Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-07-01 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 21 :56 Luc 24:36-49 han 10:36-43 han 13:37-39 2007-07-01.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2007-07-01T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.4Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zondag 21: vraag en antwoord 56
Wat gelooft gij van de vergeving der zonden?

Nu staan we stil bij de vraag en bij wat de Schrift zegt. De volgende keer staan we stil bij het antwoord.

De vergeving van zonden

De vergeving is het hart van het Evangelie; het wezen van het kerk-zijn, een fundamenteel onderwerp. Wat betekent dat, hoe kom ik aan die vergeving, hoe weet ik zeker dat mijn zonden vergeven zijn? Jezus leerde ons bidden: en vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. Alleen geloven in de vergeving der zonden is niet genoeg; ik moet persoonlijk weten dat MIJN zonden vergeven zijn wil het goed zijn tussen God en mijn hart. Dat de woorden “zonde”en “vergeving” bij elkaar passen is een eeuwig wonder. Als je de laatste letter van zondeN weghaalt krijg je zondeR. Dus alles wat je zonder God doet, denkt of laat. Een zwarte, duizelingwekkend diepe afgrond. Hoe meer de Heilige Geest je dat leert, hoe meer je daar van ziet. Maar de vergeving der zonden is eveneens duizelingwekkend. Een enorme berg van goedertierenheid. De Heilige Geest leert je beide.

Vraag 56 bekijken we aan de hand van de gelezen Schriftgedeelten

“Bij U is vergeving”
-bevolen door Jezus
-gepredikt door Petrus
-verkondigd door Paulus

Waar denk je aan bij de vergeving der zonden? Je kunt denken aan het uitwissen van het foute, het verkeerde. Zoals een klant die schuld heeft bij een winkelier; wanneer de schuld betaald wordt, tekent hij dat aan in het kasboek. De vergeving van zonden is echter veel meer. Vergeving is geen boekhoudkundige aangelegenheid, maar heeft te maken met het hart van God. Het gaat over de genadige gezindheid die God heeft naar ons.
Luk. 24: 47 in Zijn naam moet gepredikt worden bekering en vergeving van zonden. Onvoorwaardelijk, onbeperkt. Niet van sommige zonden, niet van slechts door mij beleden zonden, niet alleen dingen die ik als zonden zie, maar van alle zonden. Niet de zonden tot de dag van mijn bekering, maar zelfs de zonden die ik helaas nog zal gaan doen. Ook die zijn weg. In beginsel zijn mijn zonden al weggedaan 2000 jaar geleden toen Jezus aan het kruis stierf; toen droeg Hij mijn zonden al aan het kruis. Toen ik tot geloof gebracht werd, ONTVING ik die vergeving der zonden. Dus niet: het maakt niet uit, alles is toch al vergeven. Als je de Heere liefhebt is zondigen niet meer goedkoop; dan wil je dichtbij God leven en ver bij de zonde vandaan. De vergeving der zonden mag verkondigd worden aan ALLE volken. De wet heeft God alleen aan Israel gegeven, maar de vergeving geeft Hij aan alle volken. Niet dat alle mensen behouden worden; geloof is nodig. Vergeving is echter ook weer niet afhankelijk van ons geloof. Van onze kant hoeft niets meer te gebeuren. Geen geloofsprestatie van onze kant. Het gaat hier om de gezindheid van Gods hart naar ons toe. Het geloof is wel nodig, maar niet als voorwaarde, niet als prestatie. Ik zie het geloof als een raam; een raam in je hart. Het zonlicht straalt buiten. Maar in je hart is het donker omdat de ramen dicht zitten. Het raam voegt niets toe aan de heerlijkheid van het zonlicht; het laat het echter wel toe. Geloof is als een raam van je ziel, waardoor de stroom van de vergeving der zonde naar binnen komt. Uiteindelijk is het God die die ramen ook openzet.
Wij willen er in de kerk altijd wat mee kunnen, we moeten er wat aan hebben. We zijn slechts gericht op ons zelf en onze behoeften. Maar leer het eens zien vanuit Gods kant, dan zie je Gods hart zo wijd open staan, Zijn armen zijn zo wijd open! Als de ramen dicht blijven zitten is dat zo jammer! Het geheim zit 'm in het werk van de Heere Jezus! God is volkomen genoeggedaan en volkomen verheerlijkt. Daarom biedt Hij nu aan alle mensen de heerlijke vergeving der zonden aan. Omdat Jezus aan het kruis hing. Niet alleen voor de uitverkorenen.
Er is een uitdrukking: waar genade valt, valt ze vrij. Alsof God willekeurig is, de één wel, de ander niet. Nee: de vergeving der zonden staat voor iedereen open en je hoeft niet te betalen. Iedereen mag en kan komen, ook al komt niet iedereen.
Dat moesten de apostelen gaan preken. Dat hebben ze gedaan bij uitstek op de Pinksterdag; Petrus preekte bekering en vergeving van zonden: IN ZIJN NAAM. Daar ligt de basis. Ze worden getroffen en verslagen in hun hart. Bekering en berouw hoort er wel bij.
In Handelingen 10 wordt het ook door Petrus gepreekt aan de heidenen! Hij had wel een duwtje nodig (door een visioen over reine en onreine dieren). Hij bracht het Evangelie naar de heidense hoofdman Cornelius.
Aan wie mag hij dat brengen? Vergeving der zonde aan een ieder die in Hem gelooft! Het gaat nooit buiten de Heere Jezus om. Altijd in Zijn Naam. God is Liefde, maar nooit buiten de Heere Jezus om. Je kunt straks niet zeggen: God laat mij wel in de hemel toe als ik eerlijk vertel wat ik fout gedaan heb, zo liefdevol is Hij wel. Nee, alleen het offer van de Heere Jezus voldoet.

