Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-12-02 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Voorbereiding Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Formulier Rom 4 2007-12-02.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2007-12-02C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2007-12-02T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)
Avondmaalsformulier

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We bespreken vanavond opnieuw een deel van het Heilig Avondmaalsformulier; vanaf “Opdat wij nu tot onze troost......” tot en met “met zijn naaste te leven.”

De voorbereiding op de Avondmaalsviering
1.de bedoeling: tot onze vertroosting
2.de zelfbeproeving
3.de driedeling

In onze gereformeerde gezindte is de Avondmaalsviering gekenmerkt door 2 motieven: de vermaning en de bemoediging. Als er iets in de weg staat moet dat worden op geruimd;daarom is er voorafgaand ook censura morum. Dan gaat het over de tucht van het Woord. Dat zie je terug in het Avondmaalsformulier. Allen die in openbare zonden leven worden teruggewezen. Maar ook de bemoediging van de zwakken in het geloof, de kleintjes in de genade. Die krijgen een hart onder de riem gestoken, om ze op te beuren. Een wenkende hand en een opgestoken vinger. Die twee moeten we bij elkaar houden. Als je er 1 gaat overbelichten, gaat het mis. Als je eenzijdig bent, wordt het een klip waarop je stuk kan slaan. Er zijn gemeenten geweest waarin te eenzijdig de nadruk lag op de vermaning. Dat opgeheven vingertje. Dat leidt tot de beruchte Avondmaalsmijding. Dan is het Heilig Avondmaal niet voor gewone mensen, maar voor hen die iets bijzonder hebben meegemaakt, dat waren de bekeerde mensen, de kinderen van God. Mensen die bijzonder gezegend waren door bijzondere geloofservaringen. Je moest het liefst afblijven en je wilde nog liever thuisblijven. De nadruk lag zo op de ernst dat er een soort somberte kwam. Een soort grafstemming vanwege die bittere dood. De klemtoon lag zo op de heiligheid dat je naar huis ging met de gedachte: voor mij is het niet. Dat is een wettische Avondmaalsbediening. Maar de andere kant kun je ook overbelichten. Nee, je mag niet afblijven want je moet gehoorzamen. Als Jezus roept, dan moet je komen. En het mag toch ook wel een beetje vrolijk zijn, meer muziek en zo. In Handelingen was het toch ook met eenvoud en gejubel? Dan mogen we best wat uitbundiger zijn met Avondmaal.........
Pas op dat je niet aan de andere kant van de dijk afvalt. Spurgeon zei: ik denk niet dat er nu meer vromen zijn dan vroeger in de tijd van de puriteinen. De kwantiteit is vermenigvuldigd maar de kwaliteit is verminderd. Sommigen leken wel net zo veel genade te hebben als honderden van ons. Terwijl de oppervlakte is vergroot, vrees ik dat de diepte is verminderd. Dat is wat! Zou dat nu ook voor ons gelden gemeente? Een Nederlandse predikant, ds. W. Vroegindewei, sprak in een interview in het boek “Levenslang leerling” over zijn eerste avondmaalsviering. Daar hebben we indrukwekkende voorbereidingsweken gehad., Daar was men mee bezig en daar werd mee geworsteld. Nu wordt het vaak vergeten. De tafels worden voller en de avonddiensten worden leger. Je kunt te gemakkelijk afblijven, maar je kunt ook te gemakkelijk aangaan. Vermaning en bemoediging. Die 2 moeten we bij elkaar houden en niet uitspelen tegen elkaar. Bij de ware Christgelovigen zie je een diep ontzag voor de heilige en toch ook zo nabije God. Dat noemt de Bijbel de “vreze des Heeren”. Kinderlijke liefde en diepe eerbied. De Heere ootmoedig vrezen. Dat lijkt zo ouderwets. Wij zeggen vaak: hou je van de Heere? Dan zit het wel snor. Maar die vreze des Heeren is anders. De Heere doet barmhartigheid aan duizenden dergenen die Hem liefhebben EN zijn geboden onderhouden. Diepe vreugde om wat volstrekt niet vanzelfsprekend is. Diepe vreugde en diep ontzag. Hoort aan de woorden van de inzetting des Heeren. Toen volgde de inzetting van het Heilig Avondmaal. De allereerste bedoeling is: tot Zijn gedachtenis. Dat zegt de Heere Jezus zelf: doe dat tot Mijn gedachtenis. Maar ook: tot onze troost,. Niet tot onze afschrikking. Dan ga je weer de ene verkeerde kant op. Het is vandaag de eerste adventszondag. Advent, verzoening. Zover het west verwijderd is van het oosten zo ver heeft Hij om onze ziel te troosten de schuld en zonde van ons weggedaan. Evangelie wil zeggen troost. Degene die het Avondmaalsformulier heeft opgesteld, Olevianus is tevens schrijver van de Heidelberger Cathechismus. Hij begint de de Cathechismus met “wat is uw enige troost”. Dat is de een kernwoord. Dat ik niet meer van mezelf maar van Jezus Christus eigendom ben. De kern van het gereformeerd belijden is troost. Dat vind je terug in de Cathechismus naar ook in het Doop- en Avondmaalsformulier. Heerlijk is dat; de bedoeling is troost!

