Edit|
EditReeks Samenvatting:
Een onbekend Bijbelboek, Leviticus, vol van wetten. Maar hier hebben we dagelijks mee te maken. Het gaat over geld. Zilveren sikkelen. Wettige betaalmiddelen in Israël. Geen munten, zilveren staafjes of ringen. Het gewicht bepaalde de waarde. De sikkel was in eerste aanleg een gewichtsmaat.
Wat doet wij met geld? Wij kopen er dingen mee. Dingen die je nodig hebt of juist niet. Maar je kunt er ook een schuld mee aflossen.
Het gaat hier om een schuldoffer - een schuld bij God. Zonde is datgene waardoor wij God als ook onze naaste onthouden waar Hij en zij recht op hebben. Daardoor ontstaat schuld. Ontwendende - onttrekken. (Online Bijbel: onwetende).
Men kon aan de Heere een gelofte doen - die werd dan bijv. niet nagekomen. Bijvoorbeeld de gelofte van het Nazireeërschap (Numeri 6).
De eerstgeborenen moest men in het heiligdom brengen, maar als men die zelf op at, onttrok men aan de Heere. Ook tienden vroeg Hij. Ook daarin kon je in gebreken blijven. Dan was een schuldoffer aan de orde. Maar wij kennen die dingen toch niet meer?
God heeft recht op ons. U, jou en mij. Als een erkenning van door de Heere aan dat volk geschonken zegeningen. Wij moeten Hem ons leven, onze gehoorzaamheid geven en onze dankbaarheid. Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer, zingen we; neem mijn zilver en mijn goud -- doen wij dat nu? Geven wij Hem ons verstand en ons vertrouwen? Misschien niet eens bewust. Door afdwaling gezondigd staat er, tegenover: met opgeheven hand. Bewust de Heere onthouden. Achan deed dat met buit uit Jericho. Ananias en Saffira – zij hielden heel bewust een deel voor zichzelf. Maar het kan ook door afdwaling. Men is de weg kwijt. En niet alleen in Adam - we zijn ook zelf vaak de weg kwijt. Daar staan we in de schuld bij God. We hebben ook nog eens te maken met een groeiende schuld.
Een volkomen ram - wat een genade. Het betaalmiddel was een ram. De waarde van zo'n volkomen ram moest een bepaald aantal zilveren sikkels zijn. Naar de sikkel van het heiligdom. Er waren drie soorten sikkels. De koninklijke sikkel. De koning bepaalde het gewicht en de waarde. De meest gangbare was onder de kooplui gangbaar. En dan die van het heiligdom. De priesters bepaalden het gewicht en dus eigenlijk de Heere zelf. De Heere bepaalde de waarde. Hij bepaalde wat de schuld kon vereffenen en niet een mens. Een vijfde deel daarenboven - compensatie voor de geleden schade. Hij laat het niet aan ons over wat de schuld bij Hem vereffent. Wij dragen van alles aan, wat onze schuld bij God kan compenseren, denken we. Het Ram van onze wetsbetrachting. Ik zal dit doen en dat nalaten; het Schaap van onze godsdienst, ik doe dit en dat voor U.... Maar verder heb ik niks.... Abraham offert zijn enige zoon. Izaäk ligt op het altaar. Het mes in zijn hand. Dan is daar ook opeens dat ram. God voorziet zelf in de vereffening van onze schuld.
Het spreekt van de Heere Jezus Christus. Hij gaf Zichzelf op dezelfde manier. Het ram gaf zijn leven voor de offeraar. Hij gaf Zijn leven, Hij gaf Zijn bloed. Zijn waarde geschat naar de sikkel van het heiligdom is voldoende om de schuld te betalen voor een zondaar. Daarmee krijgt Hij voor ons ook zo'n ontzaglijke waarde. Dierbaar - van de hoogste waarde.
Heere, U bent mijn Schuldoffer. Ik moet het van U hebben.
Het leidt tot zelfonderzoek - je staat met lege handen voor God. Je kunt je schuld niet betalen over wat je de Heere hebt onthouden. Doordat je zweeg, waar je van Hem had moeten spreken. Je sprak wel van schuld, maar over die van een ander. Je komt er nooit bovenuit in dit leven. Het Woord wijst u weer op dit Volkomen Offer; zodat u weer gelooft, dat dit offer aan het kruis volkomen genoeg is tot verzoening en ik kom weer tot Hem om te belijden dat in Christus alles is.
Maar kan het nu wel voor mij - ik weet maar zo weinig en ik kan zo weinig. Dan weet u net genoeg. Onze zonden en schuld staat ons niet in de weg. De Heere wil Zijn vergeving ook aan u kwijt. En Hij kan het kwijt aan mensen die alleen maar schulden hebben.
In dat schuldoffer ligt echt alles voor een zondaar. Een zondaar die alles mist.