Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-12-02 10:00:00 ds. J. Geene (Katwijk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 3:11,12 Mat 3:1-12 2007-12-02.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.5Mb)
2007-12-02C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.6Mb)
2007-12-02T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De eerste Adventszondag, eerste zondag van het kerkelijk jaar. Een bijzondere tijd die ons ook in verwarring kan brengen. Er zijn niet zo vele bezwaren in te brengen tegen allerlei gewoonten in deze tijd. Gebruiken met licht, dat toeneemt. Maar het probleem is, dat we natuurlijk niet echt weer vòòr Kerstfeest gekomen zijn. De Heere Jezus IS gekomen en is gestorven en begraven en Hij zit aan de rechterhand van God. Dat moeten we altijd goed bedenken. We leven wel naar het Kerstfeest toe, maar het Kind van Kerst leeft aan de rechterhand van God.
Hij komt, Hij komt om de aarde te richten - aanbid Hem al uw leven, zei de kerk daarom altijd al rond deze tijd. Hij komt om te oordelen de levende en de doden. Dat ligt al opgesloten in Zijn komst naar de wereld. Hij zit op de Troon, Hij wordt in het midden van de gemeente gepredikt. Al het oordeel is aan Hem overgegeven. Dat 'lieve Kind', geboren uit de maagd Maria, is ook Degene uit Wiens mond een tweesnijdend zwaard gaat. Die werkelijkheid is er in het evangelie altijd weer. De werkelijkheid van de troon van God.
Dat leeft voor Johannes heel sterk. Hij is niet waardig het werk van een slaaf te doen (schoenen dragen), maar hij wijst Hem wel aan.
Alle predikers hebben die opdracht. Hem die na mij komt. Ik predik u niet mijzelf, maar Die komt.

Dat tere kleine Kerstkind. In een voederbak. In de werkelijkheid van ons bestaan, de schuld waardoor de dood in de wereld gekomen is. Wiens wan in Zijn hand is, zegt Johannes.
Wij moeten van het evangelie geen verhaal maken, zo van: het is allemaal goed nu, je hoeft je nergens meer druk over te maken. Het evangelie krijgt een plek naast zovele andere zaken in ons leven. Er is ook de kerk... Buiten is zoveel, en binnen hebben de Bijbel. Zondag en maandag... in de zondag herken je maandag niet meer. Ingeblikt. Hij `past` bij ons.....

Maar dat kan niet. Als je ogen daarvoor open gaan: wat een strijd. Je woont in zo'n grote stad. Of in een vissersdorp, of een in Afrika of Rusland.
Ik doop u wel met water, tot bekering. Zijn doop is een teken - niet van het verbond van God. Terzijde: Laat u niet in verwarring brengen. Zo van: daar doopten ze ook volwassen. Johannes doopte niet in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Velen in Handelingen weten alleen van de doop van Johannes en niet van de Heilige Geest. Johannes wellicht ook niet. Zijn waterdoop was een teken van de verandering, die nu kwam. De Heere Jezus heeft ons niet geboden deze doop te dopen maar in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Johannes en zijn prediking horen bij de evangelieverkondiging van vandaag. Dat stadium gaat niet voorbij. Het is altijd aanwezig. Zijn wan is in Zijn hand. Het arbeidsterrein van de Heere Jezus als dorsvloer. Na het dorsen werd er een wan genomen, een zeef, de wind blies het kaf weg en de tarwe wordt bewaard in de schuur, het kaf verbrand.
Het is er altijd in de prediking van de Heere Jezus. Het graan moet worden vergaderd en het kaf weggedaan. U moet niet denken dat de mens door de prediking tot de ontdekking moet worden gebracht dat hij kaf (of koren) is. Dat is niet de roeping van de kerk. “Ù bent koren en ù bent kaf”. En daar laten we soms ook nog de leer van uitverkiezing op los.
Dit is het beeld: mensen moeten komen tot het besef dat de Heere de zonde niet kan toelaten en de zondaar inlaten in Zijn koninkrijk, en dat we alleen door Hem behouden kunnen worden.

Wij kunnen niet bestaan voor God. Bekeer u, af van die weg die van God afloopt. Keer u om naar God toe. Wordt getrokken op die weg.

