Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-11-07 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Dankstond

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Kla 3:22-24 kla 3 2007-11-07.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.7Mb)
2007-11-07C.195.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.1Mb)
2007-11-07T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 11.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Klaagliederen 3 is een prachtig gedicht in het Hebreeuws. Voor onze tekst staat het woord Cheth. De tekstverzen horen bij elkaar.
We gaan letten op:
1.Gods goedertierenheden
2.Gods barmhartigheden
3.Gods trouw

1.Gods goedertierenheden
Waar gaat het over in klaagliederen 3? De tijd van het oordeel, dat Nebukadnezar kwam. Dankstond in een crisistijd. De Israëlieten waren in de ballingschap terecht gekomen. Het volk des Heren was weggevoerd. Het land des Heren was bezet door Babylonische soldaten. De stad des Heren was verwoest en de tempel des Heren was verbrand.
De profeet Jeremia is ongeveer zestig jaar en achtergebleven in Jeruzalem. Het land is praktisch leeg. Dan zie je de tranen in de ogen van Jeremia en hij gaat klagen.
Je zou kunnen zeggen wat psalm 79 zingt: ‘Getrouwe God, de heidenen zijn gekomen’.
Ik moest denken aan de oude mensen, die in de tweede wereldoorlog de stad hebben zien branden. Zoiets.
Als Nebukadnezar Jeremia tegen komt in de straten van Jeruzalem zegt Jeremia dat hij niet mee wil. Hij blijft liever zitten op de puinhopen.
Veertig jaar heeft Jeremia het volk gewaarschuwd. Dan komt het oordeel en hij staat dan niet boven het volk, maar er midden in . Met een priesterlijk hart huilt hij over de toestand van zijn volk.
Weet u wat ik het ergste vind? Dat hij zijn God kwijt is. Vers 12: ‘Ik ben het doelwit van Zijn pijlen.’
Dit zijn toestanden, die Gods volk van alle tijden kent.
De eerste achttien verzen van dit hoofdstuk gaat dit door. Vers 18 is het dieptepunt: ‘Mijn hoop is vergaan.’
Dan opeens komt daar die omslag: Even kijken hoor, staat dat er nou echt? Opeens een dankcouplet van drie regels in een klaaglied. De lof gaat klinken in de nacht . Hoe komt dat?
Vers 18: Geen hoop. Vers 21: ‘Daarom zal ik hopen’. Een dubbele punt: Dan komen de drie deugden van God. Daar is zijn hoop op gevestigd. De uiterlijke omstandigheden veranderen niet. Hij mag het oog slaan op God.
Als je nou helemaal niks van God hebt gekregen, dan mag je danken voor Wie God is.
Luther zegt: Hij vlucht ván God tót God. Hoe kan je daar oog voor krijgen? Dat is nou geloof.
Dat is het eerste: Dat het nog niet afgelopen is met ons. Is Rotterdam beter dan Sodom en Gomorra? Geen millimeter, geen haar.
Gods goedertieren heden, wat is dat? Dat is meervoud. Gods gunstbewijzen. Is het u opgevallen, dat er heel veel psalmen zingen daarvan? Psalm 103, psalm 136.
Als je dat mag gaan zien hè, terwijl ik de deur gesloten heb voor Hem. Jaar na jaar overlaadt Hij ons met Zijn gunstbewijzen. Dan kom je terecht in de schaamte. Al zou de Heere aan u en aan mij vragen: Ben ik een land van uiterste duisternis voor je geweest? Wat moeten u en ik dan zeggen?
Gods goedertierenheid, Hij tiert in het goede. Een fijne vakantie gehad, de geboorte van een kind, ook kerkelijk: De deuren stonden open, zondag aan zondag. Is dat plekje waar u nou zit een Sahara geweest? Is God een woestijn geweest? Er waren toch diensten bij dat God heel dichtbij was? Heeft de Heere het doen druppelen, miezeren of misschien wel een plensbui op je dorstige ziel?
Ik ben zo verblijd geweest over de gesprekken, die ik heb gevoerd met een kerkganger: ‘De rust is me opgezegd’. Daar ben ik zo gelukkig mee. Ik heb mensen mogen zien, die een ontmoeting met de Heere Jezus hebben gehad. Mensen hebben een verdieping gehad in hun geestelijke leven. Mensen, mensen, ik ga het nog naar mijn zin krijgen in Rotterdam!
Het opvallende is hè, het zijn vooral jonge mensen bij wie het gebeurd is. Ik bid: Heere Jezus, Opperzangmeester, wilt u mij lippen stemmen vanavond, dat ik Uw lof zal bezingen?

2. Zijn barmhartigheden
Zijn barmhartigheden kennen geen einde. Barmhartigheid is een kernwoord in de Bijbel. Gods diepste gevoelens. Hij mag achter de slaande hand van God Zijn Vaderhart ontdekken. Barmhartig: God heeft een brandend hart. Brandt van liefde, zoals een moeder die voelt voor haar pasgeboren kind. In het Nieuwe Testament staat: ‘Jezus werd met innerlijke ontferming bewogen over de schare.’ God is er rijk aan, Hij heeft er veel van. Hij is zeer barmhartig. Ze zijn elke morgen weer nieuw en fris. Ik moet denken aan een gezang:
‘God blijft voor u zorgen’.
Ja, maar dominee, als ik nou ziek ben? Het is maar, hoe je het bekijkt. Als je het bekijkt in het licht van het kruis houd je altijd over. U hebt nog medicijnen, een bed en een kussen waar u op mag liggen. De Heere Jezus had niets waarop Hij Zijn hoofd kon neerleggen.

3. Gods trouw
Er verandert iets: Hij zegt niet meer Zijn trouw, maar Uw trouw is groot. Hij spreekt God nu rechtstreeks aan. Gods trouw is de spijker waar Gods kind aan hangt. Daar ga ik me steeds meer over verwonderen. Vers 18: ‘Mijn hoop is vergaan’. Vers 23: ‘Uw trouw is groot’.
Hij geeft het maar niet op. ‘Daar Uw geheiligd volk van Uwe trouw mag zingen’.
‘Groot is Uw trouw, o Heer, Mijn God en Vader’.

Nou heb ik nog een toegift. Vers 24. Een slotakkoord van dit couplet. Ziet u hoe persoonlijk het geworden is? Daarom zal ik op Hem hopen. Hij is mijn hoop. De levieten kregen geen erfdeel. De Heere is hun erfdeel. ‘Ik heb mijn God en dat is genoeg’. Daar heeft de Heere Jezus voor gewerkt, voor mijn erfdeel en Hij heeft Zich er dood voor gewerkt.
Als ik om me heen kijk heb ik geen reden om te juichen. ‘In het laatst van de dagen zal heel de zichtbare kerk een puinhoop worden’, zegt Calvijn. Misschien is er over tien jaar niks meer van deze kerk over. Dan is het een moskee geworden. Toch is er dan ergens in de stad een zaaltje, waar nog misschien veertig mensen bij elkaar komen, die God over hebben. Dan ga ik naast Jeremia zitten, wenend over het verval en tegelijk verbroken over Gods trouw. Dan mogen ze toch zingen:
‘Want zijn goedertierenheid is machtig over ons en des Heeren trouw is tot in eeuwigheid’.

Edit