Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-09-02 17:00:00 ds. A. Bloemendal (Oud-Beijerland)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Kon 4:26 2Kon 4:8-37 2007-09-02.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2007-09-02T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een grote vrouw:

1.Groot in haar verdriet
2.Groot in haar afhankelijkheid
3.Groot in haar geloof

Hoe gaat het eigenlijk met u/jou? Die vraag stellen we al gauw. Vaak krijg je een antwoord als: best hoor. Maar als het moeilijk is in je leven, als je diepe zorgen hebt, als je leven op zijn kop staat, wat zeg je dan? Die Sunamietische vrouw zegt ook: “Het is wel” op Elisa's vraag hoe het gaat. Terwijl zojuist haar kind gestorven is. Waarom zegt ze dit?
Elisa trok ooit door Sunem en ontmoette deze vrouw. Zij en haar man hadden geen kinderen. Ze had een kamertje klaargemaakt waar Elisa kon overnachten, rusten en bidden. Waarschijnlijk op het dak.
Het woordje voor “groot” in de grondtekst kan slaan op haar lengte, maar ook op haar innerlijk. Ze was groot in haar gastvrijheid.
De eerste keer dat Elisa vraagt hoe het gaat, antwoordt ze: “Ik woon in het midden van mijn volk.” Dat betekent zoiets als: ik heb alles wat ik nodig heb. Toch merkt Elisa dat ze geen kind heeft. God zelf vertelt hem - misschien in een visioen- dat ze een kind zal krijgen. Een jaar later heeft ze dat kind ook gekregen. Het ging goed met haar. Op een dag is het kind aan het spelen en krijgt het hoofdpijn. Enkele uren later sterft het kind. Dan is ze groot in haar verdriet. Ze moet meteen de begrafenis gaan regelen zoals in het Oosten gebruikelijk. Toch doet ze dat niet. Ze is groot in afhankelijkheid en overgave. Ze stuurt bericht naar haar man dat ze naar de profeet gaat. Haar man zegt dat het nu de tijd niet is, maar ze gaat toch. Naar de Karmel, kilometers verderop. Elisa ziet haar aankomen en stuurt zijn knecht vooruit om te vragen hoe het met haar gaat. Ze antwoordt: “Het is wel” - in de grondtaal staat: shalom, vrede.
Maar het gaat toch helemaal niet goed? Deze woorden hebben meer betekenis dan alleen een groet. Het ìs ook goed met haar, want ze is op weg naar de profeet; ze is in diepe afhankelijkheid op weg naar de Heere waar ze op vertrouwt. Heeft ze iets geweten van de wonderen ten tijde van Elia? Hoe dan ook, nu haar kind gestorven is, weet ze nog: de Heere, de God van Elisa, daar moet ik zijn. Ze legt haar kind niet voor niets op het bed van de profeet. Ze gaat tegen alle gebruiken in door geen voorbereidingen te treffen voor de begrafenis maar haar kind op Elisa's bed te leggen.
Elisa zegt tegen Gehazi: leg mijn staf op het kind. Maar dat is haar niet genoeg: ze wil bij Elisa blijven omdat hij de knecht van God is. Ook nu legt ze haar kind in de hand van God uit Wiens hand ze haar kind ontvangen heeft. Dat is een geloofsdaad. Ze geeft haar kind over in de hand van de God van Elisa. Als zij zegt : “Het is wel”, dan is dat ook werkelijk zo. Het is geen loze uitspraak. Wie de God van Elisa kent, heeft vrede met God. En nu onderwerpt ze zich aan Hem. Ze is groot in afhankelijkheid. De Heere heeft haar dit kind gegeven, en heeft het haar nu ook weer afgenomen. Nu ze haar dode kind legt in de handen van de Heere, blijkt ze dat ze ook in het verleden haar levende kind in de handen van de Heere legde. Anders zou ze nu nooit terug gegaan zijn naar Elisa. Ze is haar kind al “kwijtgeraakt” in de handen van God toen het nog leefde. Net als bij Job: hij verloor in 1 dag al zijn kinderen en bezittingen. De Heere heeft gegeven en genomen, de naam des Heeren zij geloofd. Het is tòch wel. Ik laat u niet gaan tenzij Gij mij zegent. Bij de Heere zijn uitkomsten tegen de dood. In leven en sterven is het wèl, als je maar het eigendom bent van de Heere Jezus, de Zaligmaker. Deze vrouw wordt beproefd, en ze doorstaat die proef door haar kind in de handen te leggen van de Verbondsgod. Leggen wij ook de namen van onze kinderen in de handen van de Heere? Als er dan ziekte of rouw komt en je je kind in de handen werpt van de Heere....Leven er diepe vragen bij u over het behoud van uw kind? Bent u uw kind al “kwijtgeraakt” in de handen van de Heere?