Johannes ziet Farizeeën en Sadduceeën komen. Zij proberen het oordeel van God te ontlopen; wij zullen daar niet in komen - met ons is het goed. Wij hebben niet te vrezen, want wij houden ons aan de geboden van God. Dank u dat ik niet zó ben - dan groei je vanzelf...
Als je 's zomers naar de Oude kerk gaat in Katwijk - loop je tussen duizenden strandgasten, en u tussen de Kuipgangers - 'gelukig dat wij zo niet zo zijn', ja ja. Gij adderengebroedsel. Dan pakken we het evangelie in onze binnen zak: met ons komt het allemaal goed. Wat een gevaar, niet?
Daarom klinkt het steeds weer opnieuw: ik doop wel met water tot bekering, maar Die na mij komt, komt met de wan in Zijn hand...... Niet om bang te worden, niet om steeds met angst en vrees te wandelen, dat wil het evangelie niet. En niet zo: 'je kunt het eigenlijk nooit weten hoe het oordeel uitpakt' . Wie in Christus is door een waar geloof mag roemen in de genade van God. Maar wel met de ernst van dat evangelie. Dat scherpe twee snijdende zwaard. Dat kind in de kribbe, de rechter van levende en doden. Dan kan er van ons niets bij. Van ons uit: totaal schuldig. Niemand zal voor God bestaan.

De wereld begrijpt daar niets van, dat het genade van God is, dat Hij gepredikt wordt als de Rechter van levenden en doden. Dat de Heere Jezus Christus in die gestalte op ons afkomt. Dat je hoort dat God je veroordeeld. Dat is ook de schuld van de kerk, dat ze dat net begrijpt, maar het is een werkelijkheid. Als u uw hart kent, dan voelen we ons daar het beste bij, wanneer er gezegd wordt dat het allemaal goed komt. Maar het is genade, dat we gedaagd worden voor de rechterstoel, want DAAR wordt de vrijspraak gekend. Zonder die plaats ga je voor eeuwig verloren.

Als we daar gebracht worden gaat dat oordeel nooit uit ons leven; gaat de ernst er nooit af, maar dan komt er ook diepgang - de diepste tonen van vergeving, van verzoening, het kindschap Gods.

Als de Heere Jezus komt, brengt Hij de doop in het spanningsveld van de Heilige Geest. Dan gaat er wat gebeuren in de Handelingen der apostelen. Het vuur van de Heilige Geest. Vuur brandt. Er moet wat weg. Daar schrikken we van - Heer' waar ben ik heen onderweg?
Maar vuur verwarmt ook. Je leeft er van op. Het werk van de Heere Jezus brengt het kruis en het zwaard dichtbij. Gebracht te worden op de weg die voert naar het eeuwige leven.

Hij zuivert Zijn dorsvloer, brengt Zijn tarwe in Zijn schuur samen. Het laat Hem niet koud. Niet algemeen. Hij die na mij komt - Zijn koren in Zijn schuur. De dorsvloer is hier. Waar u gebracht wordt, omdat Hij wil dat u er bent. Het is ZIJN dorsvloer, niet ons werk. Daarom gaat het voort, wat je ook ziet met je ogen, hoe het ook lijkt. Hij wil een volk, een gemeente die zalig wordt.
Als Hij komt brengt Hij alles mee. Niets ontbreekt, je wordt door genade behouden. Christus heeft alles voor u. Omdat je alles ontbreekt. Als je in je schuld voor God ligt. En onder de prediking ertoe gebracht wordt, te belijden: 'k verborg geen kwaad dat in mij werd gevonden. Een open boek voor God. Er is geen schuilhoek.
Niets is er dat voor God kan gelden. Wonder van genade als God je daar brengt. Je bent er nu, en vanavond weer, waar de Heere bezig is Zijn tarwe in Zijn schuur te brengen.

Gezegend zij de grote Koning,
Die tot ons komt in 's HEEREN naam;
Wij zeeg'nen u uit 's HEEREN woning;
Wij zegenen u al te zaâm.
De HEER' is God, door Wien w' aanschouwen
Het vrolijk licht, na bang gevaar.
Bindt d' offerdieren dan met touwen
Tot aan de hoornen van 't altaar.

Hij komt, die gekomen is om Zichzelf te geven. Vandaag en morgen en eenmaal voor het laatst. Kent u Hem?

Edit