Edit|
EditReeks Samenvatting:
Een steen oprichten kennen wij niet. In de Bijbel kom je dat vaak tegen. Stenen liggen normaal plat, zo heeft de Schepper ze neergezet door de zwaartekracht. Als je een kuil maakt kun je een steen op de punt zetten. Hier is iemand aan het werk geweest. Een herinneringsteken. In Scheveningen staat een gedenknaald. Meer dan 400 jaar geleden is daar een wonder gedaan: de Armada, 130 grote schepen, en voor ze een schot hadden gelost is die ten onder gegaan. God redde Nederland: Zijn adem heeft ze verstrooid. Dat zeiden de Staten - hadden we nog maar zo'n overheid. Dat besef hadden onze voorouders niet van zichzelf.
Zo hier: vergeet het niet, Israël, God heeft u bevrijd. Tot hier toe heeft ons de Heere geholpen. De toekomst komt nog.
Je kunt ook kleine Eben-Haëzers oprichten. J.J. Knap was predikant die niet met de Afscheiding meeging, hij ging met zijn kind dat de pokken had naar Leiden, een hoogleraar zei: je kunt er niets meer aan doen. Die medicijnen gebruik ik, zei Knap, maar ik zal de Heere bidden, dat Hij mijn jongen laat leven. Na zes weken is het kind er doorheen gekomen. Een bord zei: gedachtenis.. 1841 - ik zal U dank offeren, het heil is des Heeren. Dat bord ging steeds mee en werd overal opgehangen waar hij naar toe verhuisde. Vergeet het niet. God doet grote dingen. God redt. We vergeten zo vaak de Heere te danken. Onze “tegenheden” schrijven we in graniet. Onze zegeningen schrijven we in het zand, en we zijn ze zo vergeten.
Hoe heeft de Heere geholpen? Samuël richtte Israël - rechter, dat hoorde er bij maar hij was prediker van het woord van God.
Als boetprediker, als goede wegwijzer, als voorganger in dankbaarheid. Een profeet, priester, koning.
De ellende van Israël - het volk zit onder de plak van de Filistijnen. Ze zijn oppermachtig. Ze hadden alle smeden uit Israël verdreven, Israël kon geen wapens meer maken, akkergereedschap moest bij de vijand gerepareerd worden tegen hoge bedragen. Met macht en verdrukking en vervolging regeerden ze.
Een afschuwelijke nederlaag had Israël geleden bij Afek. We moeten de ark hebben, zo zei men. Als je er zonder geloof mee omgaat gaan die dingen zelfs tegen je getuigen. De ark werd buitgemaakt, de eer van de Heere was weg uit Zijn volk. De ark werd uiteindelijk wel teruggegeven, maar de onderdrukking blijft. Het volk zondigde niet alleen met de ark, door God voor zijn kar te spannen - God verliet het volk ook. Er werden afgoden aanbeden. Goden van vruchtbaarheid en van de vreugde. Hebben wij er nog wat mee, 25 eeuwen later? Wij zitten ook in de ellende en zitten onder onderdrukking: de vijand die de dood heet. Hij maakt ons tot slaaf. Wij hebben de God van het leven ook verlaten. Wij menden God te kunnen worden, maar werden juist sterfelijk, ongehoorzaam aan Gods woord.
Als die ark 20 jaar terug is, en God wil terugkomen. Het volk klaagde de Heere achterna. Het Hebreeuwse woord, heeft een beeld van kinderen die een vader achterna lopen, die fingeert weg te lopen - Vader, Vader, hoor mij toch.
En Samuël zei: als je je bekeert: doe dan die afgoden weg. Dan zal God je uit de hand van de Filistijnen bevrijden. Een roep tot bekering. Doe de afgoden weg, ook de Astaroths - de godinnen, het meest verleidelijk. Iets bedenken waar je in plaats van God je vertrouwen op stelt. Dat geldt een ieder van ons, stiekem dragen we hen met ons mee, geld, eer, een boezemzonde. Voor ieder wat anders; richt uw hart tot de Heere, de opstanding van de nieuwe - een ander mens worden, God liefhebben.
