Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-01-06 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Open 8:1-5 zep 1:14-18 Open 8 2008-01-06.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2008-01-06C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het op een na laatste woord van de Bijbel is een gebed, Hij zegt Ik kom. We weten niet wanneer. We weten niet of het dit jaar zal zijn, maar dat woord blijft staan. De Bruid geeft antwoord: ja kom Heere Jezus. Daarmee eindigt de Bijbel eigenlijk, en als het goed is eindigt uw leven daar mee. De geschiedenis van de wereld zeker.
Het laatste gebed van de heiligen. Niet veel woorden, maar indringend. Een onhoorbare zucht. Wel gehoord in de hemel. Door de engel met het wierook vat opgevangen. De gebeden van alle heiligen. In de hemel wordt geschiedenis bestuurd, niet in Washington of Moskou.

De volkerenzee was in beroering gekomen, bij elk nieuw zegel kwamen er nieuwe golven opzetten. Nog voor de vorige op het strand van de geschiedenis was uitgewoeld. Alle visioenen worden er door beheerst. De geschiedenis van mens en wereld - van rampen oorlog, bloed en tranen, vraag het de lijdende kerk; honger en armoe, vraag het in Afrika; van wetteloosheid, kijk in Nederland; van liefdeloosheid, kijk in uw gezin. De eerste zes zegels. Nu het laatste, de laatste fase van de wereld geschiedenis. Bijna is alles gebeurd wat gebeuren moet. De schare die niemand tellen kan, 144.000 Messias belijdende Joden zijn verzegeld. Het Lam is hun Leidsman. God wist alle tranen van hun ogen af. Opnieuw worden Johannes dingen getoond, die het laatste inluiden. Nu de volheid van de heidenen is ingegaan en gans Israël zalig wordt.

De zeven engelen krijgen een sjofar. Signaal, geluid dat door merg en been gaat. Een loeiende sirene. De dag van het oordeel, de komst van de Messias - daar wijst de sjofar in Israël naar.
De afrekening met de hoogmoed van de mens. De hoog gebouwde torens in techniek en de uitbuiting van de schepping. Beheersing van de ruimte, maar vloedgolven en aardbevingen op aarde; wetteloosheid, anarchie, bandeloosheid, homo huwelijk (mag ik het nog zeggen?). Abortus, euthanasie, terreur, het grijpt in één en je houdt het niet meer tegen; als in het begin van de schepping: de aarde een woestenij.

De kolkende volkenzee waar het beest uit opkomt, komt tot zijn hoogtepunt. Het bloed der martelaren roept om wraak. In dit laatste zegel geeft God het antwoord. Maar voor het losbarst wordt het stil. Het lijkt of het licht uitvalt, of er een storing optreedt, iedereen houdt de adem in. Er werd eerst gespeeld, gezongen, nu geen geluid meer.
Dan plotseling die bliksemschicht. Oorverdovend gaan Gods oordelen dan over de aarde. Stemmen en donderslagen en bliksem en aardbevingen. Even daarvoor heeft Johannes het zingen nog gehoord. De glorie van de verloste kerk. Vrij van alle zorgen en zonde, waar men juicht voor 's Heeren troon. Maar nu niet. Het is beklemmend stil. De lofzang verstomd en alles zwijgt, want God staat op ten strijde, Hij gaat recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen. Sodom en Gomorra. Verschrikkelijk zal dat oordeel zijn. Er zijn geen woorden voor, en dat weten ze in de hemel. Daarom is het stil, een half uur lang. Denk eens aan Dodenherdenking - twee minuten. Een half uur....

Stilte kan sprekend zijn. Je kunt met stomheid geslagen zijn. Op een kerkhof ben je toch stil? Waar de dood spreekt zwijgen wij. Onbegrip, radeloosheid, spanning. Ook: leedwezen. Die ouders in Arnemuiden, die hun vier meisjes verloren in een brand, wat kun je zeggen als je ze tegen komt? Je bent stil.
De wereld kent die stilte niet. Een schaars artikel ook in het leven van onze jonge mensen, God woont echter in de stilte. Daar doet Hij wonderen, dat weten ze in de hemel.

