave en ambt: dat bijt elkaar niet. Niet ieder krijgt een ambt. De gave is als een tere bloem, die tot bloei moet komen. Een ambt is als een stevige pot die de boel bij elkaar houdt. Als de pezen van een lichaam, die de leden bij elkaar houden. Consumeer je alleen maar, of gebruik je ook je gaven die God je gegeven heeft in deze gemeente?

We zijn dat verplicht aan de gemeente. Niet alleen maar op zondag komen en consumeren en voor de rest de boel de boel laten. Als je veel met Jezus omgaat, ga je op Hem lijken. Ook in Zijn dienend werk!
Hoe moet / mag je je gaven gebruiken? Gewillig en met vreugde! Niet alleen maar moeten of zuchtend te werk gaan. Niet: wat ontvang ik, maar wat geef ik. Niet: wat heb ik nou aan de gemeente, maar wat heeft de gemeente aan mij?
Ieder moet zich schuldig weten zijn gaven voor de ander te gebruiken. Ik moet de ander dienen. Niet: de ander moet mij dienen.
Tot nut en tot heil van de ander. Eigenlijk is de preek vanavond scherp en praktisch. Hoe brengen we dat in de praktijk? Niet alleen voor de ander bidden, maar ook naar de ander toegaan of een kaartje sturen. Samen bidden, daar ervaar je ook de gemeenschap der heiligen.
De Heere geve dat het onkruid van de verdeeldheid, die splijtzwam, uitgeroeid mag worden. Opdat de stedelingen weer gaan bloeien, ook hier in Rotterdam!

Edit