Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-11-11 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 23 Zac 3 2007-11-11.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2007-11-11C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 31.8Mb)
2007-11-11T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.2Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Sola Fide door het geloof alleen

De baat van het geloof
de daad van het geloof
de inhoud van het geloof


Zondag 23 en 24 gaan over de rechtvaardigmaking. Vraag 59 vraagt naar de baat van het geloof, van het voorgaande dat in de HC behandeld is namelijk de 12 artikelen. Wat heb je aan het geloof? Wat is de vrucht? Het gaat niet zozeer om de vrucht van het geloof, maar vooral om het voorwerp van het geloof: de Vader Zoon en Heilige Geest. Al zou er geen hemel ter beloning en geen hel tot straf zijn, dan nog is God het waard om te dienen. Maar het leert je daarnaast ook nog wat op: iets voor nu en iets voor straks. Voor nu: dat je zeker mag weten dat het met God in orde is gekomen. En voor straks ben je erfgenaam van het eeuwige zalige leven. Er staat “in Christus voor God rechtvaardig”. Dat staat er wel 5 keer in die zondag. Niet in je zelf dus. Niet zoals de Farizeeër in die gelijkenis; die vond zichzelf goed. Paulus dacht dat ook lange tijd. Tot hij ontdekte dat het in de rechtvaardiging voor God niet gaat om wat ik doe, maar om wat Iemand anders heeft gedaan. Dat je op grond van het werk van de Heere Jezus vrijgesproken wordt van schuld en straf. Door het geloof in de Heere Jezus. Hoe werkt dat in de praktijk? Een Schotse predikant gooide aan het eind van zijn leven als het ware al zijn slechte en goed daden op een hoop en vluchtte tot God en zo kon hij sterven. Als je je aan een ander spiegelt, kom je er altijd goed van af. Dan valt het nog mee. Zo keek de Farizeeër naar de tollenaar.
Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben, niet: hoop te zijn. Dat staat dus vast, nu al. Omdat Hij dat verdiend heeft verkrijg ik dat door het geloof alleen. Er wordt verwezen naar Johannes 3: 36; wie in Hem gelooft, HEEFT het eeuwige leven en wordt niet veroordeeld. Een erfgenaam zijn, betekent een kind zijn. Je draagt de naam “zondaar” dan niet meer, je bent een kind van God geworden en daarmee een erfgenaam van het eeuwige leven. Je hebt de status van zondaar niet meer. Blijf je nou zondaar tot je dood? Nee, niet als je in Christus bent. Dan ben je een kind geworden. Ook al doe je nog zonden. Als een vrouw trouwt, verliest ze meestal haar eigen naam en gaat ze de naam van haar man dragen. Zo mag je de titel “zondaar” verliezen en de naam “heilige” gaan dragen.
De daad van het geloof.
Hoe ben ik dan rechtvaardig voor God? Hoe is het mogelijk? Ik? Als ik zie op mijzelf? Als ik zie wie ik ben? Terwijl U mijn hart doorgrondt en weet wat ik ben en wie ik ben, Heere? Hoe is dat mogelijk? Hoe gaat dat dan? Antwoord 60 geeft als antwoordt heel simpel: alleen door een waar geloof in Christus. In het Latijn staat er: sola fide. Door het geloof. Dat is de kortste, makkelijkste en enige weg om voor God rechtvaardig te zijn. Al is het, dat mijn geweten mij aanklaagt, nochtans God mij zonder enige verdiensten van mijn kant mij de gerechtigheid van Christus schenkt en toerekent. Een 3-voudige aanklacht wordt genoemd: dat ik tegen de geboden van God gezondigd heb, geen daarvan gehouden heb en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben. Ik ben zondaar en daarmee strafbaar voor de Rechter van hemel en aarde. Mijn geweten werkt nog. De onderwijzer doet het wel grondig Er staat niet alleen dat ik gezondigd heb, maar dat ik zwaar gezondigd heb. En niet tegen 1 gebod, maar tegen al de geboden van God. Zo iemand wordt bij de rechtbank een zware jongen, een crimineel genoemd. Ontaard! Er staat niet alleen dat ik die geboden niet gehouden heb, maar dat ik er zelfs niet een nagekomen ben. Wat ik moest doen, liet ik na, en wat ik niet mocht deed ik juist expres. Er staat niet alleen dat ik tot boosheid geneigd ben, maar tot ALLE boosheid. Je mag horen bij de nieuwe schepping, maar de oude natuur die zit er nog steeds. Niet dat ik alle boosheid uitvoer, maar dat ik tot schandalige dingen geneigd ben. Daar ga je dan met je fatsoenlijk leven. Alles leeft ook in mijn hart. Als God het niet verhoedt, zou ik het allemaal uitleven. We zijn hier in het hart van de Reformatie. Niet: ik ben een zondaar en Jezus is voor zondaren gekomen en dus ben ik rechtvaardig voor God. Dat EN DUS is fout. Het wonder is er dan uit. In de Heidelbergse Cathechismus komt het wonder juist naar voren! In psalm 51 staat ook: ik ben uw gramschap dubbel waardig. Wij zijn die boetvaardigheid een beetje kwijtgeraakt, maar het is wel Bijbels!
