Edit|
EditReeks Samenvatting:
Als het volk Israel terugkeert na de ballingschap is er vreugde over de thuiskomst. Maar na verloop van tijd slaat die vreugde om in angst en moedelosheid. Alles lag in puin in Jeruzalem, inclusief de tempel. En ze waren maar met weinigen en hadden veel sterke vijanden. Zefanja zegt dan namens de Heere: vrees niet, laat je handen niet slap worden! De Heere uw God is in het midden van u! Hij laat u niet aan uw lot over. Ja, maar hoe dan?
God spreekt niet alleen als “man”van Israel maar ook als haar Bruidegom. Dat beeld typeert de liefde van God tot Zijn volk. Er wordt gesproken van een “held”. In de tijd van het Oude Testament werd een bruidegom vaak gezien als een held. Denk aan psalm 19. Daarin wordt de zon vergeleken zowel met een bruidegom als met een held. Dat zie je ook terug in het Hooglied. Een machtige held die de banier draagt boven tienduizend. Voor een bruid is de bruidegom immers ook een held bij uitnemendheid?
Zo gaat het hier over het verbond van de Heere met zijn bruidskerk. Dat verbond wordt vergeleken met een huwelijk. Zoals die gezegende bruidegom is de Heere voor Zijn bruidskerk immers haar grote Held? Van Wie ze op aan kan? Juist in moeilijke tijden waarin ze moedeloos is? Dat werd nooit meer zichtbaar dan in het lijden van Christus die het kruis droeg in plaats van zondaren. Waar je de Heere Jezus mag zien terwijl Hij de vloek draagt in jouw plaats, wordt Hij jouw Held. En worden Zijn reddende daden heldendaden voor je. Is Hij ook jouw Held? Ben je met Hem, verbonden door het geloof?
Heb je beleefd of ervaren dat je het alleen van Christus hebben moet? Of verwacht u het nog steeds van uw eigen gemaakte godsdienst en vroomheid? Als de Heere onze Held is geworden, dan hebben we niet te vrezen. Zoals een man zijn vrouw niet in de steek laat maar bij haar blijft ook als het moeilijk is, zo doet de Heere dat ook. Hij verlost haar ook voortgaand. Niet vele dagen maar àlle dagen. Zo is de Heere! Hij helpt je als je hulpeloos bent. Als er van alles op je afkomt. Als jij niet meer verder kan, wil Hij je dragen. De poorten van de hel zullen die bruidskerk niet overweldigen. Want deze Held heeft alle macht. Zo is de Heere dichtbij Zijn kerk; Hij is nabij.
In de tekst staat dat de Heere vrolijk over u is. Wij denken vaak dat het andersom is. Dat is ook wel zo, als je vrolijk mag zijn over wie de Heere is en wil zijn voor jou. Dat is een vreugde die alle verstand te boven gaat. Maar het kan ook zo, zegt de tekst, dat de Heere verheugd is over Zijn bruid. Zeker als de Heere Zijn bruid na veel zorgen weer bij zich heeft. “Ik heb je weer bij me, O Israel”. Zij wonen weer bij de Heere en Hij bij hen. Als de Heere je verlost heeft, je gered heeft voor eeuwig, je gewassen heeft in Zijn bloed, dan is er blijdschap. Bij jezelf bij je voorganger maar nog veel meer bij de Heere.
Dat spreekt van een oneindige liefde. God die vreugde erin heeft als jij gered werd. Is God al verheugd om jou? Omdat jij gered bent? Als dat niet zo is, zal God ook toornen over jou. Omdat jij jezelf niet liet verlossen door die Held. Wat is er tegen om te buigen voor de Heere? Dan is er blijdschap in de hemel, bij God. De duivel zegt vaak dat je geen blijdschap kent als je je bekeert. Dat is een leugen. Er is geen grotere blijdschap dan Hem te kennen.
Maar er staat nog meer: Hij zal zwijgen in Zijn liefde. Daarin klinkt iets door van verwondering, verrukking. Denk aan een bruidegom die zijn bruid ziet. Hij kan zingen, maar ook geen woorden meer hebben vanwege haar schoonheid. Wellicht had dat ook te maken met het moment waarop de bruidegom haar sluier afnam. In die tijd waren de bruiden in eerste instantie gesluierd.
Het volk zou weer schoonheid hebben onder de volken van de aarde. Op dat moment zou God zwijgen in Zijn liefde, vanwege haar schoonheid. Denk ook aan psalm 68, waarin gesproken werd over de duif. De duif was mooi door de zonnestralen die erop vielen. Zo was de schoonheid van Israel toen alleen gelegen in de Heere die haar bestraalde toen Hij als een goddelijke Bruidegom bij haar kwam en haar in de ogen zag. Dat is dus een weerkaatsing van Zijn eigen schoonheid. Zo is het ook met Gods kinderen. Dan ziet de Heere in jou Zichzelf terug. Als Hij dat ziet, zwijgt Hij in de verwondering van Zijn liefde. Dat is Zijn werk. Hij heeft Zijn bruid terug, zoals het was in de eerste dagen van de schepping. Het slot van de tekst is nog uitbundiger dan het eerste ”Hij zal zich over u verheugen met gejuich.”
Dat heeft de Heere bij Israel gedaan. Maar zo doet de bruidegom Christus het ook met Zijn kinderen. Zal de Heere ook zo juichen over u en jou? Is Hij nu uw Bruidegom geworden?
U kunt Zijn bruid nog worden. Hij heeft de prijs ervoor betaald. Als je Hem zoekt, zul je Hem vinden. Voor deze Bruidegom ben je nooit te veel vuil of te vies. Hij weet van jou een bruid te maken die Zijn schoonheid vertoont. En die voor eeuwig in Zijn woning wordt gebracht. Tot eer van Hem!