Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-07-08 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 129:3-4 2Cor 4:7-18 Psa 129:1-8 2007-07-08.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.9Mb)
2007-07-08T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
De liederen Hamaäloth

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. Woorden van de Heere Jezus, maar feitelijk de samenvatting van deze Psalm. Wij hebben altijd waarom-vragen. Is lijden straf op zonden? Soms. Gevolg van het dienen van de ware God, soms. Het kan ook een leerschool zijn - denk aan Jozef. Door lijden tot heerlijkheid. Om als onderkoning een volk te reden.
Het gaat hier om het lijden van Israël, en dat van de Heere Jezus en van de gemeente.

Een lied Hamaäloth - gezongen door Joden die optrokken naar de tempel. In een stoet. Ze zongen onderweg, blijde liederen (Psalm 122) maar met gedempte tonen - Psalm 129 over moeite pijn en strijd. Zo kunnen wij naar de kerk gaan, soms verblijd, je hebt er zin in, en soms ga je met een hart dat zwaar is van verdriet - je zou wel kunnen janken. “Rust hier gij blijden en moeden met al uw vreugd' en kruis. Waar is het beter toeven dan in des Heere huis”, stond op een groot bord als je mijn eerste gemeente Goudswaard binnenkwam. En zo is het.

Een lijdenspsalm
1. Verdrukking (1-2), 2. Verlossing (4), 3. Verdelging (5-8)

1.
Mij - het is persoonlijk. 'Zij'- zoveel volken in zovele eeuwen. Da Costa noemt 129 de Nationale Psalm van Israël. Een sombere samenvatting van Israëls geschiedenis. Je komt inkt te kort om dat allemaal op te sommen. Geen volk heeft zó geleden.
Ze gingen van benauwdheid tot benauwdheid voort. Benauwd - een woord dat aan wurgen doet denken in het Hebreeuws, als een wurgslang
Het begon al bij de kindertjes in Egypte. Tot vandaag toe, tot de Wederkomst.
Het beeld van groeven op een akker wordt gebruikt. Die akker is de rug van het volk. Zo diep dat het bloed eruit liep. De haat is altijd fel. Vanaf de zweepslagen in Egypte.
Deze Psalm moeten we niet overslaan. Het gaat in eerste aanleg over Israël. In Egypte, in de woestijn, de Amelekieten, de Filistijnen, Assyrië, Babyloniërs, de Romeinse adelaar zette zijn klauwen diep in het volk. Dan de kerkgeschiedenis.... in de naam het van kruis werden de schedels van Joden ingeslagen. De Jodenster heeft de kerk uitgevonden. In de 'stille' week van Palmpasen - er zijn wat Joden vermoord. 'Dieu le veut' (God wil het) - de kruistochten, onderweg werden alle Joden vermoorden. Dikwijls benauwd... De kruisridders hebben de Joden in de houten synagoge in Jeruzalem opgesloten en verband, en ze vierden avondmaal. De Tweede Wereldoorlog. Ausradieren, Endlösung. Concentratiekampen - tot stikens toe benauwd, letterlijk. Bloedsporen tot op de dag van vandaag. Er loopt een bloedige lijn van Haman, via Hitler en Hoesein naar Hamas. Ploegers, diepe voren.
Waarom?
Gedeeltelijk vanwege hun verbondsbreuk, ja? Maar het lijden van het volk van God heeft te maken met verkiezing. Gods meest beminden zijn de zwaarst beproefden. Een teken van de verkiezing van God. Hij verkiest tot lijden. Maar daarna de glorie. De heerlijkheid.
De haat tussen het slangenzaad en het vrouwenzaad.
Da Cotsa: het volk draagt het kenmerk van een koning, de Messias. Ze lijken op de Lijdende Knecht. Ze vertonen Zijn beeld.

De Heere Jezus is ook te zien in de Psalm. Het Lijden dat op Hem komen zou. Van Zijn jeugd af aan. De vrouw heeft nog maar net de zoon gebaard of de slang staat klaar om het het kind te verslinden.
De Heere Jezus is voor de kruising gegeseld. Ik gaf mijn rug aan degene die Mij sloegen. In het rechthuis van Pilatus is Zijn gezegende rug gegeseld. Zijn vel en vlees getrokken als door een ploegijzer. Hij wordt zo kostbaar voor mij... Het is net alsof ik die voren lees: 'volbracht'.
De tranen springen in mijn ogen als ik zo mijn Verlosser zie. Die wonden hebben mij ook gered. Door Zijn striemen is ons genezing geworden. Met eeuwige liefde ving Hij de klappen op. Over Zijn rug ben ik zalig geworden.
In de diepe voren rijpt een oogst van genade.