God zit echter niet stil. De wereld wordt tot haar einde gebracht en de engelen staan in het gelid. Ze bewerken de onheilen niet, maar ze roepen ze wel op. Het is alsof de ene engel de bazuin al aan de mond heeft staan. God zegt als het ware: wacht nog even. Eerst moet een andere engel komen. God gaat recht doen, behalve wraak oefenen. De verheerlijking van de rechtvaardigen. Wanneer komt die dag? De bruidskerk op aarde in haar weduwe-gestalte. Doe mij recht tegenover mijn wederpartijders. Eerst moet een reukoffer gebracht worden. Die gebeden van de heiligen ziet de wereld niet, God maakt ze echter zichtbaar. Er komt veel reukwerk met de gebeden der heiligen op het altaar. Het herinnerde Johannes aan de tempeldienst in Jeruzalem. Op de Grote Verzoendag werd het reukwerk het heiligdom binnen gebracht; symbool van de dienst der gebeden, de rook kringelde omhoog en de gebeden der heiligen gingen mee. Op de voorhof van de tempel lagen zij te bidden. Zo heeft David gebeden: dat zijn gebed mocht zijn als het reukoffer.
Wat David heeft gebeden ziet Johannes gebeuren. De gebeden van Gods kinderen arriveren bij God, geheiligd op het altaar. Zo komen ze bij God, anders niet. Anders kun je bidden wat je wilt. Omdat mijn gebeden uit een onrein hart komen, Jeremia: ik ben een man van onreine lippen. Paulus: ik weet niet te bidden zoals het behoord. Wie van de onheilige heiligen weet daar niet mee in te stemmen: als er iets verzoening nodig heeft, dan is het mijn gebed.
Het reukwerk was speciaal, in de tempel, een hemelse samenstelling. Nergens anders mocht het voor gebruikt worden. Veel reukwerk, want er moet veel gereinigd worden. Alle gebeden van de heiligen van alle eeuwen. Indringend, in het hart van God.

Een machtig wapen geeft God hier in onze handen, waar de wereld de draak mee steekt, maar wat de overwinning behaalt. De engel fabriceert ook het reukwerk niet. Hij moet het krijgen, het komt bij God vandaan, daarom heeft het zijn uitwerking. Dan stijgt het op. Dat moet Johannes geraakt hebben. Geen priester, heeft hij dat op aarde nooit gezien. Machtig.

Het geheim: het reukwerk is van Christus, die op aarde al voor Zijn kerk bad, en nog steeds doet. De engel krijgt het. Een voorspraak in de hemel, Hij is een verzoening van onze zonde, de verzoening van het brandaltaar en de voorspraak van het reukaltaar. Van het brandaltaar ging het reukwerk mee het Heilige der Heilige in, op de Grote Verzoendag. Christus legde Zich op het brandofferaltaar, waar het vuur van Gods toorn Hem verteerde, daarom krijgt de engel het reukwerk.

Vernederend is dat voor de bruid; zeg aub nooit meer: wat kan die man mooi bidden, God denkt er wel eens anders over, denk ik. Hij zegt: ik kom. De bruid zegt amen. Ja kom Heere Jezus.

Wie bidden dat? De heiligen, zegt Johannes. Niet omdat ze beter zijn, of denken van zichzelf. Waarom zijn ze dan Heilig? Zijn ze door iemand in Rome, heilig verklaard? Nee dat heeft God gedaan,. Heilig in Christus, bekleed met Zijn heiligheid. Zij zijn het die uit de Grote Verdrukking komen en hebben hun klederen gewassen, ze zijn Hem gevolgd door nood en dood heen. U kunt beproeven of u tot hen behoord, je kunt maar thuis zijn op één plek. Dan ben je vreemdeling op aarde, net als Abraham was in Kanaän. Geroepen door Hem aan wie ze hun hart verpand hebben. Daarom dat heimwee, daarom dat roepen dat niet vergeefs is.

