Edit|
EditReeks Samenvatting:
We zijn in Handelingen 10 en 11 getuige van een belangrijke doorbraak in de gang van het Evangelie. Daar in Caesarea in het huis van Cornelius. De Heilige Geest breekt de barrière weg tussen Jodendom en heidendom. Deze barrière steunde op eeuwenoude tradities. Hoewel dat oude verbond vele openingen had naar de heidenen. Denk maar aan het verblijf in Egypte en aan de geslachtslijn van de Heere Jezus. Toch had men moeite met het accepteren van de heidenen in het verbond; ook de jonge christengemeente had er moeite mee. Petrus wordt daar op aangesproken; hij is binnen geweest bij Cornelius, een heiden. Ze hielden daar vast aan tradities; als er dan een heiden was die mee wilde doen met het geloof, moest-ie zich wel laten besnijden. Nu had Petrus zelfs de maaltijd gebruikt met een heiden en toen waren ze daar ook nog gedoopt. Dat was een radicale breuk met de Joodse wetten en tradities. Ze hadden zich teruggetrokken in de kring van het eigen volk. Die ander moest eerst worden en denken en handelen net als zij. Herkent u dit?
Laten we niet vergeten dat de zaligheid uit de Joden is. Eeuwenlang is verborgen en nu geopenbaard dat ook de heidenen deel hebben aan de volle rijkdom in Christus. Daar mogen wij nu nog dankbaar voor zijn. Anders had u nooit van het Evangelie gehoord. Petrus had er ook moeite me om naar Cornelius te gaan, maar werd er door de Heilige Geest wel speciaal naar verwezen. Hij zag in gebed een visioen met een laken met wriemelende dieren, met reine en onreine dieren samen. Een stem: “Sta op Petrus, slacht en eet.” Tot drie keer toe en toen werd het laken opgenomen in de hemel. Net toen hij overdacht wat dat betekende kwamen er mannen een uitnodiging brengen om naar Cornelius te gaan. Wat God rein acht, mocht Petrus niet voor onheilig houden. Petrus was dus goed voorbereid toen hij deze dienstorder kreeg van zijn hemelse Leermeester. Geen toeval, duidelijk door God geleid en zeker niet op eigen initiatief. Hoe was dat nu met Cornelius? Ook hij was in gebed. Een heiden in Caesarea, een hooggeplaatste officier die waarschijnlijk al langer in Caesarea vertoefde en belangstelling had gekregen voor de godsdienst van Israël. Dat was heel anders dan hij gewend was; als heiden kende hij vooral het veelgodendom. Maar hij werd geboeid door Israël en het woord van de profetie en hij bad of hij ook mocht delen in de rijkdom van het heil. Cornelius krijgt bezoek van een engel die hem zegt dat zijn gebed is verhoord. Hij krijgt de opdracht lijfwachten naar Petrus te sturen in Joppe en hem uit te nodigen om bij hem te komen. “En uit zijn mond zult u het volle woord der zaligheid horen”. Daar verlangde hij vurig naar, om daar bij te horen met zijn huis en zijn gezin. “En die Petrus zal woorden tot u spreken waardoor u zalig zult worden, u en uw hele huis.” En dan komt Petrus en preekt in zijn huis. Zo werden ze heel rijk gezegend en de Heilige Geest valt op allen die het woord horen. Dat woord is nooit los van de Heilige Geest. Als God werkt, wie zal het dan keren.
Wat heeft deze geschiedenis ons te zeggen? Wij zitten vaak in kerk en denken vaak dat er nooit wat gebeurt. We zijn dan vooral gericht op het spectaculaire. Terwijl God met zijn Heilige Geest in het verborgene werkt. Wij willen het zien. Maar het is geen kleinigheid dat ze het Woord hoorden en dat de Heilige Geest op hen gevallen is. En dan noemen wij het vaak zo'n koude bedoening in de gemeente... Ook dienaren van het woord geloven vaak niet dat mensen zalig worden door het Woord dat zij bedienen. Het staat er wel in Handelingen, maar geldt dat ook voor hen vandaag? Ook gemeenteleden geloven het vaak niet dat dat Woord tot hun behoud dient. We vervolgen onze eigen weg. We zeggen dat kan niet, het kan niet buiten ons om gaan. Petrus vraagt waarom Cornelius hem ontboden heeft. Cornelius antwoordt: om te horen het woord dat God me te zeggen heeft. Als dat gebeurt, ga je anders de kerk uit. Hoe bent u er in gekomen? Net als Cornelius? Biddend om Jezus Christus te ontmoeten? Dan bent u anders geworden. Omdat het ging om uw levensbehoud. Dat Woord is geladen met de Heilige Geest. Wat is het geheim dat er werkelijk iets gebeurt? In de eerste plaats ligt dat in de bediening van het Woord en het Sacrament. Niet het opzienbarende, maar het gebed. Een geweldige gave ons door God gegeven. Het gebedenboek van de kerk vindt u in het midden van de Bijbel, de psalmen. Dat gebedenboek heeft al zoveel eeuwen kracht gedaan. Petrus en Cornelius waren beide in gebed. Wij menen de dingen vaak te meten aan de activiteit. Maar bent u wel actief in de binnenkamer? Dan gebeurt er wat, persoonlijk en gemeenschappelijk. Want biddend draag je niet alleen je eigen nood, maar ook die van de kerk, de samenleving en de hele wereld. Onmiddellijk