Heeft deze vrouw dan geen vragen meer? Jawel. Ze roept het uit: heb ik een zoon van u begeerd? Zei ik niet: bedrieg mij niet? Dat wil niet zeggen dat je geen verdriet hebt, dat de beproevingen je blij maken of zo. Misschien wel des te sterker en dieper. Niets komt harder aan bij een moeder dan het verlies van haar kind.
Ze heeft een kind gekregen waar ze niet eens om vroeg, en nu neemt de Heere het haar af! Misschien voelt u ook de pijn om een kind dat u kwijt bent geraakt. Al kun je het kwijt in de handen van de Heere.
Al geeft God kracht, je blijft de pijn voelen. Maar deze vrouw vertrouwde wel dat het goed was. Hoe dan ook. Er staat niet eens dat ze verwachtte haar kind levend terug te krijgen. Dat weten we niet. Maar ze zegt wel: het is wel, het is goed.
Ook zij kreeg niet alle antwoorden op haar vragen. Het geloof heeft ten diepste niets te maken met onze prestaties, maar met de grote daden van God, met wat Hij doet door Zijn Woord en Geest in jouw hart en leven. Ze heeft de Heere leren kennen en nu is het goed in haar hart van binnen.
Geloof is dus ook niet dat je in alles zwijgt en in alles kan berusten. Maar temidden van de pijn vluchten tot Hem, die de genade geeft diep in je hart. Shalom in je hart en leven, dat is de vastheid van deze vrouw. Is dat ons geloof? Als moeder, als vader als jongere?
Is het wèl met jou? Laat die stem eens doordringen...Misschien gaat het niet goed in je werk of op school, in je relatie, etc. Maar gaat het goed met je ziel? Met je leven met de Heere? Dat je door alles heen leert vertrouwen op Zijn genade? Dat doet deze vrouw, omdat de Heere haar vasthoudt. Anders zou het niet kunnen. Ze blijft worstelen, ze laat de God van Elisa niet gaan, tenzij Hij haar zegent. Hoe groot is zij in haar verdriet, afhankelijkheid en geloof. Daardoor heen wordt ze zelf steeds kleiner. Door beproevingen heen wordt Hij steeds groter en ik steeds kleiner. Leer je steeds intensiever bidden en vertrouwen op Zijn beloften. Bunyan schrijft ergens: “Gods kinderen zijn net klokken: Hoe harder ze worden geslagen, hoe beter ze klinken.” Dat moet je met schroom zeggen. Misschien bent u daar niet aan toe. Maar weet u van groot verdriet in uw leven? Misschien zit u er midden in...Kniel dan eens met deze vrouw mee voor het bed van de profeet en leg uw verdriet in de handen van de Heere. Misschien verzet u zich tegen het kruis dat de Heere u oplegt. Ga met uw kruis naar de grote Kruisdrager, Jezus Christus. Misschien hebt u ook een kind verloren en niet teruggekregen. Toch kan God het wèl maken, omdat de grote kruisdrager, de Heere Jezus, de zonde heeft gedragen.
Deze vrouw krijgt haar kind terug, maar moet jaren later op de vlucht met haar kind vanwege hongersnood. Gods wegen begrijpen wij niet. Maar deze vrouw leert het over te geven in Zijn handen. Leg uw kinderen dagelijks in de handen van de Heere, juist als ze blaken van gezondheid. Want als er dan verdriet komt, is het wèl, shalom, vrede in uw hart. Heb je vrede in je hart? Dan kun je verder.

Al de weg leidt mij mijn Heiland,
wat verlangt mijn ziel nog meer?
Zou ik immer aan Hem twijfelen
die mij voort leidt keer op keer.
Zoete troost en zoete vrede
krijg ik steeds op Zijn bevel.
Och wat ook mij overkome
Hij maakt alle dingen wel.

Edit