Een christin had een gesprek met haar dokter. De dokter zei: als ik straks bij de hemelpoort kom, komt het wel goed. Ze werd beter en nodigde de dokter uit op een etentje. De dokter kwam. Ze zei: ik biecht eerlijk op dat ik een grote rekening bij u heb. Maar ik biecht het eerlijk op, dan komt het wel goed. De dokter zei: wat in de theologie werkt, werkt niet in de geneeskunde. Er moest betaald worden. Maar zo is het ook in de theologie, en dat zei de christin ook.

Paulus was de heidenapostel, gezonden naar de heidenen. In Handelingen 13 is hij in Antiochie en verkondigt dezelfde boodschap als Petrus op de Pinksterdag. In Hand. 13: 38 proclameert hij, verkondigt hij de vergeving van zonden door de Heere Jezus. Bij een ieder die gelooft, gaan de ramen van de ziel open. Het licht valt dan in je ziel. Dat kan ook nu. Denk aan de gelijkenis van de verloren zoon. Wanneer kreeg die jongen vergeving van zonden? Niet toen hij thuis kwam, maar buiten op straat, buiten het huis, toen hij terugkwam, met lood in zijn schoenen. De vader rende hem tegemoet met open armen.
Wij denken vaak: je moet eerst geloven om vergeving te krijgen. Nee. Die vader zegt niet: ik wil eerst horen dat het je spijt, dan pas sla ik mijn armen om je heen. De vader was zijn zoon voor; voor hij iets kon zeggen waren zijn vaders armen om die jongen heen. Er is niets rijkers dan je moede hoofd te leggen in de armen van je hemelse Vader en Zijn liefdeshart te voelen kloppen. Geloof hoort er wel bij, maar niet als voorwaarde.
Hoe weet ik dat nu zeker, dat mijn zonden vergeven zijn? Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en barmhartig.....dat Hij ons de zonden vergeve. Denk aan David die zijn zonden beleed en waar direct zijn zonden vergeven werden.
Er komt zo vaak wat tussen, tussen ons en de Vader. Dan blijven we Zijn kinderen wel, maar de verhouding is zo vaak verstoord. Dan komt er spanning in huis, de harmonie is weg. Als er vergeving wordt gevraagd, wordt de verhouding weer goed.
Denk aan het kindergebed: 'schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus' wil mij rein.
Als je slechts bidt: wilt u al mijn zonden vergeven? en dan gaat slapen, stelt dat weinig voor en is dat goedkoop. God wil dat we onze zonden bij name noemen. Het is veel moeilijker om het concreet te zeggen, dan even gauw om vergeving te vragen.

Er was eens een vader die fruitteler was. De boomgaard stond vlakbij een spoorrails met een treinstation. Ze hadden een eigenwijze zoon, die de wereld in wilde. Ze hoorden jaren niets van hem. Tot God die jongen in zijn kraag greep en hij ging verlangen om het goed te maken met zijn ouders. Hij durfde niet zo te gaan, wist niet zeker of ze hem wel wilden ontvangen. . Hij schreef een brief en vroeg: op die en die dag kom ik langs met de trein. Als u mij wilt ontvangen, wilt u dan een wit lint hangen in de appelboom vlakbij het spoor?
Hij ging op weg en keek vol spanning of het witte lint in de appelboom hing. Toen hij er langs kwam, zag hij dat de hele boomgaard vol hing met witte linten! Niet 1 lint, maar een boomgaard vol!
Loof Hem die u al wat gij hebt misdreven, in eeuwigheid genadig wil vergeven! Zo is God!

Edit