Nu de tweede gedachte: de zelfbeproeving. Om met troost te kunnen deelnemen is het nodig dat wij ons vooraf recht beproeven. Tijdens de voorbereidingspreek van vanavond en de week daarna je voorbereiden op het feest. Een goede voorbereiding is het halve feest. Het is een slecht teken als je heel de week bezig bent met van alles en nog wat met, met Sinterklaas enzo. En verder bereid je je niet voor. Een goede voorbereiding is het halve feest. Maar je moet toch elke dag voorbereid zijn, zegt iemand? O ja, ben jij dat dan? Uren in het gebed waren de puriteinen, maar wij tellen de minuten. Tien minuten is al veel. Ik ben blij dat er een voorbereidingsweek is, om jezelf weer eens op te scherpen. Laten wij onszelf onderzoeken en wederkeren tot de Heere. Als je belijdenis doet volg je vooraf cathechisatie. Als je kind wordt gedoopt is er een doopzitting. Zou dat dan bij het Avondmaal niet moeten gebeuren? Paulus roept ons op dat wij onszelf beproeven of wij in het geloof zijn. Anders zijn we verwerpelijk, staat er in 2 Korinthe 13. Het mooiste voorbeeld vind ik dat van de Joden. Zij vierden het Oude Testament het Pascha. Dan moesten zij van te voren grote schoonmaak houden,. Al het zuurdeeg moest het huis uit. Blokkades tussen God en uw hart moesten opgeruimd worden. Maar ook blokkades tussen u en uw medebroeder. Je bent er niet klaar mee als je zegt: “ ik heb toch belijdenis gedaan? Dan mag ik aangaan”. Tussen voorbereiding en avondmaal zit de zelfbeproeving. Wat is dat dan? Opruimen wat tussen jou en een gezegende Avondmaalsviering instaat. Er staat niet: de mens beproeve zichzelf OF hij ete, maar OPDAT hij ete. Het doel is aangaan en niet afblijven. Letterlijk staat er het woord examineren. Je moet jezelf als het ware examineren voordat je gaat communiceren. Een röntgenfoto laten maken. Stel dat de dokter dat zegt: je moet een röntgenfoto laten maken. Dat kan tegenvallen en confronterend zijn. Maar als er een bewame arts is die je kan genezen, dan wil je dat toch maar ondergaan. Zo is het ook een beetje met de Heere. Hij maakt als het ware een geestelijke röntgenfoto, opdat je je kwalen laat behandelen door Hem. Hij is niet alleen een gulle Gastheer -dat is Hij ook- maar ook een bekwame arts! Maar als ik dan zak? Dan is mijn gebed: vang me dan op! Als ikzelf overal doorheen zak, vangt u me dan op Heere. Zelfbeproeving moet je nooit doen zonder je te richten op de Heere Jezus. Eén oog in je eigen hart en één oog op het kruis. In een verhouding van 1 : 10. Een keer een blik in je eigen hart, en 10 keer naar het kruis. Aan de ene kant mag er gebrokenheid komen: Heere, wat zit ik toch rot in elkaar. Aan de andere kant ook sprakeloosheid: dat U nu naar mij omziet. Zelfbeproeving mag nooit een pijnbank worden om angstig te zoeken of je misschien een kenmerkje kan vinden als bewijs van goed gedrag. Dan zou je wanhopig worden bij het niet vinden daarvan of hoogmoedig dat je nog wat hebt gevonden. Ds.Hegger zegt in een van zijn boeken: de God van de Bijbel is niet hetzelfde als de God van de heidenen. Hij vergelijkt het met een Tantaluskwelling. De afgod Zeus wilde Tantalus straffen. Hij moest in het water gaan staan en telkens als hij naar het water neigde om te drinken week dat water terug en kon hij er niet bij. En boven zijn hoofd hing een tak met een heerlijke vrucht waar hij niet bij kon. Maar zo is de God van de Bijbel niet! Wat een reden tot troost!

