Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-12-23 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Eze 21:27 Eze 21:1-27 2007-12-23.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2007-12-23C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2007-12-23T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het Kerstfeest komt eraan. We leven in adventstijd. Ook de vromen van het Oude Testament hebben reikhalzend naar de komst van de Heere Jezus uitgekeken. De profeet zei tegen die adventsgemeente: Verheug u dochter Sions, want zie uw Heiland komt en Hij is zachtmoedig en nederig van hart. Zie uw koning komt. Hij is gekomen. Kerst. Maar ook nu in het Nieuwe Testament is er een adventsgemeente, een Maranathagemeente die verlangt naar Zijn wederkomst. Hij is gekomen, maar zal terugkomen als Koning in heerlijkheid. Hij zal nog komen om de aarde te richten. Maar er is nog een komst: de komst van de koning vanmorgen in de prediking. Hij komt tot de deuren van uw hart. In heel veel Kerstliederen wordt gezongen over dat kind dat een Koningskind is. Komt laten wij aanbidden, die Koning. De vredevorst. Vanmorgen een adventstekst uit een zeer onbekend Bijbelboek, Ezechiël. Totdat Hij komt! Staat er in de tekst. De rabbijnen zeiden al dat dat over de komende Messias gaat. Ook Matthew Henry zegt dat het over de komst van Jezus gaat en andere schrijvers met hem. Ik zet boven de preek:

De omgekeerde kroon
1.een omgekeerde kroon in het leven van Gods volk
2.een omgekeerde kroon in het leven van Gods Zoon
3.een omgekeerde in het leven van Gods kind

Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen. Waar gaat het hier in Ezechiël over? Ezechiël was een priesterszoon en geroepen tot het ambt toen hij 30 was. Geroepen tot profeet; geen makkelijke baan. Hij kreeg een zware taak: het oordeel van God over Juda afroepen. Het oordeel van God dat over Juda zou komen. Het gaat over Juda, het verbondsvolk. De grens is bereikt en God gaat het straffen. Het is de ondergang nabij. Ezechiël moest dat gaan aanzeggen. Daar staat hij dan! In het jaar 586 voor Christus, het jaar van de val van Jeruzalem. Het tienstammenrijk is al weggevoerd, het tweestammenrijk nog niet. En Juda is toch afvallig geworden; ondanks de boodschap van tientallen predikers en profeten luisteren ze niet. Zedekia was de zoon van de vrome Josia, de laatste hervormer. Josia was overleden en Zedekia keert alles om wat Zedekia aan goeds had bewerkstelligd. Hij was een goddeloze vorst en hield geen rekening met God. Hij voerde de Baäl en andere afgoden weer in. Er werden dierenkoppen op de muren van de tempel getekend. Knechten van God liet hij in de gevangenis zetten. Politiek was hij niet te vertrouwen. Juda was omklemd door wereldmachten. Babel in het oosten, Egypte in het zuiden. De vorst van Babel Nebukadnezer zegt: zweer mij trouw in de naam van jouw God. Dat deed Zedekia. Later pleegde hij meineed en wilde samen met Egypte een opstand tegen Babel beginnen. God neemt hem die meineed hoogst kwalijk. Omdat hij in de naam van God gezworen heeft. Na een lange tijd van waarschuwingen en oproepen tot bekering luisteren ze nog niet en dan komt het eindpunt in Ezechiel 21. Dat hoofdstuk wordt wel het zwaardlied genoemd. Het woord zwaard komt wel 15 keer voor daarin. Nebukadnezar komt eraan om Jeruzalem en Zedekia een les te leren. Daar komt een Godswoord via Ezechiël, uit te spreken tegen het volk. Hij moet zeggen dat er een groot zwaard aankomt dat een groot bloedbad aanricht. Hij moet luid zuchten vanwege de smart en gebrokenheid. De mensen zullen dan vragen waarom hij zucht en dan moet Ezechiël antwoorden dat hij zucht over wat hij heeft gezien over deze stad en over dit volk. En dan komt er in vers 8 weer een Godswoord. Een zwaard ten oordeel is al uit de schede gehaald. Het is gewet, scherp gemaakt, gepolijst en het glinstert, staat er. Het zwaard hangt boven het hoofd van de inwoners van Jeruzalem het is op hun borst gericht. Als het zwaard van Damocles. Hij mocht voor 1 dag koning zijn volgens het verhaal uit de Griekse oudheid. Hij mocht doen wat hij wil, maar boven zijn hoofd hing een scherp zwaard aan 1 paardenhaar. Als je onbekeerd bent, hangt er als het ware een zwaard boven je hoofd. Kun je dan wel vrolijk zijn als je onbekeerd bent? Als je elk moment door het zwaard van het oordeel van God getroffen kan worden? Dat zwaard gaat een grote slachting aanrichten. Alle onbekeerden zullen erdoor getroffen worden. In vers 12 geeft God opdracht om te huilen en te schreeuwen. Omdat Gods volk letterlijk afgeslacht zal gaan worden. Ezechiël moet in zijn handen klappen alsof God in zijn handen klapt om dat zwaard als het ware op te jutten om zijn vermoordende werk te doen. Wat een hoofdstuk! Ezechiel moet in het zand een weg tekenen en een splitsing met 2 richtingaanwijzers. Met aan de ene kant rabba, de hoofdstad van Ammon en aan de andere kant Jeruzalem, de hoofdstad van Juda. Welke kant zal Nedbukadnezar opgaan? Hij zal waarzeggers laten komen en de pijlen laten schudden en en laten bepalen waarheen hij eerst zal gaan. De lever van een offerdier zal worden bekeken en opnieuw kiezen ze eerst om naar Jeruzalem te gaan. Ezechiel voorzegt dat allemaal. Zo gebeurt het ook. Ik zal vernederen wat hoog is, doe die hoed af en doe die kroon af, staat er. De oppermachtige Heere zegt als het ware: ik laat Mij niet aan de kant zetten door Mijn volk. Ik zal hen laten ondervinden dat Ik machtig ben en zal ze Mijn verbondswraak laten merken. Doe die hoed weg en zet die kroon af. Dat heeft te maken met de hoed van de hogepriester. Daar staat op: de Heere is heilig. Die kroon van de koning en de hoed van de priester moeten af. Het priesterschap en het koningshuis moeten weg, het wordt afgekapt. Juda komt jammerlijk aan zijn einde. Het koninkrijk zal omgekeerd worden. Niet misschien, maar vast en zeker, vandaar drie keer het woord “omgekeerd”. Zo zeker zal die koninklijke waardigheid weggaan. Is die dreiging uitgekomen? Jazeker. In het leven van Zedekia is dat zeker uitgekomen. Nebudkadnezar heeft Jeruzalem en de tempel verwoest. Hij werd gegrepen op zijn vlucht door de soldaten van Babel. Zijn zonen werden doodgestoken voor zijn ogen. En terwijl dat hij zijn zonen zag sterven, werden zijn eigen ogen uitgestoken. Weg dat kleed , omgekeerd die kroon. Maar kan dat voorgoed? Voor altijd? Maar de Heere had toch ook zijn belofte gegeven? Dat het rijk van David altijd zou blijven duren? Neemt de Heere zijn toezeggingen dan weg?
Op dit dieptepunt komt de omkeer. Totdat Hij komt!!! staat er. De harten van de vromen zijn toen sneller gaan kloppen. Het was een afgesneden zaak. Totdat Hij komt, over de puinhopen van Jeruzalem gaat het licht van Bethlehem op. Het allerlaatste woord dat God spreekt is niet: puinhoop. Geen punt maar een komma. Zedekia weg, maar de Messias komt! Totdat Hij komt. Dat is even zeker als die ruïnes. Hij zal komen, dat is geen twijfel mogelijk. Vanaf het moment dat Jeruzalem viel, die 7 eeuwen lang, heeft het wel geduurd. Maar toen kwam de belofte uit. Er zal een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï. Hij zal de kroon en de hoed gaan dragen. Dat heeft ook alles te maken met wat Jakob op zijn sterfbed gezegd heeft: de scepter zal van u niet wijken, totdat Silo komt., de rustaanbrenger. Dat ging ook over de Heere Jezus. De engel Gabriël heeft ook gezegd: God zal Hem de troon van Zijn vader David geven. De wijzen vroegen naar de Koning der Joden. God gaat bouwen op de puinhopen van ons bestaan. Hij bouwt niet voort in het verlengde van wat Zedekia tot stand heeft gebracht . Hij gaat een nieuw begin geven.

