Edit|
EditReeks Samenvatting:
Spot is een goedkope manier om je af te maken van iets dat je geen plek kunt geven.
Petrus maakt korte metten met de spot van de 'zoete wijn', bij Pinksteren. Het duikt echter steeds op - om zich er maar van af te kunnen maken. Wij kunnen van het wonder van Pinksteren niet hoog genoeg opgeven. 'Christenen zijn nu een keer niet wijzer'. Je hoeft je dan niet druk te maken over het wonder, je hebt er een oplossing voor. Petrus neemt de handschoen op. Het is vroeg, dit is geen kletspraat, maar ze spreken van de grote werken van God. Ik zal Mijn Geest uitstorten op alle vlees, zei Joël al. Dronken van de Geest. Zo toen en zo nu, het kan nog. Ook in deze duistere tijd. Ook al zijn er geen tongen meer als van vuur en een storm, de Geest werkt hier op aarde. Heerlijk om te weten, maar het gaat er om, dat wij er deel van zullen hebben, persoonlijk. Ontdekt aan onze zonden, persoonlijk vervuld te worden en door Hem te wandelen. Daarop komt het aan.
Wordt niet dronken in wijn, maar vervuld met de Geest. Een Pinksterroeping. De roeping maant ons af van iets en het wekt op.
Paulus had reden om dat de lezers voor te houden. Het centrum van de verering van Diana was ion Efeze. Bacchus (Dionysios) werd er ook vereerd. Grote feesten, met een zeer opwindend karakter. Het ging er verhit en “loszinnig” aan toen. Eerst het officiële gedeelte: het beeld van Bacchus werd rond gezeuld, daarna volgde er een intiem gedeelte. Vol zoete wijn, trok men zich in groepjes terug - 'overdaad' noemt Paulus het. Een leven zonder tucht in losbandigheid, ontucht. In zo'n wereld leefde die christengemeente in Efeze. Vroeger hadden ze er aan meegedaan. Een leven zonder God of hoop. Maar velen kwamen er tot geloof op de prediking van Paulus. De zuigkracht van de wereld is niet onaanzienlijk.
Dianaverering was een staatsgodsdienst, doe je niet mee, dat is meer dan een andere smaak hebben. Geen nationaal besef. De tijd van de eerste liefde was ook voorbij, jaren na belijdenis doen. Geestelijk ingedut. In zulke omstandigheden ziet de satan zijn kans schoon. Wees waakzaam, de tijden zijn boos. Er dient een strijd gevoerd op leven en dood. Licht en duisternis hebben niets samen. Geen ijdele dingen meer. Al verzwelgen alle anderen in drinkgelag. Voor u die Christus belijdt als uw leven, geldt: wordt dronken van de Geest. Vervuld.
Is dat niet hyperactueel, voor hier en nu in Rotterdam? We leven in een godloze cultuur. 'Waar is God, wat hebben we met Jezus?' Het leven is verloederd, versekst. Wie van de jongeren heeft nog de moed om te wachten met samenleven tot na het gesloten huwelijk? Laat ons eten en vrolijk zijn want morgen gaan we toch dood..? Halen wat er te halen valt. Ikke, ikke, en de rest.... zelfmoord komt veel voor. Alleen tussen alle chaotische machten, die ons omringen.
Ook al weet men dat het bedrog is - toch grijpt men er steeds weer naar. Een leven dat niet anders is, dan een op de vlucht zijn voor zichzelf. Op de vlucht zijn uiteindelijk voor God. De geest van de tijd stopt echt niet bij de deur van de kerk. We hoeven niet neer te zien op mensen buiten de kerk. We hebben voor onszelf en onze gezinnen de weg te zoeken van de Geest.
Misschien verwacht u van mij een pleidooi voor geheelonthouding. Drank maakt meer kapot dan ons lief is. Maar die verplichting valt uit het Woord niet af te leiden, het Woord waardeert de wijn juist; het kan verkwikkend zijn, voor een vermoeid lichaam. Paulus schrijft aan Timotheüs - drink niet alleen water, maar ook wat wijn, dat is goed voor uw maag. Op de bruiloft in Kana heeft de Heere Jezus het feest luister bijgezet en water veranderd in zulke wijn! De Psalm zingt ervan. Maar het is met wijn net als met de andere gaven uit de natuur en cultuur, je moet er de baas over blijven anders worden zij baas over ons. Het sleept ons weg naar de afgrond. Van dat gevaar weet de Schrift ook. Al wie daar in dwaalt, zal niet wijs zijn. Als de wijn ons heeft: als de wijn is in de man is de wijsheid in de kan. Overdaad. Dwaze fantasieën - eerst overdaad in gedachten, bandeloosheid, zedeloosheid, echtbreuk, overdaad. Die onszelf en anderen te gronde richt.
Er is een weg naar de Geest. Moeten wij onszelf redden uit de macht en de schuld van de zonde? Machteloos staan we met onze handen omhoog, als Baron von Münchhausen die zichzelf aan zijn haren op wil trekken uit het moeras. Jezus wilde aan het kruis boeten voor mijn zelfbedrog en eigendunk. Hij kan mijn vast gelopen leven redden, niet Diana of Bacchus. Die Geest die al onze eigen gerechtigheid, onze zelfgenoegzaamheid vergeeft en weg wast. Hij alleen is het die het leven mogelijk maakt.