Wie moet zichzelf onderzoeken? De gemeente van de Heere Jezus. Dus ook Avondmaalsgangers hebben altijd weer de plicht om zichzelf te onderzoeken. Ten derde onderzoeke een ieder zijn geweten. Je bent er niet klaar mee om te zeggen: ik ben ongeschikt om aan te gaan, dus ik blijf maar zitten. Je moet niet kijken naar een ander maar naar jezelf. In Romeinen 14 vind je zwakken en sterken in 1 gemeente. De sterken mochten alles eten want ik ze stonden in de vrijheid. Ze keken neer op de zwakken. De zwakken zeiden: nee, ik eet alleen maar koosjer. Zij veroordeelden de sterken. Paulus zegt dat moet je niet doen. Want hoe het ook is, straks sta je voor je Heer' en dan moet je rekenschap afleggen voor de Rechterstoel van Christus. Daarom moet je naar jezelf kijken en niet naar een ander. Wat vindt u er nu van gemeente? Gaan uw stekels al een beetje overeind staan? Er was een grote opwekkingsprediker Whitefield. Hij was bang om in zijn geweten te blikken. Of ben je rein in eigen ogen en eigenlijk van je zonden nog helemaal niet gewassen? Whitefield zei: ik ging aan zonder echt bekeerd te zijn. Hij voelde aversie en afkeer als er nadruk gelegd werd op zelfbeproeving. Voelt u zich aangesproken? Zelfonderzoek is Bijbels. Maar het gaat ook nooit zonder Schriftonderzoek. Niet: wat vind ik van mezelf of wat vindt een ander van mij. Maar het gaat erom wat het Woord over mij uitspreekt. Daar moet je tijd voor maken. Dat heeft te maken met stille tijd en met je binnenkamer. De puriteinen deden dat urenlang. Zij namen tijd voor God. Het gaat niet om het meten van de tijd; je moet niet wettisch worden, maar ben je nou wel eens zo in je gebed verzonken dat de tijd opeens voorbij is voor je het weet? Zelfonderzoek is: onder de ogen van God komen. Voor Zijn aangezicht komen op de toonhoogte van psalm 139. Gij doorgrond en kent mijn hart, o Heer'. Beproef me en zie wat niet is tot Uw eer. Is de weg niet goed voor mij, leid me op de eeuwige weg en maak mij vrij. De bedoeling van het zelfonderzoek is onze troost. Het is niet een gaan naar het schavot maar naar een genadetafel. Waar het vette van Zijn huis kan worden gesmaakt. Een plek van genade. Omdat het kruis op die heuvel daarginds stond. Waar het suizen van de zachte stilte wordt gehoord.De driedeling; hoe moet je dat dan doen, jezelf beproeven. Drie dingen: je zonden en vervloeking bedenken, onderzoeken of je de belofte van God gelooft; of je gezind bent om God waarachtige dankbaarheid te bewijzen. Daarin zie je de 3 stukken weer terug van ellende verlossing en dankbaarheid. Heere, wat hebt u toch een verdriet van mij. Nu ben ik christen of zelfs ambtsdrager maar wat hebt u een verdriet van mij. Paulus was al zo ver op de weg en toch bleef hij de grootste