Een omgekeerde kroon in het leven van Gods Zoon. Als Hij geboren wordt, wordt satan ook actief. Hij wil de kroon van Jezus' hoofd afstoten. De koningszoon, die al Zijn glorie heeft afgelegd. Hij moest al vroeg vluchten in de armen van Maria. Herodus wil Zijn kroon eraf stoten, Hem vermoorden. Bij zijn eerste preek in Nazareth wil het volk Hem van de steilte storten. Zelfs onder de discipelen klinkt de vraag: wie van ons is de meeste? Even zagen ze het: Hosanna, de zoon van David! Zo leek het althans. Maar: Ze wilden niet dat Hij koning over hen zou zijn. Op Golgotha en Gabbatha wordt de kroon van Jezus afgestoten. Hij kreeg een doornenkroon en een rietstaf. Nog even lekker lachen om die Messias. Een omgekeerde kroon. Koning der Joden....totdat Hij komt. Wie geloofde dat? Bijna niemand, maar wel die moordenaar. Bij de hemelvaart heeft de Heere Jezus de gouden kroon gekregen van Zijn vader. Kroont Hem met gouden kroon, het Lam op Zijne troon. Hij zal eens terugkomen en dan regeren. Dat woordje “totdat” is zo'n heerlijk woord, zo'n sleutelwoord.

In het leven van Gods kind is ook sprake van een omgekeerde kroon. Wat heeft dat ons nu te zeggen. Hij kwam in de volheid van de tijd. Hij zal in het einde der tijden terugkomen. Maar het zegt ook iets over jouw en mijn hart. Ik geloof dat Deze geschiedenis ook een geestelijke betekenis heeft. Een persoonlijke betekenis. Wat dan? In het paradijs stond daar de mens als onderkoning. Een vrouw naast zich, een heerlijke schepping om zich heen. Adam had alles, behalve de troon van God. En daar wilde hij nou precies opzitten als het ware. God naar de kroon steken. De lakens uitdelen. Voor niemand opzij gaan. Ik wil altijd gelijk hebben, het laatste woord hebben. Ik zal niet buigen. We zingen wel: ik kniel aan Uwe kribbe neer. Maar daar is wel bekering voor nodig. Nadat God je gaat omkeren, omkeren, omkeren. Dat is bekering. Jouw hoogmoedige haantje dat koning kraaien wil en niet wil buigen, omkeren. De Heere gaat die trotse nek omkeren. Het kroontje moet van je hoofd. Dan kom je aan Zijn voeten terecht. God gaat blazen in wat van mij is. Opdat dat wat van Hem is, gaat schitteren. Totdat Hij komt, en dan komt er plaats voor Hem. Ik moet minder worden en Hij moet wassen. Als God in je keven komt gaat alles vroeg of laat ondersteboven. Herken je dat in je leven?
Er is een preek van Philpot over deze tekst waarboven staat: een drievoudige omverwerping van het eigen ik. Die oude mens, dat onheilige ik, dat brave ik, dat godsdienstige ik. Jij als het middelpunt van je eigen koninkrijkje. En jij op de troon. Dat gaat niet samen. God haalt jouw van de troon en Hij gaat erop zitten! Dat is bekering. In het NT zegt God: de oude mens moet gekruisigd worden. Hoe gaat dat dan? Het kan zo gaan: je leeft goddeloos en doet wat je zelf wil. En dan komt God je overtuigen en besef je: als ik zo doorga, dan ga ik verloren. Dan gaan veel mensen zich opknappen. Dan wordt die goddeloze jongen een vrome jongen. gaat hij netjes leven, weer naar de kerk etc. Dan wordt hij een vroom jochie, een vroom meisje. En dan gaat God dat opnieuw omkeren. En dan komt er plaats voor Christus. Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Dan heb je dus al ontvangen genade, ben je een kind van God geworden. En dan keert God die kroon nog een keer om! Dan word je weer een goddeloos jochie. Maar je kunt niet meer zonder Christus. Onttroond, ontkroond, ontvroomd, zeiden ze vroeger. . De Heere gaat eerst je zakken leeghalen. En dan gaat de Heere die zakken binnenstebuiten keren en dan nog eens uitschudden. En dan hou je echt niks over in jezelf en vind je alles in hem. Totdat Hij komt. Komt laten wij aanbidden, die Koning.

Edit