Je kunt ook denken aan de gemeente, de kerk. Hand. 2, net geboren en er breekt verdrukking uit. Kruis dragend achter Hem aan. Kruis dragen, vrucht dragen. Geen salon-christendom. De Romeinse tijd, de tijd van de Reformatie, ook nu wordt 2/3 van de kerk vervolgd. Tot in de eindtijd.
Door wilde dieren vermalen, hun lichamen verbrand. Hun huizen in brand gestoken. Ook de geschiedenis van de kerk is in bloed geschreven. Bijna elke dag staat er in de krant een bericht over christenvervolgingen. Deze week al Wit-Rusland, Bangladesh, Turkemnistan.

Het kan ook in je persoonlijk leven. Laster en smaad, spot, stekelige opmerkingen, tot aan bloedige vervolging toe.

De ploegen zijn er, maar het heeft een bedoeling bij God. Het gaat Hem om de oogst. Het zaad van Gods genade - een oogst van waarachtig geloof en bekering.

Het kan een psychologische toepassing hebben. 'Als ik denk aan vroeger'.. De dichter van Psalm 129 is zijn geloof niet verloren.
Er is menigvuldige verlossing:

2.
Gij evenwel... En toch. Andere volken van de oudheid zijn er niet meer, Israël bestaat nog, Teken van Gods trouw. Het zijn de goedertierenheden des Heeren dat wij niet vernietigd zijn.

De touwen van de goddelozen zijn afgehouden. In een keer staat de ploeg stil, als de ossen niet meer met touwen vast zit.
In Egypte bijvoorbeeld. Na 400 jaar. Na 70 ballingschap in Babel. Na jaren van verdrukking in de concetratiekampen, op 14 mei 1948 zei God, Ik houw de touwen af. Ze mochten terug. In 1967: tot hiertoe en niet verder.

God verzuimt niet Zijn zegening te strooien in de voren die de ploegers hebben getrokken. Zo in de gemeente, zo kan het persoonlijk zijn. De Heere Jezus was de geploegde, Hij werd gezaaid en op Paasmorgen kwam de oogsttijd. De eersteling, als teken van de volle oogst die zal komen.

3. De verdelging. God laat de vijandschap niet alleen ophouden, Hij geeft uitkomst. Die Sion haten zullen achterwaarts gedreven worden. God is nog altijd de God van Israël, van die titel neemt Hij geen afstand. Wie Joden haat, haat hun God. Ze worden vergeleken met graszaadjes op de daken van huizen in de oudheid. In de hete zon verdorde dat snel. Het had geen wortel. De vijand houdt geen stand, ze zijn als dakgras. Nog geen handvol is ervan te maaien. Gods zegen wordt hen niet toegewenst, wat gebruikelijk was bij maaiers.

De goddelozen moeten rekenen op een misoogst. Er komt nog in de toekomst, als ik de profetieën goed lees, een tijd van grote benauwdheid voor Jakob, de Grote Verdrukking, er zullen nieuwe ploegrrs komen, de antichrist - maar dan komt Jezus terug. De Grote Verlossing. De antichrist zal worden verbrand. Het volk zal definitief worden verlost en bevrijd, - van lijden tot heerlijkheid.

Geen treuriger volk dan de Joden, en toch: hun begin was genade, en het einde zal zijn heerlijkheid onder Vorst Messias. Dan heb je toch in het hart een ruime plaats voor Israël? Hun God erkennen als de Vader van de Heere Jezus. In Hem. Er is nog een toekomst voor dat volk, ook voor de gemeente, dat lees ik hier. Eenmaal zal het lijden voorbij zijn, ook voor de lijdende kerk. Waar het ook is. De triomferende kerk: Wie met Hem lijdt zal met Hem worden verheerlijkt. De naamchristenen zullen beschaamd staan voor eeuwig. Nu zie ik alleen maar de achterste delen van de Heere Jezus. In de navolging, volg ik Hem - ik kijk tegen Zijn rug aan. Die diepe lange voren. Straks zal Hij zich omdraaien en ik zal Hem zien van aangezicht tot aangezicht. Nooit meer Zijn diepdoorploegde rug te zien.

In de wereld zult gij verdrukking lijden maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. (Joh 16:33)

Edit