Wiens gebeden? Van alle heiligen. God slaat niemand over. Niet alleen van Mozes en Samuel, David en Daniël. Niet alleen van Paulus of Petrus, Hannah. De weduwe in Sarfat, de vrouw met de bezeten dochter; de gebeden van de kinderen: ik ga slapen ik ben moe, Heere houd ook deze nacht, over mij getrouw de nacht; het boze dat ik heb gedaan, zie het toch niet aan, maak om Jezus wil mij rein. Dat zijn de gebeden van de Heiligen, daar word je stil van. Daar zijn ze in de Hemel ook stil van geworden, God luistert ernaar. Als is het maar een woordeloze zucht. Hij hoort ze. De neergebogen mens wordt door God opgericht, omdat het beeld van Zijn Kind er in staat, die neerkroop in het stof der aarde. Toen Hij verzoening te weeg bracht in Zijn offer en doodstrijd. Vader laat deze drinkbeker aan Mij voorbij gaan, maar niet wat Ik wil....Het lam staande als geslacht.
Daar hebben de heiligen, maar daar heeft ook God genoeg aan. Daar kun je zingen: Hij geeft de wens van allen die Hem vrezen, hun beden heeft Hij nimmer afgewezen.

De wereld kan er alleen maar om lachten: Bidden! Dat deden ze in de Middeleeuwen, wij doen het zelf wel. Wie bidt er nou nog? Gemeente besef God regeert de wereld door de gebeden der Heiligen... Het heeft op de aarde haar uitwerking. Het altaar staat voor de troon van God. God kijkt er altijd op. Altaar en troon zijn niet te scheiden. De dienst der gebeden heeft zijn aparte plaats, Gods raad wordt erdoor uitgevoerd.

Dan werpt hij het op de aarde. En dan komt de wereld er achter. Er staat een altaar! Schokkend. De hemel wordt verscheurd, door de geluiden die ze opvangen in de hemel.
Dan gaan de engelen op weg. De een na de ander, dan valt er niet meer te bidden, alleen te schreeuwen.

Nu is de dag des Heeren zeer dichtbij, nu krijgen de mensen wat zij zelf hebben voorbereid. Waan en trots, de vernieling van de aarde. Ondergang van de wereld. Aardbevingen - hebben de heiligen daar dan om gebeden? Dat is toch wreed? Nee daar niet om, ze hebben om Jezus geroepen. Niet om donderslagen, want ze hadden hem lief, ze hebben gebeden om de komst van zijn koninkrijk om recht, uw wil geschiede. Zo hebben ze hem verwacht in de weg van Zijn recht, al gaat het door het bazuingeklank heen.
Dat is de weg waar in Zijn koninkrijk in de wereld doorbreekt.

Geschiedenis is de weerspiegeling van de strijd tussen God en de satan. Er komt een eind aan. Bijna denk ik, is dat wierookvat leeg. Beangstigend? Dat is zo erg niet, op zijn tijd. Dan is het juist bevrijdend. Bang of blij...

Bang als u niet van het reukwerk afweet. Er moet veel strijd gestreden zijn en veel gebeden gebeden zijn, de smalle weg betreden. En dan maakt het blij, alweer een jaar opgeschoven naar Jezus; het Maran-atha gebed van de oude kerk; de krant als liefdesbrieven van mijn Meester. Ik leg mijn oor te luisteren; in de hemel is men stil – wachtend op wat gaat gebeuren. Dan stijgen ook onze gebeden in het reukwerk van Christus tot God omhoog. Het reukwerk is nog niet gedoofd. het altaar staat er nog.

Een half uur is niet eindeloos. Er is een haast gekomen, die mij oproept tot haast, na dezen tijd zal er geen tijd meer zijn.

Maran-atha.

Jezus komt.

Edit