der zondaren. Als ik nu alle kinderen van God op een rij zou zetten, sta ik helemaal achteraan. Maar het is geen klassensysteem, waarbij je als je in klas 2 aankomt niets meer te maken hebt met klas 1. Geen stationnetjesgeloof maar een terugkerende cyclus. De 3 aspecten horen bij elkaar. Hoe langer je nou met de Heere mag leven hoe meer dat zich gaat verdiepen. De kennis van mezelf wordt dieper maar de vreugde in God wordt ook dieper. Maar het wordt ook meer uitgewerkt in je leven. Waar dat besef gaat uitslijten wie je nou bent voor God, wordt het geloof vaag en zwak. Dan hou je maar “een beetje”van de Heere Jezus. Maar dat klaagt je wel aan. Een béétje voor die lieve Zaligmaker! We moeten uitkijken dat genade geen snoepje wordt, maar een levensnoodzakelijk medicijn! Een snoepje is lekker of niet en je kunt het ook nalaten......medicijnen heb je nodig anders ga je dood!We moeten niet de ellende uitvergroten. Het is het kortste stukje in de Cathechismus, maar wel noodzakelijk. De verlossing het belangrijkste. Volgende week is er verstrekkende genade voor zondaren die niet weten hoe ze er vanaf kunnen komen, van al die zonden. Hoe liggen die verhoudingen? Dan dreigt er het gevaar van wetticisme: als ik u de wet voor ga schrijven hoe groot uw zonden en ellende moeten zijn. Dan zijn we veel bekrompener dan het ruime van Gods genade. Maar aan de andere kant: als die diepe tonen van verootmoediging gaan ontbreken, dan verschraalt het geloof tot iets vanzelfsprekends, tot een “dusgeloof”.Dan is zonde geen zonde meer en ontbreekt de verootmoediging. Verootmoediging is dat je hart als het ware voor God aan diggelen valt en je van je troontje afkomt. Dat je voor God op je knieën valt. Heere dat u het nou uithoudt met zo'n ellendeling als ik ben. De zondares uit Lukas had het begrepen; Simon de Farizeeër niet. Wie veel vergeven wordt, heeft veel lief. Dat is het verschil. Die zondares was verbaasd dat ze welkom was bij de Heere Jezus. Wanneer hebt u voor het laatst voor God gehuild? Is dat nu zo lang geleden? Tranen om die onreine bron van binnen. Simon de Farizeeër had geen tranen gehad; die zondares wel. Samenvattend: de 3 V's: de v van verootmoediging: je klein maken voor God; de v van vergeving: altijd bij U geweest. Die gewisse belofte van God dat Hij je zonden vergeeft; de v van vernieuwing. Dan klinkt er een gezang:

God enkel licht
voor wiens gezicht
niets zuiver wordt bevonden.
Zie ons bevlekt,
met schuld bedekt,
misvormd door duizend zonden.

Ja amen, ja,
op Golgotha
stierf Hij voor onze zonden
en door Zijn bloed
wordt ons gemoed
gereinigd van de zonden.

Wil, u ter eer,
steeds meer en meer,
't geloof in ons versterken
Dan zullen wij,
gereed en blij
uit liefde 't goede werken!

Edit