Paulus blijft niet steken bij vermaning in het negatieve, het wijst het geneesmiddel aan. Wordt vervuld met de Geest. Het kwade overwinnen door het goede. Dat kun je nog wel anders aantreffen onder ons. Alleen maar negatief... Ze doen dit niet en dat niet. Raak niet en smaak niet en roer niet aan, noemt de Bijbel dat. Vraag eens aan zulke mensen wat de rijkdom van het geloof is. Wat geniet u daar nou zoal in? Niets. Een koud systeem. En soms is men er nog stinkend hoogmoedig op ook. We zijn wel zondaars, maar wel hele goede hoor! Christus is er niet in en Zijn Geest.
Hoe meer u zich laat vervullen, des te minder zult u haken naar het schijngenot van de wereld. De Geest legt het erop toe bij u om Christus te verheerlijken. Het staat niet achter bij wat de wereld biedt - het is oneindig rijker. Christus geeft geen surrogaat.
De roes wereld belooft moed - maakt een tijdje overmoedig, maar het is `schijnmoed`, aan het eind wacht de kater, de wanhoop, de wroeging.
De Geest van Christus maakt een mens vol van Hem en Zijn liefde, neem Petrus - hij verloochende Hem zo net nog. Hij vloekte. En als een ware held, ongewapend staat hij daar voor duizenden te getuigen. Deze Jezus hebben jullie gekruisigd. De Geest van Christus geeft ware vreugde en vrolijkheid - hier op aarde nog getemperd door de zonde. Ik ben vrolijk in de Heere zegt Jesaja. Geen bittere nasmaak. Wie naar meer verlangt wordt er alleen maar rijker door. Zo is het leven waard om geleefd te worden. We kunnen op tegen de tochtwinden van de dood.
De wereld maakt de tongen los, maar tot gezwets en schaamteloos gekakel. De geest van Christus maakt ook de tongen los. Maar tot het verkondigen tot de grote lof van God. Zwijgers worden sprekers, gedrongen door de liefde geest van Christus.
Als men vol is van wijn - 'je wordt er een ander mens van'. Maar in liefde dronken worden we echt veranderd. De oude mens sterft, de nieuwe mens staat op. Veranderd en vernieuwd naar het evenbeeld van Christus. Bidt om een nieuw hart, de Geest wil het u graag geven.
Onder de goden van de roes, Bacchus, Diana, dalen de mensen tot onder de beesten. De weg van Christus kruisigt wel mijn vlees, maar doet me leven door en naar de Geest. Hij wil ons maken tot mensen Gods, die God Vader mogen noemen. In alles Zijn Vader hand weten, ook als we ter operatie gaan en het gaat trekken aan de touwen van onze levenstent, aan Zijn hand mag ik door het leven gaan.
Rijk in Hem, als een pasgeboren kind. Blijdschap komt er in uit, dat we de geboden van God uit dankbaarheid willen doen, ze zijn niet zwaar; allen die ze doen, hebben verstand.
Zingt de Heere in je hart, dankend en lovend, in de naam van Christus. De roes van de wereld bralt, maar de Geest van God doet ons Hem prijzen en geeft een voorproefje van de eeuwige vreugde. Wat vroeger uw vreugde was, wordt nu de dood - u gaat de zonde haten.
Het uit zich niet alleen in meditatie en adoratie. Uit Christus leven we, de heiligmaking. Onderlinge verhoudingen - elkander onderdanig in de vreze Gods, met verloochening van jezelf. De omgang van ouders en kinderen, tussen heren en 'knechten', bazen en medewerkers. In het leven van de praktijk van alle dag de omgang met elkaar - daarin moet het uitkomen, of we leven naar de geest van de wereld, de afgrond, de haat of naar de Geest van Christus. Het blijkt uit onzen handel en wandel. Gelaat, gewaad en gepraat, zeiden ze vroeger. Als we allerlei geloofservaringen weten te melden, bevindingen, luid sprekend - maar we wandelen er niet in en dragen geen verantwoording voor de naasten? Je kunt roemen - maar je zou je wel eens voor eeuwig kunnen bedriegen. Voor Geest uitgegeven wat verdorven verzinsels zijn van de eigen menselijke geest.
Wie belijdt met schaamte, waar is bij mij de vervulling met de Geest. Wie bleef ongebroken, ondanks alle preken die u gehoord hebt? Wie heeft nog nooit smaad geleden doordat hij dwars tegen de tijdgeest in zichzelf verloochende?
Diep geraakt door het evangelie, Heere ik verdien Uw straf. Waar was mijn liefde, mijn zelf verloochening? Waar waren de ritselingen van de Geest in mijn bestaan - als het geen aangeleerd lijstje is, dan zult u vandaag van dit woord uw oor niet afkeren, u zult zich laten veroordelen, u leert de strijd aanbinden tegen de eigen verdorven geest, u walgt ervan. U laat zich uitdrijven naar het kruis van Chritus, dan wordt het woordje genade zo dierbaar, en verlangt u dat de Hoge God bij u regeren zal. U gaat er naar hunkeren dat u met alles de Heere zal mogen toebehoren.
Dan is het troostrijk te vernemen - daar wil de Geest komen, waar men naar Hem uitzag. Een keer Gods Pinksterdaad. Wordt vervuld met de Geest. Wat ik u bidden mag: laat niemand zich verschuilen, vanmorgen, achter zijn onmacht. Buk liever, dieper nog, tot u plat ligt voor God. Hoor dan op : Gods rivier is vol water. Dat we ons veroordelen, vallen onder het woord, om te worden leeggemaakt van ons zelf. Biddende werkzaamheid, ernaar te staan vervuld te worden met de Geest. Laat die Geest ons dan tekenen met een kruis.
Daarvan zal niemand onder u spijt hebben. Niemand. Jongeren niet en ouderen niet. Uw goedertierenheid is beter dan het leven. Hoor nu vandaag en uw ziel zal leven!
SDG, daar eindigde Bach altijd mee, Soli Deo Gloria.