Niet als een voorwaarde overigens. Dat moet je goed begrijpen. Dat is een stukje beleving, verdieping in het geloofsleven. Als de nacht zo donker wordt en je mag zien wie je bent, en dat God je toch aanziet, dan komt er zoveel verwondering.
En dan het omslagpunt: het nochtans van het geloof: ik mag belijden en geloven dat ik de straf die ik verdien niet zal krijgen, omdat een Ander die gedragen heeft! Wat zit daar een rijke troost in! Een rechtvaardig God en een grote zondaar. Het kan eigenlijk niet en het kan toch! Kohlbrugge zegt: Als je in jezelf gaat spitten en alleen maar treurige dingen ziet en geen godzaligheid kan ontdekken, dan heb je je te houden aan dat woordje nochtans! Niet wat jij voelt, en denkt en ervaart. Maar wat God zegt! Dat zegt het Woord. God schenkt en Hij rekent toe! Als een soort overschrijving: wat Christus verdiend heeft, wordt op mijn naam, op mijn rekening gezet! Mijn zondigheid neemt Hij over! Ik krijg wat van Hem is en Hij neemt wat van mij is. Wonderlijke vrijspraak; dit is de vrolijke ruil waar Luther over spreekt!
Een ongelovige tweelingbroer werd eens ter dood veroordeeld. Zijn gelovige tweelingbroer bezocht hem en ruilde zijn eigen kleding tegen het gevangenispak van zijn broer en nam in het geheim zijn plaats in. De ongelovige broer kwam vrij en ontving later een brief met een verzoek: “ik ben jouw dood gestorven; wil jij nu ook zo leven als ik gedaan heb? “ Die brief stuurt de Heere Jezus ons ook al het ware. “ Hij wil ons klederen der gerechtigheid geven en ons zondepak overnemen! Dat beleefde Jozua ook in Zacharia 3. Hij mocht zijn vuile kleren uitdoen en schone klederen van gerechtigheid aandoen. Wat schenkt de Heere Jezus dan? Genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid, staat er. Genoegdoening: God heeft er genoeg aan! Hij heeft genoeg van Zijn Zoon ontvangen. Neem jij er ook genoegen mee? Of vind je dat te simpel? Hij geeft gerechtigheid en heiligheid. God rekent anders dan wij. Wij rekenen elkaar af op wat er gebeurd is. Maar God rekent mij de gerechtigheid van Christus toe! Dat doet Hij zo volkomen, als had ik nooit zonde gehad. Hij ziet mij aan alsof ik Christus ben, zo volkomen afgespoeld door het bloed van het Lam! Ik ben volmaakt in Hem! Zo ziet God mij! Ongelooflijk maar waar. Het geheim zit m in de gerechtigheid die door de Heere Jezus volbracht is. De Vader van de verloren zoon nam hem in zijn armen en had hem volkomen lief, alsof er niks gebeurd was. Hoe krijg ik daar dan deel aan? “Voor zover ik dat nu met een gelovig hart aanneem”, staat er. Een waar, een echt geloof.
God schenkt en rekent toe. Van Gods kant dus. Van mijn kant: voor zover ik dat met een gelovig hart aanneem. God rekent toe en ik eigen mij dat toe. Het geloof eigent toe! God schenkt en het gelovige hart neemt aan, omhelst dat. De Heilige Geest geeft dat ik Christus en Zijn weldaden ga omhelzen. Gods toerekening valt samen met mijn aannemen!
Zonder toe-eigening van jouw kant zal die goddelijke toe-rekening niet doorgaan! De aangeboden gift wordt aangenomen door het geloof! Zo eenvoudig is dat. Eenvoudig maar ook makkelijk? Lastige vraag. Is het makkelijk om een kruis door jezelf te zetten en een streep onder het werk van Christus? Af te zien van jezelf en op te zien naar Christus? Om een ander voor je te laten werken? Is dat je eer niet te na? Het is wel eenvoudig, maar niet makkelijk. Het geloof in Christus overmeestert mijn geweten dat zegt: Voor jou is het niet. Maar het geloof in Christus is betrouwbaarder dan mijn geweten. Ik ellendig mens, mijn geweten klaagt mij aan. Maar het geloof zegt: ik dank God in Christus Jezus! Waarom nou dat geloof? Niet dat je vanwege de waardigheid van je geloof moet doen. “Geloven moet je doen” is een onzinnige slogan. Geloof is ontvangen, aannemen. Niet om het geloof, maar door het geloof! Christus is het fundament, maar het geloof is het instrument, het middel waardoor! Ursinus zegt in zijn commentaar op deze zondag: het geloof is als een bedelaarshand. Dat is geen rechthebbende hand. Die hand is vuil, vies, heeft alleen maar schuld. Maar die steek je wel uit, graag, traag of bevend, maar je steekt 'm uit naar God! En God legt er Zijn Christus in! En gaat het toch niet om de hand, maar om de heerlijke gift! Het geloof is de hand waarmee de verdiensten van Christus gaarne worden aangenomen. Ik mag het niet pakken, maar aannemen! Omhelzen. Legt u daar uw handen omheen en zegt u dank u wel? Of weigert u dat? Verwerpt u dat? God schenkt het, biedt het aan. Het geloof neemt het aan. En tussen de schenking van Gods kant en de aanneming van mijn kant ligt het werk van de Heilige Geest. Want de Heilige Geest leert mij mijn hand op te houden bij God. En dan krijg je er de hemel nog bij ook! Deze zondag is een hoogtepunt in het landschap van de Cathechismus. Zingt vrolijk heft de stem naar boven, rechtvaardigen verheft de Heer. Jezus zegt: Ik ben jouw dood gestorven; wil jij nu voortaan leven zoals Ik het gedaan heb?

Edit