En ze deden de afgoden weg en ze dienden de Heere alleen, de Geest werd vaardig. Alleen Mozes begon ook zo. Het volk tot wederkeer oproepend.
En nu komen we samen te Mizpa - om de Heere om verzoening te vragen. Je weet dat je de Heere nodig hebt om je zonden weg te wassen. Samuël bedient de sacramenten - hij goot water uit en ze vasten. We hebben tegen de Heere gezondigd. Calvijn zegt bij de uitleg hiervan: dat water brengt ons onze onreinheid in gedachten, maar het getuigt ook van het water waarmee God onze zonden weg wast, woorden die in ons doopformulier terecht zijn gekomen.
De Filistijnen horen van het geestelijk leven dat opleeft. In het Hebreeuws staat echt een gigantische overmacht, colonnes met tanks... de tactiek van satan - hij probeert die op de Heere vertrouwen bang maken. Dan gebeurt er iets belangrijks. Ze vluchten niet weg, Ze zijn voor de Heere gekomen... En ze zeggen tegen Samuël; zwijg niet van onzentwege - de prediking is geland. Israël vlucht naar de God van de prediking van Samuël. Zo mogen wij naar Christus vluchten. Er is er Één naar wie je vluchten kan.
Samuël zegt niet: hoeveel wapens hebben we, kunnen we het aan met Gods hulp? Hij gaat een lam offeren. Geheel voor de Heere, een brandoffer. Daar werd dus niet van gegeten. Koopt Hij de Heere om? Nee, het is een belijdenis - Heere wij staan bij U in de schuld, we hebben U te kort gedaan in onze ongehoorzaamheid. Het offer van Grote Verzoendag.
Het wijst naar het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt. Samuël vlucht naar God. De Filistijnen komen er aan. De Heere donderde met een grote donder - in het Hebreeuws hoor je het knetteren, als het ware. Jullie Filistijnen met al je wapens - je bent niets - IK ben de HEERE. Israël pakt de weggeworpen wapens op en verdreven de Filistijnen terug naar hun land.
Een mens doet maar wat - zo als Christus. De Israëlieten zullen Samuël hebben bedankt. Maar Samuël richt de steen op: de Heere alle eer, alle lof, alle dank.
Een predikant preekte hierover en zei aan het eind: nu heb ik mensen nodig om met mij die steen te wijden. Wij worden daartoe opgeroepen - te belijden: wij zijn weggelopen bij U, net als Israël, wij moeten en mogen ons bekeren en U laat weten door het Lam: Je mag terugkomen. De steen wijden is in geloof je hand leggen op Gods belofte, Een Steen van Hulp (Eben Ha Ezer).
Bent u zo wel eens uitgered? Hebt u de Heere veel belooft in bange tijden, en hebt u ze allemaal ingelost? Wij schrijven de zegening zo makkelijk in ons zand. Onze tegenheden brengen we steeds voor de Heere, we voelen ons misdeeld. Mijlpalen in ons leven, palen langs de Romeinse wegen, om de mijl gezet - tekens om thuis te komen. Dat wil de Heere ook. Vergeet ze niet, God bewees al die weldadigheden - in het begin van ons leven, toen ik nog niet wist dat ik een naam had.
Waarom staat er Tot hier toe? We moeten nog verder. Maar wie terugziet op Gods leiding in het verleden mag het vertrouwen hebben op Gods zorg voor de toekomst. We moeten ons laten helpen. Ik help liever zelf iemand, dan dat ik zelf mijn hand uit steek.
Mag Ik u en jou helpen? Iedere dag een stap verder?
Samuël richtte een steen op, God richtte een rots op, Golgotha, die rots staat er nog, onwankelbaar. Gods belofte, wie door Mijn Zoon tot Mij komt, die werp ik niet uit. Die help Ik door dit leven, in dit leven, uit dit leven.
God is een Wonderlijk Helper. In Zijn Zoon helpt Hij vijanden om als Zijn kinderen thuis te komen.