daarmee verbonden is de gehoorzaamheid. Opvolgen wat God ons beveelt. Dat valt ook onder horen van het woord. God betrouwbaar achten is: Zijn woord gehoorzamen. Cornelius en Petrus hebben allebei gedaan wat hun was gezegd. Geen gehoorzaamheid aan de dingen die wij erbij maken, maar aan Gods opdracht. Dit verhaal staat veel dichterbij ons dan u denkt. Waarom werd Petrus ontboden bij Cornelius? Waarom ging Petrus er naar toe? Niet voor de gezelligheid, maar om het Woord te preken. Niet om wonderen en tekenen te doen, niet om mensen een geheimleer in te wijden, niet om mensen te behagen, maar om recht op de man af het woord van God te preken. Wij zijn gesteld op het opzienbarende, en ingesteld op het beeld, we willen het zien, liefst in kleuren. Vooral het buitengewone trekt ons. Maar het spreken van woorden kan ons vaak niet boeien. Maar ook vandaag behaagt het God om heel eenvoudig door Zijn woord en Geest te werken. Daaraan verbindt hij 2 heel eenvoudige zichtbare Sacramenten van Doop en Avondmaal. Petrus mag die woorden spreken, woorden van zaligheid en behoud, die wij moeten bewaren. Petrus heeft die woorden zelf ook geleerd, als discipel van Jezus. Ook toen waren er mensen die alleen gesteld waren op wonderen en tekenen. Die rede is hard, zeiden ze. Jezus vroeg “willen jullie ook niet weggaan?” Petrus antwoordde toen: “tot wie zullen we heen gaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven.” Zo raakt Petrus verbonden aan de Heere Jezus. Die verbinding is onlosmakelijk, zelfs al wil de satan hem ziften als de tarwe. Petrus hoeft alleen door te geven wat hij zelf heeft geleerd. Dat is ons levensbehoud. Waar gaan onze gesprekken over? De angst kan ons bevliegen als er erge dingen gebeuren. Wat kan een mens niet allemaal overkomen? Maar het gaat in de Schrift over behoud van ziel en lichaam beide. Bij de doop van onze kinderen werd ons gezegd dat dit leven niet anders is dan een gestadige dood. Dat betekent, dat wij hun ziel niet kunnen behouden. Ook zij moeten hun reinigmaking zoeken en vinden in Jezus Christus. Wij zijn in onszelf verloren mensen. Alle woorden die daaraan voorbij gaan, zijn bedrieglijk. Geef ons dat wij de woorden mogen horen, waarvan de Heere Jezus de inhoud is. Alles wat God ons wil zeggen, is uitgedrukt in de Heere Jezus Christus. Dat is de kern van Petrus' woorden. Als die kern verzwegen wordt, wat moet je dan? Er is niets meer eigentijds dan het woord van God. Petrus heeft Christus verkondigd en die gekruisigd, voor mensen die hun eigen glazen hebben ingegooid. Dat moet hij brengen en niets anders. Petrus zegt ook dat Jezus de Rechter is die kan behouden van de toekomende toorn. Mensen kunnen alleen het lichaam doden, maar het gaat om het hart en de ziel. Daarover gaat het oordeel van God. We hebben allen te maken met Jezus Christus als Rechter, zegt Petrus tegen Cornelius.
Ook dat hoort bij de woorden van behoud. Want als Christus wederkomt, zal Hij vragen naar uw geloofsgehoorzaamheid aan Zijn Woord. Als de Zoon des mensen wederkomt, zal Hij dan geloof vinden op de aarde? Als hij ook Rechter is, waar moet ik dan blijven? De spiegel van de wet leert ons onze afwijkingen daarvan. Dan wijst dit woord ons de weg van behoud. Ook vandaag mogen jonge en oudere mensen hun levensbehoud daarin vinden. Hij is niet alleen Rechter maar ook Redder. Ieder die in Hem gelooft, zal vergeving ontvangen door Zijn naam. Ook de zonden komen ter sprake, want vergeving hangt niet in de lucht. Vergeving van zònden: die zonden zijn altijd concreet en moeten uit de weg worden geruimd. Er is vergeving van zonden in Jezus Christus. Hij is het Lam van God dat de zonden der wereld wegdraagt. Zijn bloed reinigt van alle zonden. Dit zijn woorden die ook ons leven vandaag raken. De Heilige Geest zorgt dat het over komt en dat doet Hij vandaag nog voor mensen die het allerminst verwachten. Voor Cornelius en voor Petrus was het een zaak van veel gebed. Ook voor ons is dat van het hoogste belang. We horen zo heel veel geluiden tegenwoordig. Maar horen we ook deze woorden van God en leerden we daarvan te leven? De Heilige Geest viel op allen die het Woord hoorden, op Joden en heidenen. En ze gingen met vele talen God groot maken. Dan mogen ze ook gedoopt worden. Ze hebben immers evenals wij de Heilige Geest ontvangen. Dan hoeven ze ook niet meer besneden te worden. Denk aan de Doop: onze kinderen weten nog niet dat ze verloren zijn in Adam. Maar Gods genade strekt zich ook over hen uit. Petrus doopte Cornelius en zijn hele huis. De ontmoeting met Cornelius eindigt met een doopfeest. Als lidmaten van dat ene huisgezin van God. Wat een vreugde als dat vandaag ook nog gebeurt. De prediking is niet ijdel, het geloof is niet ijdel. Dan ga je loven en prijzen. Alles wat adem heeft, love de Heere!